Paasbrood glutenvrij

Dit feestelijk gevulde glutenvrije paasbrood is gebakken op de bakplaat zodat het een heerlijke korst heeft. Glutenvrij brood heeft steun nodig van een bakvorm zodat het nooit erg hoog kan rijzen. Om het toch zonder vorm te bakken zit er deze keer wat extra fiberhusk in, dat zorgt voor de vervanging van gluten en geeft een stevig deeg met samenhang. Er zit geen spijs in dit paasbrood maar als je dat wenst kun je dit er apart bijgeven om erop te smeren zoals bij de glutenvrije kerststol. Het is een grote kunst om een luchtig glutenvrij brood te maken met een spijsrol erin en daar waagde ik me nog niet aan. Dit brood is in ieder geval goed gelukt en lekker bij je paasbrunch of ontbijt. De smaak is licht zoet en heeft een zweem van anijs, de vulling van rozijnen en sukade houdt het lekker mals. Het meelmengsel is licht van kleur en erg smakelijk. Gebruik in dit recept meel en bakpoeder met de aanduiding glutenvrij.

paasbrood glu kl

glutenvrij paasbrood als vloerbrood gebakken

Wat heb je nodig voor het glutenvrije paasbrood?

200 gram havermeel
150 gram tapioca
150 gram volkorenrijstemeel
12 gram fiberhusk
10 gram bakpoeder
10 gram instantgist
10 gram bakkerszout
1/2 theelepel anijszaad
40 gram lichte basterdsuiker
10 gram citroensuiker
50 gram plantaardige margarine
340 gram halvolle (lactosevrije) melk
vulling:
80 gram rozijnen
20 gram sukade
20 gram zonnebloempitten

De bereiding:

Smelt de margarine en verwarm de melk tot lauwwarm.
Was en week de rozijnen in hete thee en droog ze na een paar minuten weer goed af. Meng ze met de sukade en potten en zet ze even apart.
Meng alle meelsoorten, de fiberhusk, bakpoeder, instantgist, zout, anijszaad, suiker en citroensuiker met een garde door elkaar.
Voeg dan de natte ingrediënten toe, het ei, de melk en de gesmolten margarine en roer meteen goed door met een siliconen spatel. Meng alles een paar minuten door met spatel zodat alles goed is verdeeld. Het wordt een vrij stevige brij.
Voeg als laatste dan de vulling toe en meng die ook goed erdoor. Leg het deeg nu midden op een bakplaat met bakpapier. Druk het deeg nu met vochtige handen in een ovalen vorm en maak het glad van boven. Laat het 2 uur rusten op een warme en tochtvrije plaats. Dek het losjes af met een laag huishoudfolie zodat het ruimte heeft om te rijzen.
Plaats voor het bakken een vuurvast schaaltje met water in de oven voor stoomvorming en verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Let op hete stoom bij het openen van de oven.
Bak het glutenvrije paasbrood in 35 minuten gaar en bruin. Dek het na 20 minuten af met aluminiumfolie om voorkomen dat de rozijnen verbranden.
Na het bakken het brood laten uitdampen op een rooster.
Je kunt van dit glutenvrije deeg ook 2 kleinere vloerbroden maken maar dan worden de sneetjes wel vrij klein. De baktijd is dan 5 minuten korter. Laat het brood na het uit de oven halen uitdampen op een rooster en minstens 2 uur laten afkoelen alvorens te snijden.
Deze paasslof misstaat ook niet bij een kopje koffie of thee. Vrolijk Pasen!

paasbr gesn glu kl

glutenvrij paasbrood met vulling te zien als sneetjes

Dit vind je misschien ook leuk met Pasen om te maken of te bekijken:
glutenvrije kerststol
glutenvrij sucadebrood
glutenvrije paaskrans
glutenvrije amandeltaart gemaakt door Inostrate op Sightdish

 

 

 

