Categorie archief: aparte koek

Uniek gebak met aparte ingrediënten, niet te vet of te zoet en aparte meelsoorten. Bevat gluten.

Ricottataart – bevat gluten

Een prachtige malse Italiaanse caketaart met ricotta heb ik gebakken voor mijn verjaardag. Tijdens een Romereis aten we in een Italiaans familierestaurant een ricottataart met appel als nagerecht. Het traditionele recept van deze torta di nonna was natuurlijk van de grootmoeder van de eigenaar. Het was verfijnd en heerlijk! Het aantrekkelijke aan ricottataart is dat deze heerlijk fris is en vrij weinig boter bevat. Ik maakte mijn eigen versie, met amandelmeel, vanuit verschillende recepten. Mijn visite vond het geslaagd dus durf ik hem wel te bloggen. De naam ricotta betekent tweemaal gekookt. Ricotta is een soort kaas die gemaakt wordt van het waterige wei-gedeelte van de melk, een bijprodukt van de kaasproductie die gemaakt wordt van wrongel, het vaste gedeelte van melk. Maar in wei blijken dus nog veel waardevolle voedingsstoffen te zitten. Ricotta bevat veel eiwit en heeft een luchtige, iets korrelige structuur en lijkt enigzins op kwark. Het bevat weinig vet en zout en daardoor  heel goed te gebruiken als basis voor een minder vette cake. De ricotta zorgt voor een goede emulsie (verdeling) van het deeg en vervangt een deel van de boter. Het beslag van deze taart is wat luxer door het gebruikte amandelmeel en zo ontstaat een smakelijke amandelcake die licht en fris smaakt. Een frisse limoen zorgt voor een zomerse citrustoon. Als vulling en voor extra malsheid zit er geraspte appel in en stukjes abrikoos. Buon appetito!

ricottatrt ap kl(1)

lichte zomerse ricottataart met amandelmeel, appel en abrikozen

Wat heb je nodig voor de ricottataart?

125 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
200 gram kristalsuiker
3 eieren M
geraspte limoenschil van 1-2 limoenen
80 gram amandelmeel
3 druppels amandelessence
150 gram tarwebloem
12 gram bakpoeder
mespunt zout
250 gram ricotta (Galbani)
1 geraspte appel (Elstar) met paar druppels limoensap
7 gedroogde en gewelde abrikozen
garnering:
25 gram amandelsnippers
vlak voor gebruik 1 eetlepel gezeefde poedersuiker

De voorbereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn met name de eieren, boter en ricotta. Vet een springvorm in van 24 centimeter doorsnede en bedek de bodem met een cirkel met bakpapier.
Rasp de limoenen nadat je eerst de schil goed hebt gewassen en gedroogd.
Meng het amandelmeel met de bloem en het bakpoeder en het zout goed met een garde in een aparte kom. Zet dit even apart en druppel er de amandelessence over.
Knip de gewelde abrikozen in kleine stukjes zo groot als een rozijn en zet dit ook even apart. Schil en rasp de appel en druppel er meteen wat limoensap over tegen verkleuring meng dit met de abrikoos.
Verwarm de oven voor op 175 graden.
De bereiding:
Mix de boter samen met de suiker en de geraspte limoen in een grote kom.
Voeg daarna een voor een de eieren toe.
Voeg hier de meelmassa aan toe in twee gedeeltes.
Als dit goed is gemengd tot een luchtige gladde massa kan er de ricotta door. Het beslag moet nu in stukken van de lepel vallen.
Daarna de geraspte appel en de stukjes abrikoos erdoor scheppen.
Giet dit mengsel in de springvorm en strijk de bovenkant glad. Strooi hier de amandelschilfers over.
Bak de ricottataart in ongeveer 40 minuten tot de bovenkant goudbruin is en de amandelschilfers lichtbruin.
Haal de taart voorzichtig uit de oven en haal hem na 5 minuten uit de vorm. Snij de zijkant los met een scherp mesje. Laat hem afkoelen op een taartrooster. De bodem kun je eronder laten zodat je hem makkelijker kunt verplaatsen. Bestrooi de taart vlak voor het serveren met wat poedersuiker met behulp van een (poedersuiker)zeefje.

Heerlijk bij een feestje in de zomer en als nagerecht!
Dit vind je misschien ook lekker: amandeltaart met kersen

kersentaart-ap-kl

frisse kersencake met amandelmeel en Griekse yoghurt

 

Advertenties

Paasbrood in vorm van kip – bevat gluten

Dit mooie paasbrood in de vorm van een kip kun je zelf maken voor het komende paasontbijt of -brunch. Een fijne aanvulling voor deze feestelijke broodmaaltijden en goed van te voren te maken en in te vriezen. Je maakt hiervoor eerst het smakelijke  brooddeeg met een lichtgekleurd meelmengsel van tarwebloem maar ook met volkorenmeel en havermeel om het deeg steviger, smakelijker en stiekem ook gezonder te maken. Anijszaad plus mahlab kruiden dit deeg op een bijzondere wijze. Dit deeg rol je na het rijzen uit tot een ronde plak en modelleert deze naar het voorbeeld van de sjabloon met schaar en mes. In de receptuur kun je duidelijk lezen hoe je deze paaskip kunt maken. Een leuk knutselwerkje met deeg om straks samen ervan te genieten en het voorjaar in te luiden. Onderaan dit bericht vind je nog meer paasrecepten uit dit blog.

paaskip ap kl

paasbrood in de vorm van een kip van een kruidig en luxe apart brooddeeg

Wat heb je nodig voor de paasbroodkip?

400 gram tarwebloem
50 gram volkorentarwemeel
50 gram havermeel of gemalen fijne havermout|
10 gram gedroogde instantgist
1 ei M
30 gram roomboter
225 gram halfvolle (lactosevrije) melk
1 theelepel gemalen anijs
1/2 theelepel gemalen mahlab (toko of mediterrane winkel)
9 gram bakkerszout
40 gram lichte basterdsuiker
1 eetlepel citroensuiker
garnering:
ei om te bestrijken
sesamzaadjes om te bestrooien
een natte gewelde rozijn voor het oog

paaskip sjabloon

sjabloon voor paaskip

De bereiding:

Zorg dat alle ingredienten op kamertemperatuur zijn voor je begint, vooral ei en meel is belangrijk.
Meng de meelsoorten met elkaar in een grote mengkom en voeg hier de gistpoeder aan toe. Voeg het zout, de suiker en de anijs en mahlab toe en roer goed door elkaar en maak een kuiltje in het midden.
Smelt de roomboter in een steelpannetje op klein vuur en voeg de koude melk toe. Dit mengsel is dan precies lauw en kun je daarna toevoegen in het midden van het meelmengsel. Voeg het losgeklopte ei toe en meng alles goed door elkaar en kneed een vijftal minuten in de kom en later op het werkblad totdat het deeg elastisch is. Het moet een soepel en stevig deeg worden zodat je er straks een mooie strakke kip uit kunt boetseren en bakken.

