Tagarchief: honing

Offerhaantjes bij de Politeia van Plato

Komische dialoog tussen de wachter Politeios, de bakker Gerstekoekos en zijn vrouw Sjantippe geschreven door Inostrate.

In de Rubicocursus denken we dit voorjaar, via Zoom, na over kunst met Plato als filosoof. We lezen samen in zijn boek de Politeia (de Staat of de Republiek) over de literaire en muzikale opvoeding van de wachters. Wachters zijn in de stadstaat Athene van de 5e eeuw BC de rechters, politici en handhavers van de rechtstaat, zij zijn weer verantwoordelijk voor de opvoeding van de inwoners en moeten zich voorbeeldig kunnen gedragen. De opleiding van deze wachters is erg belangrijk, vooral na de achterliggende periode van oorlog en incompetentie van bestuurders. Plato richt hiervoor een school op in Athene, de Academie met artistieke en literaire opvoeding, het gehele cultuurdomein van de muzen. Zijn invloedrijke boek de Politeia is de basis voor de kunstfilosofie, het begrip mimesis of nabootsing staat in ieder kunstfilosofieboek wat nadien is geschreven.
In de Politeia voert Socrates met enkele vrienden een theoretisch en kritisch debat, in dialoogvorm. Zij discussiëren over welke delen van de geschriften van Homerus, met name de Ilias over de Trojaanse oorlog, geschikt zijn bij de opvoeding van de wachters. Alleen verheffende stukken worden in deze exercitie aanbevolen en geen stukken met overspel, ruzies of ander discutabel gedrag. Ook bespreken ze de muziek die werd uitgevoerd tijdens het voordragen van teksten van Homerus en die diende als belangrijke ondersteuning van de presentatie. Bepaalde toonsoorten en toonladders hebben een hogere waarde dan andere. In de klassieke tijd is het kunstideaal verfijnd, ontwikkeld en bezonnen.


In de volgende klucht, geschreven door voordrachtskunstenares Inostrate, zie je een goed opgevoede en welsprekende  wachter tegenover een onverschillige bakker. De klucht speelt zich af in de stadstaat  Athene rond 400 BC. Er is een opstootje ontstaan bij een bakkerskraam en in het gedrang bestaat gevaar voor gewonden. Meteen als hij er van hoort gaat wachter Politeios er naar toe
. Kooplustigen verdringen zich rond bakker Gerstekoekos, die met zijn slonzige vrouw Sjantippe achter een tafel met gerstebroodjes staat.

De dikke zwetende bakker Gerstekoekos schreeuwt:
Komt dat zien, komt dat zien, vers brood te koop, komt dat zien! Kost bijna niks en het is zo lekker dat je je tengels erbij opeet!

Sjantippe speelt een vals week wijsje op een dubbelfluit om meer aandacht te trekken en roept dan: Sla nu je slag voor ze allemaal zijn verkocht! De gerstebroodjes zijn zo goedkoop, koop dr maar een heleboel. En nog een en nog een en nog een!

Gerstekoekos: Je krijgt d’r geen genoeg van. Flink doorete allemaal en kope die hap!

Mensen verdrukken elkaar en er valt een kind op de grond wat hard gaat huilen.
Politeios: pakt het kind op, zet het op een veilige plek neer en zegt op kalme toon:
Ik ben wachter Politeios  Wat is je naam, beste bakker, en mag ik informeren wat deze drukte betekent?

Gerstekoekos: Ach man, wat nou weer? Ik ben Gerstekoekos, een arme bakker. En dan komt d‘r weer ’n wachter om de boel in de gate houe. Heb je nou niks beters te doen man, ga dieve vange! Je ken van mij broodjes krijge voor nop als je nou doorloopt.

Politeios: Beste bakker, ik laat me als wachter niet omkopen. Het opstootje voor je kraam zorgt voor verstoring van de orde in deze stad, mensen lopen elkaar hier onder de voet. Wat ben je precies aan het doen hier?

Gerstekoekos: Gewoon m’n werk, gerstebrood verkope wat ik vanmorgen heb gebakke. ‘t is goedkoop en d’r komen ‘n hoop mense op af.

Politeios: Maar hoe kan het dan, bakker Gerstekoekos, dat je brood zo laag geprijsd is, het kost bijna niks zo te zien!

