Auteursarchief: Inostrate

Over Inostrate

diëtiste met als hobby's filosofie en bakken

Meergranenbrood met desem en gist – bevat gluten

Dit meergranenbrood is een smaakvol bruinbrood met verschillende meelsoorten: volkorentarwemeel, roggemeel, havermeel en tarwebloem. Het heeft een  volle smaak die ontstaat door een langere rijstijd met weinig gist en door de toevoeging van zuurdesem. We noemen een combinatie van deze twee rijsmiddelen een hybride brood. Van het recept maakte ik 4 kleinere vloerbroden, op de foto staan er drie van. Door meer broden tegelijk te bakken bespaar je ook elektriciteit. De broden hebben een broekje van zonnepitten waardoor de zaadjes aan de onderkant goed in het deeg bakken en er nauwelijks afvallen bij het snijden. Dit meergranenbrood is een van van mijn favorieten om te maken. Voor je begint maak je eerst de avond van tevoren een portie actief zuurdesem actief, de ochtend erna kun je dan aan de bak.
Fijne paasdagen gewenst voor iedereen met lekker brood! In het verleden heb ik al vele recepten voor feestbroden gemaakt in dit blog. Voor deze feestelijke (glutenvrije) paasrecepten kies “pasen” in de tagwolk als zoekterm of klik hier

meergranenbrood

meergranenbrood met desem en gist

Wat heb je nodig om meergranenbrood te bereiden?

Zorg dat je de avond van tevoren bij 20 gram zuurdesem van je moederdesem 65 gram volkorentarwemeel en 65 gram water toevoegt en in een afgedekt kommetje zet zodat je de ochtend erna 150 gram lekker bubbelende actieve zuurdesem hebt.
De totale bereidingstijd is 5 ½ uur maar de meeste tijd staat het brood lekker te rijzen en hoef je niets te doen, alleen de tijd in de gaten te houden.
8 uur in de ochtend begin je met het voordeeg:
150 gram actieve zuurdesem
2 gram instantgist
200 gram volkoren tarwemeel
200 gram handwarm water
1 theelepel gevijzeld venkelzaad
1 theelepel gevijzeld komijnzaad
Alles goed mengen in een mengkom en afdekken met een bord. Dit 3 uur laten fermenteren.
11 uur:
In een grote mengkom doe je:
het voordeeg
50 gram volkoren roggemeel
60 gram volkoren havermeel
100 gram volkoren tarwemeel
550 gram tarwebloem
10 gram instantgist
16 gram bakkerszout
20 gram olijfolie of koolzaadolie
380 gram water
2 eetlepels sinaasappelsuiker
garnering straks:
4 volle eetlepels zonnebloempitten
Weeg alles af en meng goed door elkaar. Kneed het deeg daarna op je werkblad even door tot het soepel is, het hoeft niet lang te worden doorkneed, de lange rijs zorgt voor een goede binding en structuur van het deeg. Vet de mengkom licht in met wat olie en laat het deeg 1 uur rijzen.

12.15 uur:
Verdeel het deeg in 4 gelijke stukken van 460 gram met een deegsteker, doorkneden hoeft niet alleen de lucht er iets uitdrukken. Bol de deegstukken mooi op door de naden naar beneden te vouwen en er spanning op het deeg staat. Strooi de zonnebloempitten in een diep bord en druk de deegbollen met de onderkant hier goed in zodat de zaadjes blijven kleven. Leg de deegbollen op een bakplaat bekleed met bakpapier en bescherm het deeg met een grote dunne plastic zak tegen tocht. Laat het meergranendeeg nog een half uur rijzen.
Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden en zet een vuurvast bakje met water in de oven voor stoomontwikkeling. Let op voor hete stoom bij het openen van de oven.

13.00 uur:
Maak 3 schuine sneden aan de bovenkant van de broden vóór het bakken  met een scherp mes. Bak de broden ongeveer 25 minuten bij 200 graden, als je erop klopt aan de onderkant moeten ze hol klinken, mooi bruin zijn en lekker ruiken, dan zijn ze gaar!
13.25 uur:
Haal de meergranenbroden uit de oven en laat ze afkoelen op een rooster.
Dit brood is elke dag lekker met alle belegsoorten en smaakt heerlijk bij een maaltijdsoep. Of belegd met deze heerlijke vegetarische bonenpaté met cranberries.

Misschien vind je dit ook lekker om te maken:
paasbrood lang gerezen en paasbrood in de vorm van een kip

Romeins brood voor alledag en Romeins roggetarwebrood

Advertentie

Valentinos, chocoladebolletjes – glutenvrij

De heerlijke chocoladebolletjes van dit recept zijn ideaal om als kooltjes vuur de brandende liefde van je geliefde op Valentijnsdag aan te wakkeren. Deze valentinos bevatten smaakvolle glutenvrije meelsoorten, havermeel en boekweitmeel en amandelmeel, plus veel puur cacaopoeder. Dit cacaopoeder heb ik verwarmd in de margarine en de suikerstroop waardoor de chocoladesmaak extra naar voren is gekomen, het deeg ruikt heel erg lekker bij de bereiding. Als je roomboter kunt verdragen maakt dit de smaak nog voller dan met plantenmargarine. Aan de lekkere geur dragen ook het pittige kardemompoeder en de sinaasappelsuiker bij, onweerstaanbaar voor je geliefde. Gebruik glutenvrije meelsoorten met het glutenvrije logo voor dit recept en een liefdevolle Valentijn gewenst!

valentinos glutenvrij

verrukkelijke glutenvrije valentinos

Wat heb je nodig voor 24 valentinos of glutenvrije chocoladebolletjes?