Laat het deeg nu afgedekt met een dunne grote plastic zak in de mengkom een uur rijzen op een warme tochtvrije plek.
Neem ondertussen een vlaaiplaat van ongeveer 29 centimeter doorsnede, en maak een sjabloon voor de kip, het voorbeeld zie je hierboven op de foto.
Kneed het deeg kort even door, bol het weer op en druk het zachtjes met een deegrol tot een ronde gladde platte plak met een doorsnede van de bakplaat.
Leg het sjabloon op de deegplak en snij de vorm van de kip uit de deegplak met een scherp mes. Met een stevige keukenschaar kun je de fijne hoekjes of de ronde bochten beter doorknippen of bijwerken. Ook de insnijdingen bovenop heb ik met een schaar gedaan maar experimenteer gerust naar eigen inzicht hiermee.
Maak van de restjes deeg strengetjes en vorm hiermee de verenpartij, zie voorbeeld. Je kunt er ook nog ongeveer 4 kleine paashaasjes of paaskuikentjes bij verzinnen van het resterende deeg.
Maak op de plaats van het oog een gaatje, duw hierin een klein balletje deeg en druk hierin de natte rozijn (deze verbrand dan minder snel). Zo krijg je een mooie afwerking van het oog.
Laat de paaskip ongeveer 45 minuten afgedekt met een doek op een warme tochtvrije plaats narijzen tot hij luchtig is.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Bestrijk de paaskip voor het bakken met losgeklopt ei wat met iets water is vermengd. Strooi dan lichtjes nog wat sesamzaadjes over de vleugels ter garnering.
Bak de paasbroodkip ongeveer 25 minuten mooi bruin en gaar bij 200 graden Celsius.
De laatste 12 minuten deed ik er aluminumfolie over om verbranden te voorkomen, er zit wat suiker in het deeg en dit wordt snel bruin!
De kleine paashaasjes zijn na 13 minuten al gaar dus neem ze snel en voorzichtig eerder uit de oven, tegelijk met het aluminiumfolie erover leggen.
Laat de paaskip na het bakken uitdampen op een taartrooster.
Hele fijne paasdagen gewenst!

Paastip: ook leuke paasrecepten op dit dasanderekoekblog  zijn:
citroen- amandelmuffins, de voorjaarstaart met peer-ananas, paasamandelcake met marmereffect of de paaskoekjes met glazuur.

 

Molenkoekjes – bevat gluten

Granen van de molen geperst in een mooi molenvormpje vormen de basis voor een vormvast koekdeeg met halfom volkorenmeel en tarwebloem. Het knapperige molenkoekje hiervan gemaakt, heeft veel smaak door twee smaaksuikers, donkere basterdsuiker en speculaaskruiden.  Ik was al langer op zoek naar een uitsteekvormpje voor een molen maar vond geen geschikte. Molenwieken zijn vaak te dun en breken snel af bij het uitsteken van deeg. Dit koekvormpje van Patisse is prima. Neem voor de molenkoekjes een goed volkorenmeel van de plaatselijke molen, versgemalen en je weet precies wat erin zit. Volkorenmeel uit de supermarkt is namelijk niet meer dan bloem met toegevoegde zemelen en bevat weinig voedingsstoffen. Volkorenmeel is een term die helaas niet voldoende beschermd wordt door de warenwet, het behoort eigenlijk een meel te zijn dat de hele graankorrel bevat zonder uitzevingen. Op deze website  van broodsmakelijk.nl waar ze uitgebreid allerlei meelsoorten hebben getest lees je meer hierover en  adressen van molenwinkels vind je hier.

Wat heb je nodig voor 34 molenkoekjes?

85 gram roomboter
85 gram donkere basterdsuiker
15 gram vanillesuiker
15 gram sinaasappelsuiker
1 ei
130 gram tarwevolkorenmeel
130 gram tarwebloem
2 gram bakpoeder
1 gram zout
1/4 theelepel speculaaskruiden

De bereiding:

Mix de roomboter, gewoon uit de koelkast, goed met de suikers tot een romig geheel, voeg dan het ei toe en meng dit erdoor. Meng de meelsoorten, bakpoeder, het zout en de speculaaskruiden erbij en mix dit in een paar minuten tot een soepel stevig geheel.
Is het warm, koel dan het deeg nog even een half uurtje, maar in de winter kun je meteen gaan uitrollen.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Rol het deeg daarna uit tot een plak van 1/2 centimeter dikte en steek de molentjes met het molenvormpje uit. Je kunt een heel klein beetje bloem onder de deegplak doen en het vormpje af en toe licht bebloemen of schoonborstelen als je de koekjes uitsteekt want er gaan altijd wat deegrestjes tussen de dunne wieken zitten. De dikte van 1/2 centimeter is belangrijk zodat het molenvormpje er goed uitkomt en het koekje smakelijk  is. (Je kunt natuurlijk ook andere koekvormpjes hiervoor gebruiken, het is een goed uit te steken deeg wat goed nogmaals uitrolbaar is en niet plakkerig is.)
Bak de koekjes gaar en bruin in ongeveer 10-12 minuten, afhankelijk van de dikte van deeg, ze zijn dan aan de onderkant bruiner dan bovenop en ruiken heerlijk.
Bak er een paar voor de molenaar!

