Categorie archief: filosofisch gebak

Gebak geïnspireerd door een filosofisch geschrift. De stijl waarin het recept is geschreven is een satire op de stijl van de filosoof. Bevat gluten.

Eropemmai, amandelkoeken van Plato – bevat gluten

Symposion toespraak van Gulzigoros over de liefdeskoeken: eropemmai

In het Symposion van Plato, dat zich afspeelt in de vierde eeuw BC in Athene, prijzen de gasten tijdens een drinkgelag in veel variaties Eros, de Griekse god van de liefde. De volgende toespraak werd helaas niet meer herinnerd maar de tekst ervan is gelukkig recent herontdekt. Gulzigoros blijkt de spreker te zijn, bekend in Athene vanwege zijn gebrek aan matigheid. Waarschijnlijk is dit de reden dat Plato deze toespraak niet heeft opgenomen in het Symposion.

…. Gulzigoros neemt het woord na Eryximachos: Voordat ik begin moet ik nog even aan de eerbiedwaardige arts Eryximachos mededelen dat zijn recept tegen het boeren, waarvan ik veel last heb…burp… nog niet geholpen heeft. Het kostte teveel inspanning om alles precies op te volgen… Ik kies voor een andere invalshoek voor mijn toespraak over de god Eros, die geheel afwijkt van die van de vorige spreker.
Bezing me de banketten, Muze, met goudbruine broden en zachtzoete koeken op de welgevulde tafels. De god Eros is op vele dingen gericht, in het bijzonder ook op wat er op aarde wordt gemaakt. Vooral wat uit de ovens komt van de bakkers die hun ambacht uitoefenen met veel kennis. Dat besef heeft mijn vriendje, de jonge bakker Makaron met zijn mooie gezicht, me bijgebracht en hij heeft er heel veel verstand van, hij is door Eros geraakt. Zijn liefde voor de bakkunst maakt dat ik nu heel goed in mijn vel zit (klopt op zijn buik en boert weer). Hij heeft ook heerlijke amandelkoeken voor mij gemaakt die ik eropemmai, gebak van Eros, genoemd heb en waar ik óók niet van kan afblijven, hahaha. Ik heb ze meegenomen om te laten proeven. De liefdesgod zorgt hierbij voor een onweerstaanbaar verlangen naar iets wat voortreffelijk ruikt als het uit de oven komt en wat verrukkelijk aanvoelt in de mond. De dichteres Sappho beschrijft treffend het genot van een heerlijke roze koek in haar gedicht, wat mij betovert als ik het hoor:
Hij lijkt mij voor de goden gemaakt te zijn,
de roze koek die tegenover mij op tafel ligt
en van dichtbij ruik ik hoe hij zachtzoet geurt
naar bijenhoning…

Door Eros beroerd, verlangt de mens naar de bevrediging door gebak en dit wordt voorafgegaan door het watertanden, al bij de gedachte hieraan. Gebak kan eenvoudig zijn en smaakvol zoals brood. Maar een verleidelijke koek die er mooi uitziet en een zinnelijk effect geeft in je mond, schenkt het meeste genot. De lust hiernaar móét worden ingewilligd en je wil steeds méér …burp… De drang naar het eten van eropemmai is het grootst in gezelschap met iemand die je liefde kan geven, dit kan man, vrouw of knaap zijn. Tijdens het aanliggen aan de dis kijk je in elkaars ogen en wordt de smaak van de koek en het gevoel in je mond ervan opperbest. Dit wordt allemaal door de god van de liefde geleid. De onderlinge genegenheid tussen de tafelgenoten wordt vergroot, de vriendschap neemt toe, Eros beroert de ander. Men geeft elkaar zelfs stukjes koek in de mond…burp…hahaha.
Gebak en goudbruin brood worden hoog gewaardeerd en horen bij allerlei feestelijkheden. Bij offerandes worden zij gebruikt om de goden gunstig te stemmen. Eros wordt zo geprezen  voor het genot dat hij ons geeft en dan vooral voor het eten van de amandelkoek die mij zoveel voldoening geeft, o, die eropemmai… Volgens mij moet ik nu echt even uitbuiken …burp… ik geeft het woord nu aan Sokrates, die vast nog wat prikkelende vragen heeft over deze toespraak. Hij kijkt al wat bedenkelijk….

© Plato, lang vermiste deel van Symposion, herontdekt in 2021 door Inostrate, Skinnos

Erotoph, koekjes voor bij het Symposion van Plato

Het bijpassende recept van de eropemmai, gemaakt door de bakker Makaron rond 411 BC, is gereconstrueerd en bewerkt naar moderne ingrediënten door culinair filosofe Inostrate
  
 Wat heb je nodig om eropemmai te maken?


75 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
100 gram amandelmeel,  kort en heel licht geroosterd in een koekenpan
100 gram gezeefde tarwebloem
4 gram bakpoeder
1 gram zout
115 gram roomboter in kleine blokjes

De bereiding moet plaatsvinden met veel liefde:

Rooster het amandelmeel licht in een droge koekenpan voor meer smaak. Laat even afkoelen op een bord en meng het daarna met de gezeefde bloem en het bakpoeder in een grote mengkom. Voeg de suikers en het zout toe.
Snij de boter in kleine blokjes en meng dit bij het meel-suikermengsel.  Meng alles nu met de hand vlot door elkaar en kneed door. Als het een egale massa is dan maak je er een rol van met een doorsnede van 2 centimeter.
Laat de rol even opstijven op een koele plek gedurende een half uur. Snij daarna plakjes van 1 centimeter breedte. Probeer de plakjes rond te houden door de rol geregeld te draaien als hij vierkant wordt.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Vlij de eropemmai op de bakplaat.

Bak de eropemmai in 13-14 minuten tot ze lichtbruin worden aan de randen en lekker ruiken. Let op, de koeken kunnen aan de onderkant verbranden door het tere amandelmeel, controleer dit aan het einde van de baktijd en blijf erbij. Haal ze voorzichtig van de bakplaat, ze zijn nog slap en breekbaar en laat ze afkoelen op het bakpapier op een rooster. Dan zijn ze heerlijk bros geworden en een feest in de mond.

Klik hier voor : Sapfo’s roze koek

Klik hier voor: De Makaron van Plato

Advertentie

Oudgrieks vijgenbrood

Deze blogpost onthult een nog onbekend verhaal van de Oudgriekse tragedie Oeidipoes en Hatsikat. Het is recent gevonden door amateurarcheologe Inostrate in een kelder van een bakker in West-Turkije. Deze ontdekking is bijzonder omdat vele Oudgriekse tragedies verloren zijn gegaan. In deze streek in Turkije werd ook het beroemde geschrift de Poëtica van Aristoteles ontdekt. In de Poëtica filosofeert Aristoteles over het schrijven van een goed verhaal voor een tragedie en maakt hiermee een belangrijke start met het schrijven over theater en kunst. Het pas teruggevonden plot over de tweelingbroers Oeidipoes en Hatsikat wordt toegeschreven aan de tragedieschrijver Uischillos. Het dateert waarschijnlijk van 335 voor Christus. Een vijgenbrood speelt hierin een belangrijke rol en zodoende zeer interessant voor Inostrate.
Het verhaal gaat over tweelingbroers, beide belangrijke legeraanvoerders, die zijn bezeten door eerzucht en onderlinge competitie. Het papyrus waarop het verhaal werd geschreven was verfrommeld en stond vol doorhalingen met rode inkt. Waarschijnlijk is het afgekeurd en nooit opgevoerd op een Grieks festival. Wat zou hiervoor de oorzaak kunnen zijn, is de vraag die Inostrate zich hierbij stelt. Zij vraagt uw hulp en oordeel aan de hand van de criteria van Aristoteles voor het schrijven van een goed plot voor een tragedie. De belangrijkste criteria zijn, zoals geleerd bij de filosofieschool Rubico:
Is het verhaal van de tragedie gebaseerd op een Griekse mythe en kan het dus “waar gebeurd “ zijn?
Zit er een duidelijk begin, midden en einde aan het verhaal?
Is er een ommekeer in het verhaal en krijgt de hoofdpersoon een beter inzicht in zichzelf en zijn levensloop?
Zijn alle handelingen functioneel en relevant, kan er misschien iets worden ingekort of weggelaten? Lees hieronder enkele malen het plot door van Oeidipoes en Hatsikat en reageer daarna op deze blogpost van dasanderekoek

vijgenbrood fil kl

vijgenbrood wat overwinningen schenkt

Oeidipoes en Hatsikat  door Uischillos  

Proloog
Het verhaal begint als Oeidipoes, de koning van Thebe, een uiterst kostbaar gouden harnas laat maken van belastinggeld, opgebracht door de bevolking van Thebe. De blinde ziener Blindales heeft voorspeld dat van de tweelingbroers Oeidipoes en Hatsikat, gelijktijdig geboren via een keizersnede, diegene uiteindelijk koning zal worden die onoverwinnelijk zal blijken te zijn.

