Categorie archief: aparte koek

Uniek gebak met aparte ingrediënten, niet te vet of te zoet en aparte meelsoorten. Bevat gluten.

Appelvlaai met deksel – bevat gluten

Deze heerlijke appelvlaai is bijzonder door de deksel of toeslag zoals we dat in het zuiden van Nederland noemen. Door het deeg bovenop blijft de vulling heerlijk mals net als bij een dichtgeklapte pizza. Het recept is geïnspireerd door een bezoek aan het Belgische St. Pietersvoeren waar we na een fikse wandeling bij een forelkwekerij aan de bron van de Voer een heerlijk stuk appelvlaai aten. Dit was nu eens geen zompige appeltaart zoals je die in Nederland helaas soms krijgt.  Nu wilde ik mijn eigen recept hiervoor gaan maken. Het deeg werd een luxe gistdeeg waarin ik een beetje maismeel verwerkte voor een extra bite. De appelvulling is ook bijzonder fris en fijn van smaak. De suiker bovenop is heerlijk knapperig en geeft een zoete toets. In het deeg en de vulling zit vrij weinig suiker maar het geheel is een smaakvolle appelvlaai geworden. Dat het u goed moge bekomen!

appelvlaai dicht ap kl

Belgische appelvlaai met deksel

Wat heb je nodig voor de appelvlaai met deksel?

350 gram tarwebloem
50 gram maismeel, fijne polentakwaliteit
10 gram instantgist
5 gram zout
40 gram kristalsuiker
35 gram neutrale olijfolie
30 gram roomboter in blokjes
210 gram lauwwarme halfvolle melk
vulling:
4-5 zoete appels
50 gram rozijnen
15 gram maizena of custardpoeder om te binden
aanhangend vocht
15 gram sinaasappelsuiker
1 eetlepel abrikozenjam
garnering:
geklopt ei om te bestrijken
3 – 4 eetlepels grove kristalsuiker

De bereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn en de melk lauwwarm is.
Meng in een mengkom de meelsoorten, de suiker, de gist en het zout met een garde.
Voeg dan de boterblokjes, de olie en de melk toe en kneed er een soepel deeg van. Laat dit afgedekt een uurtje rijzen.
Maak ondertussen de vulling.
Was en week de rozijnen.
Snijd 4 tot 5 appels in kleine blokjes , was ze kort en zet ze op het vuur in een steelpan met aanhangend water of een bodempje water. Stoof dit enkele minuten tot er wat vocht uit de appels loskomt. Voeg dan de rozijnen toe, de jam en de sinaasappelsuiker.toe. Meng de maizena met wat water en maak er een glad papje van. Bind hiermee de appelvulling tot dik vloeibaar. Als je er met de houten lepel een streep trekt moet dit niet meteen dichtvloeien. Proef even of er desgewenst nog wat suiker in kan. Het moet friszoet smaken.
Bestrijk een vlaaivorm met losse bodem met boter of neutrale olie. Kneed het deeg  kort door en verdeel het in twee helften : 250 gram deeg voor het deksel even apart houden en rol het andere deel uit met een deegrol voor de bodem. Strooi licht wat bloem bij het uitrollen van het deeg.
Beleg met het grootste deel de vlaaivorm en drapeer het goed op de bodem en de zijranden. Druk het deeg met je vingers of met de deegrol af op de randen. Prik met een vork gaatjes in de bodem.
Verdeel de afgekoelde vlaaivulling goed over de deegbodem en bestrijk de randen met geklopt ei.
Rol nu met de deegrol het deksel uit, kijk hierbij naar de vlaaivorm hoe groot de diameter moet zijn en maak dit iets groter.
Bestrooi het deksel heel licht met bloem en vouw met de bebloemde kant naar binnen het deeg in vieren. Knip nu met een schaar een klein hoekje uit in het midden en knip op de dichte zijden 3 maal schuin in, net zolas je vroeger knutselde in de kleuterklas. Als je het nu weer uitvouwt is alles wonderbaarlijk symmetrisch. Leg het deksel uitgevouwen op de appelvlaai en rol met de deegrol de randen eraf. Bestrijk het oppervlak met losgeklopt ei en strooi er ruim de grove suikerkorrels over.
Laat de vlaai nu afgedekt een half uurtje rijzen.

