Maandelijks archief: april 2015

Sapfo’s roze koek – bevat gluten

Sapfo  was een lyrische dichteres uit het antieke Griekenland en leefde in de 7 eeuw voor Christus op het eiland Lesbos. Sapfo’s werk bestond onder meer uit bruiloftsliederen en liederen voor het Adonisfeest, die door zangkoren uitgevoerd werden. Maar het bekendst is ze om haar sololiederen die begeleid werden door lierspel. Sapfo werd door Anacreon  “de zoetzingende” genoemd, door Lucianus “de honingzoete glorie van Lesbos”, en een aan Plato toegeschreven epigram noemt haar de “tiende muze”.
Van al haar gedichten is helaas maar heel weinig overgebleven. Het meeste kennen we fragmentarisch, uit het werk van andere schrijvers als citaten of omdat het is teruggevonden op papyri. De meeste fragmenten zijn snippers, slechts van een paar gedichten hebben we echt een aantal strofen. Vele kunstenaars zijn door haar geïnspireerd. Het meest beroemde gedicht van Sappho is wel fragment nummer 31: ‘Hij lijkt mij aan de goden gelijk te zijn…‘ Dit gedicht  is recent bewerkt door de dichteres Inostrate en maakt Sapfo’s diepe gevoelens duidelijk voor een bijzonder soort gebak, roze koeken die gekruid zijn met anijs en liefde.

sapfo's roze koeken

Sapfo’s roze koeken, gekruid met liefde en anijs

Hij lijkt mij voor de goden gemaakt te zijn,
de roze koek die tegenover mij op tafel ligt
en van dichtbij ruik ik hoe hij zachtzoet geurt
naar bijenhoning

en hoe hij  lieflijk smaakt, wat bij mij altijd
mijn hart heftig onder mijn ribben laat slaan.
Zodra ik maar even van hem hap, verstomt
mijn stem volledig,

mijn tong ligt na het eten gebroken in mijn mond
meteen kruipt een ragfijn verlangen onder mijn huid,
mijn lippen willen meer, een machtig gonzen
vult mijn oren.

Maar alles is te verdragen, als zelfs een
onder armoede gebukt mens
anijs en honing weet te vormen tot gebak.

Wat heb je nodig om Sapfo’s roze koeken zelf te maken?

100 gram roomboter
50 gram witte suiker
30 gram zachte klaverhoning
5 gram citroensuiker
5 gram sinaasappelsuiker
1 theelepel gemalen anijs
1/4 theelepel zout
125 gram tarwebloem
25 gram amandelmeel
50 gram gezeefd volkorenmeel
1 theelepel bakpoeder
½ hyacintkleurig ei

Hoe volbreng je de taak om deze honingzoete koek uit Lesbos te maken?

Onder begeleidend lierspel van een lier met 7 snaren roer je de boter met de suikers, het zout en de kruiden samen tot een zachte massa. De meelsoorten, het bakpoeder toevoegen en tot kruimels mengen. Als laatste het halve losgeklopte ei toevoegen en snel doorkneden.

Op een koele plaats onder ritselend loof laten rusten.

Verwarm de oven van Hephaistos voor op 160 graden Vulkanius. (Laatst heeft deze smid een Erosbeeld omgesmeed tot een braadpan. Niet zo gek als het lijkt: allebei staan ze in vuur.)

Daarna het deeg uitrollen met een kleine gladde boomstam op een licht bebloemd werkblad en daarna de lippenvormpjes uitsteken. Leg ze op een bakplaat, bekleed met bakpapyrus en rooster de lippen lichtbruin in 11 tot 13 minuten, ze zijn dan goudbruin aan de onderzijde.
Wees gewaarschuwd: door de delicate honing en het amandelmeel kunnen de koekjes snel verbranden en bitterzoet worden.

Na het afkoelen kun je de lippen laten glanzen met een balsem van rozerood glazuur.

Deze balsem maak je door 40 gram poedersuiker goed te mengen met ongeveer een lepel frambozenlikeur en iets water tot het dik vloeibaar is. Smeer dit niet te dun uit over de lippen en laat dit een uurtje drogen.