Episode
Een terugblik naar het verleden. De Atheense legeraanvoerders Oeidipoes en zijn tweelingbroer generaal Hatsikat vechten dapper samen met hun legers tegen Thebe. Zij leveren beiden een moedige strijd en verliezen weinig manschappen door hun juiste tactieken. Oeidipoes wint de strijd als zijn leger overwint met een slim plan, ingefluisterd door zijn eerzuchtige vrouw Diadema. Hij doodt de heersende koning van Thebe en diens familie ontvlucht het koninkrijk. Oeidipoes neemt de macht over en  ontwikkelt zich tot een tiran. Hij wordt steeds meer overheerst door eerzucht. Zijn angst voor het verlies van de macht neemt toe. De ziener Blindales voorspelt Oeidipoes dat als hij een gouden harnas draagt, hij onoverwinnelijk zal blijven. Het volk van Thebe lijdt onder zijn tirannieke bewind. Men sterft van honger onder de torenhoge belastingen die nodig zijn voor de uitgaven om een groot leger te handhaven en om het gouden harnas van Oeidipoes te bekostigen .

Episode
Oeidipoes en zijn vrouw Diadema hebben maar één dochter, Xandra, die de toekomst kan voorspellen maar niemand die haar gelooft. Xandra waarschuwt haar vader tegen het gebruik van het gouden harnas en maakt voor hem een geluksbrengend vijgenbrood. Dit magische brood zal de overwinning brengen aan wie het zal eten. Oeidipoes lacht haar waarschuwingen weg en weigert het brood, hij kan geen vijgen verdragen. Diadema, de vrouw van Oeidipoes, kan geen kinderen meer krijgen en gelooft dat haar kinderloosheid de straf is van de goden voor haar eerzucht. Ze springt uit wanhoop in de rivier de Meander en wordt opgegeten door het watermonster Hydra. Oeidipoes krijgt steeds meer wroeging, slaapt nauwelijks meer en wordt halfgek. Xandra waarschuwt haar vader nog een keer dat er een nog groter onheil gaat gebeuren maar hij gelooft haar niet.

Episode
Hatsikat, de tweelingbroer van Oeidipoes is ondertussen ten strijde getrokken met een enorm leger naar de naburige staat Korinthië om daar een zekere overwinning te behalen. Als Oeidipoes dit verneemt, raakt hij vertwijfeld en doodt hij de vrouw en  alle kinderen van zijn broer. Hatsikat snelt terug vanuit Korinthië als hij van de moordpartij hoort en zint op wraak. Hij gaat Thebe belegeren. Op een zoektocht naar Oeidipoes in een vermomming als bedelaar vindt hij het vijgenbrood van Xandra in het paleis van Oeidipoes. Hatsikat heeft dagen niets gegeten en eet het helemaal op. Hij wordt betrapt door Oeidipoes, die zijn gouden harnas draagt en zich onoverwinnelijk waant. Er vindt een achtervolging plaats. Op een hoogvlakte treffen de tweelingbroers elkaar weer en er volgt nu een beslissende tweestrijd. Oeidipoes wordt bij heldere hemel plotseling getroffen door een bliksemschicht. Iedereen denkt het de toorn is van is oppergod Zeus, de bliksemslingeraar, omdat een gouden harnas alleen aan de goden toebehoort. Oeidipoes raakt verlamd en wordt daarna gedood door Hatsikat.

Aftocht
Hatsikat trouwt met zijn nicht Xandra die hem door haar vijgenbrood de uiteindelijke overwinning schonk. Hij wordt koning van Athene en Thebe.

© Inostrate 2021
vertaling: Gé Krawinkels

Wat heb je nodig voor het overwinning schenkende vijgenbrood ?

200 gram gewelde vijgen
80 gram amandelmeel
mespunt kaneel
2 eetlepels sinaasappelsuiker
(Kaneel en sinaasappels waren destijds nog onbekend bij de Grieken en werden pas veel later in Europa gebruikt. Xandra, die voor haar vader dit vijgenbrood maakt, had al wel voorspeld dat deze smaakmakers zouden worden ontdekt. Helaas geloofde niemand haar…)
De bereiding:
Rooster het amandelmeel heel licht in een koekenpan onder goed roeren bij matige warmte tot het lekker gaat ruiken. Laat even afkoelen op een bord.
Verwijder de steeltjes van de gewelde vijgen. Maak de vijgen kleiner en maal ze fijn tot een pasta in het bakje van een staafmixer. Meng dit daarna met het amandelmeel, de kaneel en de sinaasappelsuiker, gebruik hiervoor een spatel. Het broodmengsel is klaar als het aan elkaar plakt en alles goed is verdeeld.
Maak er een broodvorm van met schone handen. Versier de platte bovenkant met amandelmeel en een koekvormpje als sjabloon. Laat het vijgenbrood in een afgedekte schaal een paar uur opstijven in de koelkast en dien het op in kleine puntjes of plakjes.
Lekker bij een glas wijn met vrienden.

Offerhaantjes bij de Politeia van Plato

Komische dialoog tussen de wachter Politeios, de bakker Gerstekoekos en zijn vrouw Sjantippe geschreven door Inostrate.

In de Rubicocursus denken we dit voorjaar, via Zoom, na over kunst met Plato als filosoof. We lezen samen in zijn boek de Politeia (de Staat of de Republiek) over de literaire en muzikale opvoeding van de wachters. Wachters zijn in de stadstaat Athene van de 5e eeuw BC de rechters, politici en handhavers van de rechtstaat, zij zijn weer verantwoordelijk voor de opvoeding van de inwoners en moeten zich voorbeeldig kunnen gedragen. De opleiding van deze wachters is erg belangrijk, vooral na de achterliggende periode van oorlog en incompetentie van bestuurders. Plato richt hiervoor een school op in Athene, de Academie met artistieke en literaire opvoeding, het gehele cultuurdomein van de muzen. Zijn invloedrijke boek de Politeia is de basis voor de kunstfilosofie, het begrip mimesis of nabootsing staat in ieder kunstfilosofieboek wat nadien is geschreven.
In de Politeia voert Socrates met enkele vrienden een theoretisch en kritisch debat, in dialoogvorm. Zij discussiëren over welke delen van de geschriften van Homerus, met name de Ilias over de Trojaanse oorlog, geschikt zijn bij de opvoeding van de wachters. Alleen verheffende stukken worden in deze exercitie aanbevolen en geen stukken met overspel, ruzies of ander discutabel gedrag. Ook bespreken ze de muziek die werd uitgevoerd tijdens het voordragen van teksten van Homerus en die diende als belangrijke ondersteuning van de presentatie. Bepaalde toonsoorten en toonladders hebben een hogere waarde dan andere. In de klassieke tijd is het kunstideaal verfijnd, ontwikkeld en bezonnen.


In de volgende klucht, geschreven door voordrachtskunstenares Inostrate, zie je een goed opgevoede en welsprekende  wachter tegenover een onverschillige bakker. De klucht speelt zich af in de stadstaat  Athene rond 400 BC. Er is een opstootje ontstaan bij een bakkerskraam en in het gedrang bestaat gevaar voor gewonden. Meteen als hij er van hoort gaat wachter Politeios er naar toe
. Kooplustigen verdringen zich rond bakker Gerstekoekos, die met zijn slonzige vrouw Sjantippe achter een tafel met gerstebroodjes staat.

De dikke zwetende bakker Gerstekoekos schreeuwt:
Komt dat zien, komt dat zien, vers brood te koop, komt dat zien! Kost bijna niks en het is zo lekker dat je je tengels erbij opeet!

Sjantippe speelt een vals week wijsje op een dubbelfluit om meer aandacht te trekken en roept dan: Sla nu je slag voor ze allemaal zijn verkocht! De gerstebroodjes zijn zo goedkoop, koop dr maar een heleboel. En nog een en nog een en nog een!

Gerstekoekos: Je krijgt d’r geen genoeg van. Flink doorete allemaal en kope die hap!

Mensen verdrukken elkaar en er valt een kind op de grond wat hard gaat huilen.
Politeios: pakt het kind op, zet het op een veilige plek neer en zegt op kalme toon:
Ik ben wachter Politeios  Wat is je naam, beste bakker, en mag ik informeren wat deze drukte betekent?

Gerstekoekos: Ach man, wat nou weer? Ik ben Gerstekoekos, een arme bakker. En dan komt d‘r weer ’n wachter om de boel in de gate houe. Heb je nou niks beters te doen man, ga dieve vange! Je ken van mij broodjes krijge voor nop als je nou doorloopt.