Gerstekoekos: Nou eh, dat kwam eigenlijk zo, eh, nou ja, door een ongelukkie met de gerst, die is op straat van me kar gevalle middenin de geitenkeutels. Mèhmèhèhhèhèh Hij bootst een geit na. Sjantippe barst uit in schril gelach en piest bijna in haar broek.
Daar heb ik dan toch maar broodjes van gebakke en d’r ’n handeltje van gemaakt , je mot toch wat, je ken het toch niet weggooie, daar zoue de goden ook van gaan klage!

Sjantippe komt met een deegrol achter haar man staan en zegt:
Als je nou niet snel effe doorloopt en ons met rust laat dan ken je een klap krijge met dit ding!

Politeios maakt zich nog groter dan hij al is en laat zijn spieren zien:
Rustig dame, u bedreigt en belemmert een wachter in functie. Mijn taak is het de orde te handhaven en onze stadstaat Athene te behoeden tegen ondeugdelijke praktijken.

Gerstekoekos: Ja maar me klante wille me goedkope  brood kope en dat bied ik ze an, en ze kome d’r op af as vliegen op stront. ZZZZZZZ. hij bootst vliegengebrom na en de omstanders gieren het uit

Politeios: Ik kan helemaal niet lachen om zulke onwaardige praatjes, bakkertje, hou nu je mond en luister. Zo kun je niet doorgaan, je klanten worden langzaam maar zeker vergiftigd met je smerige praktijken. Kijk eens naar je handen, vol met deegresten, die kunnen zeker een schoonmaakbeurt gebruiken. Voor je opruiende verkoopmethode en je viezigheid geef ik je een boete. Bak 15 offerkoeken van vers en schoon meel in de vorm van een haan voor de god Asklepios en lever deze in bij zijn tempel. De gemeenschap zal er wel bij varen.
Kom mensen, nu allemaal doorlopen naar huis.

Gerstekoekos: Kijkt eerst verongelijkt maar ziet dan in dat tegensputteren geen zin heeft
Bij Zeus, mijn stommiteit heeft me op een ondeugdelijk pad gezet, m’n handel zal beter worre as ik deugdelijk brood ga bakke, dan kome me klanten tenminste weerom. Ik ga mooie offerkoekjes make en breng ze met Sjantippe naar de tempel van Asklepios.
Sjantippe speelt op haar fluit een week klaaglied…..

schaal met offerhaantjes bij de Politeia

Wat zijn de wetten voor de bereiding van de 15 offerhaantjes?

235 gram tarwebloem
15 gram gerstemeel of havermeel
75 gram zachte crèmehoning
50 gram olijfolie
1/4 theelepel zout
1 theelepel gevijzeld anijszaad
2/3 losgeklopt ei
2 eetlepels water op kamertemperatuur
om te bestrijken: 1/3 losgeklopt ei

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Zeef de bloem en het meel plus het zout in een mengkom.
Voeg de honing, de olie plus het anijszaad toe en meng tot kleine korrels.
Voeg dan het ei toe, kneed kort en daarna lepelsgewijs het water tot het een soepel deeg wordt. Kneed dit kort door.
Neem een deegrol en rol het deeg op een bebloemd werkblad uit tot een gelijkmatige dikte van ruim 1/2 centimeter. Voeg eventueel een weinig bloem toe om plakken te voorkomen.
Neem een koeksteker van een haan en steek 15 koekjes uit het deeg. Je zult het deeg een paar keer opnieuw moeten uitrollen maar dat gaat prima met dit soepel deeg. Leg de uitgestoken koeken op een bakplaat bekleed met bakpapier.
Bestrijk de koeken met de rest van het ei voor een mooie glans en kleur.
Maak een gaatje voor het oog van de haan met een satehprikker.
Bak de offerhaantjes mooi gaar en bruin en lekker naar anijs geurend in 14 tot 16 minuten, afhankelijk van de dikte. Laat ze afkoelen op een draadrooster.
Breng ze naar de tempel van Asklepios onder begeleiding van harmonieus fluitspel.