Sapfo’s roze koek smaakt lekker met een beker ambrozijn, aangelengd met vreugde.

© 2015, Inostrate uit Skinnos, geïnspireerd door Rubicocursus over Sapfo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Vogelnestjes glutenvrije voorjaarskoekjes

Alle vogels in onze tuin zijn nu superdruk bezig met nestjes maken en elkaars aandacht trekken. Dat de vorm van dit koekje een vogelnestje is geworden is niet toevallig. De pijnboompitten lijken precies op eitjes.
Het deeg van deze glutenvrije koekjes is heerlijk kruidig door de gemalen kardemom gecombineerd met mahleb of mahlab, een smaakmaker uit het Midden Oosten, te koop in een mediterrane supermarkt.

mahleb kersenpitjes

mahleb kersenpitjes

Mahleb bestaat uit minuscule kersenpitjes met een subtiele amandelsmaak. Het is gemalen te koop maar nog lekkerder is het als je de hele pitjes zelf vijzelt omdat, net als bij kardemom, de smaak snel vervluchtigt na het malen of vijzelen.

Kies de meelsoorten en het bakpoeder glutenvrij.

 

glutenvrije vogelnestjes

glutenvrije vogelnestjes

Wat heb je nodig voor 26 glutenvrije vogelnestjes?

90 gram dieetmargarine
80 gram lichte basterdsuiker
1 eetlepel citroensuiker
1/2 ei
1/4 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel zout
1/4 theelepel fiberhusk
125 gram havermeel
125 gram boekweitmeel
1/4 theelepel gevijzelde mahleb
1/4 theelepel gemalen kardemom
garnering:
1/2 ei
pijnboompitten

De bereiding:

Roer in een mengkom de dieetmargarine met de basterdsuiker en de citroensuiker zacht en romig met een houten lepel.
Voeg dan het halve ei toe en meng dit erdoor.
Meng in een aparte kom de droge bestanddelen: bakpoeder, zout, fiberhusk, haver- en boekweitmeel en de gemalen kardemom en mahleb. Voeg dit mengsel toe aan het romige deel en werk dit door elkaar tot een soepel deeg, eerst met de lepel en daarna met de hand. Is het nog wat te droog, doe er dan nog een lepeltje ei extra bij en bewaar de rest van het ei om te bestrijken.

Laat het deeg een kwartiertje rusten, afgedekt in de mengkom.

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius en plaats een vuurvast bakje water in de oven om te voorkomen dat het koekdeeg teveel uitdroogt. Let op stoomvorming bij het openen van de oven.

Maak van het deeg een lange rol. Snij deze in ongeveer 26 bolletjes ter grootte van een walnoot en druk hierin vrij diep je duim zodat er een holletje ontstaat. Plaats de koekjes op een bakplaat met bakpapier.

Leg in elk nestje enkele pijnboompitjes en bestrijk de nestjes daarna met behulp van een bakkwast met het halve geklopte ei zodat de pitjes blijven vastzitten en een mooie glans ontstaat.

Bak de vogelnestjes in ongeveer 18 minuten mooi bruin en knapperig. Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster.

Geniet van het voorjaar en de koekjes!

Chocolade pompernikkelbrood – bevat gluten

Pompernikkel is een zwart roggebrood afkomstig uit Westfalen, een streek grenzend aan Nederland. Dit heerlijke chocolade pompernikkelbrood is donker van kleur maar licht van structuur en heel mals. Dit brood is voor liefhebbers van apart brood én van chocolade. Het bewerkte recept is afkomstig van Marlena Spieler uit haar boek “De traditionele Joodse keuken”. Deze keuken kenmerkt zich door vele invloeden van allerlei culturen. In dit zwarte roggebrood vind je Duitse smaken zoals roggemeel, bier, karwijzaad en stroop gecombineerd met chocolade en koffie wat weer Zuid-Amerikaans van herkomst is. De combinatie werkt wonderwel en je krijgt een prachtig zeer donker brood wat heerlijk smaakt. Ik heb in mijn recept roggebloem  verwerkt in plaats van roggemeel, de gewone bloem vervangen door volkoren speltmeel en heb er meer bier in verwerkt dan in het originele recept zodat het ook een bierbrood is. Verder heb ik er iets neutrale olie in verwerkt vanwege langere houdbaarheid en minder stroop.

chocolade pompernikkelbrood

chocolade pompernikkelbrood

Wat heb je nodig voor 2 kleine chocoladeroggebroden?

65 gram cacaopoeder
280 gram roggebloem
220 gram volkoren speltmeel
8 gram gedroogde gist
1 theelepel (bakkers)zout
1 eetlepel instantkoffie
1 eetlepel karwijzaad
50 gram keukenstroop
300 cc oud bruin bier
2 eetlepels lauw water
20 gram/cc olijfolie

Bereiding:

Meet alle meelsoorten af en de cacaopoeder en zeef ze boven een mengkom. Voeg de gist, zout, koffie en karwijzaad toe en meng dit goed.
Voeg dan de stroop en de het bier en het water toe en kneed dit tot een soepel deeg. Het mag licht vochtig zijn maar niet plakken.
Laat het deeg afgedekt rijzen op en warme plaats gedurende 2 uur. Kneed het nogmaals door en verdeel het in tweeën.
Bol elk deel op en snij het licht in met een mes in een ruitpatroon. Leg het op een bakplaat bekleed met bakpapier en laat het nogmaals 45 minuten rijzen.

Verwarm de oven voor op 185 graden Celsius.
Bak de pompernikkels gedurende 30 minuten gaar, de laatste vijf minuten aluminiumfolie over het brood doen tegen verbranding.
Als het brood hol klinkt als je erop klopt en lekker ruikt dan is het gaar.
Laat het als het uit de oven komt uitdampen op een rooster en bestrijk het als het nog warm is met een bakkwast met water voor een mooie glans.

Lekker met wat boter bij een kop koffie of bij een uitgebreide lunch.

Kruidig boekweitbrood – glutenvrij

Voor dit heerlijke geurende boekweitbrood heb ik koekkruiden gebruikt waardoor het een lekkere smaak krijgt. Bij boekweit met zijn aardse smaak past dit heel goed. Als variatie kun je ook eens gemalen anijs proberen. Naast boekweitmeel zit er ook iets havermeel en tapioca in het brood voor een goede balans van uiterlijk en smaak.
Dit glutenvrije brood is snel te maken. Je hoeft het niet te kneden want het is een beslag. Na het mengen van alle ingrediënten hoef je alleen maar te wachten tot het voldoende is gerezen en dan kan het de oven in. De garnering van het boekweitbrood bestaat uit zeer kleine korreltjes amarant.  Amarant is een glutenvrije zaadsoort die je kunt koken (in soep of pap) of poffen en er bestaat ook amarantmeel voor gebak maar dit is erg prijzig.
Gebruik voor het brood glutenvrije meelsoorten en het bakpoeder met een glutenvrije aanduiding.

kruidig glutenvrij boekweitbrood

kruidig glutenvrij boekweitbrood

Wat heb je nodig voor het kruidige glutenvrije boekweitbrood?

300 gram boekweitmeel
50 gram havermeel
50 gram tapioca
8 gram gedroogde gistkorrels
8 gram bakkerszout
8 gram bakpoeder
5 gram fiberhusk
12 gram donkere basterdsuiker
1 theelepel koekkruiden
15 gram olijfolie
450 gram lactosevrije melk
garnering:
1 eetlepel amarant of geroosterd sesamzaad

De bereiding:

Neem een metalen broodvorm en vet die goed in met olie en bekleed deze goed met bakpapier tegen het aanbakken.
Zet alle ingrediënten klaar en plaats de mengkom op de weegschaal. Weeg alles af in de volgorde van het recept. Hou de garnering even apart. Zie voor tips voor glutenvrij bakken de stoomcursus.
Roer eerst alles goed door elkaar met een garde, daarna met een siliconen spatel. Het beslag moet de dikte hebben van een stevige pap of dikke yoghurt. Kneden hoeft niet, er zitten geen gluten in die je moet oprekken.
Het broodbeslag kan nu in de broodvorm. Vul deze voor maximaal 2/3. Het brood moet de ruimte hebben maar niet er overheen gaan rijzen. Maak de bovenkant glad met een natgemaakte pannenlikker, dit is belangrijk voor een mooie korst.
Garneer het boekweitbrood met de amarantkorreltjes of met sesamzaad.
Vouw er een ruime en schone plastic zak overheen en laat het rijzen op een warme plek, op een radiator of bovenop een pan warm water.
De rijstijd is ongeveer drie kwartier, het deeg zit dan aan de rand van de broodvorm.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius. Plaats hierbij een vuurvast schaaltje met water in de oven voor de stoom. Let op stoomvorming bij het openen van de oven.
Bak het boekweitbrood bruin in  ongeveer 30 minuten tot het brood mooi goudbruin en geurend is.

Dit kruidige glutenvrije boekweitbrood is een heerlijk basisbrood en alle beleg smaakt er lekker bij.

Glutenvrije boekweitbrood met cranberries of boekweitpistolets vind je misschien ook lekker.

Citroen-amandelmuffins – bevat gluten

Voor Pasen zijn deze heerlijke luchtige en lichte muffins fijn om te maken. Het zijn een soort cakejes met veel smaak door de aparte meelsoorten, de citroensmaak en de lekkere vulling van de gekonfijte vruchtjes. Een deel van de (lactosevrije) roomboter wordt in het recept door (soja)yoghurt vervangen, mijn manier om een cake minder vet en frisser te doen smaken. De meelsoorten zijn uitgezocht op hun kleur, het gele maismeel (te koop bij de toko of mediterrane super) vult het luxe amandelmeel goed aan. De zwarte maanzaadspikkeltjes maken het spannend door het contrast met het geel. Het rijsmiddel natriumbicarbonaat (te koop bij de toko) heb ik toegevoegd voor extra luchtigheid, dit werkt goed bij zure ingrediënten zoals de yoghurt.

citroen-amandelmuffins

citroen-amandelmuffins voor pasen

Wat heb je nodig voor 11 muffins met citroen en amandel?

85 gram (lactosevrije) roomboter
85 gram kristalsuiker
20 gram citroensuiker
1 ei
50 gram fijn polentameel
50 gram amandelmeel
100 gram tarwebloem
5 gram bakpoeder
1 theelepel natriumbicarbonaat
1 theelepel maanzaad
1/4 theelepel zout
115 gram (soja)yoghurt
10 gram/ 1 eetl. citroensap
vulling:
60 gram gekonfijte papaja/ananas
garnering:
amandelschaafsel en greinsuiker

De bereiding

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn, vooral de boter en het ei.
Snij de papaja en de ananasblokjes in gelijke kleine stukjes. Zet ze apart.
Vet een muffinblik in met zachte boter of neutrale olie en bestrooi het licht met wat maismeel.

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.

Roer de boter en de suikers samen tot een romige massa in een ruime mixkom. Voeg dan het ei toe en mix dit samen tot goed gemengd.
Zeef het bakpoeder in een andere kom en voeg dit toe samen met de natriumbicarbonaat, het zout en het maanzaad aan de meelsoorten en meng dit alles goed.
Voeg nu in drie gedeeltes het meelmengsel toe aan het boter-suiker-ei mengsel, afgewisseld met de yoghurt en het citroensap, dus om en om meel en vocht toevoegen. Zo blijft de luchtigheid behouden.
Het beslag moet de dikte van een cakebeslag hebben en net van een lepel afvallen.
Schep als laatste de blokjes gekonfijt fruit door het beslag.

Vul daarna 11 muffinholtes  voor 2/3 met het beslag. Bestrooi elke muffin met wat amandelschaafsel en greinsuiker ter garnering.

Bak de citroen-amandelmuffins nu mooi goudbruin en gaar in 25 minuten. Het amandelschaafsel is dan net gekleurd.
Neem ze uit de oven en laat ze even afkoelen in de vorm. Snij de randjes even los met een scherp mesje en wip dan de muffins uit de vorm. Verder laten afkoelen op een rooster.
De muffins blijven een aantal dagen goed houdbaar en lekker.

Vrolijk Pasen!