Voorjaarstaart met peer/ananas – bevat gluten

Deze frisse en feestelijke taart is voor de komende Pasen heel geschikt. De basis ervan is een zachtzoet koekdeeg wat gemakkelijk te maken is. De zoete smaak ontstaat door een combinatie van suiker met honing en de koekkruiden geven het deeg een lekker kruidige toets. Er zit gezond en smakelijk havermeel en weinig boter in maar veel smaak. De vulling is eenvoudig, het is fris fruit uit een blik dat je alleen maar hoeft uit te laten lekken. Door dit sappige fruit blijft de peer-ananastaart blijft ook lang mals. Een ideale voorjaarstaart met gegarandeerd succes, mijn familieleden waren er dol op.

perenananastrt-ap-kl

heerlijke voorjaarstaart, met frisse peer en ananas, die lang lekker blijft

Wat heb je nodig voor de voorjaarstaart met peer en ananas die je kunt verdelen in 8-10 stukken?

100 gram roomboter of plantaardige margarine
35 gram zachte honing
100 gram lichte basterdsuiker
5 gram citroensuiker
2 eieren (M)
150 gram tarwebloem
100 gram havermeel
10 gram bakpoeder
1/4 theelepel zout
1 theelepel koekkruiden
85 gram sinaasappelsap
vulling: 1 blik peren (230 gram uitlekgewicht) en 1 blik ananasstukjes op sap (140 gram)
garnering:
2 eetlepels amandelsnippers (of groene pepitazaadjes Jumbo)
1 eetlepel greinssuiker

De bereiding:

Laat alle ingrediënten op kamertemperatuur komen. Vet een springvorm in van 20 cm doorsnede en bedek de bodem met een cirkel bakpapier.
Lek de blikjes fruit uit in een vergiet en dep ze daarna goed droog met keukenpapier anders worden ze te zwaar.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Zeef de bloem, havermeel en bakpoeder, zout en koekkruiden samen in een kom, meng het geheel goed met een garde en zet het even apart.
Mix de roomboter met de suiker, honing en citroensuiker erbij tot een luchtig geheel. Voeg de eieren een voor een toe tot een romige massa.
Voeg dan de meelmassa toe in drie gedeeltes. Voeg na de tweede portie ook de helft van het sinaasappelsap toe en bij de derde portie meel de rest van het sap zodat het deeg luchtig blijft.
Als het deeg goed gemengd is kan het over in de springvorm. Verdeel het goed in de vorm zodat de bovenkant vlak is. Leg daarna de peren  op het deeg en druk ze iets in het deeg, zo ook de ananasstukjes.
Strooi er dan als laatste de garnering van amandelsnippers en greinsuiker over. Groene pompoenpitten of pepita’s (Jumbo) zijn ook heel mooi als garnering.
Plaats de taart in de oven en laat hem in 50 minuten gaar bakken, doe na 40 minuten aluminiumfolie over de vorm tegen een te bruine kleur bovenop. De taart is gaar als een satéprikker droog uit het deeg komt aan het eind van de baktijd.
Neem de voorjaarstaart uit de oven en zet hem met vorm op een rooster. Laat 5 minuten afkoelen. Snij de taart voorzichtig los van de vorm met een scherp mesje indien nodig en maak de springvorm los. Je kunt de bodemplaat van de springvorm eronder laten zodat je de taart makkelijk kunt hanteren.

Geniet ervan op een feestelijke lentedag!

 

Boekweitbroodjes gevuld en glutenvrij

Gevulde glutenvrije boekweitbroodjes liggen op de bakplaat en zijn dit keer zijn gebakken zonder bakvorm. Ze hebben hierdoor een heerlijke knapperige korst. Ik bedacht ze speciaal om mee te nemen voor een flinke wandeling zodat we een vullend tussendoortje mee konden nemen. Door de vulling van stukjes abrikoos met zonnebloempitten en het gebruik van de donkere meelsoorten haver en boekweit was dit zeker het geval, we hadden geen last van honger. Venkel en anijszaadjes maken dit broodje net weer een tikje anders van smaak zodat het goed in mijn dasanderekoekblog past. Heb je glutenvrij zuurdesem voorradig dan is het heerlijk om er een eetlepel van aan dit recept toe te voegen.
Gebruik voor hierbij meelsoorten en bakpoeder met een glutenvrije aanduiding. Voor meer informatie over glutenvrij broodbakken: zie stoomcursus glutenvrij bakken.

boekweitbroodjes kl met vulling

kruidige glutenvrije gevulde boekweitbroodjes voor een wandeling of een lunch

Wat heb je nodig voor de glutenvrije gevulde boekweitbroodjes?