75 gram plantaardige margarine
40 gram suikerstroop, Zeeuws meisje
10 gram sinaasappelsuiker
25 gram cacaopoeder zonder suiker, Buisman
100 gram havermeel
100 gram boekweitmeel
25 gram amandelmeel, biologisch van Jumbo
40 gram donkere basterdsuiker
1/4 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel fiberhusk
1/4 theelepel zout
1/4 theelepel kardemom (of koekkruiden)
2/3 losgeklopt ei M
2 eetlepels koud water
garnering:
1/3 ei
2 eetlepels kristalsuiker vermengd met mespuntje kardemom

De bereiding:

Verwarm in een steelpan de margarine tot deze is gesmolten, niet verder verhitten.  Dan doe je er roerend de cacaopoeder bij en de sinaasappelsuiker. Voeg daarna de suikerstroop toe en roer dit door elkaar met een siliconen spatel zodat er geen klontjes meer zijn. Het ruikt nu al heerlijk. Laat dit pannetje een half uurtje afkoelen op een koele plek.
Ondertussen meng je de droge ingrediënten door elkaar in een ruime kom:
havermeel, boekweitmeel, amandelmeel, basterdsuiker, bakpoeder, fiberhusk, zout en kardemom.
Meng in een klein schaaltje voor de garnering de kristalsuiker met de kardemom. Zet dit even apart.
Als de cacaomassa is afgekoeld kan deze in de grote mengkom bij het meelmengsel gevoegd. Voeg hierbij ook 2/3 ei toe en 2 eetlepels water, kneed het kort tot het deeg glanzend en soepel is. Het 1/3 deel van het ei apart houden in een ondiep schaaltje.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Maak van het chocoladedeeg 24 balletjes van 20 gram per stuk, ongeveer de grootte van een walnoot. 
Dip de balletjes eerst in het schaaltje met ei, even uitdruppen en dip het daarna in het kardemom-suikerschaaltje. Plaats de balletjes op de bakplaat met de topping bovenop.
Bak de valentinos bij 175 graden in 12 minuten gaar, let op voor verbranding want er zit amandelmeel in, de onderkant is dan caramelbruin gekleurd en ze ruiken heerlijk.
Neem de chocoladeballetjes uit de oven en laat ze afkoelen op een taartrooster.
Presenteer ze aan je geliefde of aan een lieve vriend of vriendin op een mooi schaaltje, ze zullen je waarschijnlijk altijd trouw blijven.
De volgende recepten uit het archief van dasanderekoek zijn ook niet te versmaden met Valentijn:
klik hier voor: hartvormige Valentijnbroodjes met kaas, en
hartjeswafels met appel erin

glutenvrije valentijnbroodjes met kaas

 

glutenvrije vruchtenwafels

glutenvrije vruchtenwafels

Klik hier voor: glutenvrije kersenamandeltaart en glutenvrije bonbonkoekjes!

 

 

Eropemmai, amandelkoeken van Plato – bevat gluten

Symposion toespraak van Gulzigoros over de liefdeskoeken: eropemmai

In het Symposion van Plato, dat zich afspeelt in de vierde eeuw BC in Athene, prijzen de gasten tijdens een drinkgelag in veel variaties Eros, de Griekse god van de liefde. De volgende toespraak werd helaas niet meer herinnerd maar de tekst ervan is gelukkig recent herontdekt. Gulzigoros blijkt de spreker te zijn, bekend in Athene vanwege zijn gebrek aan matigheid. Waarschijnlijk is dit de reden dat Plato deze toespraak niet heeft opgenomen in het Symposion.

…. Gulzigoros neemt het woord na Eryximachos: Voordat ik begin moet ik nog even aan de eerbiedwaardige arts Eryximachos mededelen dat zijn recept tegen het boeren, waarvan ik veel last heb…burp… nog niet geholpen heeft. Het kostte teveel inspanning om alles precies op te volgen… Ik kies voor een andere invalshoek voor mijn toespraak over de god Eros, die geheel afwijkt van die van de vorige spreker.
Bezing me de banketten, Muze, met goudbruine broden en zachtzoete koeken op de welgevulde tafels. De god Eros is op vele dingen gericht, in het bijzonder ook op wat er op aarde wordt gemaakt. Vooral wat uit de ovens komt van de bakkers die hun ambacht uitoefenen met veel kennis. Dat besef heeft mijn vriendje, de jonge bakker Makaron met zijn mooie gezicht, me bijgebracht en hij heeft er heel veel verstand van, hij is door Eros geraakt. Zijn liefde voor de bakkunst maakt dat ik nu heel goed in mijn vel zit (klopt op zijn buik en boert weer). Hij heeft ook heerlijke amandelkoeken voor mij gemaakt die ik eropemmai, gebak van Eros, genoemd heb en waar ik óók niet van kan afblijven, hahaha. Ik heb ze meegenomen om te laten proeven. De liefdesgod zorgt hierbij voor een onweerstaanbaar verlangen naar iets wat voortreffelijk ruikt als het uit de oven komt en wat verrukkelijk aanvoelt in de mond. De dichteres Sappho beschrijft treffend het genot van een heerlijke roze koek in haar gedicht, wat mij betovert als ik het hoor:
Hij lijkt mij voor de goden gemaakt te zijn,
de roze koek die tegenover mij op tafel ligt
en van dichtbij ruik ik hoe hij zachtzoet geurt
naar bijenhoning…

Door Eros beroerd, verlangt de mens naar de bevrediging door gebak en dit wordt voorafgegaan door het watertanden, al bij de gedachte hieraan. Gebak kan eenvoudig zijn en smaakvol zoals brood. Maar een verleidelijke koek die er mooi uitziet en een zinnelijk effect geeft in je mond, schenkt het meeste genot. De lust hiernaar móét worden ingewilligd en je wil steeds méér …burp… De drang naar het eten van eropemmai is het grootst in gezelschap met iemand die je liefde kan geven, dit kan man, vrouw of knaap zijn. Tijdens het aanliggen aan de dis kijk je in elkaars ogen en wordt de smaak van de koek en het gevoel in je mond ervan opperbest. Dit wordt allemaal door de god van de liefde geleid. De onderlinge genegenheid tussen de tafelgenoten wordt vergroot, de vriendschap neemt toe, Eros beroert de ander. Men geeft elkaar zelfs stukjes koek in de mond…burp…hahaha.
Gebak en goudbruin brood worden hoog gewaardeerd en horen bij allerlei feestelijkheden. Bij offerandes worden zij gebruikt om de goden gunstig te stemmen. Eros wordt zo geprezen  voor het genot dat hij ons geeft en dan vooral voor het eten van de amandelkoek die mij zoveel voldoening geeft, o, die eropemmai… Volgens mij moet ik nu echt even uitbuiken …burp… ik geeft het woord nu aan Sokrates, die vast nog wat prikkelende vragen heeft over deze toespraak. Hij kijkt al wat bedenkelijk….