offerhaantjes bij de Politeia







Advertentie

Havermoutbollen – bevat gluten

Deze kloeke havermoutbroodjes stillen de stevige trek want ze zijn flink in omvang. Je mag ze natuurlijk ook wat kleiner maken maar ik vond het een mooie maat want het past op een bakplaat. Ik ben dol op havermout, het is gezond en voedzaam. Havermout heeft een nootachtige smaak en zorgt voor een heleboel extra vezels en de broodjes zijn daarom heerlijk om op te knabbelen. Een smakelijke vulling van krenten en rozijnen is in de broodjes gestopt. De havermoutbollen werden heerlijk vol van smaak en luchtig doordat ik er actieve tarwe-zuurdesem in deed plús gist, een combinatie van rijsmiddelen die altijd lukt, zeker voor de beginnende zuurdesembakker en ook prettig als je iets minder tijd hebt. Meer tips voor zuurdesem maken vind je ook in mijn blog. Maak het benodigde desem de avond van tevoren actief met vers meel en water, dan kun je daags erna beginnen, zie het recept. De havermoutbroodjes smaken heerlijk bij een lunch of maaltijdsalade en bij een warme maaltijd met een lekkere warme saus.
Tip: Een uitkomst is het om paphavermout te gebruiken als je voorraadje havermeel van de molen net te weinig is: heb je een elektrische koffiemolen dan is dit makkelijk hiermee zelf te maken en heel goedkoop.

havermoutbollen

flinke havermoutbroodjes voor de stevige trek

Wat heb je nodig voor 11 grote havermoutbroodjes?

100 gram actieve desem die je de avond van tevoren hebt gemaakt door 10 gram moederdeeg te voeden met 45 gram volkorenmeel en 45 gram lauwwarm water.
300 gram volkorentarwemeel
300 gram tarwebloem
75 gram havermout van papkwaliteit
12 gram bakkerszout
9 gram gedroogde instantgist
1 eetlepel citroensuiker
1 theelepel karwijzaad
30 gram honing, vloeibaar
20 gram roomboter, gesmolten
420 gram lauwwarm water
vulling:
75 gram rozijnen
75 gram gedroogde krenten
wat bloem van tarwe of rogge om het deeg te bestrooien en wat (koolzaad)olie om te vormen

De bereiding:

De avond van tevoren maak je het desemmengsel, zie hierboven bij  de ingrediënten.
Was en wel de rozijnen en krenten enkele minuten in warm water. Droog ze goed en strooi er een theelepel bloem over en zet ze even apart.
Meng in een grote mengkom het tarwemeel, de bloem en de havermout met een garde en meng  het zout en het gistpoeder, de citroensuiker en het karwijzaad er ook door. Weeg het water af.
Smelt de boter de de honing in een steelpan in een klein beetje van de benodigde hoeveelheid water. Voeg na het smelten hieraan de rest van het koude water toe.
Voeg de zuurdesem bij het meelmengsel in de mengkom.
Als laatste kan het lauwe water met de boter en honing bij het meelmengsel.
Kneed alles enkele minuten rustig door tot een soepel en iets plakkerig deeg, eerst even in de mengkom en daarna op je werkblad. Het deeg stijft op door de havervlokken bij het rijzen. De havervlokken zorgen voor de malsheid dus liefst geen extra meel toevoegen.
Voeg dan de gewelde krenten en rozijnen toe. Werk de vruchten er snel door en laat het deeg dan 1½ uur rijzen onder een grote plastic zak in de mengkom. De mengkom kwast je in met wat olie zodat het deeg minder plakt.

Na de rijstijd stort je het deeg op je werkblad waar wat  bloem op ligt en druk je dit voorzichtig plat.
Verdeel het deeg zonder te kneden in 11 stukken van 120 gram met een deegsteker.
Bol elk deegstuk glad op (zie hieronder) met handen die licht ingevet zijn met wat olie en leg ze op een bakplaat met bakpapier.
Opbollen doe je door met je vingers de zijkanten van de deegstukjes naar beneden te duwen en ondertussen het bolletje rond te draaien. Druk en vouw de zijkanten van de deegstukjes steeds naar het midden zodat alle deegvouwen op een punt komen. Draai het broodje dan om met de vouwtjes naar beneden en druk het dan verder rond tussen je handpalm terwijl het op je werkblad ligt. Leg de broodjes op een bakplaat met bakpapier en druk ze iets platter, ze rijzen straks weer wat hoger.
Al doende leer je dit steeds beter, niet opgeven als je broodjes de eerste keer niet mooi rond zijn geworden, ze smaken toch wel! Een andere techniek voor opbollen op een filmpje vind je hier.
Bestrooi de broodjes met wat (rogge)bloem en maak er vóór het bakken een diagonale snede in met een scherp mesje.

