Auteursarchief: Inostrate

Over Inostrate

diëtiste met als hobby's filosofie en bakken

Glutenvrij zuurdesembrood met teff

Een smaakvol zuurdesembrood met als basis teff gecombineerd met maismeel heb ik deze keer gemaakt. Bij glutenvrij brood is het van belang om goede combinaties te maken met glutenvrije meelsoorten die goede bakeigenschappen hebben en elkaar aanvullen. Teffmeel geeft een goede binding en levert volop vezel en vitamines en een mooie bruine kleur. Maismeel zorgt voor een knapperige korst en een grovere structuur. Tesamen zorgt het voor een mooie structuur en ontstaat een heerlijke graangeur bij het bakken. Het zuurdesem voor dit brood is ook van teffmeel plus mais gemaakt.  Uit mijn experimenten blijkt dat teff een uitstekende en snelle desemstarter is en een weinig actief zuurdesem snel kan oppeppen. Het teff desem ruikt heerlijk maar helaas stort het vrij snel weer in en wordt dan compact, waarschijnlijk doordat het meel heel fijn is. Ook was de kleur van mijn donkere teffmeeldesem niet erg aantrekkelijk, het verkleurde na een tijd in minder aantrekkelijke kleurschakeringen. Vandaar dat ik adviseer om teffmeel te combineren met het neutrale en lichte maismeel in een zuurdesem. Hieronder bij het recept lees je ook hoe je het teffdesem maakt. Zie ook glutenvrije meelsoorten en hun eigenschappen. Het nadeel van teffbrood vind ik dat het snel droog wordt. Dit heb ik ondervangen door er een ruimere hoeveelheid gesmolten margarine in te verwerken. Kort oppiepen voor het gebruik van niet dagvers teffbrood in de magnetron maakt dit brood ook weer net als vers. Kies alle ingrediënten glutenvrij. Er komt in de toekomst nog een zuurdesemrecept met teffmeel als basis.

teffmaisbrd zrdsm glu kl

glutenvrij teff-maisdesembrood met een zuurdesem van teff- en maismeel

Teffdesem maken:
Voor je kunt gaan bakken maak je eerst het glutenvrije zuurdesem van teff en maismeel. Hieronder lees je in het kort hoe dit kan. Zie voor uitgebreide zuurdesemtips: Glutenvrij zuurdesem maken. Met teffmeel krijg je een snelle fermentatie en kun je al op de 5e dag gaan bakken. Het maismeel erbij zorgt voor een stabieler en steviger desem door de grovere structuur. Met deze combinatie van glutenvrije meelsoorten kun je nu aan de slag als volgt:

1e dag: 25 gram teff en 25 gram maismeel en 60 gram lauw water mengen in een weckpot met los deksel.
2e dag: 10 gram teff en 10 gram maismeel en 20 gram lauw water.
3e dag: 10 gram teff en 10 gram maismeel en 20 gram lauw water.
4e dag: 10 gram teff en 10 gram maismeel en 12 gram lauw water.
Je krijgt uiteindelijk 185 gram zuurdesem en hiermee kun je op de 5e dag aan de slag voor dit brood.
Met dit recept maak je precies één brood in een broodbakvorm van 1,2 liter.

MENGEN EN VOORRIJS VAN HET VOORDEEG
7.45 uur:
Meng in een grote mengkom de volgende ingrediënten en roer ze goed door met een siliconen spatel:
185 gram teffdesem met mais
200 gram teffmeel
100 gram maismeel
300 gram lauw water

Laat dit voordeeg 2 uur rusten, afgedekt met een dunne plastic zak op een warme plek. In dit stadium vermenigvuldigen de micro-organismen uit de zuurdesem zich snel door de toevoeging van het meel en het water.
Vet ondertussen een broodbakvorm in met olie en bekleed deze met bakpapier.

DESEM OVERHOUDEN
9.45 uur:

Je kunt alle desem gebruiken en steeds weer opnieuw een desem opstarten óf je neemt een kleine hoeveelheid desem af van dit voordeeg en gebruikt dit om weer een dezem te maken voor het volgende brood. Zie glutenvrij zuurdesem overhouden en bewaren

TOEVOEGEN van de rest van de ingrediënten:
10.00 uur:
Voeg dan de volgende ingrediënten aan het voordeeg toe:
8 gram appelstroop
5 gram citroensuiker 
8 gram bakkerszout
4 gram fiberhusk
25 gram gesmolten plantaardige margarine
plus ongeveer 40 gram lauwwarm water, let op de dikte en voeg het water in stapjes toe
garnering: 2 eetlepels sesamzaadjes

Meng alles zeer goed met de siliconen spatel, een garde of met een mixer tot het  vloeibare beslag een dikte heeft van pap of stevige yoghurt. Als alles goed gemengd is en even staat, moet het deeg dik vloeibaar zijn, ongeveer zoals een stevige roeryoghurt en in stukken van de spatel afvallen.
Is het nog te stevig, voeg dan wat warm water toe. Is het te dun, voeg nog wat extra meel toe. Meel kan afhankelijk van temperatuur en vochtigheid en uitmalingsgraad een andere binding hebben dus aanpassen kan altijd nodig zijn.
Vul de bakvorm voor 2/3 deel met het deeg.
Maak de bovenkanten glad met de schone spatel die je iets vochtig maakt. Bestrooi het teffdesembrood met sesamzaadjes.

