Auteursarchief: Inostrate

Over Inostrate

diëtiste met als hobby's filosofie en bakken

Zoete kastanjepuree zelf maken

Herfst, veel buien en na de overvloedige regen zijn opeens naast de vele paddestoelen ook een boel noten te vinden in het bos. Tamme kastanjes zijn noten die ik vorig jaar voor het eerst heb verwerkt tot een zoete kastanjepuree. In de zomer kreeg ik een potje kastanjepuree uit Frankrijk van een vriendin en ik vond dit zo lekker dat ik het zelf wilde gaan maken. Het rapen is een prikkelende zaak door de stekelige bolsters en het pellen is ook niet zo makkelijk maar misschien kun je het samen met iemand anders doen, dan gaat dit vlotter en is het nog gezellig ook. Het eindresultaat is een verrassend fijn smakende puree die je kunt vergelijken met zachte romige amandelspijs. Je kunt deze puree bijvoorbeeld gebruiken als een laagje onder de vulling bij een appeltaart. Onderaan het recept vind je nog meer mogelijkheden.

kastanjepuree maken

zoete kastanjepuree zelf maken, kost even moeite maar dit is het waard

De bereiding van de zoete kastanjepuree:

Snij de tamme kastanjes in met een zaagmesje, ik deed dit aan de bolle kant. Let op dat je je niet snijdt want de schillen zijn glad en hard.
Laat de kastanjes daarna in een kookpan 5 minuten koken, net onder water.
Pel ze daarna zo snel mogelijk (ze zijn dan nog heet maar dat gaat beter dan na afkoelen) Kies alleen de mooie aardappelkleurige kastanjes uit om mee verder te werken. Is het vruchtvlees donker of anders gekleurd dan zijn ze niet goed.

Laat de gepelde kastanjes nogmaals 15 minuten koken, net onder water. Laat ze uitlekken en weeg nu hoeveel kastanjes je over hebt.
Heb je méér kastanjes gevonden, dan vermenigvuldig je dit volgende recept naar rato:

Voor 100 gram gepelde kastanjes maakte ik in een steelpan met deksel een stroopje van:
90 gram lichte basterdsuiker
10 gram sinaasappelsuiker
120 mililiter water
en een vanillestokje erbij
Laat dit stroopje enkele minuten doorkoken onder af en toe roeren.

Laat daarna de gekookte kastanjes in het stroopje met deksel 15 minuten sudderen onder af en toe roeren. Laat alles even afkoelen want de stroop is zeer heet.
Mix het daarna in een staafmixerbakje. De kastanjepuree heeft nu de dikte van jam. Als je het heel fijn mixt wordt het zalvig maar wat grover is ook lekker. Bewaar de puree in een klein jampotje met deksel in de koelkast. In de koelkast kun je de kastanjepuree wekenlang bewaren en in de vriezer natuurlijk nog langer.

Deze zoete kastanjepuree kun je verwerken in een feestelijke herfsttaart. Dit recept voor een chocolade-kastanjetaart vond ik wel leuk. Maar het is ook lekker als je het smeert als beleg voor brood.

Misschien vind je dit ook lekker in de herfst:

Advertenties

Chocoladetaart met vers fruit – bevat gluten

Bij een chocoladetaart denk je al snel aan een zwaar gerecht, dat heb ik met dit recept proberen te doorbreken. Als inspiratiebron gebruikte ik deze keer een recept uit het sfeervolle boek “De Italiaanse bakker thuis” van Gino D’Acampo” met kleine aanpassingen. Deze chocoladetaart is een stuk lichter verteerbaar doordat boter in het deeg vervangen is door een vetarme zuivelspread waardoor het toch een stevig deeg wordt. Het is een makkelijk te maken roerdeeg wat betekent dat je alles in de volgorde van het recept door elkaar mixt in één kom. De chocoladesmaak is afkomstig van cacaopoeder en geeft een mooie volle smaak aan het gebak wat wel een beetje lijkt op een brownie. De witte topping van magere yoghurt en vetarme zuivelspread bovenop de taart en het verse fruit maken het licht en fris. Allerlei vers fruit van het seizoen kan erop, je kunt variëren met rode of blauwe bessen, frambozen, bramen, ananas of een combi hiervan. Het geheel is heel feestelijk voor bij de koffie of thee en ook lekker als dessert na een Italiaanse maaltijd.

chocoladetaart met rood fruit

lichte chocoladetaart met rood fruit en topping van o.a. yoghurt

Wat heb je nodig voor deze chocoladetaart met rood fruit en topping?