Laat de broodjes 40 minuten narijzen en verwarm de oven in die tijd voor op 200 graden Celsius.
Bak de broodjes in ongeveer 22 minuten gaar bij deze temperatuur en mooi bruin. Maak je de broodjes kleiner, 60 gram, dan wordt de baktijd ongeveer 18 minuten.

Romeinse vijgenkoekjes – bevat gluten

Deze Romeinse vijgenkoekjes die ik vijgensnippen heb genoemd zijn geïnspireerd door een tekst van de Romein Petronius (27 na Chr. – 66 na Chr.): het diner van Trimalchio. Hierin wordt beschreven hoe een steenrijke vrijgelaten slaaf een geweldig overdreven feestmaal geeft waarin niets is zoals het op het eerste gezicht lijkt. Als lezer word je voortdurend op het verkeerde been gezet en weet je niet meer wie en wat er nu eigenlijk wordt bespot. De gerechten lijken eerst het één maar blijken opeens heel anders te zijn. De ingewanden van een enorm varken met een vrijheidsmuts  blijken opeens te bestaan uit bloedworsten  plus saucijsjes. Pauweneieren blijken deegkoeken te zijn met een vette vijgensnip erin. Vijgensnippen waren piepkleine vogeltjes, verwant aan de nachtegaal, en deze werden heel decadent in één hap opgegeten. Mijn vegetarische interpretatie van dit hapje is een heerlijk vogelkoekje gevuld met vijgen geworden. Bij de presentatie hiervan is het leuk om de volgende, tikje ordinaire, satirische klucht voor te lezen die je gasten in de juiste feeststemming brengt. Laat hen nog niet weten dat het koekje gevuld is zodat dit een verrassing is!

Feestmaal van Trimalchio, een korte klucht met twee jonge Romeinen: Gaius en Brutus

Gaius: Heb jij ook al eens aangelegen bij een feestmaal van Trimalchio, Brutus?

Brutus: Ja zeker Gaius. Ik mocht gisteren nog bij hem aanschuiven. Heerlijk toegetast en wat een verbazingwekkende hoeveelheden eten: vis met een pittige saus, vetgemeste kippen, gevulde eieren met hoedjes erop. Het was dineren als bij een vorst. Aan het eind kon ik geen hap meer op en geen stap meer verzetten! Mijn buik rommelt nu nog als de Vesuvius en ik laat onwelriekende Flegreïsche gassen gaan.

Gaius: Van die rijke stinkerd ga je nog flink stinken! Trimalchio kan behoorlijk uitpakken bij zijn feestmaaltijden. Die houdt hij een paar keer per week en dan nodigt hij alle burgers van Pozzuoli uit die maar willen. Het is altijd lachen aan zijn tafel met veel vertier op allerlei gebied, ook met plezant theater.

Brutus: Buikpijn krijg je van het lachen én van zijn eten. Gelukkig voor mij had hij ook puur volkorenbrood, dat heb ik liever dan witbrood zodat ik kracht genoeg heb als ik naar achteren ga, dan hoef ik niet te huilen. En jij hebt natuurlijk ook gedronken van zijn nieuwe wijn uit Falerno?

Gaius: Nou en of, de wijnslaven renden zich de benen onder het lijf uit bij de bediening en er vloeide ook een heleboel wijn ónder de tafel.

Brutus: Echt te gek vond ik de jachtscène met het everzwijn. Een everzwijn, gebakken in een korst, waaruit vogeltjes kwamen fladderen, dat was echt het hoogtepunt. Over vogeltjes gesproken, heb jij wel eens vijgensnippen geproefd bij Trimalchio? Heerlijk om deze kleine smakelijke vogeltjes in één hap op te eten! Ik heb er een paar meegepakt, samen met wat verse vijgen in een servet, voor mijn lieve slaafje.

Gaius: Dat is aardig van je Brutus, slaven zijn ook mensen, alleen met een heleboel pech. Jouw lieve slaafje zal ook van de vijgensnippen smikkelen.

© Inostrate, 2018

vijgensnippen kl fil

Romeinse vijgensnippen, gebak met vijgenvulling voor een feestmaal


Wat heb je nodig voor de verrassende Romeinse vijgensnippen?