Oude wijvenkoek – bevat gluten

Deze oude wijvenkoek of “olwievm” is een mooie herinnering aan Groningen. Bij mijn schoonmoeder kregen we deze heerlijke verfijnde koek met lichte anijssmaak altijd bij de koffie en als we weer naar Limburg vertrokken namen we vaak een paar koeken mee van de plaatselijke bakker. Vooral de variant met een paar rozijnen erin was onze favoriet. De oude wijvenkoek kreeg zijn naam door haar zachte structuur zodat tandeloze olle wieven dit makkelijk konden kauwen. De koek is gemaakt van een mengsel van roggebloem en tarwebloem. Roggebloem is gezeefd roggemeel, wit van kleur en bevat geen vezels of kiem meer van de roggekorrel maar wel de aardse smaak. Dit meel geeft dus een lichtere structuur aan brood en koek dan roggemeel. Toen ik een recept zocht voor deze koek kwam ik terecht op de aardige website van Nederlands dis. Het recept wat ik hier vond, heb ik verder uitgewerkt en er zuurdesem aan toegevoegd om de smaak en de vertering te verhogen. Juist bij roggemeel en roggebloem werkt zuurdesem heel goed als rijsmiddel omdat rogge geen of nauwelijks gluten bevat. Het deeg, nog zonder kruiden, suikers of rijsmiddel moet voor het bakken 3 uur rusten. Als je geen zuurdesem hebt, kun je het gewoon weglaten, het dient hier vooral als extra smaakmaker. Typisch voor olwievm is dat hij bovenop bestrooid is met bloem  wat een mooi contrast  geeft met de bruine kleur van de koek en een besneeuwd uiterlijk.  Vroeger werd de oude wijvenkoek in het Noorden ook gegeten met Nieuwjaar volgens het Groninger woordenboek van K. ter Laan.

oude wijven ap kl

Groninger oude wijvenkoek met anijszaad gekruid

Wat heb je nodig voor de oude wijvenkoek / olwievm?
125 gram tarwebloem
125 gram roggebloem
25 gram zuurdesem van tarwemeel
225 gram lauwe rooibosthee met specerijen

na 3 uur rusten van dit deeg het volgende toevoegen:
5 gram bakpoeder
125 gram ruwe rietsuiker of lichte basterdsuiker
1 eetlepel / 6 gram gemalen anijszaad
1 theelepel / 2 gram koekkruiden
1 gram zout
1 ei
50 gram keukenstroop (Zeeuwsche boerin)
25 gram rozijnen
om te bepoederen bovenop:
5 tot 10 gram tarwebloem

De bereiding:
Maak eerst het voordeeg:
Weeg en zeef de roggebloem en de tarwebloem tesamen in een grote mengkom. Voeg hieraan de zuurdesem toe en al goed roerend met een siliconen spatel of mixer de lauwe thee. Roer alles heel glad tot een stevig deeg en dek af met een bord of plastic zak. Door de toevoeging van ei en keukenstroop is het deeg straks op precies de goede dikte, dit voordeeg is nog steviger.
Zet dit voordeeg gedurende 3 uur op een warme plaats bijvoorbeeld op de verwarming.

Ondertussen kun je de andere ingredienten verzamelen en het anijszaad vijzelen. Als je dit zelf vijzelt krijg je een veel betere smaak. Gemalen anijszaad verliest vrij snel het aroma. Anijszaad koop je voordelig in een toko of mediterrane supermarkt en is ook lekker in broodrecepten en in bijvoorbeeld in deze bietensoep! Vet een cakeblik met wat olie in en bekleed dit met 2 repen bakpapier zodat de koek straks mooi uit het blik komt.
Meng in een andere ruime kom de afgewogen droge ingredienten: het bakpoeder, de suiker, anijszaad, de koekkruiden en het zout.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Na drie uur rusten meng je de droge ingredienten bij het voordeeg met en spatel of mixer. Daarna voeg je het losgeklopte ei en de keukenstroop samen toe en als laatste de rozijnen en meng alles heel goed door elkaar tot een glad beslag wat dik vloeibaar is.
Vul hiermee het met papier beklede cakeblik (dit is ruim voor de helft gevuld) en bepoeder de bovenkant van de cake met tarwebloem. Dit gaat het beste met een poedersuikerstrooier of klein zeefje. Veeg de randen van het cakeblik even schoon en plaats dan de koek in de oven.
Laat de oude wijvenkoek ongeveer 60 minuten bakken bij 175 graden Celsius.
Controleer op het einde van de baktijd of de olwievm gaar is, prik erin met een satehprikker, als die er schoon uitkomt is het goed. Ook kun je kijken naar de kleur, die moet mooi donkerbruin zijn en de anijsgeur moet ook sterk aanwezig zijn. Mocht de oude wijvenkoek nog wat langer in je oven moeten bakken, bedek haar dan na een uur met aluminiumfolie tegen verbranden.

Laat de koek goed afkoelen en bewaar hem in een goed afgesloten koekblik of in aluminiumfolie. Hoewel je meteen zin krijgt om de oude wijvenkoek op te eten zijn kruidkoeken na 2 dagen nog veel lekkerder doordat alle smaken goed zijn ingetrokken. Dus nog even geduld oefenen, je krijgt dan een lekker plakje olwievm. Moi!

Misschien vind je dit ook leuk: boekweitwafels , amandelwafels en Valentijnbroodjes

Oliebollen uit de oven – bevat gluten

Bij de overgang van Oud- naar Nieuwjaar wordt in Nederland vaak een oliebol  gegeten bij het wensen van voorspoed en gezondheid. Mij bevallen gefrituurde gerechten niet goed en daarom ging ik aan de slag met een variatie uit de oven waarbij je de oliebollen bakt in een muffinvorm. Deze frisse luchtige bolletjes liggen niet zwaar op de maag en je keuken geurt heerlijk tijdens en na het bakken. Ook de samenstelling van het meel is verantwoord, er zit volkorenmeel in. Door de geraspte appel en de kwark in het deeg wordt het deeg lekker fris en mals. Als je ook niet wil frituren is dit een uitstekende oliebol uit de oven. Warm zijn ze heerlijk maar ze smaken ook lekker als ze koud zijn, bijvoorbeeld bij de koffie of lunch. Alvast een goede roetsj naar het nieuwe jaar gewenst!

ovenbollen-kl-ap

oliebollen uit de oven

Wat heb je nodig voor 12 oliebollen uit de oven?

125 gram volkorentarwemeel (zonder de grove vezels)
125 gram bloem
4 gram instant gistkorrels
5 gram zout
1/2 theelepel kaneel
50 gram halfvolle kwark
12 gram of 1 eetlepel neutrale (olijf)olie
230 gram warm water
1 eetlepel citroensuiker
vulling:
75 gram geraspte appel
enkele druppels citroensap tegen het verkleuren
40 gram rozijnen
25 gram gewelde abrikozen
10 gram sukade

De bereiding:

Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn om het beslag goed te laten rijzen.Was de rozijnen en laat ze een paar minuten wellen in heet water, ze houden dan beter hun vorm in het beslag. Droog ze daarna goed. Snij de abrikozen in kleine stukjes. Rasp de appel en besprenkel dit met wat citroensap.