150 gram spread naturel light AH 16% vet
120 gram fijne kristalsuiker
10 gram sinaasappelsuiker
2 eieren M
1/2 theelepel kaneel
mespunt zout
100 gram tarwebloem
6 gram bakpoeder
22 gram cacaopoeder
Topping:
50 gram spread light 16% AH
100 gram dikke naturel biologische magere yoghurt
1 eetlepel poedersuiker of zoetstof als je minder suiker wil gebruiken
Vulling bovenop:
200 tot 300 gram verse rode of blauwe bessen, bramen of frambozen óf goed uitgelekte ananas uit blik

De bereiding:
Neem een vierkante koekvorm van 20cm bij 20 cm en vet deze licht in met olie en bekleed deze ruim met bakpapier zodat het lossen straks makkelijk gaat en laat het uitdampen op een rooster..
Verwarm de oven voor op 190 graden Celsius.

Doe de spread met de suikers en eieren in een grote kom en mix alles glad. Zeef daarna de bloem, kaneel, zout, cacapoeder en de bakpoeder erbij en klop dit ook glad met de mixer.
Giet het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad.

Bak de taart in 25 minuten gaar. Neem de taart uit de vorm met het papier en laat deze uitdampen op een rooster.

ls de taart afgekoeld dan kan de topping erop. Neem hiervoor de spread en de yoghurt plus suiker of zoetmiddel en meng dit glad. Strijk het op de bovenkant van de taart. Leg hier de gewassen en goed gedroogde vruchten op, liefst vlak voor het gebruik, en strooi er eventueel wat zoetmiddel over. De taart is gekoeld goed een dag houdbaar.
Buon appetito!

Misschien vind je dit ook leuk om te bekijken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abrikozentaart – glutenvrij

Midden in deze warme zomer van 2019 een frisse glutenvrije abrikozentaart die heerlijk smaakt bij koffie en thee maar ook heel geschikt is als een feestelijk dessert. Ik maakte deze vorig jaar voor mijn verjaardag en iedereen heeft ervan gesmuld. De taart werd mooi hoog en was vol van smaak door o.a. amandelmeel, wat geraspte gember voor een lichte ondertoon en frisheid en de citroensuiker maakte de smaak af. Als je vlierbloesemsiroop zelf gemaakt hebt of in huis hebt dan kun je deze hierbij gebruiken als een extra smaakmaker om de abrikozenjam te verdunnen. Geniet van deze taart en van de zomer!

abrikozentaart glutenvrij

zomerse abrikozentaart zonder gluten maar met veel smaak

Wat heb je nodig voor de glutenvrije abrikozentaart?

100 gram zachte plantaardige margarine
150 gram kristalsuiker
15 gram citroensuiker
3 eieren M
mespunt zout
50 gram maismeel, polentakwaliteit
75 gram rijstemeel
100 gram amandelmeel
2 gram fiberhusk
4 gram bakpoeder
2 centimeter verse gember geraspt
100 gram lactosevrije melk
Vulling:
2 eetlepels abrikozenjam en 1/2 eetlepel water of vlierbessensiroop
1 blik goed uitgelekte abrikozen óf verse halve abrikozen of pruimen (12 stuks)
15 gram pijnboompitten

De bereiding:

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Laat de abrikozen uit blik goed uitlekken, eerst in een zeef en dan droogdeppen met keukenpapier.
Vet een springvorm in van 20 centimeter doorsnede met neutrale olie en bekleed deze met bakpapier.  Schil de gember en rasp deze fijn.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Weeg alle meelsoorten af en zeef ze samen met het zout, de fiberhusk, bakpoeder en meng de gember erdoor in een aparte kom.
Mix de margarine met de suikers luchtig in een grote mengkom. Voeg daarna een voor een de eieren toe. Voeg als laatste de melk toe in drie delen, om en om met steeds een derde deel van  het meelmengsel toe uit de aparte kom. Zo behoud je de meeste luchtigheid.
Schep het beslag in de springvorm en strijk de bovenkant glad.
Verdun de abrikozenjam met de vlierbessensiroop in een kommetje en verdeel dit als een kringelend riviertje gelijkmatig over de taart. Leg de abrikozen goed verdeeld hierop en strooi de pijnboompitten erover.
Bak de taart in 30 minuten mooi bruin. Eventueel na afkoelen nog wat vlierbloesemsiroop erover druppelen en vlak voor het opdienen, bestrooien met poedersuiker .

Misschien vind je deze glutenvrije pruimentaart ook lekker:

pruimentaart24juli

pruimentaart van glutenvrij korstdeeg

 

 

Venkelkoekjes van Seneca – bevat gluten

Een korte reisimpressie, een historische ‘vondst’ van een unieke brief van de filosoof Seneca en een venkelkoekje, dit alles deze keer in het blog van dasanderekoek!
In de maand mei was ik in Italië op een groepsreis met Rubico om in de voetsporen van de Romeinse filosoof Seneca te treden. Hierbij werd de stad Pozzuoli bezocht, het vroegere Putuoli. Deze stad was in de Romeinse tijd een zeer belangrijke haven die zorgde dat het oude Rome bevoorraad werd van graan uit Afrika en zeldzame producten uit Azië. De stad ligt aan een azuurblauwe baai in de buurt van Napels en in deze omgeving verbleven rijke Romeinen in hun grote zomervilla’s met een luxe badcultuur. Onderstaande foto’s geven een impressie van deze reis.


Seneca was als filosoof en politicus de leraar van de jonge keizer Nero en Seneca regeerde tegelijkertijd het Romeinse Rijk in de jaren 54 tot 62. Daarna probeerde hij tijdens de regering van de alleenheerser Nero de politieke moraal in Rome nog enigzins positief te beïnvloeden door zijn geschriften waarin hij bedekte kritiek uitte. Openlijke kritiek zou hem meteen de kop kosten. Onze reisgroep kreeg ’s morgens uitleg over een aantal van Seneca’s brieven. Hierin vertelde hij over de omgeving van Putuoli die bij hem filosofische overpeinzingen opriep en indirecte kritiek waren op Nero’s beleid voor een goede verstaander. Als ode aan Rubico  stelde  ik de volgende satirische brief samen in Seneca’s schrijfstijl die ik ‘vond’ in de Romeinse opgravingen onder ons kuurbadhotel Neronensis. In het volgende fragment van mijn brief verwerk ik onze reiservaringen.

Seneca overdenkt zijn leven tijdens een verblijf in Putuoli en beschrijft aan zijn denkbeeldige vriend Lucillius het volgende idee:

Wat zou er gebeurd zijn als ik een kleine filosofenschool had opgericht, Lucillius? De beste manier om iets te leren is immers om er les in te geven. Deze filosofenschool zou de naam kunnen dragen die mij hier in Putuoli voor de geest komt: Rubico Neronensis. Op deze school zou ik volwassenen lesgeven, zowel mannen als vrouwen uit alle delen van het Romeinse rijk. Waar denk je anders dan in Baiae zou ik de school oprichten zodat we een voortreffelijk uitzicht hadden op de blauwe baai en kaap Micene? Boven de ingang van de school zou de tekst Anima Felix Vivas iedereen welkom heten. In de onderliggende gewelven van het schoolgebouw zou ik een sobere badgelegenheid plaatsen want hygiëne is erg belangrijk. De leerlingen zou ik in de ochtenduren vrijmoedig voorlezen uit mijn brieven aan jou Lucillius, en samen zouden we erover van gedachten wisselen. In de middaguren stel ik me dan voor om hen  wandelend rond te leiden langs de  villa’s van Scipio en Vatia, wiens levens voorbeeldig waren. Zonder gezelschap is geluk onmogelijk en al filosoferend zouden we leren hoe te leven en te sterven. Als leraar zou ik sober gekleed zijn, in korte Griekse toga en mijn haren zouden kortgeknipt zijn. Ook de leerlingen zouden zich kleden in korte mantels en dunne beenkleding en sandalen aan hun voeten dragen. We zouden gezamenlijk eten van gezonde maaltijden met vis, schaal en schelpdieren uit de baai, veel groenten en een kleine hoeveelheid brood. Alles met mate want een overmaat aan eetlust loopt uit op vetzucht, daarom moet dit vermeden worden, niet uit oogpunt van zelfbeheersing, maar van gezondheid. De sfeer zou ontspannen zijn want slaven zorgen voor de maaltijden en slaapgelegenheden. Inderdaad, Rubico Neronensis is iets groots wat ik nog ooit had willen bereiken. Wat denk je Lucilius, vind je dit een belachelijk idee? Wie met zichzelf kan lachen is nooit belachelijk.
Hartelijke groeten, Seneca