Vulling:
100 gram gedroogde en gewelde vijgen
50 gram amandelmeel
50 gram honing
1/2 theelepel geraspte citroenschil
10 druppel citroensap
Snij de vijgen zeer fijn en maak ze met een keukenmachine verder fijn en maal ze samen met het amandelmeel, de honing, het citroensap en de rasp tot een smakelijke vulling. Laat dit minimaal een uurtje opstijven in de koeling. Maak er daarna kleine rolletjes of ovaaltjes van zodat ze passen in het vogeltje, neem voor elk stukje ongeveer 4 gram.
(Heb je straks vulling over dan is deze heerlijk in een appeltaart of als beleg op een cracker.)

Koekdeeg voor 15 – 17 stuks:

180 gram tarwebloem
20 gram volkorenmeel
100 gram fijne kristalsuiker
mespunt zout
125 gram koele roomboter in kleine stukjes
1 eetlepel koud water
vogelkoekvormpjes of een sjabloon van een vogeltje
1/2 ei om te bestrijken verdund met een paar druppels water

De slaafse bereiding:


Meng in een mengkom snel het meel en de bloem, zout en suiker met de roomboterstukjes en voeg op het laatst het water toe tot er een soepel samenhangend koekdeeg ontstaat. Niet te lang kneden anders wordt het te taai. Laat dit deeg  een uurtje in de koeling opstijven.

Bestuif het werkblad met wat bloem. Rol met de deegroller de helft van het deeg uit tot een lap van 2-3 mm dikte. Steek er met de uitsteekvorm 15 koekjes uit en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Leg op elk koekje een rolletje vijgenspijs en druk dit een beetje plat. Laat ruimte aan de randen.
Rol de andere helft van het deeg ook uit tot een lap van 2-3 mm dikte en steek er weer 15 vogeltjes uit. Leg de vogeltjes op de spijsvogeltjes en druk de bovenrandjes zo goed mogelijk aan met je vingertoppen zodat de vulling er straks niet uitbakt.
Verwarm de oven voor op 175 °C.
Druk met een vork veertjes uit op het vogellijfj en maak met een sateprikker een oogje in het kopje van het vogeltje.

Verdun het ei met een paar druppels water en bestrijk de vogeltjes ermee voor een mooie goudgele kleur.
Bak de vijgensnippen in het midden van de oven in ca. 17 min. goudbruin en gaar.

Veel plezier bij het feestmaal een lees de klucht erbij als een voorafje!
Leuk om hier eens naar te kijken voor meer achtergrond:
een grappige vertaling van Vincent Hunink’s boek (waarvan hier een fragment )
“Het diner van Trimalchio” dat ik gebruikte tijdens de cursus van Rubico.

Paaskoekjes met glazuur – bevat gluten

Deze heerlijke paaskoekjes smaken lekker met Pasen maar je kunt ze natuurlijke het hele voorjaar blijven bakken. Het is een traktatie met mooie vormpjes en de subtiele smaken in de koekjes komen van het amandelmeel, de honing en de anijs.
Het roze glazuur met frambozenlikeur maakt de feestelijke koekjes af. Om de koekjes niet al te zoet te maken is de hoeveelheid glazuur matig, vaak wordt in recepten veel te veel hiervan gebruikt. Fijne paasdagen!

paaskoekjes

paaskoekjes met glazuur

Wat heb je nodig voor ongeveer 20 paaskoekjes?

100 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
50 gram kristalsuiker
30 gram zachte honing
5 gram sinaasappelsuiker
1 theelepel gemalen anijszaad
mespunt zout
50 gram gezeefd volkorentarwemeel
125 gram amandelmeel
1 theelepel bakpoeder/ 4 gram
1/2 ei
roze glazuur:
40 gram poedersuiker
1 theelepel frambozen- of bessenlikeur of rode vruchtensiroop

De bereiding:

Mix de boter en de suikers en de honing kort tot een zachte massa in een mengkom.
Zeef eerst het volkorenmeel en laat de vezels voor deze luxe koekjes weg. (Je kunt deze weer in een brood verwerken). Meng  de meelsoorten, het bakpoeder en het anijszaad samen met een garde in een aparte kom en meng die snel door de boter-suikermassa.
Voeg als laatste het halve ei toe waardoor zich een koekdeeg vormt. Laat dit een uur afgedekt koelen zodat je straks de vormpjes beter kunt uitsteken.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Zoek ondertussen leuke koekvormpjes zoals kuikentjes, lammetjes of bloemen.