Zeef de bloem en het meel samen, ik heb er de grove vezels van het volkorenmeel uitgelaten voor een fijner resultaat.
Neem eerst een mengkom en en garde en meng hierin meel, bloem, gist, zout, kaneel, citroensuiker, kwark en olijfolie en en voeg als laatste het warme water toe. Roer verder met een spatel tot een stevig en glad beslag en voeg als laatste de vulling toe. Roer dit goed door elkaar.
Zet de beslagkom afgedekt met een dunne plastic zak weg op een warme en tochtvrije plek en laat dit een uur rijzen.

Vet vlak voor het bakken een muffinvorm heel goed in met ruim olie. Leg een rond stukje bakpapier op de bodem van elk muffinholte zodat je ovenbollen makkelijk uit de vorm komen, het beslag plakt en bakt anders in de vorm.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.

Het beslag is nu lekker luchtig en je hoeft het niet door te scheppen. Kijk wel of de vulling goed verdeeld is over de bolletjes. Leg nu netjes in elke muffinholte 2 eetlepels deeg, je kunt hiervoor een ijsbolletjestang nemen. De holtes moeten voor 2/3 gevuld zijn. Bak de ovenbollen in 15 minuten gaar en lichtbruin. Open de oven na 10 minuten even om overtollige damp even te verwijderen. Let op voor hete stoom.

Eet de ovenbollen liefst vers en warm maar oppiepen in de magnetron kan ook en bestrooi ze met poedersuiker.
Een goed uiteinde van 2018 en een gezond en gelukkig Nieuwjaar met veel bakplezier!

Ook leuk om te bekijken: kerstbrood met amandelspijs

 

 

Kerstbrood met amandelspijs – bevat gluten

Een zelfgemaakte kerststol met amandelspijs is een kroon op je bakkerswerk. Mijn moeder bakte elk jaar haar eigen kerstbrood en maakte haar eigen spijs van amandelen of walnoten. Ze varieerde altijd met de vulling en het was steeds een spannend moment als het brood uit de oven kwam. Na al die jaren had ze een perfect brood en we genoten er altijd van. Ze maakte het zonder ei waardoor het brood niet droog werd. Haar recept heb ik iets aangepast aan mijn wensen, ik doe er nu een beetje fijn volkorenmeel in. Voor de vulling gebruik ik ook cranberry’s en maak er een kleurig geheel van met noten, sukade en rode en groene gekonfijte kersen. Vulling en spijs kun je daags te voren al klaarmaken, dat scheelt tijd en is lekkerder, de smaken trekken meer in. De bak-en rijstijden in het recept geven je een goede houvast voor je planning. We aten dit kerstbrood in 2016 samen met onze kinderen en Maaike Teunissen, vriendin van mijn zoon, maakte bijbehorende foto.

kerstbrood-2016-kl-2

kerstbrood met amandelspijs

Wat heb je nodig voor een kerstbrood met amandelspijs?

300 gram tarwebloem
50 gram gezeefd volkorenmeel
6 gram (bakkers)zout
2 eetlepels citroensuiker
8 gram gedroogde instantgist
30 gram roomboter
195 gram lauwwarme (lactosevrije) melk
vulling:
20 gram sukade
30 gram hazelnoten zonder schil
40 gram cranberry’s
30 gram gewelde abrikozen
25 gram rozijnen van een goede kwaliteit
20 gram rode en groene gekonfijte kersen (bigarreaux)
1-2 eetlepels tarwebloem
amandelspijs: 
75 gram amandelmeel
75 gram kristalsuiker
1 theelepel citroensuiker
2/3 geklopt ei
enkele druppels amandelessence (dr. Oetker)

De bereiding:
Daags tevoren:

De amandelspijs kun je daags tevoren maken. Je mengt het amandelmeel met de suiker en het ei en de amandelessence. Goed mengen en een dag laten rijpen in een afgesloten kom, dan wordt hij nog lekkerder. Je krijgt zo 200 gram amandelspijs.
De vulling kun je beter ook de dag van te voren al te maken, dit scheelt tijd en hij droogt beter uit.
Was de rozijnen en de cranberry’s en wel ze daarna kort, 2-3 minuten zodat ze stevig blijven. Droog ze daarna goed. Laat ze een nacht uitdrogen op een schaal aan de lucht. Snij de gekonfijte kersen en de gewelde abrikozen in kleine stukjes, gelijk aan de rozijnen. Meng dit met de noten en de sukade en de goed gedroogde rozijnen en cranberry’s en 1 tot 2 eetlepels tarwebloem. Met de bloem mengt het straks beter door het deeg.
De bakdag:
Kneden en 75 minuten rijzen:
Smelt de roomboter en voeg daaraan de melk toe. De temperatuur van dit mengsel moet lauwwarm zijn. Zeef de beide meelsoorten en laat de grove tarwezemelen weg. Maak het deeg van het meel, zout, gist, citroensuiker, melk en de gesmolten boter.
Kneed het tot het soepel is en laat het 75 minuten afgedekt in de kom met een grote plastic zak erom op een warme plaats rijzen.
Maak ondertussen van de amandelspijs een vaste rol van 21 centimeter lengte en 2 1/2 centimeter dikte. De rol is korter dan de deegplak zodat hij er straks niet uitpuilt.

Druk het deeg voor het kerstbrood plat en kneed het kort door.
Laat het deeg 20 minuten rusten voor je de vulling erdoor werkt, dit gaat dan veel beter.

Vullen, vormen en tweede grote rijstijd van 45 minuten:

Maak een plak van het deeg en leg de vulling er goed verdeeld op. Vouw de uiteinden naar binnen toe en knijp alles in het deeg. Kneed het daarna door tot de vulling goed verdeeld is. Als het deeg nog wat plakkerig wordt van de vulling kan er nog iets bloem aan worden toegevoegd, dat mengt beter.
Druk alle uitpuilende vruchten en noten in het deeg zodat er straks niets verbrandt.
Maak een ronde plak met een doorsnede van 24 centimeter door het deeg uit te duwen met je handen. Leg de rol amandelspijs in het midden en vouw de bovenkant over de onderkant. Maak het oppervlakte wat elkaar raakt een beetje nat met water zodat het deeg beter plakt. Druk het deeg op de bovenkant goed aan naast het amandelspijs met de zijkant van je hand, zo ontstaat dan een slofvorm.
Leg het deeg op een bakplaat met bakpapier en laat dit afgedekt met een grote plastic zak eromheen 45 minuten rijzen.