LANGE RIJZEN of fermenteren:
Laat het glutenvrije deeg voor het desembrood met teff en mais minimaal 4 ½ uur tot 6 uur rijzen op een warme plek tot het deeg aan de bovenrand van de bakvorm komt.
Doe een schone, dunne doorzichtige plastic pedaalemmerzak over de bakvorm heen tegen uitdroging en het vasthouden van de warmte. Voldoende rijstijd is belangrijk om te voorkomen dat het glutenvrije zuurdesemdeeg onvolledig uitrijst en het brood daardoor klef wordt. In dit stadium van het rijzen vormen zich de gasbelletjes die zorgen voor de luchtigheid van het deeg.

OVEN VOORVERWARMEN EN BAKKEN:
15.00 uur: Verwarm de oven minstens 10 minuten voor op 220 graden Celsius.
Plaats een vuurvast schaaltje met water onder in de oven. Let bij het openen van de oven op de hete stoom!
15.10 uur:
Bak de zuurdesembroden 10 minuten op 220 graden Celsius.
15.20 uur:
Zet de oven terug in temperatuur op 190 graden Celsius en bak het daarna brood nog 35 minuten op deze temperatuur. De totale baktijd van het brood is dus ongeveer 45 minuten. Vergeet hierbij niet dat de baktemperatuur van de broden omlaag gaat na 10 minuten baktijd! Deze wisselende temperaturen zorgen voor een zo groot mogelijke luchtigheid van het brood en een goede garing.

BROOD IS GAAR EN AFKOELEN
ongeveer 15.55 uur:
Het glutenvrije teffdesembrood is gaar als de sesamzaadjes bruin gaan kleuren, het brood  duidelijk ruikt en de bovenkant  goudbruin is. Ook moet het hol klinken als je erop klopt en licht aanvoelen. Wordt het brood te donker bovenop, dek het dan de laatste minuten af met aluminiumfolie.
Haal het gare zuurdesembrood uit de oven en laat het, na het uit de vorm halen, uitdampen op een taartrooster.

Snij het glutenvrije desembrood met teff en mais pas na twee uur aan als het volledig is afgekoeld.

Dit vind je misschien ook lekker en leuk om te proberen:
glutenvrij zuurdesembrood met cranberries en pompoenpitten
of glutenvrij maisbrood met zuurdesem en gist
of glutenvrij kerstbrood met zuurdesem en gist
of glutenvrij kerstbrood in briochevorm met gist voor de komende feestdagen!

 

Advertenties

Appelvlaai met deksel – bevat gluten

Deze heerlijke appelvlaai is bijzonder door de deksel of toeslag zoals we dat in het zuiden van Nederland noemen. Door het deeg bovenop blijft de vulling heerlijk mals net als bij een dichtgeklapte pizza. Het recept is geïnspireerd door een bezoek aan het Belgische St. Pietersvoeren waar we na een fikse wandeling bij een forelkwekerij aan de bron van de Voer een heerlijk stuk appelvlaai aten. Dit was nu eens geen zompige appeltaart zoals je die in Nederland helaas soms krijgt.  Nu wilde ik mijn eigen recept hiervoor gaan maken. Het deeg werd een luxe gistdeeg waarin ik een beetje maismeel verwerkte voor een extra bite. De appelvulling is ook bijzonder fris en fijn van smaak. De suiker bovenop is heerlijk knapperig en geeft een zoete toets. In het deeg en de vulling zit vrij weinig suiker maar het geheel is een smaakvolle appelvlaai geworden. Dat het u goed moge bekomen!

appelvlaai dicht ap kl

Belgische appelvlaai met deksel

Wat heb je nodig voor de appelvlaai met deksel?