Rol het deeg uit met een deegrol op een met bloem bestrooid werkblad. De dikte van het deeg moet 1/2 centimeter zijn. Steek de paaskoekjes nu uit en leg ze op en bakplaat met bakpapier.

Bak de koekjes heel lichtbruin in maximaal 10 minuten. Hou dit goed in de gaten want de koekjes bevatten amandelmeel en honing en kunnen daardoor sneller verbranden.
Na het afkoelen van de koekjes kun je ze gaan versieren met glazuur. Meng hiervoor de poedersuiker met de likeur of de bessensap. Voor het aanbrengen van het glazuur kun je een cornetje vouwen of je gebruikt een glazuurpen. Kijk hier voor meer glazuurtips en ook voor andere kleuren glazuur.

Meer recepten van dasdanderekoek die leuk zijn met de paasdagen:
paascake of kleine amandelcakejes

 

Gevulde koeken – bevat gluten

Een gevulde koek die niet al te vet of zoet is en toch heel erg lekker, dat was mijn doel om te maken. Rond de kerstdagen was ik aan het experimenteren met amandelspijs maken en deze koeken kwamen toen tevoorschijn. Het licht zoete deeg lijkt op een deeg voor scones. Het bevat niet veel vet en is eenvoudig te hanteren en te maken. De vulling van van deze koeken bestaat uit honing en amandelmeel en geeft de koek het zoete accent. De volle smaak ervan en de bloemvorm maakt deze gevulde koek een aparte traktatie. De koeken zijn niet zo groot zodat het caloriegehalte per stuk ook weer meevalt. Leuk om te proberen voor de carnavalsdagen of in de voorjaarsvakantie.

gevulde-koeken-kl-ap

deze gevulde koeken met amandelspijs liggen niet zwaar op je maag

Wat heb je nodig voor 20 gevulde koeken?

60 gram roomboter of plantaardige margarine
55 gram kristalsuiker
5 gram citroensuiker
mespunt zout
250 gram tarwebloem
8 gram bakpoeder
1 ei
1 eidooier
2-3 eetlepels Griekse yoghurt of zure room
amandelspijsvulling:
100 gram gemalen amandelen
5 gram vanillesuiker of citroensuiker
100 gram vloeibare honing
garnering:
enkele lepels losgeklopt ei
2 eetlepels greinsuiker of sesamzaadjes

De bereiding:

Begin met de amandelspijs. Rooster het amandelmeel een paar minuten heel licht in een droge koekenpan op zacht vuur tot het begint te kleuren. Blijf erbij en laat het niet aanbranden. De smaak is dan veel lekkerder dan zo uit de verpakking.
Doe het amandelmeel in een kom en vermeng het met de zachte, vloeibare honing en de smaaksuiker. Roer alles goed door elkaar en laat het afkoelen tot een stevige massa. Maak er dan porties van 10 gram van en rol deze met je handen tot balletjes. Leg ze op een bord en laat ze koelen en stevig worden.

amandelspijs-kl-ap

amandelspijsballetjes


Roer de boter met de suikers in een mengkom luchtig. Meng het zout met de bloem en de bakpoeder samen en zeef het boven het boter-suikermengsel. Werk het losjes door elkaar en voeg dan het ei, de dooier en de yoghurt toe.
Kneed het eerst in de kom en daarna op je werkblad tot een soepel deeg. Het moet makkelijk te hanteren zijn. Kneed het niet langer dan noodzakelijk. Maak er een rol van en verdeel het deeg met een deegsteker of mes in 20 gelijke stukjes. Bol ieder stukje deeg goed op en druk ze daarna gelijkmatig plat met je hand of met de deegrol.
Leg in het midden van elk deeglapje een balletje amandelspijs en vouw het deeg om de spijs heen. Knijp de naad goed dicht.
Bekleed je bakblik met bakpapier en verwarm de oven voor op 170 graden Celsius.
Leg de balletjes deeg met de naad naar beneden op het bakblik. Druk het met je vlakke hand of rol het met een deegroller voorzichtig plat, zorg ervoor dat de ronde vorm behouden blijft. Snij het koekje nu met een mes in vieren tot bijna in het midden. Door het bakken komen de stukjes weer bijeen en vormen ze een bloem.
Bestrijk elk koekje nu met wat losgeklopt ei en bestrooi met greinsuiker of zaadjes naar wens.
Bak de gevulde koeken in ongeveer 14 minuten op 170 graden goudbruin en gaar.

Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster. Deze koeken kunnen ook goed worden bewaard in de vriezer voor een onverwachte visite.

Dit vind je misschien ook leuk:

Knapkoek
Boekweitwafels voor carnaval
Amandelwafels met rozijnen
Lebkuchen

Sapfo’s roze koek – bevat gluten

Sapfo  was een lyrische dichteres uit het antieke Griekenland en leefde in de 7 eeuw voor Christus op het eiland Lesbos. Sapfo’s werk bestond onder meer uit bruiloftsliederen en liederen voor het Adonisfeest, die door zangkoren uitgevoerd werden. Maar het bekendst is ze om haar sololiederen die begeleid werden door lierspel. Sapfo werd door Anacreon  “de zoetzingende” genoemd, door Lucianus “de honingzoete glorie van Lesbos”, en een aan Plato toegeschreven epigram noemt haar de “tiende muze”.
Van al haar gedichten is helaas maar heel weinig overgebleven. Het meeste kennen we fragmentarisch, uit het werk van andere schrijvers als citaten of omdat het is teruggevonden op papyri. De meeste fragmenten zijn snippers, slechts van een paar gedichten hebben we echt een aantal strofen. Vele kunstenaars zijn door haar geïnspireerd. Het meest beroemde gedicht van Sappho is wel fragment nummer 31: ‘Hij lijkt mij aan de goden gelijk te zijn…‘ Dit gedicht  is recent bewerkt door de dichteres Inostrate en maakt Sapfo’s diepe gevoelens duidelijk voor een bijzonder soort gebak, roze koeken die gekruid zijn met anijs en liefde.

sapfo's roze koeken

Sapfo’s roze koeken, gekruid met liefde en anijs

Hij lijkt mij voor de goden gemaakt te zijn,
de roze koek die tegenover mij op tafel ligt
en van dichtbij ruik ik hoe hij zachtzoet geurt
naar bijenhoning

en hoe hij  lieflijk smaakt, wat bij mij altijd
mijn hart heftig onder mijn ribben laat slaan.
Zodra ik maar even van hem hap, verstomt
mijn stem volledig,

mijn tong ligt na het eten gebroken in mijn mond
meteen kruipt een ragfijn verlangen onder mijn huid,
mijn lippen willen meer, een machtig gonzen
vult mijn oren.

Maar alles is te verdragen, als zelfs een
onder armoede gebukt mens
anijs en honing weet te vormen tot gebak.

Wat heb je nodig om Sapfo’s roze koeken zelf te maken?

100 gram roomboter
50 gram witte suiker
30 gram zachte klaverhoning
5 gram citroensuiker
5 gram sinaasappelsuiker
1 theelepel gemalen anijs
1/4 theelepel zout
125 gram tarwebloem
25 gram amandelmeel
50 gram gezeefd volkorenmeel
1 theelepel bakpoeder
½ hyacintkleurig ei

Hoe volbreng je de taak om deze honingzoete koek uit Lesbos te maken?

Onder begeleidend lierspel van een lier met 7 snaren roer je de boter met de suikers, het zout en de kruiden samen tot een zachte massa. De meelsoorten, het bakpoeder toevoegen en tot kruimels mengen. Als laatste het halve losgeklopte ei toevoegen en snel doorkneden.

Op een koele plaats onder ritselend loof laten rusten.

Verwarm de oven van Hephaistos voor op 160 graden Vulkanius. (Laatst heeft deze smid een Erosbeeld omgesmeed tot een braadpan. Niet zo gek als het lijkt: allebei staan ze in vuur.)

Daarna het deeg uitrollen met een kleine gladde boomstam op een licht bebloemd werkblad en daarna de lippenvormpjes uitsteken. Leg ze op een bakplaat, bekleed met bakpapyrus en rooster de lippen lichtbruin in 11 tot 13 minuten, ze zijn dan goudbruin aan de onderzijde.
Wees gewaarschuwd: door de delicate honing en het amandelmeel kunnen de koekjes snel verbranden en bitterzoet worden.

Na het afkoelen kun je de lippen laten glanzen met een balsem van rozerood glazuur.

Deze balsem maak je door 40 gram poedersuiker goed te mengen met ongeveer een lepel frambozenlikeur en iets water tot het dik vloeibaar is. Smeer dit niet te dun uit over de lippen en laat dit een uurtje drogen.

