Tagarchief: volkorenmeel

Oliebollen uit de oven – bevat gluten

Bij de overgang van Oud- naar Nieuwjaar wordt in Nederland vaak een oliebol  gegeten bij het wensen van voorspoed en gezondheid. Mij bevallen gefrituurde gerechten niet goed en daarom ging ik aan de slag met een variatie uit de oven waarbij je de oliebollen bakt in een muffinvorm. Deze frisse luchtige bolletjes liggen niet zwaar op de maag en je keuken geurt heerlijk tijdens en na het bakken. Ook de samenstelling van het meel is verantwoord, er zit volkorenmeel in. Door de geraspte appel en de kwark in het deeg wordt het deeg lekker fris en mals. Als je ook niet wil frituren is dit een uitstekende oliebol uit de oven. Warm zijn ze heerlijk maar ze smaken ook lekker als ze koud zijn, bijvoorbeeld bij de koffie of lunch. Alvast een goede roetsj naar het nieuwe jaar gewenst!

ovenbollen-kl-ap

oliebollen uit de oven

Wat heb je nodig voor 12 oliebollen uit de oven?

125 gram volkorentarwemeel (zonder de grove vezels)
125 gram bloem
4 gram instant gistkorrels
5 gram zout
1/2 theelepel kaneel
50 gram halfvolle kwark
12 gram of 1 eetlepel neutrale (olijf)olie
230 gram warm water
1 eetlepel citroensuiker
vulling:
75 gram geraspte appel
enkele druppels citroensap tegen het verkleuren
40 gram rozijnen
25 gram gewelde abrikozen
10 gram sukade

De bereiding:

Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn om het beslag goed te laten rijzen.Was de rozijnen en laat ze een paar minuten wellen in heet water, ze houden dan beter hun vorm in het beslag. Droog ze daarna goed. Snij de abrikozen in kleine stukjes. Rasp de appel en besprenkel dit met wat citroensap.

Zeef de bloem en het meel samen, ik heb er de grove vezels van het volkorenmeel uitgelaten voor een fijner resultaat.
Neem eerst een mengkom en en garde en meng hierin meel, bloem, gist, zout, kaneel, citroensuiker, kwark en olijfolie en en voeg als laatste het warme water toe. Roer verder met een spatel tot een stevig en glad beslag en voeg als laatste de vulling toe. Roer dit goed door elkaar.
Zet de beslagkom afgedekt met een dunne plastic zak weg op een warme en tochtvrije plek en laat dit een uur rijzen.

Vet vlak voor het bakken een muffinvorm heel goed in met ruim olie. Leg een rond stukje bakpapier op de bodem van elk muffinholte zodat je ovenbollen makkelijk uit de vorm komen, het beslag plakt en bakt anders in de vorm.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.

Het beslag is nu lekker luchtig en je hoeft het niet door te scheppen. Kijk wel of de vulling goed verdeeld is over de bolletjes. Leg nu netjes in elke muffinholte 2 eetlepels deeg, je kunt hiervoor een ijsbolletjestang nemen. De holtes moeten voor 2/3 gevuld zijn. Bak de ovenbollen in 15 minuten gaar en lichtbruin. Open de oven na 10 minuten even om overtollige damp even te verwijderen. Let op voor hete stoom.

Eet de ovenbollen liefst vers en warm maar oppiepen in de magnetron kan ook en bestrooi ze met poedersuiker.
Een goed uiteinde van 2018 en een gezond en gelukkig Nieuwjaar met veel bakplezier!