350 gram tarwebloem
50 gram maismeel, fijne polentakwaliteit
10 gram instantgist
5 gram zout
40 gram kristalsuiker
35 gram neutrale olijfolie
30 gram roomboter in blokjes
210 gram lauwwarme halfvolle melk
vulling:
4-5 zoete appels
50 gram rozijnen
15 gram maizena of custardpoeder om te binden
aanhangend vocht
15 gram sinaasappelsuiker
1 eetlepel abrikozenjam
garnering:
geklopt ei om te bestrijken
3 – 4 eetlepels grove kristalsuiker

De bereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn en de melk lauwwarm is.
Meng in een mengkom de meelsoorten, de suiker, de gist en het zout met een garde.
Voeg dan de boterblokjes, de olie en de melk toe en kneed er een soepel deeg van. Laat dit afgedekt een uurtje rijzen.
Maak ondertussen de vulling.
Was en week de rozijnen.
Snijd 4 tot 5 appels in kleine blokjes , was ze kort en zet ze op het vuur in een steelpan met aanhangend water of een bodempje water. Stoof dit enkele minuten tot er wat vocht uit de appels loskomt. Voeg dan de rozijnen toe, de jam en de sinaasappelsuiker.toe. Meng de maizena met wat water en maak er een glad papje van. Bind hiermee de appelvulling tot dik vloeibaar. Als je er met de houten lepel een streep trekt moet dit niet meteen dichtvloeien. Proef even of er desgewenst nog wat suiker in kan. Het moet friszoet smaken.
Bestrijk een vlaaivorm met losse bodem met boter of neutrale olie. Kneed het deeg  kort door en verdeel het in twee helften : 250 gram deeg voor het deksel even apart houden en rol het andere deel uit met een deegrol voor de bodem. Strooi licht wat bloem bij het uitrollen van het deeg.
Beleg met het grootste deel de vlaaivorm en drapeer het goed op de bodem en de zijranden. Druk het deeg met je vingers of met de deegrol af op de randen. Prik met een vork gaatjes in de bodem.
Verdeel de afgekoelde vlaaivulling goed over de deegbodem en bestrijk de randen met geklopt ei.
Rol nu met de deegrol het deksel uit, kijk hierbij naar de vlaaivorm hoe groot de diameter moet zijn en maak dit iets groter.
Bestrooi het deksel heel licht met bloem en vouw met de bebloemde kant naar binnen het deeg in vieren. Knip nu met een schaar een klein hoekje uit in het midden en knip op de dichte zijden 3 maal schuin in, net zolas je vroeger knutselde in de kleuterklas. Als je het nu weer uitvouwt is alles wonderbaarlijk symmetrisch. Leg het deksel uitgevouwen op de appelvlaai en rol met de deegrol de randen eraf. Bestrijk het oppervlak met losgeklopt ei en strooi er ruim de grove suikerkorrels over.
Laat de vlaai nu afgedekt een half uurtje rijzen.

Verwarm de oven op 200 graden Celsius.
Bak de appelvlaai in 15 minuten  gaar en goudbruin. Neem na het bakken de vlaai uit de vorm en laat deze afkoelen op een taartrooster.

Misschien vind je dit ook leuk:
appelgalette met boekweitmeel en appeltaart van amandelkorstdeeg

Boekweitbroodjes – glutenvrij

Voor bij een pickcnick in de nazomer of flinke wandeling in de herfst zijn deze boekweitbroodjes een heerlijk tussendoortje maar ook thuis smaken deze gezonde boekweitbroodjes met hun volle aardse smaak heel goed. Ze zijn handgevormd wat een kunst is voor glutenvrij deeg. Ik ben heel tevreden met dit mooie resultaat en deel daarom dit recept graag met jullie. De boekweitbroodjes zijn gevuld met stukjes abrikozen en zonnebloempitten, dit komt de malsheid van het deeg ten goede. Het glutenvrije meelmengsel bevat vooral boekweitmeel en havermeel voor de gezonde vezels plus smaak en wordt luchtiger gemaakt door tapiocameel. Als apart smaakje heb ik er lichtzoete venkelzaadjes in gedaan maar anijszaadjes kan ook. Het deeg heb ik iets dikker gemaakt met wat extra fiberhusk om de ronde vorm erin te behouden. Kies alle meelsoorten glutenvrij met het glutenvrije logo erop. Kijk ook eens op de stoomcursus glutenvrij bakken voor meer baktips.

boekweitbroodjes kl stevig wandelreis glu

gezonde glutenvrije boekweitbroodjes met vulling van abrikozen

Wat heb je nodig voor 15 stevige glutenvrije boekweitbroodjes?