Sapfo’s roze koek smaakt lekker met een beker ambrozijn, aangelengd met vreugde.

© 2015, Inostrate uit Skinnos, geïnspireerd door Rubicocursus over Sapfo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cranberrybolletjes – glutenvrij

Deze knapperige koekbolletjes zijn luchtig met een fijne smaak. Met hun licht zoete smaak een lekkere knabbel voor tussendoor. De  smaak is heerlijk vol door de combinatie van amandelen en de sinaasappelsuiker. De vulling van licht zure cranberries past er goed bij. Er zit geen margarine in. Het bolletje is bovendien snel klaar dus wat let je om ze te maken? Kies de meelsoorten en het bakpoeder glutenvrij.

glu cranberrykoekjes klein

glutenvrije cranberrybolletjes

 

Wat heb je nodig voor 18 cranberrybolletjes?

95 gram boekweitmeel
50 gram amandelmeel
3 gram/1 theelepel bakpoeder
mespunt zout
35 gram zachte honing
1 eetlepel sinaasappelsuiker
1 ei
100 gram cranberry’s

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius. Bij deze oventemperatuur verbrandt het bolletje minder snel en wordt het knapperig.

Zeef het meel, het bakpoeder en het zout samen in een mengkom.
Voeg dan de honing, de sinaasappelsuiker en het ei toe en meng goed. Voeg dan als laatste de cranberry’s toe en meng deze door het deeg. Maar daarna ongeveer 18 bolletjes van het deeg en leg deze op een bakplaat met bakpapier.
Bak de koekjes in ongeveer 18 minuten gaar en lichtbruin.
Oppassen voor verbranden aan de onderkant door de honing en het amandelmeel in het koekje.

Lekker als tussendoortje bij thee of koffie na een herfstwandeling.

Honingkoeken – bevat gluten

De luchtige meergranen honingkoekjes in dit recept bevatten het bijzondere zoetmiddel honing. Met honing en bijen ben ik opgegroeid want mijn vader was een imker in hart en nieren. Honing regelrecht van een echte imker heeft veel meer smaak dan honing afkomstig uit een fabriek.  Fabriekshoning is bijna altijd een mengsel van verschillende bloemen en grootschalig gewonnen waardoor de smaak minder specifiek is.
De zoetkracht van honing wordt vaak overschat. Een combinatie van suiker en honing geeft een beter bakresultaat in gebak dan puur honing. Een goede imker kan je altijd vertellen welke bloemen de bijen hebben bezocht en door zijn honing te kopen steun je hem in zijn werk om de bijenvolken in stand te houden. Zonder bijen voor bestuiving zouden we o.a. geen fruit, groente, noten of cacao hebben. Terug naar de koekjes.: ze zijn gemakkelijk te maken door  alle ingrediënten  door elkaar te roeren in een steelpan, je krijgt geen vieze handen deze keer.

honingkoeken

honingkoeken

Wat heb je nodig voor 16 stuks?

50 gram boter
100 gram honing
50 gram lichte basterdsuiker
1 eetlepel sinaasappelsuiker
3 gram zout
2 eieren
150 gram tarwebloem
120 gram volkorenmeel
8 gram bakpoeder
20 gram gewelde rozijnen
30 gram muesli of havermout
garnering:
havermout en grove suiker

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Was en wel de rozijnen even in hete thee. Zeef de meelsoorten en de bakpoeder samen.
Smelt de boter zacht in een steelpan. Voeg daarna, van het vuur af, de suiker en de honing toe. Voeg al roerende de sinaasappelsuiker, zout en de eieren toe. Meng daarna met een stevige houten lepel het meel met de bakpoeder, de rozijnen en de muesli toe. Het wordt een dik en stijf beslag.
Maak hoopjes met een eetlepel op een bakplaat met bakpapier. Afhankelijk van je lepel krijg je 16 tot 20 stuks.
Strooi er wat havermout en grove suiker over ter garnering.
Bak de honingkoekjes in ongeveer 15 minuten gaar en lichtbruin. Let op voor verbranding want door de honing verkleuren de koekjes heel snel.

Eet ze vers, dan zijn ze knapperig en geniet ervan bijvoorbeeld als een meeneemkoek voor naar school of bij een groepsbijeenkomst.