Ook leuk om te bekijken: kerstbrood met amandelspijs

 

 

Advertenties

Kerstbrood met amandelspijs – bevat gluten

Een zelfgemaakte kerststol met amandelspijs is een kroon op je bakkerswerk. Mijn moeder bakte elk jaar haar eigen kerstbrood en maakte haar eigen spijs van amandelen of walnoten. Ze varieerde altijd met de vulling en het was steeds een spannend moment als het brood uit de oven kwam. Na al die jaren had ze een perfect brood en we genoten er altijd van. Ze maakte het zonder ei waardoor het brood niet droog werd. Haar recept heb ik iets aangepast aan mijn wensen, ik doe er nu een beetje fijn volkorenmeel in. Voor de vulling gebruik ik ook cranberry’s en maak er een kleurig geheel van met noten, sukade en rode en groene gekonfijte kersen. Vulling en spijs kun je daags te voren al klaarmaken, dat scheelt tijd en is lekkerder, de smaken trekken meer in. De bak-en rijstijden in het recept geven je een goede houvast voor je planning. We aten dit kerstbrood in 2016 samen met onze kinderen en Maaike Teunissen, vriendin van mijn zoon, maakte bijbehorende foto.

kerstbrood-2016-kl-2

kerstbrood met amandelspijs

Wat heb je nodig voor een kerstbrood met amandelspijs?

300 gram tarwebloem
50 gram gezeefd volkorenmeel
6 gram (bakkers)zout
2 eetlepels citroensuiker
8 gram gedroogde instantgist
30 gram roomboter
195 gram lauwwarme (lactosevrije) melk
vulling:
20 gram sukade
30 gram hazelnoten zonder schil
40 gram cranberry’s
30 gram gewelde abrikozen
25 gram rozijnen van een goede kwaliteit
20 gram rode en groene gekonfijte kersen (bigarreaux)
1-2 eetlepels tarwebloem
amandelspijs: 
75 gram amandelmeel
75 gram kristalsuiker
1 theelepel citroensuiker
2/3 geklopt ei
enkele druppels amandelessence (dr. Oetker)

De bereiding:
Daags tevoren:

De amandelspijs kun je daags tevoren maken. Je mengt het amandelmeel met de suiker en het ei en de amandelessence. Goed mengen en een dag laten rijpen in een afgesloten kom, dan wordt hij nog lekkerder. Je krijgt zo 200 gram amandelspijs.
De vulling kun je beter ook de dag van te voren al te maken, dit scheelt tijd en hij droogt beter uit.
Was de rozijnen en de cranberry’s en wel ze daarna kort, 2-3 minuten zodat ze stevig blijven. Droog ze daarna goed. Laat ze een nacht uitdrogen op een schaal aan de lucht. Snij de gekonfijte kersen en de gewelde abrikozen in kleine stukjes, gelijk aan de rozijnen. Meng dit met de noten en de sukade en de goed gedroogde rozijnen en cranberry’s en 1 tot 2 eetlepels tarwebloem. Met de bloem mengt het straks beter door het deeg.
De bakdag:
Kneden en 75 minuten rijzen:
Smelt de roomboter en voeg daaraan de melk toe. De temperatuur van dit mengsel moet lauwwarm zijn. Zeef de beide meelsoorten en laat de grove tarwezemelen weg. Maak het deeg van het meel, zout, gist, citroensuiker, melk en de gesmolten boter.
Kneed het tot het soepel is en laat het 75 minuten afgedekt in de kom met een grote plastic zak erom op een warme plaats rijzen.
Maak ondertussen van de amandelspijs een vaste rol van 21 centimeter lengte en 2 1/2 centimeter dikte. De rol is korter dan de deegplak zodat hij er straks niet uitpuilt.

Druk het deeg voor het kerstbrood plat en kneed het kort door.
Laat het deeg 20 minuten rusten voor je de vulling erdoor werkt, dit gaat dan veel beter.