200 gram boekweitmeel
125 gram havermeel
75 gram tapiocameel
9 gram fiberhusk
8 gram instantgist
8 gram bakkerszout
8 gram bakpoeder
1 theelepel anijs
1 theelepel venkelzaad
25 gram zachte honing
15 gram olijfolie
350 gram lauwwarm water
eventueel 1 eetlepel glutenvrij zuurdesem voor extra smaak
vulling:
20 gram zonnebloempitten
50 gram gewelde abrikozen
garnering:
2 eetlepels zonnebloempitten
1 theelepel venkelzaadjes

De bereiding:

Zoek eerst alle ingrediënten bij elkaar op je werkblad. Vink alles af wat je hebt toegevoegd dan vergeet je niets. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Knip de abrikozen in stukjes zo groot als een rozijn,
Meng de meelsoorten bij elkaar in een grote mengkom en vermeng ze luchtig met een garde. Kneus de zaadjes in een vijzel zodat de smaak vrijkomt. Voeg dan de droge ingrediënten toe: fiberhusk, de gist, zout, bakpoeder, anijs, venkelzaad. Roer dit ook weer goed door.
Voeg dan de honing, olie en het water toe en eventueel de zuurdesem en meng dit zeer goed door elkaar met een siliconen spatel.
Voeg als laatste de vulling van pitten en abrikozenstukjes toe en meng weer alles tot het goed verdeeld is over het deeg. Laat het brooddeeg kort opstijven.

Neem 45 gram deeg per broodje met de spatel en vorm deze met licht vochtige vingers tot een rond deegbolletje. Leg ze op de bakplaat. Maak de deegbolletjes indien nodig bovenop nog wat nat en plak er zonnebloempitten en venkelzaadjes op. Laat ze 40 minuten rijzen op een warme plaats met een grote dunne plastic zak over de bakplaat.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Zet een vuurvast schaaltje met water in de oven voor stoomvorming. Je krijgt zo een lekkere korst en een goede warmteverdeling. Let op voor hete stoom bij het openen van de oven.

Bak de glutenvrije boekweitbroodjes in 18 tot 20 minuten gaar en lichtbruin. Neem ze uit de oven en laat ze afkoelen op een rooster.
Geniet ervan.

Dit vind je misschien ook een leuk recept: glutenvrij boekweitbrood met cranberries

boekweit cranberrie glu kl

stevig glutenvrij boekweitbrood met cranberries

 

 

 

 

 

Tragische truffels van Nietzsche- bevat gluten

Deze tragische truffelkoekjes met chocolade ontstonden na het lezen en bespreken, met Rubico, van Nietzsches eerste boek: “De geboorte van de tragedie“. Hierin geeft hij een bijzondere kijk op de op-en ondergang van de Griekse tragedie in de klassieke oudheid.
De Griekse goden Apollo en Dionysos zijn hierbij sleutelfiguren om dit te begrijpen. Na het doorspitten van dit inspirerende maar moeilijke boek konden we wel een ontspannende afsluiting van de cursus gebruiken. Daarom presenteerde ik een zelfgeschreven satirische dialoog met tragische truffels erbij. In deze dialoog kibbelen Apollo en Dionysos met elkaar na een lentefeest met veel drank. Ze roddelen over de filosoof Nietzsche nadat ze een blik in de toekomst hebben geworpen. De goden zij dank geven ze hem de erkenning die hij mistte tijdens zijn leven en maken daarbij woordspelingen met de schuingedrukte titels van zijn boeken.