Politeios: Beste bakker, ik laat me als wachter niet omkopen. Het opstootje voor je kraam zorgt voor verstoring van de orde in deze stad, mensen lopen elkaar hier onder de voet. Wat ben je precies aan het doen hier?

Gerstekoekos: Gewoon m’n werk, gerstebrood verkope wat ik vanmorgen heb gebakke. ‘t is goedkoop en d’r komen ‘n hoop mense op af.

Politeios: Maar hoe kan het dan, bakker Gerstekoekos, dat je brood zo laag geprijsd is, het kost bijna niks zo te zien!

Gerstekoekos: Nou eh, dat kwam eigenlijk zo, eh, nou ja, door een ongelukkie met de gerst, die is op straat van me kar gevalle middenin de geitenkeutels. Mèhmèhèhhèhèh Hij bootst een geit na. Sjantippe barst uit in schril gelach en piest bijna in haar broek.
Daar heb ik dan toch maar broodjes van gebakke en d’r ’n handeltje van gemaakt , je mot toch wat, je ken het toch niet weggooie, daar zoue de goden ook van gaan klage!

Sjantippe komt met een deegrol achter haar man staan en zegt:
Als je nou niet snel effe doorloopt en ons met rust laat dan ken je een klap krijge met dit ding!

Politeios maakt zich nog groter dan hij al is en laat zijn spieren zien:
Rustig dame, u bedreigt en belemmert een wachter in functie. Mijn taak is het de orde te handhaven en onze stadstaat Athene te behoeden tegen ondeugdelijke praktijken.

Gerstekoekos: Ja maar me klante wille me goedkope  brood kope en dat bied ik ze an, en ze kome d’r op af as vliegen op stront. ZZZZZZZ. hij bootst vliegengebrom na en de omstanders gieren het uit

Politeios: Ik kan helemaal niet lachen om zulke onwaardige praatjes, bakkertje, hou nu je mond en luister. Zo kun je niet doorgaan, je klanten worden langzaam maar zeker vergiftigd met je smerige praktijken. Kijk eens naar je handen, vol met deegresten, die kunnen zeker een schoonmaakbeurt gebruiken. Voor je opruiende verkoopmethode en je viezigheid geef ik je een boete. Bak 15 offerkoeken van vers en schoon meel in de vorm van een haan voor de god Asklepios en lever deze in bij zijn tempel. De gemeenschap zal er wel bij varen.
Kom mensen, nu allemaal doorlopen naar huis.

Gerstekoekos: Kijkt eerst verongelijkt maar ziet dan in dat tegensputteren geen zin heeft
Bij Zeus, mijn stommiteit heeft me op een ondeugdelijk pad gezet, m’n handel zal beter worre as ik deugdelijk brood ga bakke, dan kome me klanten tenminste weerom. Ik ga mooie offerkoekjes make en breng ze met Sjantippe naar de tempel van Asklepios.
Sjantippe speelt op haar fluit een week klaaglied…..

schaal met offerhaantjes bij de Politeia

Wat zijn de wetten voor de bereiding van de 15 offerhaantjes?

235 gram tarwebloem
15 gram gerstemeel of havermeel
75 gram zachte crèmehoning
50 gram olijfolie
1/4 theelepel zout
1 theelepel gevijzeld anijszaad
2/3 losgeklopt ei
2 eetlepels water op kamertemperatuur
om te bestrijken: 1/3 losgeklopt ei

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Zeef de bloem en het meel plus het zout in een mengkom.
Voeg de honing, de olie plus het anijszaad toe en meng tot kleine korrels.
Voeg dan het ei toe, kneed kort en daarna lepelsgewijs het water tot het een soepel deeg wordt. Kneed dit kort door.
Neem een deegrol en rol het deeg op een bebloemd werkblad uit tot een gelijkmatige dikte van ruim 1/2 centimeter. Voeg eventueel een weinig bloem toe om plakken te voorkomen.
Neem een koeksteker van een haan en steek 15 koekjes uit het deeg. Je zult het deeg een paar keer opnieuw moeten uitrollen maar dat gaat prima met dit soepel deeg. Leg de uitgestoken koeken op een bakplaat bekleed met bakpapier.
Bestrijk de koeken met de rest van het ei voor een mooie glans en kleur.
Maak een gaatje voor het oog van de haan met een satehprikker.
Bak de offerhaantjes mooi gaar en bruin en lekker naar anijs geurend in 14 tot 16 minuten, afhankelijk van de dikte. Laat ze afkoelen op een draadrooster.
Breng ze naar de tempel van Asklepios onder begeleiding van harmonieus fluitspel.

offerhaantjes bij de Politeia







Tarte Descartes – bevat gluten

Onderstaand tot nu toe onbekend gebleven essay “Over de smaakleer” van de filosoof René Descartes is recent gevonden in Egmond. Het betreft een kladversie van een klein, tot nu toe onbekend gebleven werkstukje genaamd: Samenvatting van de smaakleer. Niets kan een culinair filosofe blijer maken dan zo’n ontdekking en ik wil dit graag met iedereen delen, zeker omdat ik toevallig net een cursus over Descartes heb gevolgd bij de filosofieschool Rubico. Descartes woonde rond 1646 in een huis in Egmond aan den Hoef tegenover een bakkerij. Ik stel me zo voor dat Descartes,  kijkend en denkend vanuit zijn bedstee waarin hij veel tijd doorbracht, de buurtbakker en zijn dagelijkse bezigheden bekeek. Nadat onze filosoof alles voldoende dacht te hebben bestudeerd, kneedde hij analytisch en ook praktisch zijn gedachten samen en bakte met woorden dit korte en heldere verhaal waarin patisserie een belangrijke rol speelt.

Samenvatting van de smaakleer

“1. Het doel van brood en gebak is te bekoren, en om op feestelijke momenten verschillende gemoedstoestanden in ons teweeg te brengen. Gebak kan tegelijk tragisch én smakelijk zijn zoals bijvoorbeeld bitterkoekjes of zelfs gifkoeken. De effecten die gebak en brood op ons lichaam hebben zijn zeer verschillend: zo wordt men vrolijk van krokante broodkorstjes en verdrietig van een zompige taartbodem.
2. De middelen om het doel van bekoring te bereiken zijn de ingrediënten die de smaak van het gebak bepalen, namelijk de verschillende meelsoorten, kruiden, zaden, vruchten en specerijen en zoetmiddelen en zout die eraan worden toegevoegd. Een goede bakker streeft steeds naar perfectie, bepaalt de ingrediënten en probeert nieuwe recepten uit van hedendaagse bakkersgildegenoten maar ook van andere koks of slagers. Eenieder die voedsel bereidt is door een ambacht immers met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk. Verder bepaalt een bakker de duur van de gisting, de temperatuur van de oven en leert van zijn fouten. Hij maakt zo dagelijks een steeds beter brood. Tevens is, om het doel van bekoring te bereiken, een technisch goede oven van groot belang en streeft de goede bakker ernaar om een kneedmachine uit te vinden om zijn zware arbeid te verlichten.
3. Alle zintuigen zijn in staat genoegen te beleven. Bij gebak zijn het vooral de smaak plus de reuk en het mondgevoel die bepalen of we iets aangenaam vinden of niet. Voor dit genoegen moet het waargenomen gebak en de desbetreffende zintuigen zich op een bepaalde manier tot elkaar verhouden. Een goudbruin baksel is aangenamer voor het oog dan een zwartgeblakerd brood. De geur van een versgebakken brood overtreft alle aantrekkelijke etensgeuren die er bestaan. Voor de smaak is bijvoorbeeld een grote hoeveelheid peper of zout niet geschikt omdat het de tong pijn doet, net zoals de te grote schittering van het zonlicht pijn doet aan het oog wanneer men erin kijkt.
4. Bij het waarnemen van gebak is het gemakkelijker als er een juiste verhouding is tussen de onderdelen. Deze verhouding moet rekenkundig zijn en staat in recepten zodat de bakker steeds hetzelfde object kan maken. Op deze manier kan duidelijk worden onderscheiden of de gebruiker van het gebak een cake eet of een pannenkoek. Bij cake bijvoorbeeld is de verhouding tussen boter, suiker en meel 1:1:1 en bij een pannenkoek is de verhouding tussen bloem en vocht 1:2.
5. Gebak of brood die te gemakkelijk door de mond worden waargenomen, of juist te moeilijk, zijn niet het aangenaamst voor de geest. Dagelijks brood wordt als gewoon ervaren terwijl bijvoorbeeld citroentaart de mond aangenaam prikkelt. Een kleine portie citroentaart bevredigt niet geheel maar vermoeit ook niet en blijft daardoor bijzonder voor de geest.
6.Tenslotte moet worden opgemerkt dat afwisseling in het nuttigen van brood en gebak altijd zeer aangenaam is.”