Vullen, vormen en tweede grote rijstijd van 45 minuten:

Maak een plak van het deeg en leg de vulling er goed verdeeld op. Vouw de uiteinden naar binnen toe en knijp alles in het deeg. Kneed het daarna door tot de vulling goed verdeeld is. Als het deeg nog wat plakkerig wordt van de vulling kan er nog iets bloem aan worden toegevoegd, dat mengt beter.
Druk alle uitpuilende vruchten en noten in het deeg zodat er straks niets verbrandt.
Maak een ronde plak met een doorsnede van 24 centimeter door het deeg uit te duwen met je handen. Leg de rol amandelspijs in het midden en vouw de bovenkant over de onderkant. Maak het oppervlakte wat elkaar raakt een beetje nat met water zodat het deeg beter plakt. Druk het deeg op de bovenkant goed aan naast het amandelspijs met de zijkant van je hand, zo ontstaat dan een slofvorm.
Leg het deeg op een bakplaat met bakpapier en laat dit afgedekt met een grote plastic zak eromheen 45 minuten rijzen.

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
Bakken 30 minuten:
Bak het kerstbrood in 30 minuten gaar en bruin, na 20 minuten baktijd even aluminiumfolie over het brood leggen anders verbrandt het door de zoetigheid in het deeg.
Aan het einde van de baktijd het kerstbrood uit de oven halen en dun bestrijken met wat water en een bakkwast. Je krijgt zo een mooie glans.
Goed laten afkoelen. Je kunt dit kerstbrood ruim van te voren bakken en invriezen. Even oppiepen en eventueel bestrooien met poedersuiker voor een sneeuweffect bij de presentatie.
Hele fijne kerstdagen gewenst voor alle lezers en hun familie!
Dit vind je misschien ook leuk in december om te bakken: de links om ze te vinden staan onderaan.

boekweitkruidnootjes apart klein

boekweitkruidnootjes

sinterklaasvlaai

sinterklaasvlaai

gemberkoekjes-apart-klein

stoere gemberkoekmannen

kerststerrenbroodjes ap kl

stervormige kerstbroodjes

kerstcake 2014 apart klein

kerstcake

apart speculaas klein

speculaas met amandelen

amandelspeculaas
sinterklaasvlaai
boekweitkruidnootjes
gemberkoekmannen
kerstcake
kerstbroodjes

Paaskoekjes met glazuur – bevat gluten

Deze heerlijke paaskoekjes smaken lekker met Pasen maar je kunt ze natuurlijke het hele voorjaar blijven bakken. Het is een traktatie met mooie vormpjes en de subtiele smaken in de koekjes komen van het amandelmeel, de honing en de anijs.
Het roze glazuur met frambozenlikeur maakt de feestelijke koekjes af. Om de koekjes niet al te zoet te maken is de hoeveelheid glazuur matig, vaak wordt in recepten veel te veel hiervan gebruikt. Fijne paasdagen!

paaskoekjes

paaskoekjes met glazuur

Wat heb je nodig voor ongeveer 20 paaskoekjes?

100 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
50 gram kristalsuiker
30 gram zachte honing
5 gram sinaasappelsuiker
1 theelepel gemalen anijszaad
50 gram gezeefd volkorentarwemeel
125 gram amandelmeel
1 theelepel bakpoeder
1/2 ei
roze glazuur:
40 gram poedersuiker
1 theelepel frambozen- of bessenlikeur of rode vruchtensiroop

De bereiding:

Mix de boter en de suikers en de honing kort tot een zachte massa in een mengkom.
Zeef eerst het volkorenmeel en laat de vezels voor deze luxe koekjes weg. (Je kunt deze weer in een brood verwerken). Meng  de meelsoorten, het bakpoeder en het anijszaad samen met een garde in een aparte kom en meng die snel door de boter-suikermassa.
Voeg als laatste het halve ei toe waardoor zich een koekdeeg vormt. Laat dit een uur afgedekt koelen zodat je straks de vormpjes beter kunt uitsteken.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Zoek ondertussen leuke koekvormpjes zoals kuikentjes, lammetjes of bloemen.

Rol het deeg uit met een deegrol op een met bloem bestrooid werkblad. De dikte van het deeg moet 1/2 centimeter zijn. Steek de paaskoekjes nu uit en leg ze op en bakplaat met bakpapier.