DSC02244

karikaturale Nietzsche-buste te zien in Sils Maria museum

Fragment van dialoog van de dichteres Inostrate, gedateerd 600 BC 

………….

Apollo:”O Dionysos, kan die muziek niet wat zachter en die stimulerende paddenstoelenresten opgeruimd? Ik kan me zo niet concentreren op mijn eigen gedachten. De zeven snaren van mijn lier zijn allemaal gesprongen tijdens de optocht en ik moet nieuwe opspannen.”

Dionysos; “Bij Vadertje Zeus, ja, o ja, (burp). Saters, nu ophoepelen met die fluiten en bekkens, jullie hebben je wel genoeg uitgeleefd. Ja, het was vannacht lekker druk op mijn jaarlijkse lentefeest met het thema Godenschemering. De stemming zat er helemaal in maar ik ben er nu wel een beetje moe van.”

Apollo: “ Dat kan ik me voorstellen, het was heel uitbundig allemaal, iedereen raakte in extase. Niets voor mij eerlijk gezegd, ik beschouw het liever van een afstand en blijf beheerst. Jij, onwelriekende Dionysos, moet wel nodig naar het badhuis want je stinkt behoorlijk naar bok en drank.”

Dionysos: “O schone Apollo met de gouden krullen, maak je niet druk, alles op zijn tijd, ik moet eerst even bijkomen. Ga even lekker naast me liggen.”

Apollo: “Ik vraag me wel eens af, uitgetelde Dionysos, hoe lang we het beiden gaan volhouden als goden en hoe lang we eigenlijk vereerd zullen worden. Wat denk jij daarvan?”

Dionysos: “Toevallig kreeg ik daar een aantal zonnewentelingen geleden een visioen over bij het orakel van Delphi. Samen met de knappe Pythia… Wel 26 eeuwen zullen we nog herinnerd worden en alles over ons wordt vooral opgerakeld door de papyrusrollen van ene Nietzschos met de grote snor uit het land van de Hyperboreëers.”

Apollo: “Werkelijk? Interessant. Hopelijk doet hij dat op een rationele manier want onze cultus mag niet verloren gaan.”

Dionysos:”(Hik), nee, hij gaat juist pleiten voor meer intuïtie bij levensvragen, helemaal mijn stijl. Als ik me goed herinner, langgelokte Apollo, ik had namelijk ook een  truffel genuttigd ter stimulatie, doet Nietzschos dat met een scherpe rietpen op een prikkelende manier. Maar helaas, slechts weinigen in zijn staat begrijpen zijn oneigentijdse beschouwingen.”

Apollo.:” Tragisch, tragisch, wijnmakende Dionysos. Wij goden zullen nog vaker wedergeboren moeten worden voordat het zover is.”

Dionysos.: “Ja, er daagt voor ons steeds weer een nieuw morgenrood, laten we er nog een keer samen op drinken. Geef die kylix eens door, sierlijke Apollo.

Apollo.:“Gaat die Nietzschos ook komische papyrusrollen schrijven die door de roes ontstaan?”

Dionysos: “Neuh, gelauwerde Apollo, hij gebruikt wel vaker de ironie, verder vrolijke wetenschap en sporadisch wat vage dansinstructies in zijn teksten. Voor de rest vond ik hem in het visioen een droogstoppel. Hij drinkt namelijk nooit wijn, eet alleen sobere kost om zijn gezondheid niet te schaden en schrijft serieuze boekrollen over het belang van goede opvoeding en kunst”

Apollo:. “Nietzschos klinkt wel als een wijze menselijke, al te menselijke man. Maar hoe zit het dan met zijn muziek en lyriek, dikke Dionysos?”

Dionysos: “Dik, ik? Wat opgeblazen misschien door de wijn maar beweging en gratie heb ik genoeg door de dans, stralende Apollo. Nietzschos lijkt wel van muziek te houden maar hij heeft helaas weinig ritmegevoel. Zijn lyriek vond ik mwah…. Maar hij doet enthousiast zijn best om ons beider invloed op mensenlevens duidelijk te maken.