© 2019, vertaling door Inostrate, culinair filosofe

Een voorbeeld van een aangenaam prikkelend gebak is de tarte Descartes, door Inostrate verder uitgewerkt in het volgende Franse taartrecept.

tarte Descarte

tarte Descartes, frisse en filosofische citroentaart

Ingrediënten voor de Tarte Descartes: tarte au citron

150 gram lichtbruine basterdsuiker
100 gram heel zachte roomboter
3 eieren
rasp van 1 citroen
50 gram citroensap
200 gram tarwe- of speltbloem
5 gram bakpoeder
1 gram zout
50 gram halfvolle melk

garnering:
Een paar lepels poedersuiker voor het sjabloon van de afbeelding op de taart.
Een sjabloon met de afbeelding van het gezicht van Descartes (zie de methode en de foto)
Glazuur:
75 gram poedersuiker en 2 eetlepels cacaopoeder en appelcider plus water.

De methode van de bereiding:

Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn. De boter moet zacht zijn.
Weeg af en zeef de bloem en bakpoeder en het zout samen in een aparte kom.
Was de citroen goed en rasp de schil. Pers daarna het sap eruit en weeg de benodigde hoeveelheid af.
Vet een vlaaiplaat, met een losse bodem van 26 centimeter doorsnede, in met roomboter en bekleed de bodem met bakpapier zodat het zure deeg het metaal niet kan aantasten en het cakedeeg niet uit de vorm kan lekken.
Verwarm de over voor op 175 graden Celsius.

Mix de zachte boter en de basterdsuiker samen in een aparte grote mengkom.
Voeg hieraan één voor één de eieren toe toe en mix goed.
Voeg de citroenrasp toe en 50 gram citroensap en en mix kort.
Voeg dan in twee gedeeltes het meelmengsel toe en bij het tweede gedeelte de melk. Zo kan er niets schiften.
Spatel het deeg in de ingevette en beklede vlaaiplaat en strijk het glad.
Bak de taart in ongeveer 25 minuten gaar en goudbruin en haal hem voorzichtig uit de vorm. Laat de taart goed afkoelen op een taartrooster alvorens je hem gaat garneren.

Maak eerst op papier een duidelijke tekening van het gezicht van Descartes, zie foto, en prik met een naald deze tekening door telkens op een paar milimeter afstand, net als vroeger op de kleuterschool. Leg deze tekening op de taart en bestrooi deze met poedersuiker zodat je een sjabloon verkrijgt op de taart. Verschuif hierbij het sjabloon niet en breng overal ruim poedersuiker aan op de perforaties. Neem voorzichtig het sjabloon van de taart af en je ziet nu de tekening in poedersuiker van het gezicht van Descartes. Deze lijnen kun je nu gaan opvullen met het chocoladeglazuur.

Maak dit glazuur door de poedersuiker met het cacaopoeder eerst samen te zeven boven een kommetje en daarna te vermengen met een eetlepel cider en nog een klein beetje water tot dik vloeibaar. Neem een glazuurspuit en vul deze met het glazuur. Test even of de dikte goed is en niet uitloopt, op een sneetje brood bijvoorbeeld.
Teken het gezicht nu op de taart en laat dit minstens twee uur opstijven.

Verdeel de tarte Descartes in kleine porties onder een select publiek zodat de tarte bijzonder blijft voor de geest en iedereen vervult met blijdschap.

 

Venkelkoekjes van Seneca – bevat gluten

Een korte reisimpressie, een historische ‘vondst’ van een unieke brief van de filosoof Seneca en een venkelkoekje, dit alles deze keer in het blog van dasanderekoek!
In de maand mei was ik in Italië op een groepsreis met Rubico om in de voetsporen van de Romeinse filosoof Seneca te treden. Hierbij werd de stad Pozzuoli bezocht, het vroegere Putuoli. Deze stad was in de Romeinse tijd een zeer belangrijke haven die zorgde dat het oude Rome bevoorraad werd van graan uit Afrika en zeldzame producten uit Azië. De stad ligt aan een azuurblauwe baai in de buurt van Napels en in deze omgeving verbleven rijke Romeinen in hun grote zomervilla’s met een luxe badcultuur. Onderstaande foto’s geven een impressie van deze reis.


Seneca was als filosoof en politicus de leraar van de jonge keizer Nero en Seneca regeerde tegelijkertijd het Romeinse Rijk in de jaren 54 tot 62. Daarna probeerde hij tijdens de regering van de alleenheerser Nero de politieke moraal in Rome nog enigzins positief te beïnvloeden door zijn geschriften waarin hij bedekte kritiek uitte. Openlijke kritiek zou hem meteen de kop kosten. Onze reisgroep kreeg ’s morgens uitleg over een aantal van Seneca’s brieven. Hierin vertelde hij over de omgeving van Putuoli die bij hem filosofische overpeinzingen opriep en indirecte kritiek waren op Nero’s beleid voor een goede verstaander. Als ode aan Rubico  stelde  ik de volgende satirische brief samen in Seneca’s schrijfstijl die ik ‘vond’ in de Romeinse opgravingen onder ons kuurbadhotel Neronensis. In het volgende fragment van mijn brief verwerk ik onze reiservaringen.

Seneca overdenkt zijn leven tijdens een verblijf in Putuoli en beschrijft aan zijn denkbeeldige vriend Lucillius het volgende idee:

Wat zou er gebeurd zijn als ik een kleine filosofenschool had opgericht, Lucillius? De beste manier om iets te leren is immers om er les in te geven. Deze filosofenschool zou de naam kunnen dragen die mij hier in Putuoli voor de geest komt: Rubico Neronensis. Op deze school zou ik volwassenen lesgeven, zowel mannen als vrouwen uit alle delen van het Romeinse rijk. Waar denk je anders dan in Baiae zou ik de school oprichten zodat we een voortreffelijk uitzicht hadden op de blauwe baai en kaap Micene? Boven de ingang van de school zou de tekst Anima Felix Vivas iedereen welkom heten. In de onderliggende gewelven van het schoolgebouw zou ik een sobere badgelegenheid plaatsen want hygiëne is erg belangrijk. De leerlingen zou ik in de ochtenduren vrijmoedig voorlezen uit mijn brieven aan jou Lucillius, en samen zouden we erover van gedachten wisselen. In de middaguren stel ik me dan voor om hen  wandelend rond te leiden langs de  villa’s van Scipio en Vatia, wiens levens voorbeeldig waren. Zonder gezelschap is geluk onmogelijk en al filosoferend zouden we leren hoe te leven en te sterven. Als leraar zou ik sober gekleed zijn, in korte Griekse toga en mijn haren zouden kortgeknipt zijn. Ook de leerlingen zouden zich kleden in korte mantels en dunne beenkleding en sandalen aan hun voeten dragen. We zouden gezamenlijk eten van gezonde maaltijden met vis, schaal en schelpdieren uit de baai, veel groenten en een kleine hoeveelheid brood. Alles met mate want een overmaat aan eetlust loopt uit op vetzucht, daarom moet dit vermeden worden, niet uit oogpunt van zelfbeheersing, maar van gezondheid. De sfeer zou ontspannen zijn want slaven zorgen voor de maaltijden en slaapgelegenheden. Inderdaad, Rubico Neronensis is iets groots wat ik nog ooit had willen bereiken. Wat denk je Lucilius, vind je dit een belachelijk idee? Wie met zichzelf kan lachen is nooit belachelijk.
Hartelijke groeten, Seneca

© jaar 65, Seneca – brief in mei 2019 gevonden door Inostrate in de kelderruimte van hotel Neronensis te Pozzuoli            

Als idee voor een filosofisch tussendoortje vond ik bij een plaatselijke Italiaanse bakker in Pozzuoli een lekker licht zoet knabbelkoekje. Het was gemaakt van een soort brooddeeg (Tarallini geheten) dat uitstekend past bij Seneca’s sobere levensstijl én bij de plaatselijke eetcultuur van Pozzuoli/Putuoli waarin graan, olie, wijn en venkelzaad voorkomen. Je kunt dit nu zelf gaan maken.

venkelknabbels fil kl

venkelzaadkoekjes voor de filosoof Seneca


Wat heb je nodig voor Seneca’s knabbelkoekjes met venkel?