© Plato, lang vermiste deel van Symposion, herontdekt in 2021 door Inostrate, Skinnos

Erotoph, koekjes voor bij het Symposion van Plato

Het bijpassende recept van de eropemmai, gemaakt door de bakker Makaron rond 411 BC, is gereconstrueerd en bewerkt naar moderne ingrediënten door culinair filosofe Inostrate
  
 Wat heb je nodig om eropemmai te maken?


75 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
100 gram amandelmeel,  kort en heel licht geroosterd in een koekenpan
100 gram gezeefde tarwebloem
4 gram bakpoeder
1 gram zout
115 gram roomboter in kleine blokjes

De bereiding moet plaatsvinden met veel liefde:

Rooster het amandelmeel licht in een droge koekenpan voor meer smaak. Laat even afkoelen op een bord en meng het daarna met de gezeefde bloem en het bakpoeder in een grote mengkom. Voeg de suikers en het zout toe.
Snij de boter in kleine blokjes en meng dit bij het meel-suikermengsel.  Meng alles nu met de hand vlot door elkaar en kneed door. Als het een egale massa is dan maak je er een rol van met een doorsnede van 2 centimeter.
Laat de rol even opstijven op een koele plek gedurende een half uur. Snij daarna plakjes van 1 centimeter breedte. Probeer de plakjes rond te houden door de rol geregeld te draaien als hij vierkant wordt.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Vlij de eropemmai op de bakplaat.

Bak de eropemmai in 13-14 minuten tot ze lichtbruin worden aan de randen en lekker ruiken. Let op, de koeken kunnen aan de onderkant verbranden door het tere amandelmeel, controleer dit aan het einde van de baktijd en blijf erbij. Haal ze voorzichtig van de bakplaat, ze zijn nog slap en breekbaar en laat ze afkoelen op het bakpapier op een rooster. Dan zijn ze heerlijk bros geworden en een feest in de mond.

Klik hier voor : Sapfo’s roze koek

Klik hier voor: De Makaron van Plato

Speculaaspoppen – bevat gluten

De stoere speculaaspoppen uit dasanderekoek zijn deze keer gemaakt met maismeel naast de basis van tarwebloem. Ze zijn een lekkere variatie op speculaas en passen dus goed in de koudere novembermaand als de kruidige smaken je kunnen verwarmen.  Het maismeel voor de pitpoppen is een glutenvrije meelsoort waar ik een voorstander van ben en  geeft dit koekje een lekker knappertje. Ook de zaden en pitten die erin verwerkt zijn dragen daaraan bij.  Het koekje wordt iets droger door deze ingrediënten  en daarom zit er een ei in om de binding van het deeg te bevorderen.  De smaakmakers zijn zelfgemaakte speculaaskruiden maar iets mildere koekkruiden kunnen ook. Veel plezier met (samen) bakken!
Voor de komende decembermaand vind je deze recepten misschien ook leuk: kerstgebak en brood van dasanderekoek uit vorige jaren.

pitpoppen-kl-ap

speculaaskoekjes met pit

Wat is er nodig voor een bakplaat vol met pitpoppen?

100 gram roomboter in stukjes
50 gram lichte basterdsuiker
40 gram keukenstroop Zeeuws meisje
3 theelepels speculaaskruiden
100 gram tarwebloem
100 gram maismeel van fijne polentakwaliteit (mediterrane winkel)
2 gram bakpoeder
1 gram zout
1 eetlepel losgeklopt ei, bewaar de rest
15 gram zonnebloempitten
15 gram pompoenpitten
15 gram pijnboompitten
rest ei om te bestrijken

De bereiding:

Deze koekjes zijn het makkelijkst te maken met een mixer of keukenmachine.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Roer de roomboter in stukjes samen met de suiker en de stroop tot een zachte massa. Voeg de speculaaskruiden toe en meng.
Weeg en zeef de twee meelsoorten, het bakpoeder en het zout samen en voeg die toe in twee keer aan het boter-suikermengsel.
Voeg dan een eetlepel ei toe en daarna de zaden en pitten. Niet langer kneden dan noodzakelijk anders gaan de pitten kapot.
Rol het deeg uit op een licht bestoven werkblad nadat je het eerst plat hebt geduwd met je vingers. De koekjes mogen ongeveer een halve centimeter dik zijn. Steek ze uit met een koekvormpje wat je steeds zachtjes in een kleine hoeveelheid bloem steekt zodat het koekje beter loslaat. Leg de koekmannetjes naast elkaar op een bakplaat met bakpapier.
Bestrijk de pitpoppen dun met rest eigeel voor een mooie afwerking.
Bak ze mooi bruin en gaar in 10 minuten. Let op voor verbranden, met de keukenstroop gaat het ineens snel dus blijf erbij. De onderkant moet egaal bruin zijn.
Lekker bij de thee of koffie. Ook lekker zijn: Roggerondjes met pompoenkruiden 

zoete-roggerondjes-ap-kl

zoete roggerondjes met pompoenkruiden

 

Quinoabrood – glutenvrij

Dit heerlijke brood bereid met quinoameel heeft een volle smaak en een fijne structuur net als van een cake maar bevat geen eieren. De kleur van het brood is mooi licht doordat er lichtgekleurde meelsoorten in zijn verwerkt: quinoa, mais – en rijstemeel. Quinoa is hierbij het meest smaakbepalend. Dit meel is nogal zwaar en duur, daarom koos ik er maismeel en rijstemeel bij voor luchtigheid en kleur. De voedingswaarde is erg goed, vooral quinoa bevat heel veel gezonde voedingsstoffen zoals eiwitten en extra voedingsvezel. De korst van dit quinoabrood is bijzonder lekker. Dit glutenvrije  quinoabrood heb ik gemaakt met gist en bakpoeder plus een kleine hoeveelheid haverzuurdesem voor  extra broodsmaak. Een glutenvrij deeg heeft altijd extra hulpmiddelen nodig om goed te kunnen rijzen, vandaar dat ik altijd minstens twee rijsmiddelen in een glutenvrij broodrecept toepas. Het bakpoeder zorgt voor een goede start en de gist zorgt voor de verdere rijs. De desem helpt ook mee bij de narijs. Als je glutenvrije desem hebt staan is dit heerlijk om in een brood te verwerken als extra smaakmaker en om het langer vers te houden. Vind je dit alles teveel van het goede dan kun je de desem ook weglaten. Zie verder tips voor bakken van glutenvrij brood en informatie over het quinoameel bij bijzondere glutenvrije meelsoorten.

quinoabrood glu kl

glutenvrij quinoabrood met een volle smaak en cakestructuur

Wat heb je nodig voor het glutenvrije quinoabrood?