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
Bakken 30 minuten:
Bak het kerstbrood in 30 minuten gaar en bruin, na 20 minuten baktijd even aluminiumfolie over het brood leggen anders verbrandt het door de zoetigheid in het deeg.
Aan het einde van de baktijd het kerstbrood uit de oven halen en dun bestrijken met wat water en een bakkwast. Je krijgt zo een mooie glans.
Goed laten afkoelen. Je kunt dit kerstbrood ruim van te voren bakken en invriezen. Even oppiepen en eventueel bestrooien met poedersuiker voor een sneeuweffect bij de presentatie.
Hele fijne kerstdagen gewenst voor alle lezers en hun familie!
Dit vind je misschien ook leuk in december om te bakken: de links om ze te vinden staan onderaan.

boekweitkruidnootjes apart klein

boekweitkruidnootjes

sinterklaasvlaai

sinterklaasvlaai

gemberkoekjes-apart-klein

stoere gemberkoekmannen

kerststerrenbroodjes ap kl

stervormige kerstbroodjes

kerstcake 2014 apart klein

kerstcake

apart speculaas klein

speculaas met amandelen

amandelspeculaas
sinterklaasvlaai
boekweitkruidnootjes
gemberkoekmannen
kerstcake
kerstbroodjes

Tips voor zuurdesembrood bakken – bevat gluten

In dit blogbericht leer ik je de kneepjes van het zuurdesembrood bakken en een recept voor zuurdesembrood beter doorgronden. Ik vertel je wat ik graag had geweten toen ik begon met zuurdesembrood te maken. Er zijn niet veel Nederlandse bakboeken die hier uitgebreid op ingaan. Met deze goede richtlijnen kun je beginnen en verder  experimenteren. Je krijgt tips over kneden, rijzen, vormen, insnijden. Verder informatie over hoeveel zuurdesem, vocht en zout nodig zijn in een zuurdesembrood en wat je als vulling in dit brood kunt doen. Probeer eerst eens het  basisrecept voor zuurdesembrood uit en dan kun je van daaruit gaan variëren. Zo kun je je lievelingsrecept en voorkeuren gaan zoeken in meelsoorten, bak-en rijstijden en ovenstanden. Geef niet te snel op als het een keer mislukt, bij mij was het brood ook niet perfect in het begin. Maar van fouten of vergissingen kun je leren. Probeer uit te zoeken waar het dan aan ligt, lees de tips nog eens door en probeer het opnieuw. Het is de moeite waard en je krijgt als beloning voor je inzet een bijzonder zuurdesembrood met een geweldige volle smaak.

 

Hoeveel zuurdesem heb je nodig in een zuurdesembrood?

Voor een luchtig resultaat is 1/3 van de gekozen meelhoeveelheid nodig, bij 450 gram meel neem je 150 gram zuurdesem. Combineer je gist met zuurdesem, dan neem je 1/6 deel van de meelhoeveelheid zuurdesem, 50 tot 75 gram desem per brood waarbij je 450 gram meel gebruikt. De zuurdesem dient bij deze kleinere hoeveelheid dan vooral voor de smaak, minder voor de rijs. De hoeveelheid gist verminder je hierbij bijvoorbeeld tot 2/3 deel van de normale hoeveelheid gist. Hierbij zijn wel langere rijstijden nodig dan bij een eenvoudig gistbrood.

Hoeveel vocht heb je nodig in een zuurdesembrood?

Door zuurdesem te gebruiken in plaats van gist voeg je water plus meel toe aan je deeg. Hou daar rekening mee met het berekenen van het zoutgehalte en de hoeveelheid vocht in het recept als je zelf gaat experimenteren.

ingr. zuurdesem kl ap

zuurdesem gemaakt van tarwemeel en water


Als vocht in het brood telt water plus olie mee. Het uiteindelijke brooddeeg moet straks minimaal 60% vocht bevatten van de totale hoeveelheid meel die je gebruikt. Voelt het deeg toch te droog aan dan kun je lepelsgewijs water toevoegen op de deegplak totdat het deeg soepel aanvoelt en je goed kunt kneden. Dit kan alleen aan het begin van het kneden, daarna wordt dit moeilijk. Beter dat het deeg iets te vochtig is dan te droog, brooddeeg kan namelijk beter rijzen met meer vocht dan met weinig. Bij zuurdesemdeeg moet je precies het recept volgen en geen extra meel door het deeg gaan kneden. Is het deeg toch wat plakkerig, bestrooi dan alleen de buitenkant van het deeg en je handen met wat bloem of meel om het makkelijker te bewerken. Wil je meer vocht in het deeg verwerken en je begint met zuurdesembrood maken dan kun je beter je brood in een ingevet bakblik bakken en niet als een vloerbrood op de bakplaat. Het lukt dan altijd en heeft steun bij het rijzen. Dit brood van vochtig deeg wordt luchtiger met grotere gaten, te vergelijken met een Allisonbrood. Voeg je meer vocht toe dan 60% dan kun je het zoutgehalte wat ophogen richting 1,8% van de hoeveelheid meel. Als je hiermee ruimere ervaring hebt opgedaan dan kun je het zuurdesembrood strak gaan opvouwen bij de laatste rijs en als vloerbrood bakken en misschien eens een  rijsmandje gebruiken voor een professioneel uiterlijk.

Hoeveel zout en vocht heb je nodig in een zuurdesembrood?