200 gram tarwebloem
50 gram volkorentarwemeel
3 gram zout
1 theelepel gevijzeld venkelzaad
6 gram bakpoeder
30 gram pijnboompitten
30 gram vloeibare honing
50 gram olijfolie
95 gram water en/of witte wijn

De bereiding:

Meng eerst de droge bestanddelen, het meel, de bloem, zout, bakpoeder, venkelzaad en pitten in een kom door elkaar en voeg daarna de honing, olijfolie en het water of de wijn toe en kneed hiervan een soepel deegje.
Verwarm de oven op 175 graden Celsius.
Neem kleine stukjes deeg van 20 gram en maak er dunne rolletjes van van ongeveer 9 centimeter. Sla dit om je vinger en knijp de uiteinden samen zoals bij een tortellini. Leg alle rondjes op een bakplaat met bakpapier en bak ze in 16 minuten goudbruin, ze worden wat donkerder aan de onderkant. Draai de oven uit en laat het knabbelgebak daarna nog twee minuten nagaren en uitdrogen in de afkoelende oven.
De broodkoekjes zijn het lekkerst op de dag van het bakken als ze vers en warm zijn maar je kunt ze ook kort bewaren in een goed afgesloten trommel nadat ze afgekoeld zijn en oppiepen in een koekenpan om ze weer knapperig te maken.
Deze lichtzoete venkelzaadknabbels zijn lekker bij een glaasje wijn of bij een picknick of maaltijdsoep als bijgerecht en bij het lezen van de brieven van Seneca.

Ook gevaarlijk lekker en leuk om te lezen zijn de gifkoekjes voor Seneca gemaakt door Agrippina, de moeder van Nero!

gifkoekjes seneca2 klein

de gifkoekjes voor Seneca

Marstaart – bevat gluten

De kolonisatie van de ruimte en reizen naar de planeet Mars vormen grote uitdagingen voor de mensheid in de toekomst. De filosofische aspecten hiervan hebben we besproken tijdens een cursus van Rubico. Als je erop let  is dit onderwerp in het nieuws zeer actueel en in allerlei boeken vind je verwijzingen van het reizen naar Mars. Aan het einde van de filosofiecursus trakteerde ik mijn medecursisten op onderstaande futuristische dialoog over een Marstaart die een treffende gelijkenis heeft met de bodem van de planeet Mars. Dit was de primeur van deze heerlijke Marstaart en je kunt hem nu ook zelf gaan maken met onderstaand recept!

Jaar 2033 –  Dialoog tussen major Tom, astronaut die na een lange ruimtereis rondcirkelt met zijn bemanning in het moederschip rond Mars, en Ground controll van NASA in Houston op aarde. Tussen vraag en antwoord zitten telkens 14 minuten vanwege de enorme afstand.

Major Tom: Houston, we hebben een probleem! Met voedsel deze keer! De afgelopen dagen hebben we met de Marsrobot verschillende grondmonsters van het Marsoppervlak genomen in de krater van Kragting. Onze aanname dat het Marsoppervlak geheel bestaat uit chocoladereepjes blijkt fout te zijn! Nadat we de ijskoude grondmonsters van -35 graden Celsius hebben ontdooid, ontdekten we dat de bovenste bodemlaag bestaat uit  een soort rode cake met onder de brokkelige korst een vulling die lijkt op kwark met zoete vruchten!

Groundcontroll: Holy smoke! De maan is gemaakt van kaas en nu blijkt Mars gemaakt van taart! Jullie kunnen blijven rondcirkelen boven Mars en ondertussen is er genoeg voedsel! En hoe zit het met het drinkwater?

Major Tom: Dat is helemaal ongelofelijk, de bevroren kanalen van Mars blijken gevuld te zijn met ijsthee! Na het ontdooien is dit zeer goed te drinken. Vooral de Engelse bemanningsleden zijn er gek op.

Groundcontroll: Ongelofelijk, dit is pure science fiction! Hebben jullie al een idee hoe deze cake kon ontstaan?

Major Tom: De biologie op Mars blijkt heel anders te zijn dan die op aarde. Wij nemen aan dat de hier aanwezige rode Marsmicroben door de kosmische straling zijn gemuteerd tot kleine ingenieuze voedselmachines. Deze kleine levensvormen produceren namelijk allerlei complexe voedingsmiddelen en maken producten die lijken op meel, suiker, roomboter en kwark. Dit vormt een gelaagde ijstaart, in ontdooide toestand smaakt het geweldig! We hebben ontdekt dat de marsmicroben  hun benodigde voedingsstoffen  uit de ijsthee van de Marskanalen halen. Deze ijsthee bevat vele essentiële mineralen.

Groundcontroll: Zo te horen hebben jullie meer dan genoeg voedsel en zelfs drinkwater op Mars! Jullie zijn nu minder afhankelijk van bevoorrading op aarde. Let er wel op dat die cakekruimels niet op het boordpaneel komen en dat niemand met vette vingers aan de knoppen zit! Maar wat is dan for godsake eigenlijk jullie voedselprobleem, Major Tom?

Major Tom: Het probleem is Groundcontroll, dat de bemanning verslaafd is geraakt aan de taart en iedereen enorm gegroeid is in massa. We passen niet meer in onze astronautenpakken en kunnen niet meer door de deur van ons moederschip. Wat moeten we nu doen?

Groundcontroll: We gaan meteen overleggen met de hier aanwezige medische staf en onze diëtiste.…..
Ons advies voor de gehele bemanning is om de intake van de Marstaart streng te rantsoeneren tot één stuk per dag.  Verder zullen jullie meer thee moeten gaan drinken en een dubbele hoeveelheid bewegingsoefeningen moeten gaan uitvoeren in de fitnessruimte. Laat ondertussen de gentechnologe kijken naar deze wonderbaarlijke Marsmicroben. Zij kan met behulp van een genbouwpakket een raketstuwstof proberen te maken van de ijsthee voor jullie terugtocht.

Major Tom: O my god, dat is geen piece of cake, maar we hebben op deze reis wel meerdere tegenslagen gehad.

Groundcontroll: Het is opnieuw een uitdaging voor de bemanning. Wat een verrassende ontwikkelingen, Mars blijkt opeens zeer gastvrij te zijn! Iedereen zal er nu naar toe willen reizen met de herbruikbare raketten van Elon Musk. Wie houdt er nu niet van spacecake met ijsthee en to boldly go where no one has gone before… Voorwaarts Mars.

© 2018, Inostrate

marstaart kl fil

Marstaart met enkele astronauten

Wat heb je nodig voor de Marstaart ?
Het deeg:
125 gram roomboter
150 gram kristalsuiker
10 gram sinaasappelsuiker
3 eieren M
100 gram volle kwark
200 gram tarwebloem
30 gram amandelmeel
5 gram bakpoeder
5 gram cacaopoeder
2 gram zout
3 druppels amandelessence Oetker
3 kneepjes Fun Colours, gel food colour, sterke concentratie in een stevige gel, via                                                                                       bakwinkel verkrijgbaar

De vulling:
400 gram volle kwark
60 gram basterdsuiker of fijne kristalsuiker
60 gram cranberries
5 blaadjes gelatine
18 goed uitgelekte abrikoosjes uit 2 blikjes van 420 gram Del monte

Bakken van het deeg en de bodem uithollen:
Neem een springvorm met een doorsnede van 22 centimeter en vet deze in met boter. Plaats op de bodem een rond stuk bakpapier zodat je de taart straks makkelijk uit de vorm krijgt.
Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius.
Mix de roomboter, suiker plus de sinaasappelsuiker samen luchtig. Voeg daarna een voor een de eieren toe en mix deze goed erdoor tot een egale massa.
Zeef de tarwebloem, het amandelmeel, het bakpoeder, cacaopoeder en het zout samen in een kom en meng goed met een garde.
Voeg de meelmassa in 3 delen bij de eiermassa. Bij het derde deel voeg je nog 100 gram kwark toe, 3 druppels amandelessence en 3 kneepjes rode kleurgel. Het deeg moet flink rose kleuren om een rode taart op te leveren na het bakken, daarom gebruikte ik een kunstmatige kleurstof hiervoor van goede kwaliteit.
Het taartbeslag is vrij stevig  en moet 40 minuten bakken. Prik even met een satehprikker om te kijken of het deeg goed gaar is. Als de prikker droog is, is het goed.
Neem de taartbodem uit de oven en laat deze minstens 3 uur afkoelen op een taartrooster. Maak de springvorm na 5 minuten los en laat de bodemplaat eronder zitten. Je kunt de taart ook de dag erna gaan afwerken. Bewaar hem dan in een taartdoos of grote plastic zak zodat hij niet uitdroogt.
De taartbodem uithollen: Snij de hoge bolling van de taart af. Hol de taartbodem nu een halve centimeter uit met een eetlepel en een mes, laat hierbij een buitenrand van 1 centimeter staan omdat anders de vulling eruit rolt. Verwijder van de grote brokstukken de bruingebakken bovenkorst zodat je straks mooie rode kruimels krijgt. Deze kruimels vormen het regoliet, het losse verweerde materiaal aan de oppervlakte van een planeet. Maak grove kruimels van het deeg en zet deze apart klaar in een kom. Je hebt waarschijnlijk niet alle uitgeholde cakekruimels nodig, de rest eet je lekker op bij een toetje als voorproefje.