Bak de koekjes heel lichtbruin in maximaal 10 minuten. Hou dit goed in de gaten want de koekjes bevatten amandelmeel en honing en kunnen daardoor sneller verbranden.
Na het afkoelen van de koekjes kun je ze gaan versieren met glazuur. Meng hiervoor de poedersuiker met de likeur of de bessensap. Voor het aanbrengen van het glazuur kun je een cornetje vouwen of je gebruikt een glazuurpen. Kijk hier voor meer glazuurtips en ook voor andere kleuren glazuur.

Meer recepten van dasdanderekoek die leuk zijn met de paasdagen:
paascake of kleine amandelcakejes

 

Romeins brood voor alledag – bevat gluten

Dit kruidige brood van tarwemeel was voor de antieke Romeinen een brood voor alledag, panis secundarius. Het is niet al te grof en heeft een prettige zoete geur door de komijn en venkel, heel hip en lekker vinden we dit nu. Het werd gemaakt van een deels gezeefd tarwemeel en was de helft goedkoper vergeleken met het duurste brood dat met fijngemalen en gezeefd wit meel werd gebakken. De aanleiding om dit brood te bakken was een lezing van Rubico over de Romeinse tuin.
De Romeinse bakkers bakten vele soorten brood voor verschillende klanten en allerlei gelegenheden, voor rijk en arm of om te offeren aan hun goden. De meeste broden die ze bakten waren stevig en vullend en waren naar onze huidige maatstaven gezond want vol met vezels. De bakkers gebruikten eerst speltmeel maar gaf later de voorkeur aan tarwemeel, wat een betere broodkwaliteit gaf en waarbij de korrels beter te scheiden waren van het kaf. Er was een grote rijkdom aan de vormen die ze aan hun brood gaven. De Romeinen kenden naast zuurdesem ook gist als rijsmiddel. De gist die ze maakten van druivensap en brooddeeg  was niet erg goed van kwaliteit. Zuurdesem geeft extra smaak en geur aan brood door fermentatie en maakt het brood langer houdbaar. Voor mijn interpretatie van de panis secundarius maakte ik een combinatierecept  van gist en zuurdesem wat smakelijk is, authentiek en het kan bijna niet fout gaan. Ik heb verschillende vormen van het brood uitgeprobeerd, een platte en een hogere vorm, allemaal even mooi.
Leuk om dit Romeins brood voor alledag te bakken bij een archeologisch feestje maar ook heerlijk om eens een gezond en smakelijk brood met zuurdesem erin te proberen.

rombrd-arch-kl

opgebold Romeins brood, links gerezen met een touwtje erom


Hoe maak je zuurdesem in het kort?

Ik ga in de toekomst een speciaal blogbericht maken over zuurdesem van tarwemeel, dat vind je hier  in dit blog, maar dit is alvast een kort voorafje.
Je begint met een mengsel van 100 gram volkorenmeel en 125 gram lauwwarm water. Laat het in een schone weckpot met deksel een paar dagen staan op een warme plek, tussen 20 en 30 graden is optimaal (niet in de zon). Roer twee keer per dag  voor toevoer van zuurstof en om overdaad aan gassen te verwijderen.
Voeg er na een dag of drie 1 eetlepel meel en 1 eetlepel water bij, en ook op dag 4 en 5 nog een keer. Op de zesde dag is je desem klaar, bubbelt volop en kan nu worden gebruikt voor het bakken van zuurdesembrood.
Om je zuurdesem te behouden bewaar je steeds een kleine portie ervan in een afgesloten jampot in de koelkast die je wekelijks voedt met een lepel meel en 1 lepel water. De avond voor het bakken neem je een portie zuurdesem uit dit potje en vermenigvuldigt deze tot de gewenste hoeveelheid met meel en water.

zrdsm 26 apr hybr ap kl

binnenkant van het Romeinse brood met zuurdesem en gist

Wat heb je nodig voor een heerlijk Romeins brood voor alledag, de panis secundarius?