Hierbij hoort een stukje receptenleer voor wat meer inzicht in zuurdesembrood.
Zout geeft smaak en stevigheid aan brood. Ik gebruik bakkerszout omdat hier meer jodium inzit, een waardevol mineraal voor ons lichaam. Het zoutgehalte van je boord kan variëren en is afhankelijk van je eigen persoonlijke smaak en voorkeur. Doordat het zuurdesem heel smaakvol is hoeft er minder zout in dan in een gistbrood en de structuur van een zuurdesembrood is zo stevig dat dit goed kan.  Een gistbrood met minder zout kruimelt veel meer dan zuurdesembrood. Meestal ligt het zoutgehalte van zuurdesembrood tussen 1,5 tot 1,8% van de totale hoeveelheid meel, inclusief het meel van de zuurdesem.
De zuurdesem uit mijn recept bestaat voor de helft uit water en de andere helft is meel.
De hoeveelheid vocht in het brooddeeg is licht variabel. Ik ga meestal uit van 60% van de hoeveelheid meel en bloem inclusief meel uit de desem en als ik merk dat er toch meer in moet omdat het deeg te stijf is dan voeg ik in het begin dit lepelsgewijs toe. Dat werkt goed bij de meelsoorten die ik gebruik.
Enkele rekenvoorbeelden voor de liefhebbers om te doorgronden:
Voorbeeld 1:
Een zuurdesembrood van 450 gram meel en 150 gram zuurdesem en ongeveer 210 gram water. Hoeveel zout moet hierin?
De totale hoeveelheid meel in het brood is 450 gram en 75 gram uit de desem die uit de helft vocht bestaat, dus samen 525 gram meel. En 1,6% zout hiervan is 8,4, afgerond 8 gram zout. Het antwoord is dus 8 gram.
Voorbeeld 2: Ik maak twee zuurdesembroden van 500 gram tarwemeel en 500 gram tarwebloem, 350 gram zuurdesem en ongeveer 705 gram water.
Hierbij is de totale hoeveelheid meel: 500 plus 500 plus 175 uit de desem dus 1175 gram meel.
De benodigde hoeveelheid zout ligt bij 1,5% in de buurt (ik wil het deze keer niet zout) dus 1,5 keer 11,75 is 17,6, afgerond 18 gram zout.
De benodigde hoeveelheid vocht is 705 gram: 60% van 1175 meel .
Voorbeeld 3: Een flink brood van 700 gram meel, 230 gram zuurdesem, 13 gram zout en 490 gram water. Waarom koos ik deze hoeveelheden?
Bij dit brood is de totale hoeveelheid meel 815 gram: 700 plus 115 uit de desem.
Hiervan 1,6% is de benodigde hoeveelheid zout 1,6% van 815 afgerond: 13 gram
en de benodigde hoeveelheid vocht 490 gram: 60% van de meelhoeveelheid die totaal 815 gram is.

Hoe lang moet je zuurdesembrood kneden?

Mijn ervaring is dat je zuurdesembrood met volkorenmeel erin verwerkt niet heel lang hoeft te kneden. Door het fermenteren van het zuurdesemdeeg, wat plaatsvindt tijdens het lange rijzen, ontstaat vanzelf voor een goede deegstructuur door de langdurige ontwikkeling van de glutenstrengen. Dit bespaart je dus energie bij het kneden! Kneed net zo lang tot het soepel en zacht aanvoelt en minimaal ongeveer 10 minuten intensief doorkneden bij het eerste kneden nadat alles goed is vermengd. Bij de tweede keer voor het vormen 3 tot 5 minuten en daarna opvouwen en vormen tot je voelt dat het deeg stevig is. Je hoeft dus minder lang kneden dan bij gistdeeg. Sommige meelsoorten in brood zoals spelt en roggemeel worden niet veel beter of elastischer als je ze lang kneedt. Spelt heeft een delicatere glutenstructuur dan tarwe en wordt zelfs taai bij langdurig kneden. Speltdesembrood gedurende 5 tot 8 minuten kneden in het begin is voldoende en bij de tweede rijs even kort doorkneden is voldoende. Rogge bevat weinig gluten en het zuurdesembrood is volgens mij voldoende gekneed als de de samenhang van het deeg goed is en de ingrediënten goed verdeeld zijn en het deeg soepel aanvoelt. Een vliesje ervan trekken lukt niet bij meelsoorten met veel vezels, dit lukt wel beter bij harde tarwesoorten met veel gluten erin die baat hebben bij het uitrekken.

Welke kneedtechniek is handig?

Er zijn meerdere kneedtechnieken die goed werken maar ik gebruik de volgende techniek om mijn handgewrichten te ontzien:
Bij het eerste kneden na het rijzen kneed ik eerst een paar minuten door in de mengkom. Daarna trek ik het deeg helemaal uit elkaar tot kleine stukken en ik maak een lange streng met mijn gebalde vuisten op het werkblad en vorm deze weer tot een bal door de streng weer op te rollen. Of ik laat de zwaartekracht helpen door het deeg aan een punt vast te houden en het naar beneden te slingeren of te hangen zodat het uitrekt. Ik gebruik het gladde werkblad als een tegenhanger van het deeg en werk dan wel in een flink tempo. Als ik merk dat het weer samenvoegen tot een bal heel soepel gaat en ik zie strengen in het deeg dan is dat een goed teken van de hechting van het deeg. De rest van de structuurvorming gebeurt ook tijdens de fermentatie, het voorverteren van het deeg bij de warme temperatuur en hoge vochtigheid in het deeg. Het deeg kneden vóór de eerste rijs in een Kitchen Aid of ander goed kneedapparaat kan ook prima is mijn ervaring. Kneed dan tot het deeg aan de kneedhaak blijft hangen als één geheel. Even met de hand doorkneden en opbollen voor het goede gevoel is aan te raden. Ná de eerste rijs is het deeg te slap geworden voor een mengmachine en raad ik aan het gefermenteerde deeg verder voor de tweede keer met de hand te kneden voor een beter gevoel. Dit geldt zeker bij speltmeel omdat het deeg anders te taai wordt.

Hoe lang laat je het zuurdesembrood rijzen of rusten en hoe voelt het deeg aan?

Om zuurdesembrood te bakken is globaal genomen minimaal een voorrijs nodig van twee uur en een tweede rijs van minimaal 4 uur. Het deeg rijst eigenlijk niet alleen maar fermenteert vooral, vandaar dat het ook rusten kan worden genoemd. De rijstijden hangen af van het resultaat van het rijzen af en dit hangt weer af van de temperatuur van de omgeving, het soort meel wat je hebt gebruikt en de gebruikte hoeveelheid zuurdesem. De optimale temperatuur om te rijzen ligt tussen de 20 en 30 graden Celsius. Bij een lagere temperatuur gaat de fermentatie langzamer en is de rijstijd langer. Je kunt een digitale thermometer gebruiken om te bekijken hoe de temperatuur precies is.
Het volume moet bij het rijzen en rusten in iedere geval groter worden en het deeg moet zachter gaan aanvoelen. Als je het deeg de eerste keer kneedt voelt het ongeveer aan als een normaal gistdeeg maar toch al wat slapper door het toegevoegde zuurdesem. Door de fermentatie, het gedeeltelijk afbreken door de micro-organismen, wordt de deegstructuur slapper en voelt het deeg na uren fermentatie dus steeds slapper en zachter  aan. Na de tweede rijsperiode moet je niet schrikken als het deeg wat uitgevloeid lijkt, ook als je het strak hebt opgebold. Door de ovenrijs bij het bakproces in de hete oven wordt het deeg straks weer mooi bol. In het begin realiseerde ik me dit ook niet maar een zuurdesemdeeg voelt slap en zacht aan als het klaar is om te bakken en het volume is flink vermeerderd maar niet helemaal verdubbeld. Al doende leer je dit herkennen! Als je met een vinger op het deeg drukt en het niet meer helemaal terugveert is hiervoor een aanwijzing. Op onderstaande foto’s zie je het verschil voor en na de eerste fermentatie, het deeg is al veel slapper en wat uitgezakt.