© jaar 65, Seneca – brief in mei 2019 gevonden door Inostrate in de kelderruimte van hotel Neronensis te Pozzuoli            

Als idee voor een filosofisch tussendoortje vond ik bij een plaatselijke Italiaanse bakker in Pozzuoli een lekker licht zoet knabbelkoekje. Het was gemaakt van een soort brooddeeg (Tarallini geheten) dat uitstekend past bij Seneca’s sobere levensstijl én bij de plaatselijke eetcultuur van Pozzuoli/Putuoli waarin graan, olie, wijn en venkelzaad voorkomen. Je kunt dit nu zelf gaan maken.

venkelknabbels fil kl

venkelzaadkoekjes voor de filosoof Seneca


Wat heb je nodig voor Seneca’s knabbelkoekjes met venkel?

200 gram tarwebloem
50 gram volkorentarwemeel
3 gram zout
1 theelepel gevijzeld venkelzaad
6 gram bakpoeder
30 gram pijnboompitten
30 gram vloeibare honing
50 gram olijfolie
95 gram water en/of witte wijn

De bereiding:

Meng eerst de droge bestanddelen, het meel, de bloem, zout, bakpoeder, venkelzaad en pitten in een kom door elkaar en voeg daarna de honing, olijfolie en het water of de wijn toe en kneed hiervan een soepel deegje.
Verwarm de oven op 175 graden Celsius.
Neem kleine stukjes deeg van 20 gram en maak er dunne rolletjes van van ongeveer 9 centimeter. Sla dit om je vinger en knijp de uiteinden samen zoals bij een tortellini. Leg alle rondjes op een bakplaat met bakpapier en bak ze in 16 minuten goudbruin, ze worden wat donkerder aan de onderkant. Draai de oven uit en laat het knabbelgebak daarna nog twee minuten nagaren en uitdrogen in de afkoelende oven.
De broodkoekjes zijn het lekkerst op de dag van het bakken als ze vers en warm zijn maar je kunt ze ook kort bewaren in een goed afgesloten trommel nadat ze afgekoeld zijn en oppiepen in een koekenpan om ze weer knapperig te maken.
Deze lichtzoete venkelzaadknabbels zijn lekker bij een glaasje wijn of bij een picknick of maaltijdsoep als bijgerecht en bij het lezen van de brieven van Seneca.

Ook gevaarlijk lekker en leuk om te lezen zijn de gifkoekjes voor Seneca gemaakt door Agrippina, de moeder van Nero!