300 gram volkorentarwemeel
300 gram tarwebloem
6 gram instant gist of 18 gram verse gist
50 gram zuurdesem
1/2 theelepel venkelzaad
1 theelepel komijnzaad
10 gram zout
ongeveer 350 gram lauw water
tarwebloem om te bestuiven

De bereiding van het alledaagse brood voor de oude Romeinen:

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Meng het meel en de bloem samen in een kom.
Maak eerst een voordeeg van de zuurdesem, 200 gram meelmengsel en 200 gram water en laat dit 3 uur voorrijzen.
Vijzel ondertussen de zaadjes fijner tot ze lekker ruiken. Als je dit lekker vindt dan kun je voor een sterkere kruidensmaak de gevijzelde zaadjes al toevoegen aan het voordeeg zodat het mee fermenteert.

Meng er daarna de rest van het meelmengsel, de gist, de zaadjes, het zout en ongeveer 150 gram lauw water en kneed hier een soepel deeg van. Laat het deeg nu afgedekt onder een dunne linnen doek op een warme plek rijzen tot het volume is verdubbeld, ongeveer 1 1/2 tot 2 uur. Het deeg is nu wat slapper geworden door het fermenteren.

Daarna kneed je het deeg nogmaals goed door. Voeg geen extra meel aan het deeg toe maar strooi een beetje tarwemeel of -bloem op je werkblad en handen tegen het plakken.
Wil je twee ronde broden zoals op de eerste foto, verdeel dan het deeg in 2 stukken en bol deze beide op. Voor een extra hoog deeg kun je er een (slagers)touwtje omheen binden, dit helpt om het slappe deeg te laten bollen. Er zijn afbeeldingen van deze aparte vorm gevonden bij opgravingen. Strooi licht wat bloem over de deegbollen en leg ze op een bakblik met bakpapier. Snij ze daarna in met een scherp mes zodat er 8 parten ontstaan.
Wil je platte broden, verdeel het deeg dan in 4 bollen. Druk deze helemaal plat met je hand of een deegrol en leg ze op je bakblik met bakpapier eronder. Bestuif het brood licht met tarwebloem, met een poedersuikerzeefje lukt dit goed. Maak 8 diepe insnijdingen met een scherp mes zodat er 8 parten of segmenten ontstaan die het verdelen van dit platbrood makkelijk maken. De Romeinse bakkers voorzagen hun brood ook vaak van een zegel met hun naam erin.
Laat het brood nogmaals drie kwartier rijzen onder een linnen doek.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius en zet een vuurvast bakje voor 2/3 gevuld met water in de oven voor stoomvorming. Let op bij het openen van de oven voor de hete stoom. De broodkorst wordt hierdoor nog lekkerder. De Romeinse bakkers besprenkelden hun halfgebakken brood in de oven ook met water voor een betere korst.
Bak de kleinere platte broden gaar in 20 minuten en de grotere ronde in 25 minuten.
Lekker bij dit brood is moretum, een Romeinse zachte kruidenkaas waarvan je een heerlijk recept vind op deze link voor het blog van Eetverleden.
Een goed rijs gewenst!
Dit vind je misschien ook wel leuk:

broodbakken in het oude Rome 
zuurdesembrood van tarwe en spelt
zuurdesem maken van tarwemeel

Bronvermelding en leuk om te lezen:

Was Caesar am liebsten speiste door H. Jürgen Fahrenkamp
The classical cookbook door Andrew Dalby en Sally Grainger
Die alten Römer bitten zu Tisch door Helmut Schareika via internet te koop of in museumwinkel in Xanten
De drie laatste dagen van Pompeii door Alberto Angela

 

Knapkoek – bevat gluten

Knapkoek is een heerlijk knapperig koekje zeker als je het maakt van eigen deeg. Deze koeksoort bestaat al lang en komt uit Belgisch en Nederlands Limburg. Vroeger werd het gemaakt van het wat luxere vlaaideeg gemaakt met gist. De restjes van dit gistdeeg werden eerst dun uitgerold, bestreken met boter en daarna bestrooid met suiker. Er waren vele recepten voor knapkoek waarvan de meest traditionele met dus met gist of met bakammoniak als rijsmiddel werden gemaakt. Het deeg in dit modernere recept is met bakpoeder gemaakt en is een familierecept van mijn moeder. Het is extra lekker doordat er citroensuiker aan is toegevoegd en iets gezonder door voor een deel volkorenmeel te kiezen.
Knapkoek wordt op een wat hogere temperatuur gebakken dan andere koekjes.

knapkoek

Limburgse knapkoek met volkorenmeel erin

Wat heb je nodig voor een bakplaat vol knapkoek?