Verwarm de oven op 200 graden Celsius.
Bak de appelvlaai in 15 minuten  gaar en goudbruin. Neem na het bakken de vlaai uit de vorm en laat deze afkoelen op een taartrooster.

Misschien vind je dit ook leuk:
appelgalette met boekweitmeel en appeltaart van amandelkorstdeeg

Advertenties

Romeins brood met rogge en tarwe – bevat gluten

Dit  brood met landelijke uitstraling is een variatie op het succesvolle Romeinse brood voor alledag. Het heeft een stevige korst en een zacht kruim en is gemaakt van rogge- en tarwemeel en -bloem. Als luxe extraatje is honing en olie erin verwerkt. Het is gerezen met een combinatie van zuurdesem én gist en behoort tot mijn favorieten, ideaal voor beginnende zuurdesembakkers en het lukt altijd. De receptuur is niet moeilijk doordat ik er drie rijsstappen van heb gemaakt en makkelijke verhoudingen die precies kloppen. De smaak van dit robuuste brood is vol door de verschillende meelsoorten, de bijzondere broodkruiden en de lange totale rijstijd.
Het wordt een ruime hoeveelheid deeg en hieruit ontstaan in een keer vier mooie broden van 500 gram. De verwerking van deze hoeveelheid deeg valt heel erg mee omdat dit deeg heel soepel wordt door de fermentatie van het zuurdesem.  Het mengen is het meeste werk, kneden hoeft maar kort zul je merken, het fermenteren (het gedeeltelijk afbreken van de koolhydraten van de granen) zorgt voor een soepel en zacht deeg. Hoe je zuurdesem maakt staat in het kort nog eens extra in dit recept zodat je alles bij elkaar hebt staan. De avond van tevoren maak je voldoende zuurdesem en daags erna kun je gaan bakken. Probeer het maar eens en laat maar weten wat je ervan vindt!

Romeins brood met rogge en tarwe

stevig brood met desem en gist bereid met beider voordelen

Wat heb je nodig voor het Romeinse brood met rogge en tarwe?

100 gram zuurdesem, de avond van tevoren even klaarzetten
200 gram roggebloem óf tarwebloem als variatie
200 gram volkoren roggemeel
400 gram volkoren tarwemeel
400 gram tarwebloem
400 gram lauw water voor de eerste rijsstap
en 300 gram lauw water inclusief 20 gram olijfolie voor de tweede rijsstap
12 gram gedroogde instantgist
1 theelepel venkelzaad
1 theelepel komijnzaad
1 theelepel karwijzaad
40 gram zachte honing
20 gram bakkerszout

Hoe maak je zuurdesem in het kort?

Ik heb een speciaal uitgebreid blogbericht gemaakt over zuurdesem van tarwemeel, dat vind je hier  in dit blog. Het volgende recept is een korte versie hiervan:
Je begint met een mengsel van 100 gram volkorenmeel en 125 gram lauwwarm water. Laat het in een schone weckpot met deksel een paar dagen staan op een warme plek, tussen 20 en 30 graden is optimaal (niet in de zon). Roer twee keer per dag  voor toevoer van zuurstof en om overdaad aan gassen te verwijderen.
Voeg er na een dag of drie 1 eetlepel meel en 1 eetlepel water bij, en ook op dag 4 en 5 nog een keer. Op de zesde dag is je desem klaar, bubbelt volop en kan nu worden gebruikt voor het bakken van zuurdesembrood.
Om je zuurdesem te behouden bewaar je steeds een kleine portie ervan in een afgesloten jampot in de koelkast die je wekelijks voedt met een lepel meel en 1 lepel water.