90 gram zuurdesem van havermeel (zie glutenvrij zuurdesem maken)
200 gram quinoameel Peaks, Le Poole
100 gram rijstemeel
100 gram maismeel
8 gram bakpoeder
8 gram bakkerszout
8 gram instant gistkorrels
8 gram fiberhusk
10 gram lichte basterdsuiker
10 gram citroensuiker
20 gram olijfolie
360 gram lauw water
garnering: 1 eetlepel lijnzaadjes

De bereiding:

Zorg dat je voldoende zuurdesem hebt en maak dit de avond van tevoren, je kunt 20 gram moederdeeg bijvoeden met 35 gram havermeel en 35 gram water en dit afgedekt op een warm plekje zetten. Dit zuurdesem is vooral voor de smaakontwikkeling in het brood, niet primair om te rijzen en kun je ook weglaten.
Vet je bakvorm in met olie en bekleed deze met bakpapier om te voorkomen dat het deeg aan de vorm kleeft.
Meng eerst alle droge ingrediënten: het meel, bakpoeder, bakkerszout, de gistkorrels, fiberhusk, basterdsuiker en de citroensuiker. Roer alles goed door elkaar met een garde.
Voor de natte ingrediënten neem je een spatel. Voeg dan goed roerend het zuurdesem toe, de olijfolie en het lauwe water. Giet het beslag, wat een dikke yoghurt moet gelijken, in de beklede bakvorm. Maak de bovenkant glad met een natte spatel en strooi er de lijnzaadjes over ter garnering.
Laat het deeg nu ruim 1½ uur rijzen.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius en laat het quinoabrood 30 minuten bakken bij 200 graden Celsius.
Neem het daarna uit de oven en laten het 5 minuten afkoelen in de vorm. Neem het daarna uit de vorm en laat goed afkoelen alvorens je het gaat snijden. Dit quinoabrood kun je prima invriezen in sneetje en is zonder beleg al heerlijk maar lekker met alle soorten beleg.

Appelchutney met gember, rode ui en cranberries – glutenvrij

Deze heerlijke chutney maak ik al vele jaren als er volop appels in onze tuin rijp zijn. Een chutney is een zoetzure saus met vruchten en groenten erin en veel smaakmakers. Door alles samen te koken tot het een goede dikte heeft wordt het een heerlijk bijgerecht dat heel goed smaakt bij allerlei andere gerechten. Er zijn vele soorten chutney te koop maar ik vind ze vaak niet lekker uitzien en vlak van smaak. Zelf maken is dan ook mijn devies. De kleur van deze appel-gemberchutney wordt prachtig rood door de cranberries en de rode ui. Tomatenketchup is ook een soort chutney. Deze sauzen kun je lang bewaren als je ze goed heet in schone potten doet na het inkoken. De aanwezige suiker en de azijn zorgen voor een lange houdbaarheid ervan. Chutney moet je even leren eten en uitproberen waar jij het lekker bij gaat vinden. Ik gebruik het vaak bij vegetarische vleesvervangers of in stoofvlees met kip of rundvlees. Het past ook goed bij een gehaktballetje en als bijgerecht bij een rijstmaaltijd waar geen saus bij is. Een lepel chutney is bij een stamppotje of een boterham met hartig beleg een fijne toevoeging.

chutney

frisse en kruidige chutney met appel, rode ui en cranberries

Wat heb je nodig voor de appelchutney met gember, rode ui en cranberries?

Voor 3-4 jampotjes heb je nodig:
1000 gram of 1 kilo appelstukjes
citroensap tegen het verkleuren van de appelstukjes
100 gram rode ui 
100 gram cranberries
4 bolletjes stemgember
1/4 theelepel gemalen kruidnagel
250 milliliter appelazijn (Kühne)
500 gram kristalsuiker (je kunt ook variëren door de helft van de kristalsuiker te vervangen door lichte basterdsuiker) 
2 kaneelstokken
1/2 theelepel witte peper

De bereiding:
Het is fijn als je hulp hebt bij het snijden en het is ook gezellig om het samen te maken want het is wel even snijden. Kies een wijde jampan om de chutney in te bereiden.
Schil en snij de appels en uien in kleine stukjes. Druppel er wat citroensap over tegen het verkleuren van de appels. Voeg dan de cranberries toe. Snij daarna de bolletjes stemgember heel klein en voeg deze toe.
Weeg de suiker en azijn af en giet deze in de pan bij het appelmengsel en voeg als laatste de specerijen toe.

Meng alles goed door elkaar en breng de massa aan de kook. Laat alles ongeveer 30-40 minuten zachtjes pruttelen zonder deksel, onder af en toe roeren met een houten lepel. Vooral op het einde kan de saus aanbranden dus even blijven opletten. De chutney moet nu indikken tot jamdikte. Het gaat nu kruidig en sterk ruiken in je keuken.

Maak ondertussen de jampotjes goed schoon en spoel ze extra af met kokend water. Kijk of de deksels gaaf zijn en niet geroest, het zuur kan de deksels aantasten.
Vul de schone potten zo snel mogelijk met een vultrechter als de chutney klaar is en draai de deksels goed dicht.
De appelgemberchutney is zeker een jaar houdbaar. Is een potje eenmaal geopend, bewaar het dan in de koelkast, daar kun je het zeker 3-4 weken nog bewaren.
Veel plezier met het maken ervan en experimenteer verder met specerijen en soorten suiker! Hou je niet van gemberbolletjes of heb je ze niet in huis, neem dan 4 eetlepels gembersiroop.