Apollo.:.”Ik denk dat de mensheid ons altijd nodig zal hebben. Zelf geef ik voorkeur aan de invloed op de mens door het verstand, door de redenering. Jij echter, winderige Dionysos, kunt mensen dingen laten geloven die intuïtief lijken te kloppen als ze begeesterd door je worden.”

Dionysos.: “Samen komen we er wel uit, slimme Apollo. Ik voel dat het onze samenwerking is die het leven leuk maakt.”

Apollo.: “Inderdaad artistieke Dionysos. Zullen we nu alvast het thema voor je lentefeest van komend jaar gaan verzinnen? Wat vind je van “Apollo contra Dionysos”?…………….

 

tragische-truffels-kl-fil

tragische truffelkoekjes geïnspireerd door Nietzsche

 

Wat heb je nodig voor de tragische truffelkoekjes die bij bovenstaande dialoog passen?

100 gram bloem
25 gram cacaopoeder
½ theelepel bakpoeder
80 gram suiker en 1 zakje vanillesuiker
25 gram boter, gehakt in blokjes,
1 losgeklopt ei
1 eetlepel rum
50 gram poedersuiker om het deeg in te rollen

De oven met veel vuur verwarmen tot 175° Celsius.

Bloem, cacao en bakpoeder rücksichtslos samen zeven.
Suikers erbij en dan de boter stevig erdoor wrijven tot kruimels ontstaan.
Roer dan het ei en de rum erdoor en maak er een deeg van.
Laat het deeg voor de truffels een half uur alleen op een koude plaats staan te bibberen.
Snij met een scherp mes stukjes van het deeg en draai er balletjes van ter grootte van een flinke kogel.
Doe de poedersuiker in een kom. Roer de deegtruffels tot ze duizelig zijn door de poedersuiker.
Leg ze dan op bakpapier op een bakplaat en verhit ze genadeloos gedurende precies 10 minuten. Laat deze tragische truffels daarna rillen op een taartrooster en eet ze dezelfde dag op met je vriend.

© Inostrate, 2017

Meer gebak geïnspireerd door Nietzsche  vind je bij de categorie filosofisch gebak:

 

 

 

Boekweitbrood met cranberry’s – glutenvrij

Recepten ontstaan soms uit een noodzaak. Het boekweitmeel in mijn kast naderde de uiterste houdbaarheidsdatum en ik maakte er ruim gebruik van om dit stevige glutenvrije boekweitbrood te maken. Boekweitmeel is heel geschikt in gebak en brood en om te combineren met kruiden en wat zoets om zijn sterke aardse smaak ietwat te verzachten. Om een luchtiger resultaat te krijgen voegde ik tapiocameel toe aan het meelmengsel en voor de smaak venkelzaad, citroensuiker en zoetzure cranberry’s. Het geheel  is een hip en smakelijk brood geworden met af en toe een venkeltoets en een hapje cranberry. Dit glutenvrije boekweitbrood is heel goed te snijden en niet droog of kruimelig. De stevige korst is knapperig als het brood vers is en de smaak benadert die van een smakelijk roggebrood met de kruiden van een ontbijtkoek. Nog een voordeel is dat het lekker lang mals blijft.
Gebruik in dit recept  meelsoorten en bakpoeder met  glutenvrije logo of aanduiding.

boekweit cranberrie glu kl

stevig glutenvrij boekweitbrood met cranberry’s

Wat heb je nodig voor het glutenvrije boekweitbrood met cranberry’s?