De avond voor het bakken neem je een portie zuurdesem uit dit potje en vermenigvuldigt deze tot de gewenste hoeveelheid met meel en water.
In dit recept heb je 100 gram zuurdesem nodig. Neem bijvoorbeeld 20 gram uit je jampot en voeg daar 40 gram meel en 40 gram lauw water goed roerend aan toe aan toe zodat je de benodigde hoeveelheid desem krijgt. Laat dit bijvoorbeeld in een grote soepkom afgedekt met een schoteltje erop staan op een warme plaats tot de ochtend dat je gaat bakken.

De bereiding van het Romeinse brood met rogge en tarwe: in 3 rijsstappen

1. Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Meng alle meelsoorten samen in een grote kom.
Neem hiervan 400 gram meelmengsel af en doe dit in een andere kleinere mengkom voor het voordeeg. Voeg hierbij de 100 gram zuurdesem, en 400 gram water en laat dit 3 uur voorrijzen afgedekt met een dunne plastic zak.
Rooster ondertussen de zaadjes kort in een koekenpan tot ze hun geur afgeven. Stamp en wrijf daarna de zaadjes fijner in een vijzel. Als je dit lekker vindt dan kun je voor een rijkere kruidensmaak de gevijzelde zaadjes al toevoegen aan het voordeeg zodat het mee fermenteert. Je kunt ook een grotere hoeveelheid zaadjes of broodkruiden maken zoals ze ook genoemd worden in één keer roosteren en bewaren in een goed afgesloten kruidenpotje. Fijnmalen in een aparte koffiemolen die je alleen hiervoor gebruikt of in een bakje van een staafmixer kan ook bij een grotere hoeveelheid broodkruiden of zaadjes.

2. Meng hierbij na drie uur rijzen de rest van het meelmengsel, de gist, de zaadjes, het zout, de honing en 300 gram lauw water inclusief 20 gram olijfolie heel goed en kneed hier in een paar minuten een soepel deeg van. Dit deeg plakt heel licht maar voeg geen extra meel meer toe. Laat het deeg nu in de grote mengkom, die licht is ingevet met olie, afgedekt onder een dunne linnen doek of een grote schone plastic zak op een warme plek in ruim 2 uur rijzen tot het volume is verdubbeld. Het deeg is nu slapper geworden door het fermenteren.

3. Daarna kneed je het deeg nogmaals kort door. Voeg geen extra meel aan het deeg toe maar strooi als dit toch nodig is een beetje tarwemeel of -bloem op je werkblad en handen tegen het plakken.
Je kunt nu het deeg in 4 delen snijden van ongeveer 500 gram per stuk. Bol de stukken rond of iets langwerpig op. Strooi licht wat roggebloem over de deegbollen, dit kan met een poedersuikerzeefje, en leg ze op met de naad naar beneden op een bakblik met bakpapier.
Laat de broden nu 45 minuten rijzen. Na 35 minuten rijzen de oven voorverwarmen op 200 graden Celsius en zet een vuurvast bakje voor 2/3 gevuld met water in de oven voor stoomvorming. Let op bij het openen van de oven voor de hete stoom. De broodkorst wordt hierdoor nog lekkerder.
Nu snij je de broden in met een scherp mesje zoals op de foto of naar wens voor een mooi uiterlijk en tegen onregelmatig scheuren van de korst.
Bak de broden gaar in 30 minuten. Ze hebben dan een mooie bruine korst en ruiken heerlijk.

Een goed rijs gewenst!

 