 

Oudgrieks vijgenbrood

Deze blogpost onthult een nog onbekend verhaal van de Oudgriekse tragedie Oeidipoes en Hatsikat. Het is recent gevonden door amateurarcheologe Inostrate in een kelder van een bakker in West-Turkije. Deze ontdekking is bijzonder omdat vele Oudgriekse tragedies verloren zijn gegaan. In deze streek in Turkije werd ook het beroemde geschrift de Poëtica van Aristoteles ontdekt. In de Poëtica filosofeert Aristoteles over het schrijven van een goed verhaal voor een tragedie en maakt hiermee een belangrijke start met het schrijven over theater en kunst. Het pas teruggevonden plot over de tweelingbroers Oeidipoes en Hatsikat wordt toegeschreven aan de tragedieschrijver Uischillos. Het dateert waarschijnlijk van 335 voor Christus. Een vijgenbrood speelt hierin een belangrijke rol en zodoende zeer interessant voor Inostrate.
Het verhaal gaat over tweelingbroers, beide belangrijke legeraanvoerders, die zijn bezeten door eerzucht en onderlinge competitie. Het papyrus waarop het verhaal werd geschreven was verfrommeld en stond vol doorhalingen met rode inkt. Waarschijnlijk is het afgekeurd en nooit opgevoerd op een Grieks festival. Wat zou hiervoor de oorzaak kunnen zijn, is de vraag die Inostrate zich hierbij stelt. Zij vraagt uw hulp en oordeel aan de hand van de criteria van Aristoteles voor het schrijven van een goed plot voor een tragedie. De belangrijkste criteria zijn, zoals geleerd bij de filosofieschool Rubico:
Is het verhaal van de tragedie gebaseerd op een Griekse mythe en kan het dus “waar gebeurd “ zijn?
Zit er een duidelijk begin, midden en einde aan het verhaal?
Is er een ommekeer in het verhaal en krijgt de hoofdpersoon een beter inzicht in zichzelf en zijn levensloop?
Zijn alle handelingen functioneel en relevant, kan er misschien iets worden ingekort of weggelaten? Lees hieronder enkele malen het plot door van Oeidipoes en Hatsikat en reageer daarna op deze blogpost van dasanderekoek

vijgenbrood fil kl

vijgenbrood wat overwinningen schenkt

Oeidipoes en Hatsikat  door Uischillos  

Proloog
Het verhaal begint als Oeidipoes, de koning van Thebe, een uiterst kostbaar gouden harnas laat maken van belastinggeld, opgebracht door de bevolking van Thebe. De blinde ziener Blindales heeft voorspeld dat van de tweelingbroers Oeidipoes en Hatsikat, gelijktijdig geboren via een keizersnede, diegene uiteindelijk koning zal worden die onoverwinnelijk zal blijken te zijn.

Episode
Een terugblik naar het verleden. De Atheense legeraanvoerders Oeidipoes en zijn tweelingbroer generaal Hatsikat vechten dapper samen met hun legers tegen Thebe. Zij leveren beiden een moedige strijd en verliezen weinig manschappen door hun juiste tactieken. Oeidipoes wint de strijd als zijn leger overwint met een slim plan, ingefluisterd door zijn eerzuchtige vrouw Diadema. Hij doodt de heersende koning van Thebe en diens familie ontvlucht het koninkrijk. Oeidipoes neemt de macht over en  ontwikkelt zich tot een tiran. Hij wordt steeds meer overheerst door eerzucht. Zijn angst voor het verlies van de macht neemt toe. De ziener Blindales voorspelt Oeidipoes dat als hij een gouden harnas draagt, hij onoverwinnelijk zal blijven. Het volk van Thebe lijdt onder zijn tirannieke bewind. Men sterft van honger onder de torenhoge belastingen die nodig zijn voor de uitgaven om een groot leger te handhaven en om het gouden harnas van Oeidipoes te bekostigen .

Episode
Oeidipoes en zijn vrouw Diadema hebben maar één dochter, Xandra, die de toekomst kan voorspellen maar niemand die haar gelooft. Xandra waarschuwt haar vader tegen het gebruik van het gouden harnas en maakt voor hem een geluksbrengend vijgenbrood. Dit magische brood zal de overwinning brengen aan wie het zal eten. Oeidipoes lacht haar waarschuwingen weg en weigert het brood, hij kan geen vijgen verdragen. Diadema, de vrouw van Oeidipoes, kan geen kinderen meer krijgen en gelooft dat haar kinderloosheid de straf is van de goden voor haar eerzucht. Ze springt uit wanhoop in de rivier de Meander en wordt opgegeten door het watermonster Hydra. Oeidipoes krijgt steeds meer wroeging, slaapt nauwelijks meer en wordt halfgek. Xandra waarschuwt haar vader nog een keer dat er een nog groter onheil gaat gebeuren maar hij gelooft haar niet.

Episode
Hatsikat, de tweelingbroer van Oeidipoes is ondertussen ten strijde getrokken met een enorm leger naar de naburige staat Korinthië om daar een zekere overwinning te behalen. Als Oeidipoes dit verneemt, raakt hij vertwijfeld en doodt hij de vrouw en  alle kinderen van zijn broer. Hatsikat snelt terug vanuit Korinthië als hij van de moordpartij hoort en zint op wraak. Hij gaat Thebe belegeren. Op een zoektocht naar Oeidipoes in een vermomming als bedelaar vindt hij het vijgenbrood van Xandra in het paleis van Oeidipoes. Hatsikat heeft dagen niets gegeten en eet het helemaal op. Hij wordt betrapt door Oeidipoes, die zijn gouden harnas draagt en zich onoverwinnelijk waant. Er vindt een achtervolging plaats. Op een hoogvlakte treffen de tweelingbroers elkaar weer en er volgt nu een beslissende tweestrijd. Oeidipoes wordt bij heldere hemel plotseling getroffen door een bliksemschicht. Iedereen denkt het de toorn is van is oppergod Zeus, de bliksemslingeraar, omdat een gouden harnas alleen aan de goden toebehoort. Oeidipoes raakt verlamd en wordt daarna gedood door Hatsikat.

Aftocht
Hatsikat trouwt met zijn nicht Xandra die hem door haar vijgenbrood de uiteindelijke overwinning schonk. Hij wordt koning van Athene en Thebe.

© Inostrate 2021
vertaling: Gé Krawinkels

Wat heb je nodig voor het overwinning schenkende vijgenbrood ?

