Tagarchief: pijnboompitten

Italiaanse maiskoekjes met rozemarijn – bevat gluten

Deze Italiaanse maiskoekjes barsten van de smaak door de toevoeging van rozemarijn, pijnboompitten, walnoot en citroen aan het deeg. Ze smaken lichtzoet en geuren heerlijk. Door het maismeel wordt het koekje krokant. Ik vond ze toepasselijk als cadeautje voor de verjaardag van mijn vriendin Roosmarie en hoop dat vele bloglezers dit recept eens willen proberen.

Italiaanse koekjes met rozemarijn en pijnboompitten

Italiaanse koekjes met rozemarijn en pijnboompitten

Wat heb je nodig voor 35 Italiaanse maiskoekjes met rozemarijn?

100 gram plantaardige margarine of roomboter
70 gram kristalsuiker
10 gram citroensuiker
150 gram tarwebloem
mespunt zout
50 gram maismeel, fijne polentakwaliteit ( te koop bij mediterrane supermarkt of molen)
50 gram pijnboompitten
25 gram walnotenstukjes (of je neemt puur pijnboompitten of amandelen als variatie)
2 theelepels fijngeknipte verse of 1 theelepel gedroogde rozemarijnblaadjes
1/2 tot 2/3 ei
garnering:
1/2 ei

De bereiding:

Was en droog de rozemarijn en knip de blaadjes fijn.
Mix de margarine en de suikers tot een romig geheel.
Meng de meelsoorten, de pijnboompitten, de walnotenstukjes en de rozemarijn erdoor en als laatste het halve ei toevoegen. Voeg indien nodig iets meer ei toe om een goede samenhang te krijgen.
Maak er een soepele deegbal van en laat deze 45 minuten afgedekt rusten op een koele plaats.

Bekleed de bakplaat met bakpapier. Verwarm de oven voor bij een temperatuur van 175 graden Celsius.
Maak nu een salami van een lengte van 30 centimeter van de deegbal. Snij met een scherp dun mesje 35 plakjes van 1/2 centimeter en leg deze op de bakplaat.
Bestrijk de koekjes met de rest van het losgeklopte ei voor een mooie kleur en glans.
Bak de rozemarijnkoekjes in ongeveer 15 minuten goudbruin. Ze blijven vrij licht door het maismeel.
Laat ze afkoelen op een rooster.
Deze lichtzoete koekjes smaken lekker bij  thee maar ook prima bij een Griekse of Italiaanse wijn.

Advertenties

Zaletti of Venetiaanse maiskoekjes – bevat gluten

Deze Italiaanse maiskoekjes zijn verfijnd en vol van smaak. Ze lijken op een romige beschuit, heerlijk knapperig van buiten door het maismeel en zacht wegsmeltend van binnen en ik ben er dol op. De glutenvrije versie van deze koekjes op mijn das andere koekblog is  populair dus nu ook de versie met tarwebloem. Typisch aan zaletti is dat ze maismeel ( geen maizena maar fijne polenta) bevatten en citroen en rum voor de smaak. Polenta van grof tot fijn is te koop in een mediterrane super en wordt ook gebruikt voor polenta of maispap. Voor deze Venetiaanse koekjes vind je meerdere verhoudingen tussen de ingrediënten en variaties voor een vulling in allerlei receptuur. Deze variatie maakte ik omdat hij niet veel vet bevat en snel klaar is. Als vulling koos kiik pijnboompitten en krenten maar je kunt rozijnen of sukade ook eens proberen.

zaletti, Venetiaanse maiskoekjes

zaletti, Venetiaanse maiskoekjes

Wat heb je nodig voor 28 zaletti?

40 gram krenten of rozijnen
100 gram roomboter of plantenmargarine
100 gram suiker
10 gram vanillesuiker
10 gram citroensuiker
1 ei
150 gram fijne polenta
150 gram tarwebloem
2 theelepels/6 gram bakpoeder
1/4 theelepel zout
2 eetlepels rum of grappa
30 gram pijnboompitten

De bereiding:

Was de krenten en week ze daarna 10 minuten in hete (earl grey)thee.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Zet een vuurvast bakje met water in de oven voor stoomvorming en tegen uitdrogen. Let op voor hete stoom bij het openen van de oven.
Mix de margarine, de suiker en de smaaksuikers tot een romig geheel in een grote mengkom. Voeg het ei toe en mix dit erdoor.
Weeg en zeef de meelsoorten en de bakpoeder en het zout. Voeg deze droge stoffen toe, samen met de rum. De alcohol uit de rum verdampt bij het bakken maar de heerlijke smaak blijft.
Voeg als laatste de pijnboompitten en de geweekte krenten toe en meng deze erdoor.
Maak twee salami van het deeg met een dikte van 4 centimeter en snij er ongeveer 28 plakjes van die 1 centimeter dik zijn.
Leg ze op een bakplaat met bakpapier.

