Maandelijks archief: september 2014

Perentaart glutenvrij met peertjes gestoofd in port

In de beginnende herfst een recept voor deze perentaart met een luchtig deeg wat tussen cake en biscuit in zit. Ik heb hem gemaakt van onze Gieser Wildemanpeertjes maar het kan natuurlijk van alle stoofpeertjes.
Het deeg is zo luchtig door twee rijsmiddelen, bakpoeder en natriumbicarbonaat en door de eieren. Natriumbicarbonaat wordt ook wel maagzout, zuiveringszout of baking soda genoemd en werkt goed als je een zuur ingrediënt zoals yoghurt of citroensap in deeg hebt verwerkt. Het is te koop bijvoorbeeld in een mediterrane supermarkt.
De perentaart is extra lekker als je hem na het bakken bestrijkt met iets water verdunde kweeperengelei of -jam, de perensmaak wordt zo versterkt.
Kies voor een glutenvrije taart alle meelsoorten en bakpoeder glutenvrij.

glutenvrije stoofpeertjestaart

glutenvrije stoofpeertjestaart

Wat heb je nodig voor de perentaart?

8-10 halve gegaarde stoofpeertjes
90 gram plantenmargarine
135 gram kristalsuiker
15 gram sinaasappelsuiker
2 eieren
110 gram havermeel
40 gram amandelmeel
30 gram rijstemeel
1 theelepel natriumbicarbonaat
11/2 theelepel bakpoeder
1 eetlepel koekkruiden
1 theelepel fiberhusk
mespunt zout
50 gram (soja)yoghurt
garnering:
gehakte pistachenootjes

De bereiding:
Bij stoofperen past heel goed port en ik maak hierbij een extra recept voor stoofpeertjes.
De taart kan desgewenst ook worden gemaakt met peren uit blik.

Heerlijke stoofpeertjes met port
1 kg geschilde halve stoofpeertjes bijvoorbeeld Gieser Wildeman koken in een pan met
net zoveel water tot de peertjes bijna onderstaan. Voeg hieraan toe:
100 gram kristal suiker, 1 pijpkaneel en een flinke scheut (50 cc of een halve dl.) witte of rode port. Gaar stoven met deksel in 55-60 minuten en af laten koelen.
Neem voor de taart ongeveer 8-10 halve stoofperen, afhankelijk van de grootte. Dep ze voor het gebruik af met keukenpapier anders zijn ze te zwaar voor het deeg. Zet ze even apart.

De stoofperentaart
Vet een springvorm van 22 cm doorsnede in met margarine en bekleed de bodem met bakpapier. Laat twee handvaten van bakpapier uitsteken, zo kun je hem makkelijk uit de vorm halen of op een schaal leggen.
Dop de pistachenootjes en hak ze klein tot stukjes ter grootte van een krent.
Weeg de meelsoorten, het zuiveringszout, het zout en de fiberhusk af en meng dit door elkaar. Zet dit even apart.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Mix nu de margarine en de suikers goed in een grote mengkom. Het wordt niet luchtig want er zit minder boter in dan suiker. Voeg hieraan de eieren een voor een toe.
Voeg dan hierbij in drie gedeeltes de meelmassa toe.
Op het laatst komt de yoghurt erbij. Het moet nu de dikte hebben van een stevig cakebeslag.
Doe dit beslag in de ingevette springvorm en leg de stoofperen op het beslag aan de buitenrand. In het midden strooi je de gehakte pistachenootjes.

Bak de perentaart in ongeveer 35 minuten gaar en bruin, laat hem dan nog 5 minuten in de oven staan  om inzakken te voorkomen.
De taart is gaar als je met een satestokje in het midden prikt en er geen deeg aan het stokje blijft hangen.

Geniet ervan!