200 gram boekweitmeel
125 gram havermeel
75 gram tapioca
9 gram fiberhusk
8 gram gist
8 gram bakpoeder
8 gram bakkerszout
40 gram golden syrup of appelstroop
35 gram zachte plantaardige margarine
340 gram lauw water
50 gram gewelde abrikozen in kleine stukjes
1 theelepel anijs- of venkelzaadjes
20 gram zonnebloempitten
garnering:
ei om te bestrijken
1 eetlepel sesam- of nigellazaadjes om te bestooien

De bereiding:

Zet een bakplaat klaar en bekleed deze met bakpapier om de deegstukjes zo meteen erop te leggen. Snij de gewelde abrikozen in kleine stukjes ter grootte van een rozijn.
Zeef en meng alle meelsoorten in een grote mengkom samen met behulp van een garde het bakpoeder, gist, zout en de fiberhusk.
Voeg de stroop toe en de zachte margarine en meng dit met een siliconen spatel en voeg daarna al roerende het water toe en meng dit heel goed.
Voeg als laatste de zaadjes, de pitten en de stukjes abrikozen toe. Laat het deeg enkele minuten opstijven tot het dikker is, de fiberhusk moet eerst zijn verdikkende werking verrichten.
Neem dan meteen met de spatel of een grote lepel 15 dikke stukjes deeg van ongeveer 60 gram en leg die op de bakplaat met een ruime afstand van elkaar. Strijk direct hierna de hoopjes van boven glad met iets vochtige vingers of een natte spatel.  Het is even prutsen maar na het rijzen en bakken ziet het er zeker mooi uit!
Strooi op de vochtige bovenkant wat zaadjes over de broodjes en plaats  een grote dunne plastic zak ruim over de bakplaat. Laat de deegstukjes nu 45 minuten rijzen.
Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius en plaats een bakje water onder in de oven voor stoomvorming voor een lekkere broodkorst en tegen het uitdrogen. Let op voor stoomvorming bij het openen van de ovendeur!
Laat de boekweitbroodjes in 20 minuten gaar en goudbruin bakken.
Geniet ervan bij de lunch of tijdens een wandeling.

Romeinse vijgenkoekjes – bevat gluten

Deze Romeinse vijgenkoekjes die ik vijgensnippen heb genoemd zijn geïnspireerd door een tekst van de Romein Petronius (27 na Chr. – 66 na Chr.): het diner van Trimalchio. Hierin wordt beschreven hoe een steenrijke vrijgelaten slaaf een geweldig overdreven feestmaal geeft waarin niets is zoals het op het eerste gezicht lijkt. Als lezer word je voortdurend op het verkeerde been gezet en weet je niet meer wie en wat er nu eigenlijk wordt bespot. De gerechten lijken eerst het één maar blijken opeens heel anders te zijn. De ingewanden van een enorm varken met een vrijheidsmuts  blijken opeens te bestaan uit bloedworsten  plus saucijsjes. Pauweneieren blijken deegkoeken te zijn met een vette vijgensnip erin. Vijgensnippen waren piepkleine vogeltjes, verwant aan de nachtegaal, en deze werden heel decadent in één hap opgegeten. Mijn vegetarische interpretatie van dit hapje is een heerlijk vogelkoekje gevuld met vijgen geworden. Bij de presentatie hiervan is het leuk om de volgende, tikje ordinaire, satirische klucht voor te lezen die je gasten in de juiste feeststemming brengt. Laat hen nog niet weten dat het koekje gevuld is zodat dit een verrassing is!

Feestmaal van Trimalchio, een korte klucht met twee jonge Romeinen: Gaius en Brutus

Gaius: Heb jij ook al eens aangelegen bij een feestmaal van Trimalchio, Brutus?

Brutus: Ja zeker Gaius. Ik mocht gisteren nog bij hem aanschuiven. Heerlijk toegetast en wat een verbazingwekkende hoeveelheden eten: vis met een pittige saus, vetgemeste kippen, gevulde eieren met hoedjes erop. Het was dineren als bij een vorst. Aan het eind kon ik geen hap meer op en geen stap meer verzetten! Mijn buik rommelt nu nog als de Vesuvius en ik laat onwelriekende Flegreïsche gassen gaan.

Gaius: Van die rijke stinkerd ga je nog flink stinken! Trimalchio kan behoorlijk uitpakken bij zijn feestmaaltijden. Die houdt hij een paar keer per week en dan nodigt hij alle burgers van Pozzuoli uit die maar willen. Het is altijd lachen aan zijn tafel met veel vertier op allerlei gebied, ook met plezant theater.

Brutus: Buikpijn krijg je van het lachen én van zijn eten. Gelukkig voor mij had hij ook puur volkorenbrood, dat heb ik liever dan witbrood zodat ik kracht genoeg heb als ik naar achteren ga, dan hoef ik niet te huilen. En jij hebt natuurlijk ook gedronken van zijn nieuwe wijn uit Falerno?

Gaius: Nou en of, de wijnslaven renden zich de benen onder het lijf uit bij de bediening en er vloeide ook een heleboel wijn ónder de tafel.