Bij het fermentatieproces komt ook waterdamp vrij, dit zie je op onderstaande foto. Door een ruime dunne schone plastic zak ruim over het deeg te plooien hou je de temperatuur en vochtgehalte goed in de hand en deze beschermt ook tegen tocht. Een linnen doek of dunne katoenen theedoek  erover bij het rijzen kan ook maar het deeg wordt dan aan de buitenkant iets droger. Je zou een doek dan af en toe licht kunnen bevochtigen door er af en toe wat lauw water op te druppelen. Als je twee of meer desembroden tegelijk maakt kun je ze bij de tweede keer rijzen op een bakblik gescheiden houden met een stevige geplooide linnen doek zodat ze niet aan elkaar bakken en de vorm beter blijft behouden.

zrdsm rijst ap kl

zuurdesem rijst voor de tweede keer met waterdampvorming

Geduld bij het rijzen en rusten geeft succes

Mijn methode van zuurdesembrood maken heeft twee keer rijzen of rusten nodig die je moet plannen, eerst een voorrijs en na het doorkneden en vormen komt nog een narijs. De voorrijs duurt net zo lang tot je deeg groter wordt in volume en luchtbelletjes krijgt en het zachter gaat aanvoelen. Dit kan 2 uur duren, afhankelijk van de temperatuur en de meelsoort en de hoeveelheid zuurdesem die je hebt gebruikt. Is de temperatuur rond de 22 graden Celsius dan is 2 uur voorrijs voldoende is mijn ervaring. De tweede rijs duurt ongeveer 4 uur, het volume hoeft  niet precies te verdubbelen maar wel weer flink groter zijn geworden, laten we zeggen 2/3 volumevergroting. Bij 22 graden Celsius is 4 uur dus voldoende om je een idee te geven. In de oven tijdens het bakken rijst het brood verder door verdamping van waterdamp in het deeg en nu ontstaan grotere luchtbellen in het deeg. Dit noemen we de ovenrijs die je desembrood pas zijn definitieve vorm geeft.

Hoe kun je het zuurdesembrood vormen?

Het bollen of vormen van het deeg moet je strak doen zodat het slappe zuurdesemdeeg niet teveel uitzakt. Dit kun je doen door na de voorrijs en doorkneden van het deeg een platte plak te maken en deze weer op te vouwen in drieën. Of je maakt een ronde plak en je drukt alle uiteinden naar het midden en bolt dit dan op aan de onderkant. Dit kun je eventueel nog een keer herhalen. Je voelt dan al meteen meer stevigheid van het deeg. Naar wens maak je er een bol of langwerpige vorm van of je kunt ook twee kleinere broden maken. Na het vormen bestrooi je de broden rondom heel dun met wat bloem of meel en wrijft dit dun uit waardoor ze hun vorm ook beter behouden. Dit bebloemen heeft dus ook een functie voor de structuur. Een heel klein beetje bloem of meel aan de buitenkant is voldoende. Ik gebruik hiervoor graag een soort die ook in het brood is verwerkt.  Het ruimer bestrooien met meel of bloem voor een mooi uiterlijk doe je pas vlak voor het bakken want het brood rijst nog  en anders wordt deze decoratie vlekkerig. Een langwerpig brood kun je ook verstevigen door de deegplak strak op te rollen en met de vouw aan de onderkant op de bakplaat te leggen.

zrdsm basis ap (2)kl

rond zuurdesembrood met insnijdingen

Extra langzaam rijzen voor geduldige bakkers

Een aparte methode is om het deeg de tweede keer langer en langzaam te laten rijzen, een nacht of 12 uur, in de koelkast of op een andere koele plek. Je maakt het deeg in de vroege avonduren en bakt het op de dag erna op een tijd die jou beter uitkomt. De eerste rijs van ongeveer twee uur kan hierbij plaatsvinden in een mengkom met een dunne plastic zak erom op een warme tochtvrije plaats in de vroege avonduren om het fermenteren een goede start te geven. Het deeg heeft dan wel weer eerst een paar uur nodig om op kamertemperatuur te komen en weer na te rijzen en pas daarna kun je gaan bakken dus hou daar rekening mee, dit kan wel weer 3 tot 4 uur duren. Het hangt er bij deze methode ook van af of je dit in de winter of de zomer doet. Dit is iets wat je ontdekt door te experimenteren maar het voordeel is een nog betere smaakontwikkeling door het extra langzame fermenteren.

Vloerbrood, bakblik of rijsmandje om zuurdesembrood in te bakken?

Na de voorrijs en de tweede keer kneden en vormen leg je het deeg ingepakt en ondersteund door een dunne heel licht vochtige linnen doek op de bakplaat met bakpapier. Je kunt hier ook een zwarte vlaaiplaat voor gebruiken. Zo krijg je een vloerbrood.

zrdsm basis m crberrie ap kl

langwerpig desembrood met insnijdingen en vulling van cranberry’s

Een leuke truc om je brood boller te maken is er een slagerstouwtje losjes omheen te binden en zo te bakken. Dit gaat het beste bij broden van 350 gram en je moet het touwtje er niet te strak omheen te binden en mee laten bakken. Kijk hieronder maar naar het Romeinse brood voor alledag. Als je het touwtje los knipt vóór het bakken zakt het brooddeeg weer in maar zo ontstaat weer een aparte vorm, een soort hoed.

rombrd-arch-kl

opgebold Romeins brood, links gerezen met een touwtje erom

zrdsmbrd hoed ap

zuurdesembrood hoedvorm, enigszins scheefgezakt

Gebruik je een goed ingevet broodbakblik dat je voor ongeveer 2/3 hebt gevuld dan kun je het brood gaan bakken als het brood de bovenrand heeft bereikt. Als je begint met zuurdesembrood is dit de makkelijkste methode. Je kunt er een vloerbrood van gaan maken op een bakplaat als je het bakproces wat langer in de vingers hebt en weet hoe het deeg moet aanvoelen.