300 gram boekweitmeel
100 gram tapioca
8 gram gedroogde instant gistkorrels
8 gram bakpoeder
8 gram fiberhusk
8 gram bakkerszout
1/2 theelepel venkelzaad
15 gram lichte basterdsuiker
10 gram citroensuiker
20 gram olijfolie
350 gram lauwwarm water
vulling:
50 gram cranberry’s
garnering:
1 eetlepel pompoenpitten
1 eetlepel sesamzaadjes

De bereiding:

Vet het bakblik in met olie en bekleed het met bakpapier.
Meng de ingrediënten in de volgorde van het recept: eerst de droge bestanddelen: meelsoorten, gist, bakpoeder, fiberhusk, zout, venkelzaad en basterdsuiker plus de citroensuiker. Meng alles met een garde door elkaar. Daarna voeg je de olijfolie en het warme water toe en en als laatste voeg je de cranberry’s toe. Meng nu met een siliconen spatel alles door elkaar tot een gladde massa.
Stort het beslag in het bakblik wat je bekleed hebt met bakpapier.
Maak de bovenkant glad met een natte spatel en strooi er de pitten en zaadjes over ter garnering.
Laat het deeg 45 minuten rijzen tot aan de rand van het bakblik.
Verwarm de oven 10 minuten voor. Plaats een bakje met water in de oven voor stoomvorming.
Laat het boekweitbrood 30 minuten bakken bij 200 graden Celsius.
Neem het uit de vorm en laat het nog 5 minuten na-bakken op het bakpapier op een rooster voor een betere korst. Het brood is dan lichtbruin van kleur en klinkt hol als het gaar is. Laat het afkoelen op een taartrooster.
Snij dit stevige boekweitbrood dun om te voorkomen dat het te zwaar op je maag ligt.

Het boekweitbrood met cranberry’s is belegd met kaas, vlees of zoet beleg zoals appelstroop of halfzoete jam heel lekker. Het is ook prima als een sneetje tussendoor bij de koffie.

Misschien vind je dit ook lekker: glutenvrije boekweitpistolets

glu pistolets klein

glutenvrije boekweitpistolets

Gevulde koeken – bevat gluten

Een gevulde koek die niet al te vet of zoet is en toch heel erg lekker, dat was mijn doel om te maken. Rond de kerstdagen was ik aan het experimenteren met amandelspijs maken en deze koeken kwamen toen tevoorschijn. Het licht zoete deeg lijkt op een deeg voor scones. Het bevat niet veel vet en is eenvoudig te hanteren en te maken. De vulling van van deze koeken bestaat uit honing en amandelmeel en geeft de koek het zoete accent. De volle smaak ervan en de bloemvorm maakt deze gevulde koek een aparte traktatie. De koeken zijn niet zo groot zodat het caloriegehalte per stuk ook weer meevalt. Leuk om te proberen voor de carnavalsdagen of in de voorjaarsvakantie.

gevulde-koeken-kl-ap

deze gevulde koeken met amandelspijs liggen niet zwaar op je maag

Wat heb je nodig voor 20 gevulde koeken?

60 gram roomboter of plantaardige margarine
55 gram kristalsuiker
5 gram citroensuiker
mespunt zout
250 gram tarwebloem
8 gram bakpoeder
1 ei
1 eidooier
2-3 eetlepels Griekse yoghurt of zure room
amandelspijsvulling:
100 gram gemalen amandelen
5 gram vanillesuiker of citroensuiker
100 gram vloeibare honing
garnering:
enkele lepels losgeklopt ei
2 eetlepels greinsuiker of sesamzaadjes

De bereiding:

Begin met de amandelspijs. Rooster het amandelmeel een paar minuten heel licht in een droge koekenpan op zacht vuur tot het begint te kleuren. Blijf erbij en laat het niet aanbranden. De smaak is dan veel lekkerder dan zo uit de verpakking.
Doe het amandelmeel in een kom en vermeng het met de zachte, vloeibare honing en de smaaksuiker. Roer alles goed door elkaar en laat het afkoelen tot een stevige massa. Maak er dan porties van 10 gram van en rol deze met je handen tot balletjes. Leg ze op een bord en laat ze koelen en stevig worden.