Bak de zaletti licht goudbruin aan de onderzijde en geurend gedurende 19 tot 20 minuten, ze blijven goudgeel aan de bovenkant door het maismeel. Wil je ze knapperiger en meer als een beschuitje bak ze dan 1 minuut langer.
Laat ze uitdampen op een rooster en verpak ze daarna goed in een afgesloten trommel. Ook goed in te vriezen.

Heerlijk bij de thee. Buon appetito!

Misschien vind je dit ook lekker:

Anna’s appelvlaai met speltmeel – bevat gluten

Dit appelvlaairecept is een ode aan mijn moeder die mij de kunst van het bakken heeft bijgebracht. Deze vlaai van koekdeeg maakten we vaak samen. Dit deeg noemen we nu shortbread., snel gebakken zoet koekdeeg. Het is heerlijke appeltaart op een wat hoge temperatuur gebakken met een gare vulling. Mijn moeders recept heb ik gemoderniseerd door er wat andere meelsoorten in te doen en cranberry’s te nemen in plaats van rozijnen in de vulling. De garnering maakte ik van koekharten en pijnboompitten bovenop de open vlaaivorm.
Mijn moeders vlaai was dicht, met een deksel van deeg, en zij gebruikte een gewone vlaaivorm. Ze keerde de vlaai om na het bakken met twee roostertjes, een kunst waar we ontzag voor hadden.  Nu zijn er  ideale vlaaibakvormen met een losse bodem zodat je de vulling kunt zien en je deze kunst niet meer hoeft toe te passen.

Wat heb je nodig voor Anna’s appelvlaai?

300 gram speltbloem
50 gram gezeefd speltvolkorenmeel         anna's appelvlaai apart
50 gram amandelmeel
10 gram bakpoeder
1 gram zout
175 gram fijne kristalsuiker
15 gram citroensuiker
125 gr. plantenmargarine of roomboter
1 ei
3-4 eetlepels water of (lactosevrije) melk
amandel- of paneermeel
vulling:
5 dikke appels
25 gram suiker
10 gram citroensuiker
10 gram custardpoeder
30 gram cranberries
2 eetlepels pijnboompitten
garnering:
10 gram plantenmargarine
10 gram grove suiker

De bereiding:

Maak eerst de vulling door de appels te schillen. Verdeel daarna de appels in parten en daarna in kleine blokjes.
Was de appelstukjes en kook ze vijf minuten in een steelpan met aanhangend water net niet gaar.
Voeg de suiker en citroensuiker en cranberries toe en bind alle aanhangende vocht met custardpoeder (of aardappelmeel) dat met een paar lepels water vermengd is. De vulling moet de dikte van een stevige compote hebben.
Laat dit nu afkoelen.

Voor het deeg zeef je de meelsoorten, het zout en het bakpoeder samen. Verwijder de grove zemelen van het speltvolkorenmeel, persoonlijk vind ik dit een fijner deeg opleveren. De zemelen kun je bewaren voor in een brood bijvoorbeeld.
Meng de meelmassa en de suikers samen met de roomboter of margarine. Meng dit tot een kruimelige massa. Voeg dan het ei en het water/melk toe tot een goede samenhang. Laat het deeg even afgedekt een half uurtje koelen en opstijven.
Vet ondertussen een vlaaivorm royaal in met margarine. Ik koos een vlaaivorm met een uitneembare bodem, doorsnede 28 cm. Leg onderin de vorm een rond vel bakpapier om de vlaai makkelijker te lossen en een metalen bijsmaak door de zure vulling te voorkomen als de vlaai wat langer wordt bewaard. Daags erna is de vlaai namelijk ook erg lekker, hij is dan wat smeuïger.

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Neem 2/3 van het deeg en rol die uit tot een doorsnede van ruim 30 centimeter. Je kunt het bij het uitrollen en omdraaien steeds licht met bloem bestrooien tegen het plakken. Klap het deeg dubbel over de deegrol en leg het deeg in de vlaaivorm. Een andere methode is om het deeg uit de rollen op bakpapier en zo over te brengen in de vorm door het eraf te laten glijden. Prik er met een vork gaatjes in en strooi een dun laagje paneermeel of amandelmeel op de bodem om hem krokant te houden.
Verdeel de vulling over de bodem. Strooi er pijnboompitten over.
Maak van de rest van het deeg kleine koekjes en maak een leuk patroon op de vlaai.
Smelt wat plantenmargarine en bestrijk de deegfiguurtjes dun met gesmolten margarine.
Strooi hierover wat grove suiker.

Bak de appelvlaai in 15-16 minuten gaar en lichtbruin.
Laat hem nog 10 minuten in de vorm afkoelen en haal hem dan voorzichtig uit de vorm, de randjes eerst even losmaken met een mesje. Laat de vlaai verder afkoelen op een rooster, de bodemplaat kun je er ook onder laten zitten. Als er wat bakpapier onderin ligt zal er geen metaalsmaak aan het deeg ontstaan..
Het resterende deeg kun je invriezen of je maakt er koekjes of kleine vlaaitjes van.
Geniet ervan met familie en vrienden.