Anna’s appelvlaai met speltmeel – bevat gluten

Dit appelvlaairecept is een ode aan mijn moeder die mij de kunst van het bakken heeft bijgebracht.
Deze vlaai van koekdeeg maakten we vaak samen. Hij is heerlijk en snel gebakken.
Mijn moeders recept heb ik gemoderniseerd door er wat andere meelsoorten in te doen en cranberries te nemen in plaats van rozijnen in de vulling. De garnering maakte ik van koekharten en pijnboompitten bovenop de open vlaaivorm.
Mijn moeders vlaai was dicht, met een deksel van deeg, en zij gebruikte een gewone vlaaivorm. Ze keerde de vlaai om na het bakken met twee roostertjes, een kunst waar we ontzag voor hadden.  Nu zijn er  ideale vlaaibakvormen met een uitneembare bodem zodat je de vulling kunt zien en je deze kunst niet meer hoeft toe te passen.

Wat heb je nodig voor Anna’s appelvlaai?

300 gram speltbloem
50 gram gezeefd speltvolkorenmeel         anna's appelvlaai apart
50 gram amandelmeel
10 gram bakpoeder
1 gram zout
175 gram fijne kristalsuiker
15 gram citroensuiker
125 gr. plantenmargarine of roomboter
1 ei
3-4 eetlepels water of (lactosevrije) melk
paneermeel
vulling:
5 dikke appels
25 gram suiker
10 gram citroensuiker
10 gram custardpoeder
30 gram cranberries
2 eetlepels pijnboompitten
garnering:
10 gram plantenmargarine
10 gram grove suiker

De bereiding:

Maak eerst de vulling door de appels te schillen. Verdeel daarna de appels in parten en daarna in kleine blokjes.
Was de appelstukjes en kook ze vijf minuten in een steelpan met aanhangend water net niet gaar.
Voeg de suiker en citroensuiker en cranberries toe en bind alle aanhangende vocht met custardpoeder (of aardappelmeel) dat met een paar lepels water vermengd is. De vulling moet de dikte van een stevige compote hebben.
Laat dit nu afkoelen.

Voor het deeg:
Zeef de meelsoorten, het zout en het bakpoeder samen. Verwijder de grove zemelen van het speltvolkorenmeel, persoonlijk vind ik dit een fijner deeg opleveren. De zemelen kun je bewaren voor in een brood bijvoorbeeld.
Meng de meelmassa en de suikers samen met de boter of margarine. Meng dit tot een kruimelige massa. Voeg dan het ei en het water/melk toe tot een goede samenhang. Laat het deeg even afgedekt een half uurtje koelen en opstijven.
Vet ondertussen een vlaaivorm royaal in met margarine. Ik koos een vlaaivorm met een uitneembare bodem, doorsnede 28 cm.

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Neem 2/3 van het deeg en rol die uit tussen twee vellen bakpapier of op een vel bakpapier tot 1/3 centimeter dikte. Om het bakpapier op het werkblad te laten kleven kun je het aan de onderzijde aan de kant van het werkblad heel licht natmaken.
Leg het deeg met behulp van het bakpapier in de vlaaivorm. Prik er met een vork gaatjes in en strooi een dun laagje paneermeel op de bodem om hem krokant te houden.
Verdeel de vulling over de bodem. Strooi er pijnboompitten over.
Maak van de rest van het deeg kleine koekjes en maak een leuk patroon op de vlaai.
Smelt wat plantenmargarine en bestrijk de deegfiguurtjes dun met gesmolten margarine.
Strooi hierover wat grove suiker.

Bak de appelvlaai in 15-16 minuten gaar en lichtbruin.
Laat hem nog 10 minuten in de vorm afkoelen en haal hem dan voorzichtig uit de vorm, de randjes eerst even losmaken met een mesje. Laat de vlaai verder afkoelen op een rooster, de bodemplaat kun je er ook onder laten zitten.
Het resterende deeg kun je invriezen of je maakt er koekjes van.
Geniet ervan met familie en vrienden.