amandelspijs-kl-ap

amandelspijsballetjes


Roer de boter met de suikers in een mengkom luchtig. Meng het zout met de bloem en de bakpoeder samen en zeef het boven het boter-suikermengsel. Werk het losjes door elkaar en voeg dan het ei, de dooier en de yoghurt toe.
Kneed het eerst in de kom en daarna op je werkblad tot een soepel deeg. Het moet makkelijk te hanteren zijn. Kneed het niet langer dan noodzakelijk. Maak er een rol van en verdeel het deeg met een deegsteker of mes in 20 gelijke stukjes. Bol ieder stukje deeg goed op en druk ze daarna gelijkmatig plat met je hand of met de deegrol.
Leg in het midden van elk deeglapje een balletje amandelspijs en vouw het deeg om de spijs heen. Knijp de naad goed dicht.
Bekleed je bakblik met bakpapier en verwarm de oven voor op 170 graden Celsius.
Leg de balletjes deeg met de naad naar beneden op het bakblik. Druk het met je vlakke hand of rol het met een deegroller voorzichtig plat, zorg ervoor dat de ronde vorm behouden blijft. Snij het koekje nu met een mes in vieren tot bijna in het midden. Door het bakken komen de stukjes weer bijeen en vormen ze een bloem.
Bestrijk elk koekje nu met wat losgeklopt ei en bestrooi met greinsuiker of zaadjes naar wens.
Bak de gevulde koeken in ongeveer 14 minuten op 170 graden goudbruin en gaar.

Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster. Deze koeken kunnen ook goed worden bewaard in de vriezer voor een onverwachte visite.

Dit vind je misschien ook leuk:

Knapkoek
Boekweitwafels voor carnaval
Amandelwafels met rozijnen
Lebkuchen

Romeins brood voor alledag – bevat gluten

Dit kruidige brood van tarwemeel was voor de antieke Romeinen een brood voor alledag, panis secundarius. Het is niet al te grof en heeft een prettige zoete geur door de komijn en venkel, heel hip en lekker vinden we dit nu. Het werd gemaakt van een deels gezeefd tarwemeel en was de helft goedkoper vergeleken met het duurste brood dat met fijngemalen en gezeefd wit meel werd gebakken. De aanleiding om dit brood te bakken was een lezing van Rubico over de Romeinse tuin.
De Romeinse bakkers bakten vele soorten brood voor verschillende klanten en allerlei gelegenheden, voor rijk en arm of om te offeren aan hun goden. De meeste broden die ze bakten waren stevig en vullend en waren naar onze huidige maatstaven gezond want vol met vezels. De bakkers gebruikten eerst speltmeel maar gaf later de voorkeur aan tarwemeel, wat een betere broodkwaliteit gaf en waarbij de korrels beter te scheiden waren van het kaf. Er was een grote rijkdom aan de vormen die ze aan hun brood gaven. De Romeinen kenden naast zuurdesem ook gist als rijsmiddel. De gist die ze maakten van druivensap en brooddeeg  was niet erg goed van kwaliteit. Zuurdesem geeft extra smaak en geur aan brood door fermentatie en maakt het brood langer houdbaar. Voor mijn interpretatie van de panis secundarius maakte ik een combinatierecept  van gist en zuurdesem wat smakelijk is, authentiek en het kan bijna niet fout gaan. Ik heb verschillende vormen van het brood uitgeprobeerd, een platte en een hogere vorm, allemaal even mooi.
Leuk om dit Romeins brood voor alledag te bakken bij een archeologisch feestje maar ook heerlijk om eens een gezond en smakelijk brood met zuurdesem erin te proberen.

rombrd-arch-kl

opgebold Romeins brood, links gerezen met een touwtje erom


Hoe maak je zuurdesem in het kort?