De bereiding van de vulling en het maken van de taart: Let hierbij goed op de volgorde en zorg dat alles klaarstaat, ook de kruimels.
Lek de abrikoosjes goed uit in een vergiet en dep ze daarna af met keukenpapier zodat de bodem niet te vochtig wordt. Leg de abrikoosjes met de holle kant naar beneden in de de bodem.

marstaart bodem kl fil

Marstaart met eerste vulling van abrikozen

Leg de blaadjes gelatine in een kom met ruim koud water om te weken. Lees op de verpakking hoe lang dit moet.
Neem een ruime kom en los hierin de suiker op in de kwark en roer dit tot het is opgelost. Voeg dan de cranberries toe. Zet even apart.
Neem een steelpan met een eetlepel water erin. Knijp de gelatineblaadjes uit met je hand. Verhit de pan met de eetlepel water op een zacht vuur  en los de blaadjes hierin op, al roerend met een spatel tot ze een gel vormen. Doe het vuur dan meteen uit, het mag niet koken. Blijf af en toe roeren terwijl de gelatine afkoelt maar wel vloeibaar blijft, dit duurt enkele minuten.
Neem een eetlepel kwarkvulling en los deze op in de gelatine, al roerend goed in de hoekjes van de pan. Giet deze kleine vloeibare gelatinemassa daarna geleidelijk met behulp van een spatel en goed roerend met een garde in de grote kwarkmassa die al klaarstaat. Het is handig als je dit met z’n twee-en kunt doen.
De kwarkvulling moet je meteen over de abrikoosjes gieten terwijl deze nog vloeibaar is.

marstaart met vulling kl fil

Marstaart met vulling van kwark en cranberries

Daarna strooi je in een dikke laag zoveel mogelijk rode kruimels op de vulling, die nog een beetje vloeibaar is en zo de kruimels kan vasthouden. Druk de kruimels nog een beetje aan. Laat de Marstaart minstens 2 uur op een koele plek opstijven.

marstaart slice kl fil

een portie rode Marstaart met (regoliet)kruimels

 

 

Voortreffelijke worst van Nietzsche – bevat gluten

Voortreffelijke worst van Nietzsche óf hoe de worst wordt wat hij is 
De filosoof Friedrich Nietzsche heeft in zijn korte, wijsgerige aforismen een prachtige maar moeilijk te doorgronden schrijfstijl. Nietzsche plaatste in een aforisme eerst een sterk inzicht (dit noemen we constructie) dat hij daarna in de tweede helft, na de Umwerthung, weer volledig neersabelde (dit noemen we deconstructie). Men noemt Nietzsche ook wel de filosoof met de hamer omdat hij zich radicaal richt op heersende ideeën, inclusief die van hemzelf.
In een poging om dit uit te leggen aan een groter publiek heb ik als culinair filosofe een recept voor een chocoladeworst bedacht! Om dit alles in baktechnische termen te vertalen naar een filosofisch en satirisch recept heb ik nu zijn lievelingseten, gedroogde worst, in chocolade uitgevoerd. Hierbij heb ik de termen constructie, deconstructie en Umwertung in een volstrekt foute volgorde toegepast. Nietzsche liet zijn favoriete gedroogde worst toesturen door zijn moeder naar tijdelijke zomerverblijven in Sils Maria of Turijn. Hij bedankte haar dan aan het einde van zijn brieven voor deze voortreffelijke worst. De filosofiecursisten van Rubico, die dol zijn op chocolade, werden door mij op deze worst getrakteerd. Nu kunnen alle bloglezers er ook kennis van nemen en Nietzsche beter begrijpen. Het thema dat Nietzsche zeer na aan het hart lag, zit in ook de receptuur van deze chocoladeworst verweven: de grote waarde van de klassieke Griekse cultuur. Het is dan ook niet zomaar-een-worst geworden maar een voortreffelijke worst.

Nietzsche's voortreffelijke worst

voortreffelijke chocoladeworst van Nietzsche

Wat heb je nodig om de voortreffelijke worst van Nietzsche te bereiden?
Een recept voor de decadentie

Eerst is er het denkproces of de constructie:

120 gram melkchocolade,
120 gram pure chocolade
100 gram roomboter
100 gram eenvoudige biscuitjes
1 eetlepel geraspte sinaasappelschil
50 gram gemengde en geroosterde noten
40 gram pijnboompitten
50 gram gele rozijnen
gezeefde poedersuiker voor garnering
touwtje voor de worst

Pas dan deconstructie toe bij de volgende ingrediënten:

Sla de edele noten en de slaafse biscuitjes klein met een hamer en maak daarna zonder medelijden de boter en de eveneens kapotgeslagen chocolade nietig door ze te smelten, de chocolade au bain-marie. – Vergeet hierbij de zweep niet! – Het chocolademengsel zal straks niet meer noten kunnen opnemen dan het al bevat en méér noten toelaten kan niet worden toegestaan!

De blanke rozijnen uit de Griekse staat moeten worden bedwongen door ze eerst te wellen en daarna weer te drogen. Laat de sinaasappel zonder een gram medelijden lijden door de buitenste schil met hartstocht te raspen.
En dan komt de Umwerthung!

Maak van deze oorspronkelijke minderwaardige ingrediënten een meerwaardig geheel door ze wellustig met elkaar te vermengen. Er zal nu een verrukkelijke intense smaak ontstaan die elke diepe mannelijke en vrouwelijke ziel zal verrukken…
Laat het worstmengsel een half uur volkomen alleen zodat het in de kern van het wezen niet meer verwekelijkt is.
Leg dit machtige mengsel daarna jouw eigen wil op door het te herstructureren (met zilverfolie) in niets anders dan een worst! Laat deze goddelijke worst enkele uren op een koele en eenzame plek opstijven.
Bestrooi de worst met poedersuiker voor een authentiek uiterlijk. Daarna presenteer je deze worst met een flink meerderwaardigheidsgevoel in plakjes aan een ontwikkeld publiek.

P.S. Worst weer voortreffelijk.

© Inostrate, 2018

Plaatkoek van Nietzsche – bevat gluten

Deze lekkere plaatkoek is geïnspireerd door de filosofiecursus bij Rubico over het boek Ecce homo (vertaling: zie de mens) van de filosoof Friedrich Nietzsche. In dit boek, wat niet een normale maar een filosofische autobiografie is, stileert Nietzsche zijn leven in een wederom heel bijzondere schrijfstijl en typeert ook zijn eigen tijd: de fin de siecle. Hij gebruikt hierbij volop overdrijving en metaforen zoals een hedendaagse kritische columnist dit ook doet; Nietzsche was zijn tijd ver vooruit. Als culinair blogster met als hobby filosofie heb ik een autobiografie van een plaatkoek gemaakt om zijn schrijfstijl te parafraseren. Lees en geniet.

Waarom ik zo lekker ben
Het geluk van mijn bestaan als plaatkoek ligt in het noodlot ervan: oud worden zal ik niet want ik ben geboren om te worden opgegeten.
Ik ben niet in elkaar geflanst en zit complex in elkaar. Aan de oppervlakte zie je een laagje van zoete kruimels, daaronder een zachte laag confituur en onderop een bodem van stevig deeg, gekruid met koekkruiden.
Ik maakte van mijn wil om lekker te zijn, om gegeten te willen worden, mijn filosofie…
Bij mijn bereiding moet je tegenslagen omzetten in voordelen: als het mislukt maak je iets nieuws, iets beters.
Neem tot je wat goed voelt. Je proeft tussendoor alle goede en zelfs kleine dingen zoals anderen ze niet gemakkelijk zouden kunnen proeven. Ook slechte dingen die zich aandienen proef je. Je trek in mij houdt op wanneer de grens van wat je goed bekomt, wordt overschreden. Je moet de grootte van je maag kennen. Deel me bedachtzaam met anderen door te kiezen, door toe te laten, door te vertrouwen. Ik ben geen voedsel waarvan onreinen mee zouden mogen eten.
Er zijn geen gelijke plaatkoeken, alle koeken zijn anders. Kies verschillende soorten confituur als tussenlaag en varieer bijvoorbeeld met de bovenlaag door meer havermout te kiezen in plaats van kokosmeel.
Verwar mij niet met dasandere filosofische koek zoals bijvoorbeeld de botjes van Socrates, Sappho’s roze koeken of de gifkoekjes voor Seneca.
Ik ben een plaatkoek – geen decadent gebak, vanuit de optiek van een bakker zelfs het tegendeel. Een bakker die mij geruime tijd gebakken heeft, zei uiteindelijk: “Nee! aan je ingrediënten ligt het niet als je mislukt, ikzelf ben degene die slordig is.” Mijn bewijs hiervoor is, onder andere, dat hoe vaker je me bakt – bij elke wederkeer – hoe smakelijker en verfijnder ik word omdat na een lange reeks van jaren je instinctief de juiste ingrediënten kiest.
Zwijgers zijn dyspeptisch, iets inslikken lijdt noodzakelijkerwijs tot een slecht karakter. Maar ik ben niet slecht voor de maag en het ontgaat me volledig in hoeverre ik “zondig” zou zijn – iedere diëtiste met een vrije geest zal dit toegeven. Gewetenswroeging bij het eten van mij lijkt me niet achtenswaardig. Eet mij met een vulling van een pot confituur om van een zure geschiedenis af te komen. Ook slechte dingen die zich aandienen slik je.
Voor de bereiding moet je eerst alle verborgen vuil op de bodem verwijderen wat walging opwekt, – reinig de bakplaat dus hygiënisch alvorens je gaat bakken.
Waaraan herkent men het geslaagd zijn van de plaatkoek? Als het de zinnen van de toeschouwer prettig aandoet, – dat de koek hard, zacht en geurig tegelijk is.
Eet mij op eenzame hoogte bij de bron van lust.
Ik heb mijzelf zojuist beschreven.