Amandelhoningkoekjes – glutenvrij

Deze feestelijke amandelkoekjes plaats ik ter ere van de inmiddels ruim duizend views die ik heb gekregen van iedereen die mij bezocht op mijn nieuwe dasanderkoek-blog.
Hartelijk dank voor jullie interesse. Nodig je buren, vrienden en collega’s uit om ook eens te kijken?
Deze amandelhoningkoekjes lijken op bitterkoekjes, een klassiek zoet en luchtig koekje waar veel liefhebbers van zijn. Het recept voor de gembersuiker vind je op de blogpagina met smaaksuikers zodat je dit kunt uitproberen.
Deze koekjes zijn ook zeer geschikt als basis voor een taartdeegbodem met vers of gestoofd fruit erop. Voor een glutenvrij koekje: kies alle meelsoorten en het bakpoeder glutenvrij.

Wat heb je nodig voor 15 glutenvrije amandelkoekjes?

glutenvrij amandelhoningkoekje

glutenvrij amandelhoningkoekje

100 gram amandelmeel
25 gram volkorenrijstemeel
20 gram maismeel
3 gram bakpoeder
mespunt zout
30 gram lichte basterdsuiker
30 gram vloeibare honing
20 gram gembersuiker
1 ongeklopt eiwit

 

 

 

De bereiding:

Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Zeef en meng de meelsoorten en het amandelmeel en het bakpoeder. Voeg het zout, de suikers en de honing erbij en als laatste het eiwit.
Kneed er snel balletjes van van ongeveer 20 gram per stuk.
Bak de amandelkoekjes in maximaal 10 minuten gaar en goudbruin. Ze verbranden sneller aan de onderkant door de honing en het amandelmeel dus blijf in de buurt van de oven!

Geniet ervan bij een feestelijk kopje thee.

Studentenhaverkoekjes – bevat gluten

Nu de scholen en cursussen weer zijn begonnen komt dit recept van pas.
Een lekker en gezond tussendoortje voor studenten, boordevol haver en noten.
Iedere student kan dit in zijn of haar eigen keuken maken. Het is een gemakkelijk roerdeeg, eerst alle ingrediënten door elkaar roeren en daarna met een lepel op de bakplaat bergjes maken. Bacteriën hebben zo geen kans want het aanrecht hoeft niet te worden gebruikt.
Het meeste werk zit in het verkleinen van de noten in de studentenhaver.
Als je geen havermeel in huis hebt neem je wat meer havervlokken. Het koekje wordt dan wat compacter. Dit recept bevat lactose.

studentenhaverkoeken

studentenhaverkoeken

Wat heb je nodig voor 15 studentenhaverkoekjes?

50 gram plantenmargarine
30 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
snuf zout
1 ei
4 eetlepels zure room
50 gram havermeel
50 gram bloem
1/2 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel kaneel
30 gram havervlokken
125 gram studentenhaver
garnering:
1 eetlepel suiker en mespunt kaneel

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Smelt de margarine in een steelpan. Laat even afkoelen en snij of hak ondertussen de noten uit de studentenhaver zo klein mogelijk.
Voeg dan alle ingrediënten toe in de steelpan in de volgorde van het recept. Meng alles goed met een houten lepel.
Bekleed een bakplaat met bakpapier en maak ongeveer 15 bergjes deeg.
Meng voor de garnering de suiker met de kaneel en strooi dit over de koekjes.
Bak de studentenhaverkoekjes in ongeveer 15 minuten lichtbruin.

Deze koekjes zijn ook een leuk cadeau voor een student die op kamers gaat wonen of om te trakteren op een cursus.