Ricottataart – bevat gluten

Een prachtige malse Italiaanse caketaart met ricotta heb ik gebakken voor mijn verjaardag. Tijdens een Romereis aten we in een Italiaans familierestaurant een ricottataart met appel als nagerecht. Het traditionele recept van deze torta di nonna was natuurlijk van de grootmoeder van de eigenaar. Het was verfijnd en heerlijk! Het aantrekkelijke aan ricottataart is dat deze heerlijk fris is en vrij weinig boter bevat. Ik maakte mijn eigen versie, met amandelmeel, vanuit verschillende recepten. Mijn visite vond het geslaagd dus durf ik hem wel te bloggen. De naam ricotta betekent tweemaal gekookt. Ricotta is een soort kaas die gemaakt wordt van het waterige wei-gedeelte van de melk, een bijprodukt van de kaasproductie die gemaakt wordt van wrongel, het vaste gedeelte van melk. Maar in wei blijken dus nog veel waardevolle voedingsstoffen te zitten. Ricotta bevat veel eiwit en heeft een luchtige, iets korrelige structuur en lijkt enigzins op kwark. Het bevat weinig vet en zout en daardoor  heel goed te gebruiken als basis voor een minder vette cake. De ricotta zorgt voor een goede emulsie (verdeling) van het deeg en vervangt een deel van de boter. Het beslag van deze taart is wat luxer door het gebruikte amandelmeel en zo ontstaat een smakelijke amandelcake die licht en fris smaakt. Een frisse limoen zorgt voor een zomerse citrustoon. Als vulling en voor extra malsheid zit er geraspte appel in en stukjes abrikoos. Buon appetito!

ricottatrt ap kl(1)

lichte zomerse ricottataart met amandelmeel, appel en abrikozen

Wat heb je nodig voor de ricottataart?

125 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
200 gram kristalsuiker
3 eieren M
geraspte limoenschil van 1-2 limoenen
80 gram amandelmeel
3 druppels amandelessence
150 gram tarwebloem
12 gram bakpoeder
mespunt zout
250 gram ricotta (Galbani)
1 geraspte appel (Elstar) met paar druppels limoensap
7 gedroogde en gewelde abrikozen
garnering:
25 gram amandelsnippers
vlak voor gebruik 1 eetlepel gezeefde poedersuiker

De voorbereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn met name de eieren, boter en ricotta. Vet een springvorm in van 24 centimeter doorsnede en bedek de bodem met een cirkel met bakpapier.
Rasp de limoenen nadat je eerst de schil goed hebt gewassen en gedroogd.
Meng het amandelmeel met de bloem en het bakpoeder en het zout goed met een garde in een aparte kom. Zet dit even apart en druppel er de amandelessence over.
Knip de gewelde abrikozen in kleine stukjes zo groot als een rozijn en zet dit ook even apart. Schil en rasp de appel en druppel er meteen wat limoensap over tegen verkleuring meng dit met de abrikoos.
Verwarm de oven voor op 175 graden.
De bereiding:
Mix de boter samen met de suiker en de geraspte limoen in een grote kom.
Voeg daarna een voor een de eieren toe.
Voeg hier de meelmassa aan toe in twee gedeeltes.
Als dit goed is gemengd tot een luchtige gladde massa kan er de ricotta door. Het beslag moet nu in stukken van de lepel vallen.
Daarna de geraspte appel en de stukjes abrikoos erdoor scheppen.
Giet dit mengsel in de springvorm en strijk de bovenkant glad. Strooi hier de amandelschilfers over.
Bak de ricottataart in ongeveer 40 minuten tot de bovenkant goudbruin is en de amandelschilfers lichtbruin.
Haal de taart voorzichtig uit de oven en haal hem na 5 minuten uit de vorm. Snij de zijkant los met een scherp mesje. Laat hem afkoelen op een taartrooster. De bodem kun je eronder laten zodat je hem makkelijker kunt verplaatsen. Bestrooi de taart vlak voor het serveren met wat poedersuiker met behulp van een (poedersuiker)zeefje.

Heerlijk bij een feestje in de zomer en als nagerecht!
Dit vind je misschien ook lekker: amandeltaart met kersen

kersentaart-ap-kl

frisse kersencake met amandelmeel en Griekse yoghurt

 

Paasbrood in vorm van kip – bevat gluten

Dit mooie paasbrood in de vorm van een kip kun je zelf maken voor het komende paasontbijt of -brunch. Een fijne aanvulling voor deze feestelijke broodmaaltijden en goed van te voren te maken en in te vriezen. Je maakt hiervoor eerst het smakelijke  brooddeeg met een lichtgekleurd meelmengsel van tarwebloem maar ook met volkorenmeel en havermeel om het deeg steviger, smakelijker en stiekem ook gezonder te maken. Anijszaad plus mahlab kruiden dit deeg op een bijzondere wijze. Dit deeg rol je na het rijzen uit tot een ronde plak en modelleert deze naar het voorbeeld van de sjabloon met schaar en mes. In de receptuur kun je duidelijk lezen hoe je deze paaskip kunt maken. Een leuk knutselwerkje met deeg om straks samen ervan te genieten en het voorjaar in te luiden. Onderaan dit bericht vind je nog meer paasrecepten uit dit blog.

paaskip ap kl

paasbrood in de vorm van een kip van een kruidig en luxe apart brooddeeg

Wat heb je nodig voor de paasbroodkip?