Ik ga in de toekomst een speciaal blogbericht maken over zuurdesem van tarwemeel maar dit is alvast een kort voorafje.
Je begint met een mengsel van 100 gram volkorenmeel en 125 gram lauwwarm water. Laat het in een schone weckpot met deksel een paar dagen staan op een warme plek, tussen 20 en 30 graden is optimaal (niet in de zon). Roer twee keer per dag  voor toevoer van zuurstof en om overdaad aan gassen te verwijderen.
Voeg er na een dag of drie 1 eetlepel meel en 1 eetlepel water bij, en ook op dag 4 en 5 nog een keer. Op de zesde dag is je desem klaar, bubbelt volop en kan nu worden gebruikt voor het bakken van zuurdesembrood.
Om je zuurdesem te behouden bewaar je steeds een kleine portie ervan in een afgesloten jampot in de koelkast die je wekelijks voedt met een lepel meel en 1 lepel water. De avond voor het bakken neem je een portie zuurdesem uit dit potje en vermenigvuldigt deze tot de gewenste hoeveelheid met meel en water.

zrdsm 26 apr hybr ap kl

binnenkant van het Romeinse brood met zuurdesem en gist

Wat heb je nodig voor een heerlijk Romeins brood voor alledag, de panis secundarius?

300 gram volkorentarwemeel
300 gram tarwebloem
6 gram instant gist of 18 gram verse gist
50 gram zuurdesem
1/2 theelepel venkelzaad
1 theelepel komijnzaad
10 gram zout
ongeveer 350 gram lauw water
tarwebloem om te bestuiven

De bereiding van het alledaagse brood voor de oude Romeinen:

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Meng het meel en de bloem samen in een kom.
Maak eerst een voordeeg van de zuurdesem, 200 gram meelmengsel en 200 gram water en laat dit 3 uur voorrijzen.
Vijzel ondertussen de zaadjes fijner tot ze lekker ruiken. Als je dit lekker vindt dan kun je voor een sterkere kruidensmaak de gevijzelde zaadjes al toevoegen aan het voordeeg zodat het mee fermenteert.

Meng er daarna de rest van het meelmengsel, de gist, de zaadjes, het zout en ongeveer 150 gram lauw water en kneed hier een soepel deeg van. Laat het deeg nu afgedekt onder een dunne linnen doek op een warme plek rijzen tot het volume is verdubbeld, ongeveer 1 1/2 tot 2 uur.

Daarna kneed je het deeg nogmaals goed door en verdeel het daarna in 4 bollen om plattere broden te maken.
Druk deze helemaal plat met je hand of een deegrol en leg ze op je bakblik met bakpapier eronder. Bestuif het brood licht met tarwebloem, met een poedersuikerzeefje lukt dit goed. Maak 8 diepe insnijdingen met een scherp mes zodat er 8 parten of segmenten ontstaan die het verdelen van dit platbrood makkelijk maken. De Romeinse bakkers voorzagen hun brood ook vaak van een zegel met hun naam erin.
Wil je twee ronde broden, verdeel dan het deeg in 2 stukken en bol deze beide op. Voor een extra hoog deeg kun je er een (slagers)touwtje omheen binden, dit helpt om een slap deeg te laten bollen. Er zijn afbeeldingen van deze aparte vorm gevonden bij opgravingen.
Strooi licht wat bloem over de deegbollen en snij ze daarna in met een scherp mes zodat er 8 parten ontstaan.
Laat het brood nogmaals drie kwartier rijzen onder een linnen doek.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius en zet een vuurvast bakje voor 2/3 gevuld met water in de oven voor stoomvorming. Let op bij het openen van de oven voor de hete stoom. De broodkorst wordt hierdoor nog lekkerder. De Romeinse bakkers besprenkelden hun halfgebakken brood in de oven ook met water voor een betere korst.
Bak de kleinere platte broden gaar in 20 minuten en de ronde in 25 minuten.
Lekker bij dit brood is moretum, een Romeinse zachte kruidenkaas waarvan je een heerlijk recept vind op het blog van Eetverleden.
Een goed rijs gewenst!

Bronvermelding en leuk om te lezen:

Was Caesar am liebsten speiste door H. Jürgen Fahrenkamp
The classical cookbook door Andrew Dalby en Sally Grainger
Die alten Römer bitten zu Tisch door Helmut Schareika via internet te koop of in museumwinkel in Xanten
De drie laatste dagen van Pompeii door Alberto Angela