Blini’s glutenvrij met maanzaadkaviaar en hangop

Blini’s zijn kleine deftige Russische gistpannenkoekjes. Traditioneel worden ze gemaakt van boekweitmeel en tarwebloem en ze worden gegeten met zalm of kaviaar en zure room. Ook met een glutenvrij dieet valt hiervan te genieten.
In dit recept heb ik rijstemeel en tapioca genomen om het boekweitmeel te verfijnen.
Voor een nog luchtiger pannenkoekje kun je er na het rijzen eventueel een geklopt eiwit nog door verwerken maar dit recept zonder ei geeft ook heel luchtige blini’s.
Als je ze maakt met lactosevrije melk en plantaardige margarine zijn ze naast glutenvrij ook lactosevrij. Kies voor glutenvrije meelsoorten. De blini’s zijn uitstekend in te vriezen zodat je een voorraadje kunt bakken.

glutenvrije blini's met maanzaadkaviaar

glutenvrije blini’s met maanzaadkaviaar en hangop

Wat heb je nodig voor de glutenvrije blini’s?

200 gram boekweitmeel
80 gram volkorenrijstemeel
20 gram tapioca
7 gram instant gistkorrels
10 gram vanillesuiker
2 gram zout
200 cc (lactosevrije) melk
om in te bakken:
plantaardige margarine

De bereiding

Warm de melk op tot handwarme temperatuur zodat de gist sneller kan werken.
Zeef de meelsoorten samen in een mengkom en voeg de gistkorrels, de suiker en het zout toe. Voeg dan al roerend met een garde de melk toe tot je een dik beslag krijgt. Meng dit goed.
Laat het een uur rijzen op een warme plaats, op een radiator of een pan met warm water. Leg er een doek over tegen uitdrogen en om de warmte vast te houden.
Als het beslag goed is gerezen kun je gaan bakken.
Maak de margarine heet en bak drie kleine pannenkoekjes in een koekenpan per keer. Hou  de blini’s warm op een bord bovenop een pan heet water en bak de rest van het beslag tot alles op is.
Je krijgt ongeveer 15 stuks uit het beslag.

Als gelijkend alternatief voor dure kaviaar verzon ik bij de blini’s maanzaadkaviaar.
Doe hiervoor in een steelpan:
4 eetlepels water, 30 gram maanzaad, 25 gram honing, 20 gram lichte basterdsuiker,
15 gram citroensuiker en laat dit al roerend 5 minuten pruttelen op een zacht vuur.
Voeg dan van het vuur af 40 gram amandelmeel en 20 gram gewassen donkere rozijnen toe. Het moet een licht vloeiende massa zijn. Het dikt nog iets in bij afkoelen. Je eet de maanzaadkaviaar koud.
Hierbij kun je zure room nemen.
Als je een lactosevrij dieet hebt maak dan zelf een heerlijke room door 200 cc sojayoghurt of lactosevrije yoghurt uit te laten lekken in een zeef. Je bedekt daarvoor eerst het zeef met een schone dunne theedoek of 2 laagjes keukenpapier en giet daarop voorzichtig de yoghurt.
Laat de yoghurt een uurtje staan zodat het waterige deel er uit kan lekken. Hoe langer je het laat staan hoe dikker de yoghurt wordt en zo ontstaat er lactosevrije hangop.
Doe er een lepel zelfgemaakte vanillesuiker door voor een licht zoete hangop bij de blini’s en de maanzaadkaviaar.

Priayatnogo appetita!


					

Suikers met smaak

Hoewel geen voorstander van veel suiker ben ik wel dol op suiker met een smaak.
Door deze smaaksuikers te gebruiken hoeft gebak of een dessert niet zoeter te worden maar wel voller van smaak en aparter waardoor er juist minder suiker in hoeft.
Suiker kan een drager zijn van aroma’s zoals van vanille, citrusvruchten en gember. Door deze suikers zelf te maken heb je lang houdbare en unieke smaakmakers in huis.
Nu deel ik mijn bakgeheimen met jullie zodat je zelf aan de slag kunt.