400 gram tarwebloem
50 gram volkorentarwemeel
50 gram havermeel of gemalen fijne havermout|
10 gram gedroogde instantgist
1 ei M
30 gram roomboter
225 gram halfvolle (lactosevrije) melk
1 theelepel gemalen anijs
1/2 theelepel gemalen mahlab (toko of mediterrane winkel)
9 gram bakkerszout
40 gram lichte basterdsuiker
1 eetlepel citroensuiker
garnering:
ei om te bestrijken
sesamzaadjes om te bestrooien
een natte gewelde rozijn voor het oog

paaskip sjabloon

sjabloon voor paaskip

De bereiding:

Zorg dat alle ingredienten op kamertemperatuur zijn voor je begint, vooral ei en meel is belangrijk.
Meng de meelsoorten met elkaar in een grote mengkom en voeg hier de gistpoeder aan toe. Voeg het zout, de suiker en de anijs en mahlab toe en roer goed door elkaar en maak een kuiltje in het midden.
Smelt de roomboter in een steelpannetje op klein vuur en voeg de koude melk toe. Dit mengsel is dan precies lauw en kun je daarna toevoegen in het midden van het meelmengsel. Voeg het losgeklopte ei toe en meng alles goed door elkaar en kneed een vijftal minuten in de kom en later op het werkblad totdat het deeg elastisch is. Het moet een soepel en stevig deeg worden zodat je er straks een mooie strakke kip uit kunt boetseren en bakken.

Laat het deeg nu afgedekt met een dunne grote plastic zak in de mengkom een uur rijzen op een warme tochtvrije plek.
Neem ondertussen een vlaaiplaat van ongeveer 29 centimeter doorsnede, en maak een sjabloon voor de kip, het voorbeeld zie je hierboven op de foto.
Kneed het deeg kort even door, bol het weer op en druk het zachtjes met een deegrol tot een ronde gladde platte plak met een doorsnede van de bakplaat.
Leg het sjabloon op de deegplak en snij de vorm van de kip uit de deegplak met een scherp mes. Met een stevige keukenschaar kun je de fijne hoekjes of de ronde bochten beter doorknippen of bijwerken. Ook de insnijdingen bovenop heb ik met een schaar gedaan maar experimenteer gerust naar eigen inzicht hiermee.
Maak van de restjes deeg strengetjes en vorm hiermee de verenpartij, zie voorbeeld. Je kunt er ook nog ongeveer 4 kleine paashaasjes of paaskuikentjes bij verzinnen van het resterende deeg.
Maak op de plaats van het oog een gaatje, duw hierin een klein balletje deeg en druk hierin de natte rozijn (deze verbrand dan minder snel). Zo krijg je een mooie afwerking van het oog.
Laat de paaskip ongeveer 45 minuten afgedekt met een doek op een warme tochtvrije plaats narijzen tot hij luchtig is.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Bestrijk de paaskip voor het bakken met losgeklopt ei wat met iets water is vermengd. Strooi dan lichtjes nog wat sesamzaadjes over de vleugels ter garnering.
Bak de paasbroodkip ongeveer 25 minuten mooi bruin en gaar bij 200 graden Celsius.
De laatste 12 minuten deed ik er aluminumfolie over om verbranden te voorkomen, er zit wat suiker in het deeg en dit wordt snel bruin!
De kleine paashaasjes zijn na 13 minuten al gaar dus neem ze snel en voorzichtig eerder uit de oven, tegelijk met het aluminiumfolie erover leggen.
Laat de paaskip na het bakken uitdampen op een taartrooster.
Hele fijne paasdagen gewenst!