Óf je laat  je zuurdesembrood in een flink met bloem bestoven rijsmandje of een bebloemd broodmandje met een linnen doek erin voor de tweede keer rijzen. Hierdoor behoudt het deeg beter zijn vorm en krijgt ook nog een mooi patroon in het deeg. Een rijsmandje kan niet in de oven en moet je ook steeds schoonmaken na gebruik. Bij de rijsmandmethode laat je de plooien van het deeg aan de bovenkant zitten en keer je het rijsmandje om op een broodplankje met daarop bakpapier of meteen op de warme bakplaat zodat de plooien weer beneden zitten en de mooie kant boven. Dit vereist wat meer handigheid en belangrijk om hierbij te weten is dat het slappe zuurdesemdeeg hierdoor wat inzakt, schrik niet, maar in de oven weer terug opgaat. Klik hier als je meer over rijsmandjes wil weten.
Wil je geen rijsmandje kopen? Je kunt het zuurdesembrood ook in een goed bebloemd kunststof vergiet óf in een ronde kom met hierin een goed met bloem of meel bestoven linnen doek laten rijzen om een ronde vorm te behouden.

Insnijden van het zuurdesemdeeg

Vlak voor het bakken strooi je desgewenst nog wat extra bloem of meel over het brood voor een mooi uiterlijk en snij dan de bovenkant van het deeg enkele malen het liefst sierlijk in met een dun en scherp kartelmesje om wilde scheuren in het deeg te voorkomen. Wilde scheuren ontstaan door de snelle ovenrijs en de grote druk op de korst. Deze druk moet een uitgang hebben en dat kan door de gerichte snedes die je maakt met een scherp mesje. Snijden doe je met een snelle beweging en ongeveer 1/2 tot 1 centimeter diep. Doe je dit insnijden niet dan krijg je een scheur op een plek die minder mooi is. Wildgebakken wordt het wel eens genoemd, sommigen vinden dit wel artistiek. Iedere bakker heeft zo zijn eigen merkteken in het brood, denk hierbij aan ruit-, veer- of bladpatronen.

zrdsm insnijding ap kl

diverse insnijdingen zijn mogelijk in zuurdesembrood

Er zijn ook speciale scherpe deegmesjes hiervoor in de kookwinkel te koop, een zogenaamde lame. Zelf gebruik ik hiervoor een scherp gekarteld victorinox schilmesje (niet het tomatenmes) wat ik voor meer dingen in het huishouden kan gebruiken. Hoe vaker je dit doet, hoe mooier je insnijdingen worden, al doende leer je.

Bakken van zuurdesembrood

Je plaatst het brood in een heel goed voorverwarmde oven van minimaal 220 graden Celsius en tempert de temperatuur na 10 minuten naar 200 graden. Zeker tien minuten voorverwarmen is een goed idee en ook het gebruik hierbij van een kookwekker of je smartphone-alarm. Een wekkertje helpt je de bak en rijstijden goed bij te houden, ook bij het terugzetten van de temperatuur. Hierbij moet je waarschijnlijk wat gaan experimenteren met je oven omdat elke oven anders werkt. Door een hoge begintemperatuur krijg je een goede ovenrijs, de derde rijs die spectaculair is bij zuurdesem door de verdamping van waterdamp uit het deeg. Het brooddeeg wat eerst nog vrij plat lijkt, rijst dan nog eens flink en scheurt gericht open bij de snedes die je hebt gemaakt in het deeg. Hoe hoger de begintemperatuur, hoe groter de gaten in het deeg. Ik zie op internet of in boeken recepten langskomen van 250 graden Celsius als begintemperatuur. Persoonlijk vind ik bij een hogere oventemperatuur dan 220 graden de geur van het brood minder prettig, er treedt toch een soort verbranding op, zeker van mijn bakpapier. En met grotere gaten in je deeg kun je brood niet goed besmeren , persoonlijk hou ik van een wat vaster deeg met kleinere regelmatige gaten.
Het brood is gaar als het sterk ruikt en hol klinkt als je op de onderkant klopt en duidelijk lichter aanvoelt qua gewicht dan het deeg en de korst moet heel stevig en mooi bruin zijn. Kleinere broden zijn sneller gaar dan grote broden. Een speciale oven is niet nodig, ik bak al geruime tijd in een normale maar goede elektrische oven van Bauknecht. Heteluchtstand of de circulatiestand van de oven gebruik ik als ik meerdere broden tegelijk bak voor een goede warmteverdeling in de oven en ik gebruik deze stand soms om een hogere begintemperatuur te krijgen.

Is er stoom in de oven nodig bij het bakken van zuurdesembrood?

Ik bak mijn broden altijd met een vuurvast schaaltje met water onderin of op het rooster en plaats dit erin bij het voorverwarmen. Hierdoor krijg je gratis stoomvorming. Dat is gunstig tegen de uitdroging van het deeg en je krijgt hierdoor een lekkere korst. Goedkoop en makkelijk, geen stoomoven nodig, wel oppassen bij het openen van de oven voor de hete stoom dus hou afstand met je gezicht.

Welke toevoegingen kunnen in zuurdesembrood?

zrdsmbrd ingredienten ap kl

basisingrediënten voor een zuurdesembrood met smaaksuikers en zaadjes als toevoeging

Toevoegingen naast meel, bloem, water, zout of zuurdesem kunnen zijn:
olie, gesmolten boter of een kleine hoeveelheid suiker, stroop of honing. Deze zijn niet noodzakelijk in een zuurdesembrood wordt vaak verkondigd. Zuurdesembrood wordt traditioneel vaak puur gebakken zonder veel toevoegingen. Eiwitrijke toevoegingen zoals melkprodukten of eieren zijn niet aan te raden in zuurdesembrood vanwege mogelijk bederf ervan bij de lange rijstijden. Persoonlijk vind ik het lekker om naast zaden zoals komijn, karwij of venkelzaden ook noten, graanvlokken en kruiden of gedroogde zuidvruchten zoals cranberry’s of rozijnen of abrikozen in een feestelijk zuurdesembrood te verwerken. Zelf doe ik er ook altijd een theelepel sinaasappel- of citroensuiker in, mijn bakhandelsmerk en erfenis van mijn moeder. Deze toevoegingen profiteren allen van de fermentatie van de desem want ze krijgen hierdoor een nog vollere smaak.

zrdsm 20mrt snee 2 ap kl

zuurdesembrood met snedes bovenop en mooie luchtgaatjes in het deeg