Maandelijks archief: augustus 2015

Hartig paprikarondje – glutenvrij

Soms heb je trek in een glutenvrij hartig hapje maar kant en klare snacks bevatten veel vet en zout. Dit zelfgemaakte knapperige en pittige koekje is in zijn soort niet al te vet en het is gemaakt met sojameel waardoor het vol van smaak is. Sojameel is niet zo lang houdbaar en dit glutenvrije recept kun je gebruiken om een restje van dit romig smakende meel snel op te maken. De smaakmakers in dit hapje zijn pitten en zaden, dille en grillkruiden met paprikapoeder waardoor de koekjeskleur licht oranje wordt. Sinaasappelsuiker zit er in voor het tikkeltje zoet en de frisse smaak.
Kies alle meelsoorten en het bakpoeder glutenvrij.

glutenvrije paprikarondjes

glutenvrije paprikarondjes

Wat heb je nodig voor 20 paprikarondjes?

50 gram sojameel
75 gram maismeel
75 gram havermeel
1/4 theelepel fiberhusk
4 gram bakpoeder
3 gram zout
20 gram zonnebloempitten
1/2 theelepel dilletopjes
5 gram grillkruiden met paprika
1 eetlepel sinaasappelsuiker
85 gram plantenmargarine
1/2 ei
3-4 eetlepels water
garnering:
1/2 ei
1 theelepel water
1-2 eetlepels pompoenpitten

De bereiding:

Meng de meelsoorten samen met de bakpoeder. Voeg de fiberhusk en het zout toe, de pitten, de kruiden en de sinaasappelsuiker.
Snij de margarine in blokjes door het meelmengsel en maak er kruimels van.
Voeg dan het halve ei en het water toe en maak er snel een licht vochtig en soepel deeg van. Niet te lang kneden.
Maak er een bal van, wikkel hem in huishoudfolie en laat even opstijven.
Na een half uurtje koelen het deeg tot een worst rollen en er 20 plakjes van maken. Maak er eerst  balletjes van en plet deze balletjes daarna met een deegschraper of brede spatel tot ongeveer 1 centimeter dikte.
Verwarm ondertussen de oven voor op 175 graden Celsius.
Bestrijk de paprikarondjes met het losgeklopte ei en het water en bestrooi ze daarna met de pompoenpitten.
Bak ze lichtbruin, gaar en knapperig in circa 12 minuten.
Ze zijn dan lichtbruin aan de onderkant en bovenop oranjegeel.

Lekker bij een glaasje wijn of een sapje en leuk bij een picknick.

Volkorenspeltbrood met pitten – bevat gluten

Voor een lezing over brood bakte ik dit lekkere pure speltbrood met pitten en zaden. Hierbij kun je kunt variëren met nog meer smaakmakers die ik bij het recept noem.
Speltmeel is niet gezonder qua voedingsstoffen dan tarwemeel en de smaak vind ik persoonlijk niet heel anders. Het bevat ook bijna evenveel gluten dan tarwe, de rassen zijn erg verwant. Het is voor sommigen met een gevoelige darm, ook voor mij, wat lichter verteerbaar dan tarwebrood doordat er minder fructanen in het meel inzitten. Spelt is al bekend in de oudheid als basis voor brood en daarom vind ik het interessant. Als belangrijk voordeel heeft spelt dat door de dubbele kaf rond de korrel er minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn bij de teelt, de aar is beter beschermd tegen gewasziektes. Het malen van de korrels is daarentegen weer bewerkelijker, de kaf moet er twee keer worden afgehaald en dit maakt het meel duurder. Kneden van speltbrood moet niet te lang duren en het deeg voelt wat zachter of slapper aan dan deeg van tarwemeel.

volkoren speltbroden

volkoren speltbroden met pitten

Wat heb je nodig voor 2 kleinere volkoren speltbroden met pitten?