gembersuiker, vanillesuiker, citroensuiker en sinaasappelsuiker

gembersuiker, vanillesuiker, citroensuiker en sinaasappelsuiker

Zelf maken van vanillesuiker met een natuurlijk aroma van de vanillestokjes gaat als volgt:
Vanillestokjes zijn gedroogde, gefermenteerde vanillepeulen die meestal in handzame stukken zijn verdeeld. Ze horen buigzaam te zijn en bevatten in het binnenste ontelbare pietepeuterige zaadjes, het vanillemerg. Dit bevat het zeer delicate vanillearoma.
Neem 250 gram witte basterdsuiker en 1 ongebruikt vanillestokje en een schone glazen jampot. Doe de suiker in een kommetje. Snij dan het vanillestokje dwars doormidden op een schoon plat bord en snij de twee helften nog eens overlangs door.
Je ziet nu de vele zwarte vanillemerg-stipjes. Schraap deze voorzichtig met de botte kant van het mes uit het stokje. Doe alle merg bij de basterdsuiker en laat niets verloren gaan.
Roer de merg door de suiker tot het goed verdeeld is en doe dan de suiker in de jampot. Steek de  nu lege stokjes er ook  bij zodat er nog meer aroma in kan trekken.
Sluit de pot goed af met een schroefdeksel.
Plak er een mooi etiket op en bewaar de suiker enkele weken voor je het gaat gebruiken. Een fout die veel gemaakt wordt is dat het stokje of de peul zelf wordt mee gemalen in de suiker.
Deze zelfgemaakte vanillesuiker is een vervanging voor de vanillesuiker uit de kleine bekende zakjes met een synthetisch gemaakt vanilline-aroma.

Citroensuiker en sinaasappelsuiker zelf maken

Suiker draagt de geur en smaak van de etherische olie van de schil van een citroen en sinaasappel  zeer goed. Citroensuiker is friszuur van smaak. Sinaasappelsuiker heeft een complex kruidig en zoetzuur aroma.
Je kunt deze smaaksuikers zelf maken door twee grote citroenen óf een tot twee geurige handsinaasappels flink te wassen met een borsteltje en daarna goed te drogen. Kies verse, gave en liefst onbespoten soorten citrusvruchten. Navelsinaasappels zijn hiervoor erg geschikt.
Doe 250 gram witte kristalsuiker in een kom en plaats een fijne rasp hierboven.
Rasp alleen het oppervlakkige deel, dus het gekleurde buitenste schildeel van de citroenen of de sinaasappels. Niet het bittere witte deel erbij doen.
Je krijgt nu enkele lepels citroen- of sinaasappelrasp. Het Engelse woord voor deze rasp is zest. Meng dit goed met de suiker.
Doe de citrussuiker in een jampot en maak er een mooi etiket op. Laat de smaken een paar weken in trekken.
Heerlijk in allerlei gebak en vruchtencompote.

Limoensuiker zelf maken
Ook met limoenen kun je een frisse en lichtgroene smaaksuiker maken op deze wijze. Neem dan 3 tot 4 kleine limoentjes als basis voor het bovenstaande recept in plaats van sinaasappel of citroen.

Gembersuiker zelf maken

Deze manier van gembersuiker maken heb ik zelf ontwikkeld en het smaakt weer anders dan verse gember, gemberpoeder of gembersiroop. Het is heel fris en licht pittig. Verse gember vind je in een grotere supermarkt of in een toko of mediterrane super.
Neem een stuk verse gemberwortel (goede kwaliteit, vers dus niet uitgedroogd en met zachte structuur en geen bruine plekjes) van ongeveer 100 gram lang en schil deze.
Rasp de gember fijn met een fijne rasp en rasp dwars op de draadjes van de gemberwortel. Van 100 gram gemberwortel maak je ongeveer 50 gram gembermoes, om je een idee te geven van hoeveelheden.
Belangrijk hierbij is dat je niet  de vezelige delen van de gemberwortel gebruikt. Gebruik alleen de malse  stukken aan de oppervlakte van de wortel en rasp dus dwars op de draadjes anders krijg je vieze lange draden in de suiker.  Neem alleen het raspsel wat onder uit de rasp komt, dan voorkom je dit.
Je hebt nu een sappige gembermoes.
Neem dan een steelpannetje en verwarm de gembermoes een paar minuten op een klein kookpitje en zacht vuur. Het sap uit de gember moet verdampen en zo blijft de gember langer houdbaar. Roer hierbij steeds met een houten lepel of spatel om aanbranden te voorkomen.
Als het moes is ingedikt dan laat je het  afkoelen op een plat bord zodat het zoveel mogelijk vocht verliest.
Daarna kun je in een kom 250 gram gewone witte grove kristalsuiker doen en de gember hieraan toevoegen. Neem geen basterdsuiker of fijne kristalsuiker want die wordt te snel vochtig. Doe de gembersuiker daarna in een jampot met etiket.
Je kunt hem meteen gebruiken want hij is sterk van smaak.
Gembersuiker kan gebruikt worden in gebak, desserts, pittige jams en chutneys en in cocktails of limonade.
Deze suiker is niet zo lang houdbaar door het wat hogere vochtgehalte. Bewaar het in de koelkast maximaal twee maanden. Gebruik je het niet zo veel dan kun je het ook invriezen in een klein bakje.