Brutus: Echt te gek vond ik de jachtscène met het everzwijn. Een everzwijn, gebakken in een korst, waaruit vogeltjes kwamen fladderen, dat was echt het hoogtepunt. Over vogeltjes gesproken, heb jij wel eens vijgensnippen geproefd bij Trimalchio? Heerlijk om deze kleine smakelijke vogeltjes in één hap op te eten! Ik heb er een paar meegepakt, samen met wat verse vijgen in een servet, voor mijn lieve slaafje.

Gaius: Dat is aardig van je Brutus, slaven zijn ook mensen, alleen met een heleboel pech. Jouw lieve slaafje zal ook van de vijgensnippen smikkelen.

© Inostrate, 2018

vijgensnippen kl fil

Romeinse vijgensnippen, gebak met vijgenvulling voor een feestmaal


Wat heb je nodig voor de verrassende Romeinse vijgensnippen?

Vulling:
100 gram gedroogde en gewelde vijgen
50 gram amandelmeel
50 gram honing
1/2 theelepel geraspte citroenschil
10 druppel citroensap
Snij de vijgen zeer fijn en maak ze met een keukenmachine verder fijn en maal ze samen met het amandelmeel, de honing, het citroensap en de rasp tot een smakelijke vulling. Laat dit minimaal een uurtje opstijven in de koeling. Maak er daarna kleine rolletjes of ovaaltjes van zodat ze passen in het vogeltje, neem voor elk stukje ongeveer 4 gram.
(Heb je straks vulling over dan is deze heerlijk in een appeltaart of als beleg op een cracker.)

Koekdeeg voor 15 – 17 stuks:

180 gram tarwebloem
20 gram volkorenmeel
100 gram fijne kristalsuiker
mespunt zout
125 gram koele roomboter in kleine stukjes
1 eetlepel koud water
vogelkoekvormpjes of een sjabloon van een vogeltje
1/2 ei om te bestrijken verdund met een paar druppels water

De slaafse bereiding:


Meng in een mengkom snel het meel en de bloem, zout en suiker met de roomboterstukjes en voeg op het laatst het water toe tot er een soepel samenhangend koekdeeg ontstaat. Niet te lang kneden anders wordt het te taai. Laat dit deeg  een uurtje in de koeling opstijven.

Bestuif het werkblad met wat bloem. Rol met de deegroller de helft van het deeg uit tot een lap van 2-3 mm dikte. Steek er met de uitsteekvorm 15 koekjes uit en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Leg op elk koekje een rolletje vijgenspijs en druk dit een beetje plat. Laat ruimte aan de randen.
Rol de andere helft van het deeg ook uit tot een lap van 2-3 mm dikte en steek er weer 15 vogeltjes uit. Leg de vogeltjes op de spijsvogeltjes en druk de bovenrandjes zo goed mogelijk aan met je vingertoppen zodat de vulling er straks niet uitbakt.
Verwarm de oven voor op 175 °C.
Druk met een vork veertjes uit op het vogellijfj en maak met een sateprikker een oogje in het kopje van het vogeltje.

Verdun het ei met een paar druppels water en bestrijk de vogeltjes ermee voor een mooie goudgele kleur.
Bak de vijgensnippen in het midden van de oven in ca. 17 min. goudbruin en gaar.

Veel plezier bij het feestmaal een lees de klucht erbij als een voorafje!
Leuk om hier eens naar te kijken voor meer achtergrond:
een grappige vertaling van Vincent Hunink’s boek (waarvan hier een fragment )
“Het diner van Trimalchio” dat ik gebruikte tijdens de cursus van Rubico.

Romeins brood met rogge en tarwe – bevat gluten

Dit  brood met landelijke uitstraling is een variatie op het succesvolle Romeinse brood voor alledag. Het heeft een stevige korst en een zacht kruim en is gemaakt van rogge- en tarwemeel en -bloem. Als luxe extraatje is honing en olie erin verwerkt. Het is gerezen met een combinatie van zuurdesem én gist en behoort tot mijn favorieten, ideaal voor beginnende zuurdesembakkers en het lukt altijd. De receptuur is niet moeilijk doordat ik er drie rijsstappen van heb gemaakt en makkelijke verhoudingen die precies kloppen. De smaak van dit robuuste brood is vol door de verschillende meelsoorten, de bijzondere broodkruiden en de lange totale rijstijd.
Het wordt een ruime hoeveelheid deeg en hieruit ontstaan in een keer vier mooie broden van 500 gram. De verwerking van deze hoeveelheid deeg valt heel erg mee omdat dit deeg heel soepel wordt door de fermentatie van het zuurdesem.  Het mengen is het meeste werk, kneden hoeft maar kort zul je merken, het fermenteren (het gedeeltelijk afbreken van de koolhydraten van de granen) zorgt voor een soepel en zacht deeg. Hoe je zuurdesem maakt staat in het kort nog eens extra in dit recept zodat je alles bij elkaar hebt staan. De avond van tevoren maak je voldoende zuurdesem en daags erna kun je gaan bakken. Probeer het maar eens en laat maar weten wat je ervan vindt!