200 gram gewelde vijgen
80 gram amandelmeel
mespunt kaneel
2 eetlepels sinaasappelsuiker
(Kaneel en sinaasappels waren destijds nog onbekend bij de Grieken en werden pas veel later in Europa gebruikt. Xandra, die voor haar vader dit vijgenbrood maakt, had al wel voorspeld dat deze smaakmakers zouden worden ontdekt. Helaas geloofde niemand haar…)
De bereiding:
Rooster het amandelmeel heel licht in een koekenpan onder goed roeren bij matige warmte tot het lekker gaat ruiken. Laat even afkoelen op een bord.
Verwijder de steeltjes van de gewelde vijgen. Maak de vijgen kleiner en maal ze fijn tot een pasta in het bakje van een staafmixer. Meng dit daarna met het amandelmeel, de kaneel en de sinaasappelsuiker, gebruik hiervoor een spatel. Het broodmengsel is klaar als het aan elkaar plakt en alles goed is verdeeld.
Maak er een broodvorm van met schone handen. Versier de platte bovenkant met amandelmeel en een koekvormpje als sjabloon. Laat het vijgenbrood in een afgedekte schaal een paar uur opstijven in de koelkast en dien het op in kleine puntjes of plakjes.
Lekker bij een glas wijn met vrienden.

Rabarberkoek – glutenvrij

Deze frisse licht zoete rabarberkoek of -taart werd geïnspireerd door de goede oogst van onze rabarber in de tuin plus de komst van vrienden. De regenbuien waren gestopt en de lente kwam er eindelijk aan. Een fijne gelegenheid om na een lange winter weer lekker samen buiten te kunnen zitten. De rabarberstengels waren mooi rood en mals en daardoor niet erg zuur. Rabarber is een groente maar doordat we het zoeten met suiker of honing denken we vaak dat het fruit is. Alleen de stengels zijn eetbaar, daarin zit een geringe hoeveelheid oxaalzuur, in de bladeren zit teveel oxaalzuur. We merken dit aan de stroevere tanden na het eten ervan. Planten maken oxaalzuur aan om zich te beschermen tegen vraat van insecten. Voor ons is het advies om  niet vaker dan twee keer per week rabarber te eten omdat calcium uit de voeding slechter wordt opgenomen door de binding met oxaalzuur. Het is in ieder geval heerlijk om rabarber te gebruiken in een glutenvrije taart omdat het deeg heel sappig blijft. In het recept heb ik zelfs géén fiberhusk als vochtbinder toegevoegd hierdoor. Voor het meelmengsel van mijn rabarberkoek koos ik havermeel, lekker gezond met veel vezels, aangevuld met tapioca voor de luchtigheid en goede bindkracht van het beslag. De koek bevat een beetje margarine in de crumble, de eieren en volle melk (bevat calcium) geven samen met de rabarberstukjes een voldoende zachte cakestructuur. De koekkruiden, melk en de smaaksuikers zorgen er ook weer voor dat er zo weinig mogelijk suiker in het deeg hoeft. Een lekkere crumble met havervlokken en koekkruiden bovenop zorgt voor een lekker krokant laagje en maakt de taart helemaal af.
Kies voor alle meelsoorten en havervlokken producten met het glutenvrije logo.

rabarbertaart glutenvrij

glutenvrije rabarbertaart met laagje kruimels bovenop

Wat heb je nodig voor de glutenvrije rabarberkoek?

120 gram havermeel
100 gram tapioca
6 gram bakpoeder
2 gram zout
1 theelepel koekkruiden
130 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
20 gram sinaasappelsuiker
2 eieren M
100 gram volle lactosevrije melk
vulling
300 gram rode rabarber in kleine stukjes van 1 centimeter
crumble of kruimellaagje:
30 gram kristalsuiker
1/2 theelepel koekkruiden
1/2 theelepel sinaasappelsuiker
40 gram havermeel
30 gram plantaardige vaste margarine met een wikkel erom AH

stukje rabarbertaart glutenvrij

stukje glutenvrije rabarbertaart

De bereiding:
Verwijder de bladeren en harde uiteinden en was en snij de rabarber in kleine stukjes van ongeveer een centimeter. Laat goed uitlekken in een vergiet en droog het anders extra met een doek of keukenpapier en zet even apart.
Vet een springvorm van 20 centimeter doorsnede goed in met wat olie of plantenmargarine en bekleed deze met ruim met bakpapier zodat het beslag niet uit de vorm kan lekken.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.

Maak snel met de handen de kruimel laag of crumble door alle ingrediënten te mengen in een kleinere mengkom, snij de margarine eerst in kleine stukjes. Meng alles door licht te kneden en rond te draaien zodat er kruimels ontstaan. Zet dit ook even apart.

Neem een grote beslagkom en weeg hierin het havermeel, de tapioca, de bakpoeder en de kristalsuiker plus de smaaksuiker, koekkruiden en zout af. Meng dit goed door elkaar met een garde. Voeg dan de eieren en de melk toe totdat het beslag zo dik is als yoghurt. Is het nog te dun voeg dan al strooiend iets extra meel toe, is het te dik dan kun je al roerend wat meer melk toevoegen. Laat het even staan om vaster te worden en voeg dan de rabarberstukjes toe. Schep ze met een siliconen spatel door het beslag en giet dan alles in de springvorm met bakpapier. Strijk het beslag glad.
Strooi de kruimels gelijkmatig erover.
Bak de rabarberkoek gaar in 45 minuten. Controleer of de taart gaar is met een sateprikker, deze komt dan droog uit het midden van de taart.
Neem de taart uit de oven en maak de randen eerst los van de vorm. Open dan de springvorm en laat afkoelen op een taartrooster.
Geniet ervan samen met vrienden of familie en drink er een groente thee met munt of citroenverbena bij of met een scheutje vlierbloesemsiroop.
Dit recept uit mijn blog vind je nu misschien ook leuk in deze maand: vlierbloesemsiroop zelf maken