Kaneelsuiker zelf maken

Dit is heel gemakkelijk. Neem 3 eetlepels fijne kristalsuiker en meng daar 1/4 theelepel gemalen kaneel door zodat de suiker lichtbruin kleurt. Bewaar het in een klein glazen potje met etiket.
Lekker bij appeltaarten, gebakken appelschijven op brood en (rijst)desserts.
Een variatie hierop maak je door speculaaskruiden of zoete koekkruiden te nemen in plaats van kaneel.

In bijna al mijn recepten zitten smaaksuikers of kruiden, kijk maar eens naar deze voorbeelden:

Wortelcake glutenvrij

Bij het bereiden van een wortelsalade ontstond het idee om wat extra wortel en appel te raspen voor een glutenvrije wortelcake.
Het werd een super lekkere en mooie oranje worteltjestaart om vrolijk van te worden.
De wortel maakt het zoet en aards en zorgt er voor, samen met de appelrasp, dat de taart sappig blijft. Het is een probleem bij glutenvrij gebak dat het droog is, maar deze zeker niet.
Er zit ook gember in voor extra pit en abrikozen voor extra oranje.
Kies alle meelsoorten en het bakpoeder glutenvrij.

glutenvrije wortelcake

glutenvrije wortelcake

Wat heb je nodig?

80 gram plantaardige margarine
70 gram witte basterdsuiker
10 gram vanillesuiker
10 gram citroensuiker
1/2 eetlepel gemberpoeder
2 eieren
mespunt zout
75 gram geraspte winterwortel
100 gram geraspte appel
1 eetlepel citroensap
35 gram amandelmeel
50 gr. volkorenrijstmeel
50 gram maismeel
20 gram tapioca
8 gram bakpoeder
4 gewelde abrikozen
garnering:
15 pistachenootjes
10 gram grove suiker

De bereiding:

Bekleed een vierkante deegvorm ( Ikea) van 21 bij 21 cm met bakpapier.
Rasp de wortel en de appel grof. Besprenkel deze met citroensap tegen verkleuring.
Weeg en zeef de meelsoorten en het bakpoeder.
Snij de abrikozen klein en hak de nootjes.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
De margarine zacht roeren met de suikers.
Voeg daarna een voor een de eieren toe en dan het zout.
Voeg dan de geraspte appel en wortel toe. Schep hierin in drie delen het meel door.
Voeg als laatste de abrikozen toe.
Doe het deeg in de bakvorm en strooi er de gehakte nootjes over en als laatste wat grove suiker.
Bak de glutenvrije worteltaart in 30 minuten gaar en haal hem met het bakpapier uit de vorm.
Na het bakken kun je de taart bewaren in het bakpapier en in plastic folie in een trommel.
Hij blijft heerlijk als hij wat zachter wordt maar daar krijgt hij weinig kans voor…

Serveer hem in kleine blokjes bij thee gekruid met specerijen.