gifkoekjes seneca2 klein

de gifkoekjes voor Seneca

Emmerbrood met een knip – bevat gluten

Emmer is een oud tarweras dat tegenwoordig weer geteeld wordt en zeker de moeite waard is om eens te proberen. In Nederland kwam deze graansoort al in de IJzertijd voor en werd gebruikt in bier en brood. Het is net als spelt een oude graansoort die al duizenden jaren gebruikt wordt maar door de lagere opbrengst en kortere houdbaarheid is verdrongen door andere tarwerassen. Wil je meer lezen over emmertarwe kijk dan eens op dit blogbericht van Ineke Berentschot, een deskundige collegablogster die al veel met emmermeel heeft gebakken. De smaak van mijn emmerbrood was bijzonder lekker, heerlijk nootachtig en een beetje zoet. Om het uit te proberen heb ik het voor de eerste keer verdund met tarwebloem voor een makkelijk te kneden brood maar in de toekomst ga ik zeker over op puur emmermeel en ga ook proberen om er zuurdesembrood mee te maken. Ik  kreeg een mooi lichtbruin brood wat niet kruimelig was, prachtige sneetjes opleverde en wat lang vers en smakelijk bleef. Het deeg is niet moeilijk te bewerken maar is vrij slap doordat het minder gluten bevat, daarom is bakken in een bakvorm aan te raden. Erg lang kneden was niet nodig want het deeg was snel soepel. Niet te lang kneden is ook belangrijk om te voorkomen dat het deeg taai wordt, net als bij speltmeel. Ik maakte er een knipbrood van door met de schaar puntjes in de bovenkant te knippen vlak voor het in de oven ging. Emmervolkorenmeel is o.a. te koop bij de Zuidmolen in Groesbeek. Koolzaadolie is een fijne oliesoort die afkomstig is uit Nederland en heeft een mooie gele kleur en is in elke grote supermarkt te vinden.

emmer ap (2) kl

emmerbrood met knipjes in de korst

emmer ap kl

emmerbrood doorgesneden

 Wat heb je nodig voor het brood met emmermeel?

400 gram emmervolkorenmeel
400 gram tarwebloem
12 gram instant gistkorrels
15 gram bakkerszout
15 gram sinaasappelsuiker
30 gram koolzaadolie
10-20 gram tarwebloem voor bij te strooien
480 gram lauw water

De bereiding:

Kneed in een vijftal minuten een licht vochtig deeg van de ingrediënten in een mengkom en later op je werkblad. Strek het deeg uit elkaar en klap het weer dubbel en herhaal dit enkele keren. Voeg er als laatste 10 tot 20 gram tarwebloem aan toe voor een steviger en soepel deeg zodat je er een bol van kunt maken.
Laat het deeg afgedekt in een dun met olie besmeerde mengkom met een dunne plastic zak erover gedurende 75 minuten rijzen op tochtvrije plaats.
Smeer een groot bakblik met een inhoud van 2,5 liter in met koolzaadolie. De afmetingen van mijn bakblik waren: 8 cm hoog, 26,5 cm lang en 10,5 cm breed. Je kunt dit brood ook in twee kleine bakvormpjes bakken, je krijgt dan meer heerlijke korst en grappige kleine sneetjes. De baktijd is dan ongeveer 5 minuten korter.
Kneed het deeg goed door en vorm er een langwerpige rol van. Plaats deze in het bakblik en laat het 30 tot 45 minuten narijzen tot het de bakvorm vult.
Knip het deeg vlak voor het bakken in met een scherpe schaar tot een knipbrood. Zet de schaar loodrecht op het deeg en knip een patroon naar wens aan de bovenkant.
Verwarm de oven voor op 225 graden en plaats een vuurvast bakje water in de oven voor stoomvorming en een lekkere korst. Let bij het openen van de ovendeur op de hete stoom.
Bak het brood eerst 5 minuten op 225 graden en zet de oven daarna terug op 200 graden Celsius en bak het daarna nog 25 minuten tot het deeg mooi bruin is. De totale baktijd is dus 30 minuten voor de grote vorm, de kleine bakvormen 5 minuten korter.
Wordt het deeg te donker, doe er dan de laatste 5 minuten aluminiumfolie over.
Laat het deeg volledig afkoelen op een rooster voor je het gaat aansnijden.
Geniet van een snee emmerbrood met bijvoorbeeld belegen kaas of een pittige bergkaas erop, heerlijk.