300 gram tarwebloem
100 gram volkoren tarwemeel
10 gram bakpoeder
1 gram zout
175 gram kristalsuiker
15 gram citroensuiker
125 gram roomboter of plantenmargarine
1 ei
4 eetlepels sinaasappelsap
garnering:
ongeveer 20 gram roomboter of plantenmargarine
ongeveer 20 gram grove suiker

De bereiding:

Zeef de meelsoorten, het zout en het bakpoeder samen in een mengkom.
Meng de meelmassa en de suikers samen en voeg daarna de boter of margarine in blokjes toe. Kneed dit totdat het een kruimelige massa vormt.
Voeg daarna het ei en als laatste het sinaasappelsap toe tot een goede samenhang. Laat het deeg een half uur afgedekt rusten.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Druk het deeg met je handen uit op een werkblad dat dun met bloem is bestrooid. Rol het deeg verder uit met een deegrol tot 1/3 centimeter deegdikte.
Neem een ronde geribbelde koekvorm van 10 centimeter en steek er de koeken mee uit. Leg ze op een bakplaat met bakpapier. Je kunt ook een rechthoekige deeglap maken, op de bakplaat leggen en het deeg in wybertjes of schuine ruiten snijden. Deze ruiten na het bakken dan nog even lossnijden op de bakplaat.
Smelt wat boter of plantenmargarine en bestrijk het knapkoekdeeg hiermee.
Strooi hierover wat grove suiker.
Bak de knapkoek in ongeveer 10 minuten goudbruin en knapperig.
Deze koek is lang houdbaar en lekker bij alle thee en koffie.

 

 

 

 

Oranjekoekjes – bevat gluten

De komende weken staan er weer Oranjefeesten op het programma. Je kunt natuurlijk kiezen voor een oranje tompouce als traktatie maar wil je iets aparts maak dan eens dit oranjekoekje. Het zit vol gezonde en vrolijke ingrediënten zoals abrikozen en sinaasappel.
Het gebruikte meelmengsel bevat naast tarwebloem ook volkorentarwemeel en boekweitmeel voor meer smaak en extra vezels. Naast bakpoeder zit er ook een beetje natriumbicarbonaat in als extra rijsmiddel omdat er sinaasappelsap in het deeg zit. Natriumbicarbonaat vind je bijvoorbeeld in een toko of mediterrane supermarkt.
De koekjes worden uitgestoken met een koekvormpje en gegarneerd met reepjes gedroogde en gewelde abrikoos.

oranjekoekjes voor feestdagen

oranjekoekjes voor Oranjefeestdagen

Wat heb je nodig voor een bakplaat vol met oranjekoekjes?

165 gram tarwebloem
60 gram fijn volkoren tarwemeel of speltmeel
25 gram boekweitmeel
1/2 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel zout
snuf natriumbicarbonaat
50 gram lichte basterdsuiker
50 gram kristalsuiker
1 eetlepel sinaasappelsuiker
100 gram plantenmargarine of roomboter in blokjes
2/3 ei
2 eetlepels sinaasappelsap
35 gram abrikozenjam zonder stukjes
5 gewelde abrikozen
garnering:
1/3 ei om te bestrijken
4 gewelde abrikozen in reepjes

De bereiding:

Snij 5 gewelde abrikozen in kleine stukjes voor de vulling en 4 abrikozen in reepjes voor de garnering. Zet dit even apart.
Meng en zeef alle meelsoorten met het bakpoeder, zout en het natriumbicarbonaat in een grote mengkom.
Voeg dan de suikers toe die ook  zorgen voor een mooie kleur van de koekjes.
Snij de boter of de margarine in blokjes en meng deze snel door het meel/suikermengsel.
Als dit deeg kruimelig is, voeg dan het 2/3 ei toe plus de jam en het sinaasappelsap. Meng dit goed en voeg dan als laatste de kleine stukjes  abrikozen toe als vulling. Je hebt nu een soepel ietwat kleverig deeg.