Romeins brood met rogge en tarwe

stevig brood met desem en gist bereid met beider voordelen

Wat heb je nodig voor het Romeinse brood met rogge en tarwe?

100 gram zuurdesem, de avond van tevoren even klaarzetten
200 gram roggebloem óf tarwebloem als variatie
200 gram volkoren roggemeel
400 gram volkoren tarwemeel
400 gram tarwebloem
400 gram lauw water voor de eerste rijsstap
en 300 gram lauw water inclusief 20 gram olijfolie voor de tweede rijsstap
12 gram gedroogde instantgist
1 theelepel venkelzaad
1 theelepel komijnzaad
1 theelepel karwijzaad
40 gram zachte honing
20 gram bakkerszout

Hoe maak je zuurdesem in het kort?

Ik heb een speciaal uitgebreid blogbericht gemaakt over zuurdesem van tarwemeel, dat vind je hier  in dit blog. Het volgende recept is een korte versie hiervan:
Je begint met een mengsel van 100 gram volkorenmeel en 125 gram lauwwarm water. Laat het in een schone weckpot met deksel een paar dagen staan op een warme plek, tussen 20 en 30 graden is optimaal (niet in de zon). Roer twee keer per dag  voor toevoer van zuurstof en om overdaad aan gassen te verwijderen.
Voeg er na een dag of drie 1 eetlepel meel en 1 eetlepel water bij, en ook op dag 4 en 5 nog een keer. Op de zesde dag is je desem klaar, bubbelt volop en kan nu worden gebruikt voor het bakken van zuurdesembrood.
Om je zuurdesem te behouden bewaar je steeds een kleine portie ervan in een afgesloten jampot in de koelkast die je wekelijks voedt met een lepel meel en 1 lepel water.

De avond voor het bakken neem je een portie zuurdesem uit dit potje en vermenigvuldigt deze tot de gewenste hoeveelheid met meel en water.
In dit recept heb je 100 gram zuurdesem nodig. Neem bijvoorbeeld 20 gram uit je jampot en voeg daar 40 gram meel en 40 gram lauw water goed roerend aan toe aan toe zodat je de benodigde hoeveelheid desem krijgt. Laat dit bijvoorbeeld in een grote soepkom afgedekt met een schoteltje erop staan op een warme plaats tot de ochtend dat je gaat bakken.

De bereiding van het Romeinse brood met rogge en tarwe: in 3 rijsstappen

1. Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Meng alle meelsoorten samen in een grote kom.
Neem hiervan 400 gram meelmengsel af en doe dit in een andere kleinere mengkom voor het voordeeg. Voeg hierbij de 100 gram zuurdesem, en 400 gram water en laat dit 3 uur voorrijzen afgedekt met een dunne plastic zak.
Rooster ondertussen de zaadjes kort in een koekenpan tot ze hun geur afgeven. Stamp en wrijf daarna de zaadjes fijner in een vijzel. Als je dit lekker vindt dan kun je voor een rijkere kruidensmaak de gevijzelde zaadjes al toevoegen aan het voordeeg zodat het mee fermenteert. Je kunt ook een grotere hoeveelheid zaadjes of broodkruiden maken zoals ze ook genoemd worden in één keer roosteren en bewaren in een goed afgesloten kruidenpotje. Fijnmalen in een aparte koffiemolen die je alleen hiervoor gebruikt of in een bakje van een staafmixer kan ook bij een grotere hoeveelheid broodkruiden of zaadjes.

2. Meng hierbij na drie uur rijzen de rest van het meelmengsel, de gist, de zaadjes, het zout, de honing en 300 gram lauw water inclusief 20 gram olijfolie heel goed en kneed hier in een paar minuten een soepel deeg van. Dit deeg plakt heel licht maar voeg geen extra meel meer toe. Laat het deeg nu in de grote mengkom, die licht is ingevet met olie, afgedekt onder een dunne linnen doek of een grote schone plastic zak op een warme plek in ruim 2 uur rijzen tot het volume is verdubbeld. Het deeg is nu slapper geworden door het fermenteren.