vlierblsm maken div (1)kl

vlierbloesemsiroop met de geurende vlierbloemen

Meergranenbroodjes met desem en gist- bevat gluten

Deze meergranenbroodjes zijn ontstaan omdat ik zuurdesembroodjes wilde maken van verschillende restjes meel. Dit lukte heel goed, soms ontstaan zo de mooiste baksels. Als basis voor het zuurdesem kun je volkorenspeltmeel, volkorentarwemeel of emmermeel kiezen, als het desem maar van puur volkorenmeel is. Maak voldoende zuurdesem door de avond voor de bakdag een deel van je moederdeeg bij te voeden. Voor het meelmengsel om verder te bakken koos ik vooral tarwebloem. Daarbij voegde ik wat maismeel en boekweitmeel. Deze twee soorten meel zijn glutenvrije meelsoorten met veel smaak en het is leuk om deze meelsoorten eens te proberen in je brood als verrijking van je smaakpalet. Strikt genomen zijn dit geen echte graansoorten maar pseudogranen. Wil je hier meer over weten kijk dan eens op mijn blog bij niet alledaagse glutenvrije meelsoorten. Het tv-programma Keuringsdienst van Waarde heeft hier een leuk item over gemaakt op 1 april 2021 en kun je hier vinden.
Doordat het ontstane meergranendeeg wat armer is aan gluten, een plakstof in tarwe, moet het niet te droog zijn. Het deeg wordt door de zuurdesem slap en luchtig, je hoeft het niet heel lang te kneden. De gist deed ik erbij om het deeg extra luchtig te maken en om het glutenarme deeg makkelijker te laten rijzen. Door de combinatie van van desem en gist ontstaat een zogenaamd hybride deeg. Door lang rijzen, veel meelsoorten plus de zuurdesem en de gist ontstonden deze luchtige, licht verteerbare lichtbruine broodjes. Ze hebben een heerlijke smaak die sterk lijkt op een pain de campagne, het Franse landbrood.
Voor het zuurdesem maken, klik hier voor meer tips.

lichte tarwebr.desem en gist ap kl

lichte meergranenbroodjes met zuurdesem en gist gebakken

Wat heb je nodig voor de 15 meergranenbroodjes met gist en desem?

160 gram zuurdesem, de avond tevoren 20 gram moederdeeg voeden met 70 gram volkorenmeel en 70 gram lauw water, goed doorroeren en 12 uur laten fermenteren.
420 gram tarwebloem
30 gram maismeel van fijne polentakwaliteit (mediterrane winkel)
50 gram boekweitmeel
8 gram gedroogde instantgist
9 gram bakkerszout
1 eetlepel koolzaadolie/olijfolie
1 eetlepel sinaasappelsuiker
1 eetlepel lichte basterdsuiker
320 gram lauwwarm water

maismeel om te strooien en wat olie om in te vetten

De bereiding:

Maak de desem de avond tevoren door 20 gram moederdeeg te voeden met 70 gram volkorenmeel en 70 gram lauw water, goed doorroeren en 12 uur laten fermenteren in een kommetje met los deksel.
Weeg in de ochtend erna de meelsoorten af en meng ze in een grote mengkom. Voeg dan eerst de droge delen toe zoals de gist, zout, suikers en meng dit goed.
Voeg dan de olie, de desem en het water toe en meng dit goed door elkaar en kneed dit enkele minuten. Dek de mengkom, die je licht hebt ingevet met wat olie tegen het plakken, af met een dunne plastic zak en laat het deeg 3 uur rijzen. Het is daarna een slap luchtig deeg.
Bestrooi je werktafel daarna met een weinig maismeel en stort dit deeg erop. Nu niet kneden. Je kunt nu het deeg met een deegsteker in ongeveer 15 vierkantjes of driehoekjes steken óf je maakt er bolletjes van door de stukjes op te bollen met je handen die licht ingevet zijn met wat olie. Ga nu de broodjes opbollen.
Dit doe je door met je vingers de zijkanten van de deegstukjes naar beneden te duwen en ondertussen het bolletje rond te draaien. Druk en vouw de zijkanten van de deegstukjes steeds naar het midden zodat alle deegvouwen op een punt komen. Draai het broodje dan om met de vouwtjes naar beneden en druk het dan verder rond tussen je handpalmen terwijl het op je werkblad ligt. Leg de broodjes op een bakplaat met bakpapier en druk ze iets platter, ze rijzen straks weer wat hoger.
Al doende leer je dit steeds beter, niet opgeven als je broodjes de eerste keer niet mooi rond zijn geworden, ze smaken toch wel! Een andere techniek voor opbollen op een filmpje vind je hier.
Probeer geen extra meel in het deeg te verwerken anders wordt het broodje snel te droog en minder mals.
Leg de deegstukjes op een bakplaat met bakpapier en laat deze nog een half uurtje narijzen onder een schone doek of grote dunne, schone plastic zak tegen het uitdrogen.

Verwarm de oven voor op 225 graden Celsius en zet een vuurvast schaaltje met wat water onder in de oven. Let op voor hete stoom als je de oven opent.
Bak de broodjes eerst 5 minuten op 225 graden, daarna  20 minuten op 200 graden Celsius, vergeet niet kookwekker aan te zetten en oventemperatuur terug te zetten!
Ze blijven vrij licht van kleur door het mais-en boekweitmeel, hebben een knapperige korst en een zachte en tevens stevige kruim.

Heerlijk bij soep en lunch.

Offerhaantjes bij de Politeia van Plato

Komische dialoog tussen de wachter Politeios, de bakker Gerstekoekos en zijn vrouw Sjantippe geschreven door Inostrate.

In de Rubicocursus denken we dit voorjaar, via Zoom, na over kunst met Plato als filosoof. We lezen samen in zijn boek de Politeia (de Staat of de Republiek) over de literaire en muzikale opvoeding van de wachters. Wachters zijn in de stadstaat Athene van de 5e eeuw BC de rechters, politici en handhavers van de rechtstaat, zij zijn weer verantwoordelijk voor de opvoeding van de inwoners en moeten zich voorbeeldig kunnen gedragen. De opleiding van deze wachters is erg belangrijk, vooral na de achterliggende periode van oorlog en incompetentie van bestuurders. Plato richt hiervoor een school op in Athene, de Academie met artistieke en literaire opvoeding, het gehele cultuurdomein van de muzen. Zijn invloedrijke boek de Politeia is de basis voor de kunstfilosofie, het begrip mimesis of nabootsing staat in ieder kunstfilosofieboek wat nadien is geschreven.
In de Politeia voert Socrates met enkele vrienden een theoretisch en kritisch debat, in dialoogvorm. Zij discussiëren over welke delen van de geschriften van Homerus, met name de Ilias over de Trojaanse oorlog, geschikt zijn bij de opvoeding van de wachters. Alleen verheffende stukken worden in deze exercitie aanbevolen en geen stukken met overspel, ruzies of ander discutabel gedrag. Ook bespreken ze de muziek die werd uitgevoerd tijdens het voordragen van teksten van Homerus en die diende als belangrijke ondersteuning van de presentatie. Bepaalde toonsoorten en toonladders hebben een hogere waarde dan andere. In de klassieke tijd is het kunstideaal verfijnd, ontwikkeld en bezonnen.