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Strooi een beetje bloem op je werkblad en leg het deeg hierop.
Druk het deeg plat met je vingers en strooi er nog wat bloem over. Rol het nu uit met een deegrol en steek er daarna rondjes uit van 6 centimeter doorsnede.
Druk dan met bijvoorbeeld een borrelglaasje een kleiner rondje in het deegrondje als een randje, niet helemaal tot beneden.
Bestrijk de koekjes met het restje ei en druk er de reepjes abrikoos op.

Bak de oranje abrikozenkoekjes in ongeveer 14 minuten lichtbruin, tot het ei gaat bruinen. Let op dat de abrikoos niet gaat verbranden. De koekjes blijven wat lichter door het boekweitmeel maar ze zijn wel gaar.
Fijne oranje feestdagen!

 

Pizza Romana – bevat gluten

Pizza romana is een apart gebak waarvan de naam een mysterie is want het is geen pizza in de gebruikelijke betekenis. Het lijkt meer op een machtige mueslikoek die de stevige trek stilt en wordt ook wel Hebreeuwse pizza genoemd.
Een vriendin tipte mij over deze bijzondere koek die ze vaker koopt bij een Joodse bakkerij in Rome en ik ging op zoek op internet om er meer over te weten te komen.
Deze koek bevat veel gedroogd fruit, amandelen en pijnboompitten, olie en wijn, combinaties die typerend zijn voor de Joodse bakkunst met vaste tradities. Zelf heb Ik heb nog wat volkorenmeel aan dit recept toegevoegd.
De pizza romana die je kunt kopen in Rome is volgens de traditie altijd een beetje verbrand aan de bovenkant, dat schijnt de verkoop aldaar niet te hinderen…
Je kunt nu thuis proberen deze bijzondere pizza te maken met onderstaand recept zonder brandschade en ga er eens op zoek naar in Rome.

pizza roma, een stevige Joodse koek met gedroogd fruit

pizza romana, een stevige Joodse koek met gedroogd fruit en amandelen

Wat heb je nodig voor 9 stukken van de pizza romana?

50 gram volkorentarwemeel
200 gram tarwebloem
90 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
1/4 theelepel zout
70 gram grofgehakte amandelen
30 gram pijnboompitten
55 gram gewelde rozijnen
30 gram sukade en gekonfijt fruit
90 gram neutrale olie
80 gram witte wijn

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
Was en wel de rozijnen kort.
Zeef het meel, de bloem samen en doe dit met de suikers en het zout in een mengkom.
Voeg de amandelen, de pijnboompitten, de gewelde rozijnen en de sukade plus het gekonfijte fruit toe en meng alles goed.
Voeg dan de olie toe en mix alles tot de ingrediënten vochtig zijn.
Als laatste komt de witte wijn erbij en dan ontstaat een stevig deeg.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Druk het deeg hierop uit tot een vierkant lap van 23 bij 15 centimeter. Maak in het deeg een verdeling met een scherp mes in 9 vierkante stukken van 5 centimeter bij 7,5 centimeter door 2 keer in de lengte en 2 keer in de breedte te snijden.
Bak de pizza romana in ongeveer 28 minuten tot de kanten bruin worden.
Haal de bakplaat uit de oven en breek de koek als hij nog warm is in stukken langs de gesneden lijnen.

De houdbaarheid van deze goed vullende koek is enkele weken, bewaard in een afgesloten koektrommel.