3. Daarna kneed je het deeg nogmaals kort door. Voeg geen extra meel aan het deeg toe maar strooi als dit toch nodig is een beetje tarwemeel of -bloem op je werkblad en handen tegen het plakken.
Je kunt nu het deeg in 4 delen snijden van ongeveer 500 gram per stuk. Bol de stukken rond of iets langwerpig op. Strooi licht wat roggebloem over de deegbollen, dit kan met een poedersuikerzeefje, en leg ze op met de naad naar beneden op een bakblik met bakpapier.
Laat de broden nu 45 minuten rijzen. Na 35 minuten rijzen de oven voorverwarmen op 200 graden Celsius en zet een vuurvast bakje voor 2/3 gevuld met water in de oven voor stoomvorming. Let op bij het openen van de oven voor de hete stoom. De broodkorst wordt hierdoor nog lekkerder.
Nu snij je de broden in met een scherp mesje zoals op de foto of naar wens voor een mooi uiterlijk en tegen onregelmatig scheuren van de korst.
Bak de broden gaar in 30 minuten. Ze hebben dan een mooie bruine korst en ruiken heerlijk.

Een goed rijs gewenst!

 

Kersentaart – glutenvrij

Mijn dochter houdt erg van kersentaart en als gevolg daarvan hebben we samen een glutenvrije kersentaart gebakken toen ze bij ons thuis was. Het recept is geïnspireerd door een recept van een Italiaanse polentataart. Fijn om samen te maken en daarna gezellig een stukje van deze malse taart proeven, dat geeft veel voldoening. Het is weer kersentijd en je kunt er natuurlijk ook verse kersen in verwerken, ik gebruikte kersen uit een pot wat erg makkelijk is.  De basis is een heerlijk cakedeeg met weinig margarine maar met veel smaak, dit deeg is niet moeilijk te maken. Deze keer gebruikte ik hiervoor een zelfgemaakte luxere glutenvrije meelmengeling van fijn maismeel, rijstebloem en amandelmeel die heel goed past bij de frisse kersen. Als garnering is er een rode jam met kersen erdoor die als een rivier over de taart vloeit. Als laatste mooie afwerking van de kersentaart wat pijnboompitjes, je proeft de zomer erin!  Kies alle meelsoorten en de bakpoeder glutenvrij met het glutenvrije logo.

kersentaart glu kl

glutenvrije kersentaart

Wat heb je nodig voor de glutenvrije kersentaart?

100 gram plantaardige margarine
150 gram kristalsuiker
15 gram citroensuiker
3 eieren M
mespunt zout
50 gram fijne maispolenta
75 gram rijstemeel
100 gram amandelmeel
2 gram fiberhusk
1 theelepel /4 gram bakpoeder
1 dl/100 cc lactosevrije melk
4 druppels amandelessence (Oetker)
vulling;
100 gram rode jam of gelei (bessen bijv.)
snufje kaneelpoeder
250 gram goed uitgelekte kersen op siroop
garnering:
15 gram pijnboompitten

De bereiding:

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn, vooral de margarine en de eieren.
Vet een springvorm goed in met wat neutrale olie of met margarine en bekleed de bodem met bakpapier.
Laat de kersen heel goed uitlekken in een vergiet of zeef. Dep ze nog even na met keukenpapier. Maak de jam iets vloeibaarder met een theelepel warm water, het moet dik vloeibaar zijn voor een goede verdeling over de taart. Zet dit alles even apart met de pijnboompitjes.

Warm de oven voor op 175 graden Celsius met een vuurvast schaaltje water erbij voor de stoomvorming en tegen het uitdrogen van het deeg. Let op de hete stoom bij het openen van de oven.
Neem een grote mengkom en mix hierin de zachte margarine met de suiker en de citroensuiker. Voeg nu een voor een de eieren toe en mix deze erdoor.
Weeg nu de meelsoorten, het zout, de fiberhusk en het bakpoeder af en zeef alles samen in een aparte kom. Meng goed door elkaar met een garde.
Voeg nu in drie porties dit meelmengsel toe aan het margarinemengsel en voeg bij de derde portie de melk erbij en de amandelessence. Laat het een paar minuten opstijven. Het stevige cakebeslag moet nu net van de lepel afvallen in stukken.

Doe nu het beslag in de cakevorm en strijk het eerst glad. Trek daarna in de oppervlakte van het deeg met een lepelsteel grillige rivierbeddingen voor de vulling. Leg in deze riviersporen eerst de rode jam en hierna de goed uitgelekte en afgedepte kersen hier bovenop.
Bestrooi  daarna de taart met de pijnboompitten voor de afwerking.
(Als variatie op de kersen is abrikozenjam met stukjes abrikozen (geweld of uit blik) ook erg lekker.)

Plaats daarna de vorm in de oven en laat de kersentaart gaar en lichtbruin worden in 30 minuten.
Controleer met een satéprikker op gaarheid, als de prikker er droog uitkomt is de taart gaar.