Zie de plaatkoek  

plaatkoek Nietzsche kl fil

zie de plaatkoek van Nietzsche met veel gelaagdheid

 

Plaatkoek van Nietzsche

Wat vergaar je instinctief?

200 gram tarwebloem
en 50 gram maismeel polentakwaliteit
7 gram bakpoeder
115 gram lichte basterdsuiker
10 gram citroensuiker
1 gram zout
1 theelepel koekkruiden
100 gram roomboter in blokjes
1 losgeklopt ei

Hoe wordt de koek tot wat hij is?

Van deze ingrediënten een kruimelig deeg maken door eerst in een mengkom het gezeefde meel, de koekkruiden en het zout plus de suikers te mengen met een garde. Meng hierdoor de roomboter in blokjes snel met de hand.  Op het laatst deze kruimelige samenhang afmaken door het ei toe te voegen en zo een samenhangende massa te creëren. Dan niet langer doorkneden maar uitrollen met een deegrol tot de grootte van de bakplaat.
Neem een kleine bakplaat of leg het op de helft van een grote bakplaat met bakpapier (ongeveer 22 bij 30 centimeter in het vierkant). Bekleed de bakplaat met bakpapier. Druk de  koekdeeglaag gelijkmatig en evenwichtig uit over de bakplaat en prik het deeg met een vorm overal in.

Hoe verkrijg je de gelaagdheid?

300 gram abrikozenconfituur of 3/4 pot abrikozenconfituur met een theelepel kokend water vermengen tot een gemakkelijk smeerbare massa en deze over het deeg verdelen als middelste laag.

Daarna de extra complexe kruimellaag:

20 gram geraspte kokos
35 gram havermout fijne kwaliteit voor pap
25 gram tarwebloem
¼ theelepel kaneel
snufje zout
30 gram roomboter
30 gram kristalsuiker
10 gram/1 theelepel keukenstroop óf golden syrup
Meng hiervoor in een kleine mengkom de kokos, havermout en bloem, zout plus kaneel goed door elkaar. Voeg dan in zeer kleine blokjes de roomboter toe plus de suiker en meng dit snel met je vingers in vegende bewegingen tot een kruimelige massa. Voeg als laatste roerend de stroop toe, deze zorgt ervoor dat er goede kruimeltjes ontstaan. Strooi deze kruimels goed verdeeld over de laag confituur.

Hoe bak ik mezelf?

Verwarm de oven onverbiddelijk voor op 175 graden Celsius.
Daarna ongeveer 20 minuten bakken bij 175 C° tot ik borrel en bruin wordt.
Neem me uit de oven en laat me nog 10 minuten in de vorm of op de bakplaat staan. Plaats me daarna op een rooster om uit te dampen. Snij me in 20 vierkante stukjes als ik ben afgekoeld.

© Inostrate 2017

Ander authentiek Nietzsche-gebak met een leuke tekst vind je ook op dit blog: in de tagwolk aan de rechterzijde kies je Nietzsche om meteen alles op een rij te zien en te lezen.

Molenaarsbrood voor Zarathoestra – bevat gluten

Nietzsche heeft me geïnspireerd tot het maken van een speciaal hartig brood in de vorm van een ronde slang die zichzelf opeet, een zogenaamde ouroboros, een oud symbool van eeuwige wederkeer. In het verbazend knap geschreven boek Zo sprak Zarathoestra daagt Zarathoestra allerlei groepen mensen en individuen uit om zelf na te denken over  hun aardse leven zonder een God. De uitdaging is je leven bewust zo te leven dat je eeuwig zou willen wederkeren op aarde. Zelf ondergaat Zarathoestra in het boek vele denkprocessen en overwint tegenslagen bij het brengen van zijn boodschap. Nietzsche verleidt ons als een slang in zijn dichterlijke boek om zelf zin en betekenis aan ons leven te geven. Alles is even banaal in het leven maar dit geeft ook de kans er iets van te maken: honger, kou en andere lichamelijkheid zoals ziektes horen er dus bij en geven spanningen waartegen  dagelijks strijd moet worden geleverd.

Ik maakte een extra hoofdstuk voor Zo sprak Zarathoestra, in Nietzsches literaire stijl, wat je hieronder kunt lezen. Zarathoestra vertelt hierin aan een broeder over zijn ontmoeting met een molenaar. Deze molenaar schenkt hem een bijzonder brood.

Over de schenkende molenaar

“Waarom sluipt u zo schuw door de schemering, Zarathoestra? En wat verbergt u behoedzaam onder uw mantel?
Is het een schat die u is geschonken? Of begeeft u zich nu zelf op het dievenpad, o vriend van de kwaden? ”
“Voorwaar broeder”, sprak Zarathoestra, “het is een schat die mij is geschonken: een kleine waarheid is het die ik draag. Toen ik vandaag een lange wandeling maakte en langs een molen liep kwam ik een oude molenaar tegen en deze sprak:
“Veel heeft Zarathoestra tot ons molenaars gesproken, maar nog nooit sprak hij over molenaars of over het maken van brood.”
En Zarathoestra antwoordde hem lachend: “Brood? Maar juist brood hebben kluizenaars niet.”
De molenaar protesteerde: “Hoor nu toch Zarathoestra, hoe moet ik u nu noemen? Bent u een asceet? Gaat iemand daarvoor naar grote en hoge bergen, om eenzaam brodeloze maaltijden te eten? ”
“Wees opgewekt”, antwoordde Zarathoestra hem, “zoals ik dat ook ben. Houd vast aan uw gewoonte, voortreffelijke man, maal uw graankorrels, prijs uw keuken: als die u maar vrolijk maakt. Ik ben geen wet voor iedereen. Als u het mij wil geven, dan neem ik uw voedzame brood. De honger overvalt mij en wie de hongerige voedt, verkwikt zijn eigen ziel: zo spreekt de wijsheid.
Deze gelijkenis geef ik u: het gemoed van een molenaar is als die van een krijger, hij strijdt met de wind via de wieken van zijn molen. Laat uw deugd niet met luchtstromen van het aardse wegvliegen.”
Toen antwoordde de oude molenaar Zarathoestra: “Vreemd is het, Zarathoestra weet niet veel van molenaars en toch heeft hij gelijk met wat hij over hen zegt. En neem nu deze kleine waarheid van mij aan, een brood met een heilbrengende geur, gemaakt van zelfgemalen meel.”
“Schenk mij uw kleine waarheid, molenaar,” zei Zarathoestra. En de schenkende molenaar sprak: “Gaat u het brood aanstonds eten? Vergeet dan het mes niet. Eet en vaarwel!”

Zo sprak Zarathoestra
©Inostrate, 2017

ouroboros kl fil

ouroboros van hartig brooddeeg, symbool van eeuwige wederkeer


Hoe maak je het molenaarsbrood voor Zarathoestra?

Wat heb je hiervoor nodig?
500 gr bloem
100 gram roggemeel
20 gram olijfolie
8 gram gedroogde instantgist
20 gram citroensuiker
11 gram zout
4 eetlepels gedroogde stukjes zongedroogde tomaat in water of olie geweld
40 gram tomatenpuree uit een blikje
2 theelepels pittige kipkruiden met paprikapoeder erin
2 eetlepels gedroogde oregano
320-340 gram lauw water
vulling:
20 gram zonnebloempitten
20 gram pompoenpitten
garnering:
2 zwarte olijven als ogen
een paar lepels losgeklopt ei om te bestrijken

De bereiding:

Doe bovenstaande ingrediënten, behalve vulling en garnering, met als laatste het water in een mengkom en kneed er een soepel en glad deeg van. Voeg hierna de zaden en pitten toe en kneed deze nogmaals goed door.
Laat dit afgedekt 60 minuten rijzen op een warme en tochtvrije plaats.