500 gram volkoren speltmeel
10 gram (bakkers)zout
7 gram instant gedroogde gist
2 eetlepel sinaasappelsuiker
2 eetlepels olijfolie
40 gram zonnebloempitten
25 gram pompoenpitten
ongeveer 295 cc handwarm water
garnering:
1/2 geklopt ei en 1 lepel water
maismeel om te bestrooien
enkele eetlepels zonnebloempitten

De bereiding met de hand:

Vet een bakplaat in met wat olie of gebruik bakpapier.
Zet alle ingrediënten klaar en weeg ze af. Zorg voor een warme omgevingstemperatuur en vermijd tocht.
Meng en zeef eerst het meel, het zout en de gist en de sinaasappelsuiker in een ruime mengkom door elkaar.
Voeg de pitten en zaden toe. Maak een kuil in het midden.
Giet de olie en het water in het midden van het meelmengsel en werk dit door het meel. Is het deeg nog te droog voeg dan druppelsgewijs een of twee lepels extra water toe. Is het deeg te nat een of meerdere lepels extra meel erbij strooien.
Beter iets te vochtig dan te droog deeg, door het kneden wordt het ook wat droger. Het deeg moet niet echt plakken aan je handen en loslaten van de bodem van de mengkom.
Haal het deeg uit de kom en kneed nu 5 minuten op je werkblad tot het soepel en elastisch aanvoelt. Dit kan door met de handpalmen de deegbal van je af te duwen op het werkvlak of het deeg verschillende malen uit elkaar te trekken en weer tot een bal te vormen.

Bestrooi het deeg met wat maismeel en zet het deeg in de kom  weg om te rijzen voor de eerste keer. Dit kan op koude dagen op een pan met warm water en met een vochtige doek of een grote plastic zak erover. Op warme dagen is dit niet nodig en kan het afgedekt rijzen bij kamertemperatuur.
Laat het deeg minimaal 1 uur rijzen of tot het volume ongeveer is verdubbeld.

Kneed het speltbrooddeeg na het rijzen nog een keer kort door en vorm er twee langwerpige stokbroden van. Dit doe je door het deeg in tweeën te delen, plat te drukken met je vingers tot een vierkant en weer op te rollen. Zo blijft het goed in vorm bij het rijzen.
Gebruik hierbij maismeel tegen het plakken van het deeg. Strooi dit aan de buitenkant, niet erdoor mengen.
Leg de broden op de vlaaiplaat met bakpapier. Snij de broden aan de bovenkant schuin in met een scherp mesje.
Bestrijk de broden met het ei-watermengsel en bestrooi ze met zonnepitten. Leg er een katoenen doek losjes over.
Laat het deeg in totaal 30 minuten rijzen voor de tweede keer op een warme tochtvrije plek.

Verwarm de oven  voor op 200˚C.
De baktijd is ongeveer 20 minuten voor twee langwerpige broden.
Maak je  één grote bolvorm van dan is de baktijd 30 minuten.
Maak je er kleine broodjes van dan is de baktijd ongeveer 12 minuten, bij 200˚C gebakken.
Als het brood goudbruin is en lekker ruikt en hol klinkt als je erop klopt is het gaar. Het moet ook licht aanvoelen in gewicht.

Variaties op het speltbroodrecept

Kijk wat je in huis hebt of zelf lekker vindt en
– Kies volkoren tarwemeel in plaats van speltmeel en maak het lichter door er deels tarwebloem bij te doen.
– Voeg er 50 gram van de volgende ingrediënten aan toe: gedroogde vruchten zoals rozijnen, cranberry’s, stukjes gedroogde en gewelde abrikoos, noten, amandelen, zonnepitten na de eerste rijs.
– Voeg er kruiden aan toe bijvoorbeeld: 1 eetlepel rozemarijn met 1 eetlepel gedroogde oregano, of 2 eetlepels pizzakruiden of Italiaanse kruiden aan het begin.
– Voeg 4 gedroogde tomaatstukjes toe en 1 fijngesneden sjalotje na de eerste rijs.
– Voeg er 50 gram geraspte kaas door na de eerste rijs.
– Voeg er een eetlepel maanzaad en een eetlepel geraspte citroen- of sinaasappelschil aan toe.
– Kies 1 eetlepel komijnzaad, kummelzaad of venkelzaad aan het begin.
– Strooi er pompoenpitten, maanzaad of sesamzaadjes over na het bestrijken met ei.

Geniet ervan!

 

Glutenvrije bramentaart met crumble

Er zijn weer bramen in augustus en daarom op velerlei verzoek een glutenvrije bramentaart gebakken, boordevol met deze heerlijke vruchten. Ga maar op zoek naar de bramen in je tuin of in de winkel. Bovenop deze bramentaart van cakedeeg zit als extraatje een knapperige crumble. Dit is een kruimellaag van glutenvrije muesli (zonder de rozijnen). Het maakt de glutenvrije taart af en zorgt voor een krokant korstje
Het glutenvrije meelmengsel is licht van kleur en zeer smakelijk door het amandelmeel en havermeel, die geven het een nootachtige smaak. Door de  lactosevrije yoghurt in het recept is het deeg licht en fris en hoeft er minder boter of margarine  in. Ik heb deze keer de frisse minus-L yoghurt geprobeerd, zonder lactose. Als je wel lactose kunt verdragen neem dan gewone halfvolle yoghurt.
Kies alle meelsoorten en bakpoeder glutenvrij.

glutenvrije bramentaart

glutenvrije bramentaart

Wat heb je nodig voor de glutenvrije bramentaart met crumble?

95 gram plantenmargarine op kamertemperatuur
75 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
2 eieren
50 gram amandelmeel
75 gram volkoren rijstemeel
80 gram havermeel
1/8 theelepel zout
1/4 theelepel fiberhusk
7 gram bakpoeder
140 gram lactosevrije yoghurt (minusL, Arla lactofree)
vulling:
250 gram verse bramen
1 eetlepel poedersuiker
1 eetlepel amandelmeel
garnering crumble:
30 muesli (Schär) zonder de rozijnen, dus alleen de vlokken
5 gram havermeel
10 gram kristalsuiker
mespunt kaneel

De bereiding:

Vet een springvorm van 23 cm doorsnede in met wat margarine en bekleed de onderzijde met bakpapier zodat je de taart makkelijk uit de vorm kunt nemen.
Was de bramen en laat ze goed uitlekken, droog ze met keukenpapier. Strooi er het amandelmeel en de poedersuiker over en zet het even weg.
Maak de crumble door de mueslivlokken (geen rozijnen erbij want die verbranden) te mengen in een kommetje met het havermeel, de margarine, de suiker plus de kaneel. Doe dit met je handen tot het kruimels zijn, het meel en de boter moeten niet meer zichtbaar zijn. Laat dit even koel staan.

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Zet een vuurvast schaaltje water in de oven tegen uitdroging. Let op hete stoom bij het openen van de oven.

Mix nu de margarine met de suikers samen tot een romig geheel.
Voeg nu een voor een de eieren toe en meng deze goed.
Weeg nu de meelsoorten, het bakpoeder, zout en fiberhusk af en meng deze goed door elkaar.
Voeg nu in drie gedeeltes dit meelmengsel toe aan het margarine-ei-suikermengsel. Bij de derde portie doe je de yoghurt erbij.
Het stevige cakebeslag moet nu net van de lepel afvallen in stukken. Is het te slap, voeg dan nog een lepel havermeel toe.
Schep de bramen voorzichtig door het cakebeslag en doe alles daarna in de springvorm.
Strooi de crumble gelijkmatig over het deeg.

Bak de bramentaart in 30 tot 35 minuten gaar en bruin. Controleer met een satéprikker, komt die er droog uit dan is de taart gaar.

Geniet ervan in de bramentijd.

Exotische vruchtenwafels – glutenvrij

Haal je wafelijzer maar weer eens tevoorschijn voor dit smakelijke recept voor deze zachte wafeltjes zonder gluten. In de hete zomer kun je dit ook buiten doen, ovengebruik is dan snel te warm. Er zit boekweit- en havermeel in de wafeltjes zodat er veel smaak inzit en vezels en verder iets tapioca voor een luchtiger geheel. De zomerse smaakmakers zijn kokosmelk en limoensap en exotische stukjes fruit en de aparte gembersuiker. Je kunt deze ook vervangen door geraspte verse gember met wat extra suiker maar deze suiker kun je ook eens proberen zelf te maken zodat je een heerlijke smaakmaker in huis hebt die past in allerlei gebak of toetjes en zelfs jam en compote. Kies alle meelsoorten en de bakpoeder glutenvrij.

glutenvrije vruchtenwafels

glutenvrije vruchtenwafels

Wat heb je nodig voor 25 glutenvrije hartjeswafels?

10 gram sukade
6 gewelde abrikozen
80 gram plantenmargarine
80 gram lichtbruine basterdsuiker
25 gram tapiocameel
75 gram boekweitmeel
75 gram havermeel
1/4 theelepel fiberhusk
1 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel zout
2 eieren
20 gram gembersuiker
65 gram kokosmelk
25 cc/gram limoen of citroensap

De bereiding:

Snij de abrikozen in stukjes en meng ze met de sukade. Zet even apart.
Smelt de margarine in een steelpan en laat even afkoelen.
Zeef en meng de meelsoorten met het bakpoeder, zout en de fiberhusk in een grote mengkom. Voeg de gembersuiker hierbij.
Kluts de eieren in een aparte kom en voeg hierbij al roerend de kokosmelk (merk Go-tan, even schudden voor gebruik) plus het limoensap en de gesmolten margarine.
Meng nu deze natte ingrediënten met de droge meelmassa goed met een garde en voeg als laatste de vruchtjes en sukade erbij.
Laat het beslag even rusten. Het wordt vrij dik.

Verwarm het wafelijzer voor en vet het licht in met neutrale olie.

Als het ijzer heet is, vul het dan met een pollepel voor 2/3 met het beslag.
Als de stoomafvoer vermindert, na ongeveer 4 minuten op de middenstand, kijk je voorzichtig of de wafels goudbruin zijn.
Neem ze met een wafelvork uit het wafelijzer en leg ze op een taartrooster om af te koelen.
Wil je ze warm eten, dan kun je ze warm houden op een bord boven een pan met kokend water of in een ovenschaal in de oven bij 100 graden Celsius.

De vruchtenwafels smaken prima met wat poedersuiker.
Als je geen wafelijzer hebt kun je van dit recept ook kleine glutenvrije pannenkoekjes maken.

Zomerse pruimentaart – bevat gluten

Voor in de pruimentijd heb ik een leuke pruimentaart gemaakt in een bladvorm.
Je hebt er geen bakvorm voor nodig en zo maak je als het ware een grote aparte koek met daarop de pruimenpartjes. Fijn als je een overvloed aan pruimen wil verwerken. Bij pruimengebak past heel goed amandelmeel in het deeg. Als extra smaak koos ik voor zoete koekkruiden en een beetje rum. Wil je geen alcohol, neem dan sinaasappelsap.
Tip: Ook in pruimencompote of (halfzoete) pruimenjam passen de zoete zomerse koekkruiden heel goed als smaakmaker. Het is een lichte versie van de wat pittigere winterse koekkruiden.

pruimentaart in bladvorm

pruimentaart in bladvorm

Wat heb je nodig voor de pruimentaart?

75 gram gezeefd volkorenmeel, zonder de grove vezels
125 gram tarwebloem
50 gram amandelmeel
1/4 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel zout
1/4 theelepel zoete zomerse koekkruiden
90 gram koude plantenmargarine in blokjes of roomboter
90 gram suiker
2/3 ei
3/4 theelepel rum

afwerking: 1/3 ei om randen te bestrijken
vulling en garnering:
350 gram rode pruimen in partjes gesneden
1 eetlepel poedersuiker
20 gram pijnboompitten
poedersuiker bij het opdienen

De bereiding:

Teken een gewenste bladvorm uit op een A4 papier met steelt en knip dit uit als sjabloon.
Was en snij de pruimen in partjes, verwijder de pitten. Zorg dat de pruimen droog zijn anders wordt het deeg te vochtig.
Strooi de poedersuiker eroverheen om  het vocht op te vangen wat eruit komt bij het bakken. Zet dit even apart.
Meng en zeef de meelsoorten en het bakpoeder samen. Voeg hieraan het zout en de koekkruiden toe en meng alles.
Voeg hieraan de suiker toe en de in blokjes gesneden margarine en meng dit tot een kruimelig geheel.
Als laatste kan het 2/3 ei erbij en de rum en kneed dan alles tot een glad deeg.
Zet dit een half uurtje in de koelkast om op te stijven.

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius.

Rol daarna het deeg uit tot een lap van 1 cm. op bakpapier en snij de bladvorm uit met een klein mesje. Geen meel meer toevoegen anders wordt het te droog.
Je kunt ook de bladvorm modelleren met je handen maar het is handig als je een voorbeeld hebt.

Bestrijk de randen van het deeg met het resterende ei.
Leg het deeg daarna met het bakpapier op de bakplaat en beleg dan het deegblad met de pruimenpartjes. Druk ze iets aan.
Van het resterende deeg maakte ik kleine balletjes en die kun je in de nerf van het blad leggen.
Strooi de pijnboompitten langs de randen en over de middennerf.

Bak de pruimentaart in 30 minuten gaar en goudbruin.
Laat de taart uitdampen op een taartrooster en strooi er vlak voor het opdienen een beetje poedersuiker over.

Geniet ervan in de pruimentijd.