Paastip: ook leuke paasrecepten op dit dasanderekoekblog  zijn:
citroen- amandelmuffins, de voorjaarstaart met peer-ananas, paasamandelcake met marmereffect of de paaskoekjes met glazuur.

 

Molenkoekjes – bevat gluten

Granen van de molen geperst in een mooi molenvormpje vormen de basis voor een vormvast koekdeeg met halfom volkorenmeel en tarwebloem. Het knapperige molenkoekje hiervan gemaakt, heeft veel smaak door twee smaaksuikers, donkere basterdsuiker en speculaaskruiden.  Ik was al langer op zoek naar een uitsteekvormpje voor een molen maar vond geen geschikte. Molenwieken zijn vaak te dun en breken snel af bij het uitsteken van deeg. Dit koekvormpje van Patisse is prima. Neem voor de molenkoekjes een goed volkorenmeel van de plaatselijke molen, versgemalen en je weet precies wat erin zit. Volkorenmeel uit de supermarkt is namelijk niet meer dan bloem met toegevoegde zemelen en bevat weinig voedingsstoffen. Volkorenmeel is een term die helaas niet voldoende beschermd wordt door de warenwet, het behoort eigenlijk een meel te zijn dat de hele graankorrel bevat zonder uitzevingen. Op deze website  van broodsmakelijk.nl waar ze uitgebreid allerlei meelsoorten hebben getest lees je meer hierover en  adressen van molenwinkels vind je hier.

Wat heb je nodig voor 34 molenkoekjes?

85 gram roomboter
85 gram donkere basterdsuiker
15 gram vanillesuiker
15 gram sinaasappelsuiker
1 ei
130 gram tarwevolkorenmeel
130 gram tarwebloem
2 gram bakpoeder
1 gram zout
1/4 theelepel speculaaskruiden

De bereiding:

Mix de roomboter, gewoon uit de koelkast, goed met de suikers tot een romig geheel, voeg dan het ei toe en meng dit erdoor. Meng de meelsoorten, bakpoeder, het zout en de speculaaskruiden erbij en mix dit in een paar minuten tot een soepel stevig geheel.
Is het warm, koel dan het deeg nog even een half uurtje, maar in de winter kun je meteen gaan uitrollen.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Rol het deeg daarna uit tot een plak van 1/2 centimeter dikte en steek de molentjes met het molenvormpje uit. Je kunt een heel klein beetje bloem onder de deegplak doen en het vormpje af en toe licht bebloemen of schoonborstelen als je de koekjes uitsteekt want er gaan altijd wat deegrestjes tussen de dunne wieken zitten. De dikte van 1/2 centimeter is belangrijk zodat het molenvormpje er goed uitkomt en het koekje smakelijk  is. (Je kunt natuurlijk ook andere koekvormpjes hiervoor gebruiken, het is een goed uit te steken deeg wat goed nogmaals uitrolbaar is en niet plakkerig is.)
Bak de koekjes gaar en bruin in ongeveer 10-12 minuten, afhankelijk van de dikte van deeg, ze zijn dan aan de onderkant bruiner dan bovenop en ruiken heerlijk.
Bak er een paar voor de molenaar!