 

Glutenvrije haverkoekjes

Weer eens smakelijke en unieke glutenvrij koekjes gebakken voor mijn blog dasanderekoek! Ik vind het iedere keer weer een fijne verrassing als ik experimenteer met de glutenvrije meelsoorten en er is zoveel mogelijk! Deze keer heb ik vooral havermeel gebruikt waardoor de koekjes knapperig zijn en vol voedingsvezels. De tapioca maakt het geheel luchtiger en geeft ook een stevige structuur zodat een bijzonder licht en lekker koekje ontstaat wat een beetje lijkt op een kokosmacron.  De haverkoekjes bevatten geen ei, de smaak is kruidig licht zoet en ze zijn heerlijk bij een kopje thee. De bereiding is gemakkelijk en de koekjes zijn in korte tijd klaar. Gebruik hierbij meelsoorten en bakpoeder met een glutenvrije aanduiding of logo zodat je koekjes gegarandeerd glutenvrij zijn.

havertapiocakoekjes

glutenvrije luchtige haverkoekjes

Wat heb je nodig voor 14 glutenvrije haverkoekjes?

80 gram havermeel
50 gram tapioca
1/4 theelepel fiberhusk
3 gram bakpoeder
4 gram koekkruiden
1/4 theelepel zout
50 gram plantaardige margarine
50 gram lichte basterdsuiker
5 gram sinaasappelsuiker
garnering:
1 theelepel lichte basterdsuiker

De bereiding:

Zeef en meng het havermeel en de tapioca samen met de fiberhusk, het bakpoeder, de koekkruiden en het zout in een kom.
Smelt de margarine tot vloeibaar in een steelpan op het fornuis en meng hierin de basterdsuiker en de sinaasappelsuiker met een spatel. Laat dit 10 minuten afkoelen.
Verwarm de oven ondertussen voor op 160 graden Celsius.
Spatel de meelmassa door de boter-suikermassa en meng dit goed met de hand. Maak er 14 deegballetjes van ongeveer ter grootte van een walnoot en leg deze op een bakplaat met bakpapier.
Bestrooi elk koekje met een klein beetje basterdsuiker ter garnering.
Laat de haverkoekjes in de oven in ongeveer 14 minuten bakken tot ze lichtbruin aan de bovenkant worden, ze zijn dan wat donkerder aan de onderkant.
Laat ze afkoelen op een taartrooster en bewaar ze daarna goed afgesloten in een koektrommel.
Meer glutenvrije koekjes bakken? Mischien vind je onderstaande recepten op dit blog ook leuk!

Paasbrood met gist, lang gerezen – bevat gluten

In vijf duidelijke bakstappen ontwikkelt zich dit rustieke gistbrood met rozijnen tot paasbroden met een aparte volle smaak, een heerlijke korst en een zachte kruim. De smaak en het uiterlijk lijkt wat op zuurdesembrood maar is wat zoeter doordat het gemaakt is met gist. Ik ben er dol op en wil dit graag aan mijn bloglezers doorgeven. De techniek om dit brood te maken wordt in Frankrijk veel gebruikt. Het deeg begint met een poolish, een nat deegstuk wat je de avond van tevoren al bereidt zonder te kneden. De twee eerste stappen is alleen roeren en mengen. Tussen elke bakstap is een lange rijs- en rusttijd waarin de smaak zich ontwikkelt. Het ietwat vochtige deeg wat bij de derde stap ontstaat moet je één keer rekken en vouwen.  Niet heel moeilijk maar wel precies de stappen opvolgen, dan komt het goed en er is een filmpje bij het recept. Het lichtbruine brood met een de vulling van noten en rozijnen is geschikt voor feestelijke dagen. Laat je vulling en anijs weg dan is het ook een fijn rustiek brood voor alledag. Geniet ervan!