In de volgende klucht, geschreven door voordrachtskunstenares Inostrate, zie je een goed opgevoede en welsprekende  wachter tegenover een onverschillige bakker. De klucht speelt zich af in de stadstaat  Athene rond 400 BC. Er is een opstootje ontstaan bij een bakkerskraam en in het gedrang bestaat gevaar voor gewonden. Meteen als hij er van hoort gaat wachter Politeios er naar toe
. Kooplustigen verdringen zich rond bakker Gerstekoekos, die met zijn slonzige vrouw Sjantippe achter een tafel met gerstebroodjes staat.

De dikke zwetende bakker Gerstekoekos schreeuwt:
Komt dat zien, komt dat zien, vers brood te koop, komt dat zien! Kost bijna niks en het is zo lekker dat je je tengels erbij opeet!

Sjantippe speelt een vals week wijsje op een dubbelfluit om meer aandacht te trekken en roept dan: Sla nu je slag voor ze allemaal zijn verkocht! De gerstebroodjes zijn zo goedkoop, koop dr maar een heleboel. En nog een en nog een en nog een!

Gerstekoekos: Je krijgt d’r geen genoeg van. Flink doorete allemaal en kope die hap!

Mensen verdrukken elkaar en er valt een kind op de grond wat hard gaat huilen.
Politeios: pakt het kind op, zet het op een veilige plek neer en zegt op kalme toon:
Ik ben wachter Politeios  Wat is je naam, beste bakker, en mag ik informeren wat deze drukte betekent?

Gerstekoekos: Ach man, wat nou weer? Ik ben Gerstekoekos, een arme bakker. En dan komt d‘r weer ’n wachter om de boel in de gate houe. Heb je nou niks beters te doen man, ga dieve vange! Je ken van mij broodjes krijge voor nop als je nou doorloopt.

Politeios: Beste bakker, ik laat me als wachter niet omkopen. Het opstootje voor je kraam zorgt voor verstoring van de orde in deze stad, mensen lopen elkaar hier onder de voet. Wat ben je precies aan het doen hier?

Gerstekoekos: Gewoon m’n werk, gerstebrood verkope wat ik vanmorgen heb gebakke. ‘t is goedkoop en d’r komen ‘n hoop mense op af.

Politeios: Maar hoe kan het dan, bakker Gerstekoekos, dat je brood zo laag geprijsd is, het kost bijna niks zo te zien!

Gerstekoekos: Nou eh, dat kwam eigenlijk zo, eh, nou ja, door een ongelukkie met de gerst, die is op straat van me kar gevalle middenin de geitenkeutels. Mèhmèhèhhèhèh Hij bootst een geit na. Sjantippe barst uit in schril gelach en piest bijna in haar broek.
Daar heb ik dan toch maar broodjes van gebakke en d’r ’n handeltje van gemaakt , je mot toch wat, je ken het toch niet weggooie, daar zoue de goden ook van gaan klage!

Sjantippe komt met een deegrol achter haar man staan en zegt:
Als je nou niet snel effe doorloopt en ons met rust laat dan ken je een klap krijge met dit ding!

Politeios maakt zich nog groter dan hij al is en laat zijn spieren zien:
Rustig dame, u bedreigt en belemmert een wachter in functie. Mijn taak is het de orde te handhaven en onze stadstaat Athene te behoeden tegen ondeugdelijke praktijken.

Gerstekoekos: Ja maar me klante wille me goedkope  brood kope en dat bied ik ze an, en ze kome d’r op af as vliegen op stront. ZZZZZZZ. hij bootst vliegengebrom na en de omstanders gieren het uit

Politeios: Ik kan helemaal niet lachen om zulke onwaardige praatjes, bakkertje, hou nu je mond en luister. Zo kun je niet doorgaan, je klanten worden langzaam maar zeker vergiftigd met je smerige praktijken. Kijk eens naar je handen, vol met deegresten, die kunnen zeker een schoonmaakbeurt gebruiken. Voor je opruiende verkoopmethode en je viezigheid geef ik je een boete. Bak 15 offerkoeken van vers en schoon meel in de vorm van een haan voor de god Asklepios en lever deze in bij zijn tempel. De gemeenschap zal er wel bij varen.
Kom mensen, nu allemaal doorlopen naar huis.

Gerstekoekos: Kijkt eerst verongelijkt maar ziet dan in dat tegensputteren geen zin heeft
Bij Zeus, mijn stommiteit heeft me op een ondeugdelijk pad gezet, m’n handel zal beter worre as ik deugdelijk brood ga bakke, dan kome me klanten tenminste weerom. Ik ga mooie offerkoekjes make en breng ze met Sjantippe naar de tempel van Asklepios.
Sjantippe speelt op haar fluit een week klaaglied…..

schaal met offerhaantjes bij de Politeia

Wat zijn de wetten voor de bereiding van de 15 offerhaantjes?

235 gram tarwebloem
15 gram gerstemeel of havermeel
75 gram zachte crèmehoning
50 gram olijfolie
1/4 theelepel zout
1 theelepel gevijzeld anijszaad
2/3 losgeklopt ei
2 eetlepels water op kamertemperatuur
om te bestrijken: 1/3 losgeklopt ei

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Zeef de bloem en het meel plus het zout in een mengkom.
Voeg de honing, de olie plus het anijszaad toe en meng tot kleine korrels.
Voeg dan het ei toe, kneed kort en daarna lepelsgewijs het water tot het een soepel deeg wordt. Kneed dit kort door.
Neem een deegrol en rol het deeg op een bebloemd werkblad uit tot een gelijkmatige dikte van ruim 1/2 centimeter. Voeg eventueel een weinig bloem toe om plakken te voorkomen.
Neem een koeksteker van een haan en steek 15 koekjes uit het deeg. Je zult het deeg een paar keer opnieuw moeten uitrollen maar dat gaat prima met dit soepel deeg. Leg de uitgestoken koeken op een bakplaat bekleed met bakpapier.
Bestrijk de koeken met de rest van het ei voor een mooie glans en kleur.
Maak een gaatje voor het oog van de haan met een satehprikker.
Bak de offerhaantjes mooi gaar en bruin en lekker naar anijs geurend in 14 tot 16 minuten, afhankelijk van de dikte. Laat ze afkoelen op een draadrooster.
Breng ze naar de tempel van Asklepios onder begeleiding van harmonieus fluitspel.

offerhaantjes bij de Politeia