Oude wijvenkoek – bevat gluten

Deze oude wijvenkoek of “olwievm” is een mooie herinnering aan Groningen. Bij mijn schoonmoeder kregen we deze heerlijke verfijnde koek met lichte anijssmaak altijd bij de koffie en als we weer naar Limburg vertrokken namen we vaak een paar koeken mee van de plaatselijke bakker. Vooral de variant met een paar rozijnen erin was onze favoriet. De oude wijvenkoek kreeg zijn naam door haar zachte structuur zodat tandeloze olle wieven dit makkelijk konden kauwen. De koek is gemaakt van een mengsel van roggebloem en tarwebloem. Roggebloem is gezeefd roggemeel, wit van kleur en bevat geen vezels of kiem meer van de roggekorrel maar wel de aardse smaak. Dit meel geeft dus een lichtere structuur aan brood en koek dan roggemeel. Toen ik een recept zocht voor deze koek kwam ik terecht op de aardige website van Nederlands dis. Het recept wat ik hier vond, heb ik verder uitgewerkt en er zuurdesem aan toegevoegd om de smaak en de vertering te verhogen. Juist bij roggemeel en roggebloem werkt zuurdesem heel goed als rijsmiddel omdat rogge geen of nauwelijks gluten bevat. Het deeg, nog zonder kruiden, suikers of rijsmiddel moet voor het bakken 3 uur rusten. Als je geen zuurdesem hebt, kun je het gewoon weglaten, het dient hier vooral als extra smaakmaker. Typisch voor olwievm is dat hij bovenop bestrooid is met bloem  wat een mooi contrast  geeft met de bruine kleur van de koek en een besneeuwd uiterlijk.  Vroeger werd de oude wijvenkoek in het Noorden ook gegeten met Nieuwjaar volgens het Groninger woordenboek van K. ter Laan.

oude wijven ap kl

Groninger oude wijvenkoek met anijszaad gekruid

Wat heb je nodig voor de oude wijvenkoek / olwievm?
125 gram tarwebloem
125 gram roggebloem
25 gram zuurdesem van tarwemeel
225 gram lauwe rooibosthee met specerijen

na 3 uur rusten van dit deeg het volgende toevoegen:
5 gram bakpoeder
125 gram ruwe rietsuiker of lichte basterdsuiker
1 eetlepel / 6 gram gemalen anijszaad
1 theelepel / 2 gram koekkruiden
1 gram zout
1 ei
50 gram keukenstroop (Zeeuwsche boerin)
25 gram rozijnen
om te bepoederen bovenop:
5 tot 10 gram tarwebloem

De bereiding:
Maak eerst het voordeeg:
Weeg en zeef de roggebloem en de tarwebloem tesamen in een grote mengkom. Voeg hieraan de zuurdesem toe en al goed roerend met een siliconen spatel of mixer de lauwe thee. Roer alles heel glad tot een stevig deeg en dek af met een bord of plastic zak. Door de toevoeging van ei en keukenstroop is het deeg straks op precies de goede dikte, dit voordeeg is nog steviger.
Zet dit voordeeg gedurende 3 uur op een warme plaats bijvoorbeeld op de verwarming.

Ondertussen kun je de andere ingredienten verzamelen en het anijszaad vijzelen. Als je dit zelf vijzelt krijg je een veel betere smaak. Gemalen anijszaad verliest vrij snel het aroma. Anijszaad koop je voordelig in een toko of mediterrane supermarkt en is ook lekker in broodrecepten en in bijvoorbeeld in deze bietensoep! Vet een cakeblik met wat olie in en bekleed dit met 2 repen bakpapier zodat de koek straks mooi uit het blik komt.
Meng in een andere ruime kom de afgewogen droge ingredienten: het bakpoeder, de suiker, anijszaad, de koekkruiden en het zout.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Na drie uur rusten meng je de droge ingredienten bij het voordeeg met en spatel of mixer. Daarna voeg je het losgeklopte ei en de keukenstroop samen toe en als laatste de rozijnen en meng alles heel goed door elkaar tot een glad beslag wat dik vloeibaar is.
Vul hiermee het met papier beklede cakeblik (dit is ruim voor de helft gevuld) en bepoeder de bovenkant van de cake met tarwebloem. Dit gaat het beste met een poedersuikerstrooier of klein zeefje. Veeg de randen van het cakeblik even schoon en plaats dan de koek in de oven.
Laat de oude wijvenkoek ongeveer 60 minuten bakken bij 175 graden Celsius.
Controleer op het einde van de baktijd of de olwievm gaar is, prik erin met een satehprikker, als die er schoon uitkomt is het goed. Ook kun je kijken naar de kleur, die moet mooi donkerbruin zijn en de anijsgeur moet ook sterk aanwezig zijn. Mocht de oude wijvenkoek nog wat langer in je oven moeten bakken, bedek haar dan na een uur met aluminiumfolie tegen verbranden.