paasbrood 2019

heerlijk paasbrood met gist gemaakt en lange rijstijden

Vijf bakstappen om het paasbrood te bereiden

  1. Begin de avond tevoren met het maken van de poolish: het slappe voordeeg gemaakt van meel, water en gist. Ik nam hiervoor een grote glazen kom en:
    250 volkorentarwemeel
    3 gram instantgist
    250 gram lauw water
    Roer deze ingrediënten kort door elkaar met een siliconen spatel  in een grote mengkom tot alles goed vermengd is. Plaats hier een bord bovenop om de poolish te beschermen tegen uitdrogen. Zet de poolish na de bereiding op een tochtvrije plek op kamertemperatuur. Laat dit 8 tot 12 uur ontwikkelen. De poolish wordt heel luchtig en groot en dit komt de smaak ten goede.
  2. In de ochtend erna voeg je toe aan de poolish:
    250 gram tarwebloem
    200 gram lauw water
    5 gram instantgist
    Roer alles kort goed door met de spatel, het blijft een dikke vloeibare massa. Laat dit 2 uur rijzen afgedekt met het bord bij kamertemperatuur. Vanaf nu duurt het ongeveer 4½ uur voor je broden klaar zijn als je het stappenplan volgt.
    Was de krenten en rozijnen en laat ze een paar minuten wellen in warm water voor stap 3 en droog ze daarna goed.
    Het is extra smakelijk om de noten licht te roosteren in een droge koekenpan.
  3. Nu voeg je toe aan het voordeeg van stap 2, in een flinke mengkom:
    250 gram tarwebloem
    13 gram bakkerszout
    4 eetlepels olijfolie/koolzaadolie
    3 theelepels citroensuiker
    2 theelepels gemalen anijszaad
    Vulling voeg je toe ná het rekken en vouwen:
    100 gram gewelde krenten en rozijnen
    50 gram noten, hazelnoten, cashewnoten en of amandelen.Meng alles goed door, behalve de vulling van noten en rozijnen, eerst in de mengkom en later op je werkblad. Het deeg is vrij slap en licht plakkerig. Kneed het deeg nu een tiental minuten tot het soepel is door het te rekken en te vouwen. Probeer geen extra bloem toe te voegen aan het deeg en als het deeg aan het werkblad plakt gebruik dan een deegschraper om het bij de grote deegbal te vegen. Trek het deeg steeds uit elkaar en laat ook de zwaartekracht het deeg weer in elkaar maken als je het terugvouwt na het rekken. Je merkt steeds beter dat er elastische glutenstrengen ontstaan. Zie dit filmpje van Richard Bertinet waarin hij dit moeiteloos voordoet maar hij is dan ook zeer ervaren.
    Kneed als laatste kort de vulling erdoor zodat deze goed verdeeld is over het deeg. Neem nu je allergrootste mengkom. Strooi  licht wat tarwebloem om het deeg heen en leg het deeg in de kom.
    Laat dit deeg nu weer 1 uur rijzen, afgedekt met een ruime dunne schone plastic zak.
  4. Kneed nu het deeg kort door, alleen de overtollige lucht eruit duwen. Je merkt nu dat het deeg minder plakkerig is geworden.
    Verdeel het in 3 gelijke stukken van ongeveer 475 gram per stuk.
    Bol de deegstukken stevig op door het in drieën te vouwen en nog eens dubbel te vouwen en maak er een ovaalvorm van, voor de eivorm van het paasbrood. Probeer de vulling niet te laten uitsteken om verbranden hiervan te voorkomen.
    Bebloem de deegbollen heel licht alleen aan de onderkant. Laat het deeg nu nogmaals 30 minuten rijzen op een bakplaat met bakpapier met een grote dunne schone plastic zak eromheen.
  5. Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius en plaats een vuurvast schaaltje met water onder in de oven voor stoomvorming. Let op voor hete stoom bij het openen van de ovendeur.
    Bebloem de 3 paasbroden nu licht bovenop vóór het bakken met (rogge)bloem met behulp van een klein poedersuikerzeefje. Maak daarna een snede van ongeveer een centimeter diep midden over het deeg (zie foto) met een scherp kartelmesje.
    Bak de broden in ongeveer 25 minuten gaar en goudbruin en heerlijk geurend.
    Neem de paasbroden uit de oven en laat ze afkoelen op een taartrooster. Je kunt ze goed invriezen.
    Fijne paasdagen en veel bakplezier gewenst door Inostrate!Dit vind je misschien ook leuk:
    paaskip
    feestelijk roggebrood
    kerstbrood met vulling van amandelspijs
    Romeins brood voor alledag