Neem de kersentaart uit de oven en laat hem kort afkoelen alvorens je de springvorm losmaakt (even lossnijden met een mesje) en laat de taart verder uitdampen op een taartrooster. Ik laat de bodem er altijd onder zitten zodat je een taart goed kunt verplaatsen en snijden.

Drink er bijvoorbeeld  lekkere groene thee bij met munt, citroenverbena of citroenmelisse en een fijne zomer gewenst!

 

Ricottataart – bevat gluten

Een prachtige malse Italiaanse caketaart met ricotta heb ik gebakken voor mijn verjaardag. Tijdens een Romereis aten we in een Italiaans familierestaurant een ricottataart met appel als nagerecht. Het traditionele recept van deze torta di nonna was natuurlijk van de grootmoeder van de eigenaar. Het was verfijnd en heerlijk! Het aantrekkelijke aan ricottataart is dat deze heerlijk fris is en vrij weinig boter bevat. Ik maakte mijn eigen versie, met amandelmeel, vanuit verschillende recepten. Mijn visite vond het geslaagd dus durf ik hem wel te bloggen. De naam ricotta betekent tweemaal gekookt. Ricotta is een soort kaas die gemaakt wordt van het waterige wei-gedeelte van de melk, een bijprodukt van de kaasproductie die gemaakt wordt van wrongel, het vaste gedeelte van melk. Maar in wei blijken dus nog veel waardevolle voedingsstoffen te zitten. Ricotta bevat veel eiwit en heeft een luchtige, iets korrelige structuur en lijkt enigzins op kwark. Het bevat weinig vet en zout en daardoor  heel goed te gebruiken als basis voor een minder vette cake. De ricotta zorgt voor een goede emulsie (verdeling) van het deeg en vervangt een deel van de boter. Het beslag van deze taart is wat luxer door het gebruikte amandelmeel en zo ontstaat een smakelijke amandelcake die licht en fris smaakt. Een frisse limoen zorgt voor een zomerse citrustoon. Als vulling en voor extra malsheid zit er geraspte appel in en stukjes abrikoos. Buon appetito!

ricottatrt ap kl(1)

lichte zomerse ricottataart met amandelmeel, appel en abrikozen

Wat heb je nodig voor de ricottataart?

125 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
200 gram kristalsuiker
3 eieren M
geraspte limoenschil van 1-2 limoenen
80 gram amandelmeel
3 druppels amandelessence
150 gram tarwebloem
12 gram bakpoeder
mespunt zout
250 gram ricotta (Galbani)
1 geraspte appel (Elstar) met paar druppels limoensap
7 gedroogde en gewelde abrikozen
garnering:
25 gram amandelsnippers
vlak voor gebruik 1 eetlepel gezeefde poedersuiker

De voorbereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn met name de eieren, boter en ricotta. Vet een springvorm in van 24 centimeter doorsnede en bedek de bodem met een cirkel met bakpapier.
Rasp de limoenen nadat je eerst de schil goed hebt gewassen en gedroogd.
Meng het amandelmeel met de bloem en het bakpoeder en het zout goed met een garde in een aparte kom. Zet dit even apart en druppel er de amandelessence over.
Knip de gewelde abrikozen in kleine stukjes zo groot als een rozijn en zet dit ook even apart. Schil en rasp de appel en druppel er meteen wat limoensap over tegen verkleuring meng dit met de abrikoos.
Verwarm de oven voor op 175 graden.
De bereiding:
Mix de boter samen met de suiker en de geraspte limoen in een grote kom.
Voeg daarna een voor een de eieren toe.
Voeg hier de meelmassa aan toe in twee gedeeltes.
Als dit goed is gemengd tot een luchtige gladde massa kan er de ricotta door. Het beslag moet nu in stukken van de lepel vallen.
Daarna de geraspte appel en de stukjes abrikoos erdoor scheppen.
Giet dit mengsel in de springvorm en strijk de bovenkant glad. Strooi hier de amandelschilfers over.
Bak de ricottataart in ongeveer 40 minuten tot de bovenkant goudbruin is en de amandelschilfers lichtbruin.
Haal de taart voorzichtig uit de oven en haal hem na 5 minuten uit de vorm. Snij de zijkant los met een scherp mesje. Laat hem afkoelen op een taartrooster. De bodem kun je eronder laten zodat je hem makkelijker kunt verplaatsen. Bestrooi de taart vlak voor het serveren met wat poedersuiker met behulp van een (poedersuiker)zeefje.

Heerlijk bij een feestje in de zomer en als nagerecht!
Dit vind je misschien ook lekker: amandeltaart met kersen

kersentaart-ap-kl

frisse kersencake met amandelmeel en Griekse yoghurt