Laat de koek goed afkoelen en bewaar hem in een goed afgesloten koekblik of in aluminiumfolie. Hoewel je meteen zin krijgt om de oude wijvenkoek op te eten zijn kruidkoeken na 2 dagen nog veel lekkerder doordat alle smaken goed zijn ingetrokken. Dus nog even geduld oefenen, je krijgt dan een lekker plakje olwievm. Moi!

Misschien vind je dit ook leuk: boekweitwafels , amandelwafels en Valentijnbroodjes

Oliebollen uit de oven – bevat gluten

Bij de overgang van Oud- naar Nieuwjaar wordt in Nederland vaak een oliebol  gegeten bij het wensen van voorspoed en gezondheid. Mij bevallen gefrituurde gerechten niet goed en daarom ging ik aan de slag met een variatie uit de oven waarbij je de oliebollen bakt in een muffinvorm. Deze frisse luchtige bolletjes liggen niet zwaar op de maag en je keuken geurt heerlijk tijdens en na het bakken. Ook de samenstelling van het meel is verantwoord, er zit volkorenmeel in. Door de geraspte appel en de kwark in het deeg wordt het deeg lekker fris en mals. Als je ook niet wil frituren is dit een uitstekende oliebol uit de oven. Warm zijn ze heerlijk maar ze smaken ook lekker als ze koud zijn, bijvoorbeeld bij de koffie of lunch. Alvast een goede roetsj naar het nieuwe jaar gewenst!

ovenbollen-kl-ap

oliebollen uit de oven

Wat heb je nodig voor 12 oliebollen uit de oven?

125 gram volkorentarwemeel (zonder de grove vezels)
125 gram bloem
4 gram instant gistkorrels
5 gram zout
1/2 theelepel kaneel
50 gram halfvolle kwark
12 gram of 1 eetlepel neutrale (olijf)olie
230 gram warm water
1 eetlepel citroensuiker
vulling:
75 gram geraspte appel
enkele druppels citroensap tegen het verkleuren
40 gram rozijnen
25 gram gewelde abrikozen
10 gram sukade

De bereiding:

Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn om het beslag goed te laten rijzen.Was de rozijnen en laat ze een paar minuten wellen in heet water, ze houden dan beter hun vorm in het beslag. Droog ze daarna goed. Snij de abrikozen in kleine stukjes. Rasp de appel en besprenkel dit met wat citroensap.

Zeef de bloem en het meel samen, ik heb er de grove vezels van het volkorenmeel uitgelaten voor een fijner resultaat.
Neem eerst een mengkom en en garde en meng hierin meel, bloem, gist, zout, kaneel, citroensuiker, kwark en olijfolie en en voeg als laatste het warme water toe. Roer verder met een spatel tot een stevig en glad beslag en voeg als laatste de vulling toe. Roer dit goed door elkaar.
Zet de beslagkom afgedekt met een dunne plastic zak weg op een warme en tochtvrije plek en laat dit een uur rijzen.

Vet vlak voor het bakken een muffinvorm heel goed in met ruim olie. Leg een rond stukje bakpapier op de bodem van elk muffinholte zodat je ovenbollen makkelijk uit de vorm komen, het beslag plakt en bakt anders in de vorm.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.

Het beslag is nu lekker luchtig en je hoeft het niet door te scheppen. Kijk wel of de vulling goed verdeeld is over de bolletjes. Leg nu netjes in elke muffinholte 2 eetlepels deeg, je kunt hiervoor een ijsbolletjestang nemen. De holtes moeten voor 2/3 gevuld zijn. Bak de ovenbollen in 15 minuten gaar en lichtbruin. Open de oven na 10 minuten even om overtollige damp even te verwijderen. Let op voor hete stoom.

Eet de ovenbollen liefst vers en warm maar oppiepen in de magnetron kan ook en bestrooi ze met poedersuiker.
Een goed uiteinde van 2018 en een gezond en gelukkig Nieuwjaar met veel bakplezier!

Ook leuk om te bekijken: kerstbrood met amandelspijs