Sla het deeg nadat het gerezen is plat, kneed het kort door en verdeel het in drie gelijke stukken en maak hier lange strengen van met een doorsnede van ongeveer 3 1/2 centimeter. Als het deeg hiervoor nog wat stug is  kan het nog even 10 minuten rusten. Laat deze lange strengen 10 minuten afgedekt rusten om soepeler te worden.

Vlecht van de 3 strengen een slang, maak een open bek en een taps toelopende smallere staart en leg de staart in de open bek. Druk twee zwarte olijven vrij diep in zijn kop als ogen want deze rijzen omhoog.
Leg deze ouroboros op een bakplaat bekleed met bakpapier, dek hem af en laat hem nogmaals 30 minuten rijzen.

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Vlak voor het bakken het brood dun met losgeklopt ei bestrijken voor glans.
Bak het slangenbrood daarna gaar in ongeveer 25 minuten. Door de tomatenpuree in het deeg kleurt het brood sneller bruin, leg er daarom de laatste 10 minuten aluminiumfolie over.
Het brood af laten koelen op een rooster. Het smaakt heerlijk met kruidenboter erop.

Nog meer heerlijk filosofisch Nietzsche-gebak:

zoek in de tagwolk met “Nietzsche” of bij de filosofische recepten

 

Tragische truffels van Nietzsche- bevat gluten

Deze tragische en delicate truffelkoekjes met chocolade ontstonden na het lezen en bespreken, met Rubico, van Nietzsches eerste boek: “De geboorte van de tragedie“. Hierin geeft hij een bijzondere kijk op de op-en ondergang van de Griekse tragedie in de klassieke oudheid. De Griekse goden Apollo en Dionysos zijn hierbij sleutelfiguren om dit te begrijpen. Na het doorspitten van dit inspirerende maar moeilijke boek konden we wel een ontspannende afsluiting van de cursus gebruiken. Daarom presenteerde ik een zelfgeschreven satirische dialoog met tragische truffels erbij. In deze dialoog kibbelen Apollo en Dionysos met elkaar na een lentefeest met veel drank. Ze roddelen over de filosoof Nietzsche nadat ze een blik in de toekomst hebben geworpen. De goden zij dank geven ze hem de erkenning die hij mistte tijdens zijn leven en maken daarbij woordspelingen met de schuingedrukte titels van zijn boeken.

DSC02244

karikaturale Nietzsche-buste te zien in Sils Maria museum

Fragment van dialoog van de dichteres Inostrate, gedateerd 600 BC 

………….

Apollo:”O Dionysos, kan die muziek niet wat zachter en die stimulerende paddenstoelenresten opgeruimd? Ik kan me zo niet concentreren op mijn eigen gedachten. De zeven snaren van mijn lier zijn allemaal gesprongen tijdens de optocht en ik moet nieuwe opspannen.”

Dionysos; “Bij Vadertje Zeus, ja, o ja, (burp). Saters, nu ophoepelen met die fluiten en bekkens, jullie hebben je wel genoeg uitgeleefd. Ja, het was vannacht lekker druk op mijn jaarlijkse lentefeest met het thema Godenschemering. De stemming zat er helemaal in maar ik ben er nu wel een beetje moe van.”

Apollo: “ Dat kan ik me voorstellen, het was heel uitbundig allemaal, iedereen raakte in extase. Niets voor mij eerlijk gezegd, ik beschouw het liever van een afstand en blijf beheerst. Jij, onwelriekende Dionysos, moet wel nodig naar het badhuis want je stinkt behoorlijk naar bok en drank.”

Dionysos: “O schone Apollo met de gouden krullen, maak je niet druk, alles op zijn tijd, ik moet eerst even bijkomen. Ga even lekker naast me liggen.”

Apollo: “Ik vraag me wel eens af, uitgetelde Dionysos, hoe lang we het beiden gaan volhouden als goden en hoe lang we eigenlijk vereerd zullen worden. Wat denk jij daarvan?”

Dionysos: “Toevallig kreeg ik daar een aantal zonnewentelingen geleden een visioen over bij het orakel van Delphi. Samen met de knappe Pythia… Wel 26 eeuwen zullen we nog herinnerd worden en alles over ons wordt vooral opgerakeld door de papyrusrollen van ene Nietzschos met de grote snor uit het land van de Hyperboreëers.”

Apollo: “Werkelijk? Interessant. Hopelijk doet hij dat op een rationele manier want onze cultus mag niet verloren gaan.”

Dionysos:”(Hik), nee, hij gaat juist pleiten voor meer intuïtie bij levensvragen, helemaal mijn stijl. Als ik me goed herinner, langgelokte Apollo, ik had namelijk ook een  truffel genuttigd ter stimulatie, doet Nietzschos dat met een scherpe rietpen op een prikkelende manier. Maar helaas, slechts weinigen in zijn staat begrijpen zijn oneigentijdse beschouwingen.”

Apollo.:” Tragisch, tragisch, wijnmakende Dionysos. Wij goden zullen nog vaker wedergeboren moeten worden voordat het zover is.”

Dionysos.: “Ja, er daagt voor ons steeds weer een nieuw morgenrood, laten we er nog een keer samen op drinken. Geef die kylix eens door, sierlijke Apollo.

Apollo.:“Gaat die Nietzschos ook komische papyrusrollen schrijven die door de roes ontstaan?”

Dionysos: “Neuh, gelauwerde Apollo, hij gebruikt wel vaker de ironie, verder vrolijke wetenschap en sporadisch wat vage dansinstructies in zijn teksten. Voor de rest vond ik hem in het visioen een droogstoppel. Hij drinkt namelijk nooit wijn, eet alleen sobere kost om zijn gezondheid niet te schaden en schrijft serieuze boekrollen over het belang van goede opvoeding en kunst”

Apollo:. “Nietzschos klinkt wel als een wijze menselijke, al te menselijke man. Maar hoe zit het dan met zijn muziek en lyriek, dikke Dionysos?”

Dionysos: “Dik, ik? Wat opgeblazen misschien door de wijn maar beweging en gratie heb ik genoeg door de dans, stralende Apollo. Nietzschos lijkt wel van muziek te houden maar hij heeft helaas weinig ritmegevoel. Zijn lyriek vond ik mwah…. Maar hij doet enthousiast zijn best om ons beider invloed op mensenlevens duidelijk te maken.

Apollo.:.”Ik denk dat de mensheid ons altijd nodig zal hebben. Zelf geef ik voorkeur aan de invloed op de mens door het verstand, door de redenering. Jij echter, winderige Dionysos, kunt mensen dingen laten geloven die intuïtief lijken te kloppen als ze begeesterd door je worden.”

Dionysos.: “Samen komen we er wel uit, slimme Apollo. Ik voel dat het onze samenwerking is die het leven leuk maakt.”

Apollo.: “Inderdaad artistieke Dionysos. Zullen we nu alvast het thema voor je lentefeest van komend jaar gaan verzinnen? Wat vind je van “Apollo contra Dionysos”?…………….

 

tragische-truffels-kl-fil

tragische truffelkoekjes geïnspireerd door Nietzsche

 

Wat heb je nodig voor de tragische truffelkoekjes die bij bovenstaande dialoog passen?

100 gram bloem
25 gram cacaopoeder
½ theelepel bakpoeder
80 gram suiker en 1 zakje vanillesuiker
25 gram boter, gehakt in blokjes,
1 losgeklopt ei
1 eetlepel rum
50 gram poedersuiker om het deeg in te rollen

De oven met veel vuur verwarmen tot 175° Celsius.

Bloem, cacao en bakpoeder rücksichtslos samen zeven.
Suikers erbij en dan de boter stevig erdoor wrijven tot kruimels ontstaan.
Roer dan het ei en de rum erdoor en maak er een deeg van.
Laat het deeg voor de truffels een half uur alleen op een koude plaats staan te bibberen.
Snij met een scherp mes stukjes van het deeg en draai er balletjes van ter grootte van een flinke kogel.
Doe de poedersuiker in een kom. Roer de deegtruffels tot ze duizelig zijn door de poedersuiker.
Leg ze dan op bakpapier op een bakplaat en verhit ze genadeloos gedurende precies 10 minuten. Laat deze tragische truffels daarna rillen op een taartrooster en eet ze dezelfde dag op met je vriend. Ze smaken heerlijk na een diner bij de koffie.

© Inostrate, 2017

Meer gebak geïnspireerd door Nietzsche  vind je bij de categorie filosofisch gebak: