Crispy boekweitkoekjes – glutenvrij

Een schaaltje vol lekker knapperige glutenvrije koekjes maak je van dit recept. Je maakt de balletjes deeg voor deze koekjes van boekweitmeel voor een kruidige smaak aangevuld met koekkruiden en een beetje rijstemeel voor luchtigheid. Nog meer rijst komt van de rijstwafels die in dit koekje voor de aparte crisp zorgen. Een leuke bestemming voor de simpele rijstwafel en ook makkelijk te maken. Maak voor deze koekjes gebruik van glutenvrije meelsoorten, rijstwafels en bakpoeder met het glutenvrije logo.

crisp gluboekw koekje kl

crispy glutenvrij boekweitkoekje

Wat heb je nodig voor 22 crispy glutenvrije boekweitkoekjes?

45 gram lichte basterdsuiker
50 gram golden syrup
65 gram plantaardige margarine
105 gram boekweitmeel
25 gram rijstemeel
5 gram cacaopoeder
4 gram bakpoeder
1/4 theelepel zout
1 theelepel koekkruiden
1 eetlepel gembersuiker of een theelepel verse geraspte gember
30 gram rijstwafels
10 gram kokosmeel

De bereiding:

Maak kleine stukjes van de rijstwafels als vulling voor de koekjes. Strooi het kokosmeel in een ondiep schaaltje en zet beide ingrediënten even apart.
Smelt in een steelpannetje de basterdsuiker, golden syrup en de margarine. Laat dit even afkoelen. Ondertussen zeef en meng je in een mengkom de meelsoorten behalve het kokosmeel, de bakpoeder en cacaopoeder, zout en koekkruiden en meng al deze droge ingrediënten goed door elkaar met een garde.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Meng de droge en  de natte ingrediënten door elkaar en voeg als laatste de stukjes rijstwafel toe. Meng alles tot een stevige massa. Maak er een rol van en verdeel deze in ongeveer 22 stukjes. Maak hier ronde balletjes van en dip deze aan een kant in het kokosmeel, dit wordt de garnering van de bovenkant. Plaats de balletjes op een bakplaat bekleed met bakpapier.
Bak de glutenvrije crispy boekweitkoekjes in 11 minuten bruin, ze barsten een beetje open. Pas op voor verbranden aan de onderzijde.
Lekker met groene thee met kokossmaak.

Marianne’s glutenvrije brood

Een zomerblond glutenvrij brood met zonnebloempitten met zuurdesem als smaakmaker. Dit lekkere brood heb ik speciaal gemaakt heb voor mijn vriendin Marianne die deze week jarig is. Zij volgt een FODMAP-arm dieet waarin glutenvrij brood past, kwam op visite en we hebben er samen van genoten bij de lunch. Er zit veel havermeel en maismeel in Marianne’s brood zodat het een mooie lichte kleur heeft, wat kikkererwtenmeel en een ei voor extra eiwit en rijstemeel voor de luchtigheid. Het is een stevig en toch heerlijk luchtig deeg geworden waarin je mooie snedes kunt maken in een ruitpatroon. Ik heb het deze keer gebakken in een vierkante springvorm maar het kan natuurlijk ook in een ronde springvorm. Geniet er ook van en gebruik hierbij glutenvrij meel met het glutenvrije logo. Zie stoomcursus glutenvrij bakken voor meer baktips.

mariannes-brood-kl-glu

Marianne’s glutenvrije brood

Wat heb je nodig voor Marianne’s glutenvrije brood?

75 gram maismeel
200 gram havermeel
40 gram kikkererwtenmeel
75 gram volkorenrijstemeel
8 gram fiberhusk
8 gram bakpoeder
7 gram bakkerszout
8 gram gedroogde instantgistkorrels
50 gram haverzuurdesem
1 ei
25 gram olijfolie
25 gram vloeibare honing
380 gram lauw water
garnering:
zonnebloempitten

De bereiding:

Neem de avond van te voren 20 gram zuurdesemstarter in een schaaltje en voeg daar 15 gram havermeel en 15 gram lauwwarm water aan toe. Dek dit af met een losse deksel en laat dit 8 tot 10 uur staan. Of  maak 50 gram glutenvrij haverzuurdesem door 50 gram zuurdesemstarter te nemen als je daarvan al een grote hoeveelheid van hebt en breng dit op kamertemperatuur.
Op de ochtend dat je gaat bakken neem je een vierkante of eventueel ronde springvorm van 20 centimeter doorsnede, vet deze eerst in met olie en bekleed deze daarna goed met bakpapier tegen het aanbakken.

Zet alle ingrediënten klaar en plaats de mengkom op de weegschaal. Zeef hierbij alle meelsoorten en de bakpoeder en weeg alles af in de volgorde van het recept.
Roer de meelsoorten goed door elkaar met een garde. Voeg dan het zout, de gistkorrels, de fiberhusk toe en de honing. Meng weer goed en voeg de olie en het zuurdesem en het ei al roerend toe. Daarna het lauwwarme water in twee delen toevoegen.
Roer dan alles nu heel goed door elkaar met een siliconen spatel tot het beslag  glad is zonder klontjes. Het beslag is vrij dik en valt net van de lepel af. Kneden hoeft niet, er zitten geen gluten in die je moet oprekken.
Het broodbeslag kan nu in de vorm. Vul deze voor maximaal 2/3. Het brood moet de ruimte hebben maar niet er overheen gaan rijzen. Maak de bovenkant glad met een natgemaakte pannenlikker, dit is belangrijk voor een mooie korst.
Garneer het brood met de zonnebloempitten. Druk de pitten er iets dieper in zodat ze er niet afvallen.

Laat het deeg een half uur rijzen op een warme plek tot het aan de bovenrand van het bakblik komt .

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius met een vuurvast bakje water erin. Let bij het openen van de oven op de hete stoom.

Bak Marianne’s brood gedurende 30 minuten tot het mooi bruin is en lekker geurt.
Haal het brood uit de oven en plaats het op een rooster. Neem het uit de vorm en laat het verder uitdampen.
Marianne’s brood is heerlijk bij de lunch of bij een picknick om te genieten met je familie of met een lieve vriendin.

mariannes brood glutenvrij

Marianne’s glutenvrije brood in snedes

 

Pruimentaart van amandelkorstdeeg – bevat gluten

Een pruimentaart met een delicaat korstdeeg van amandelmeel en tarwebloem, fijn en niet moeilijk om te maken als er volop pruimen zijn. Dit deeg voelt aan als marsepein en ruikt verrukkelijk en pruimen met amandelen is een geweldige combinatie. Maak het deeg de avond van tevoren en laat het rustig een nacht koelen, dat is makkelijk op de dag van bakken. Dan kun je daags erna het deeg beter uitrollen en direct vullen met de verse pruimen die je al hebt voorbereid. Eet de taart met vrienden liefst dezelfde dag op want de pruimen laten vocht los en het deeg wordt hierdoor zachter maar dat zal geen groot probleem zijn.

pruimentaart ap kl

heerlijke taart van verse pruimen en amandelkorstdeeg

Wat heb je nodig voor de pruimen-amandeltaart?

75 gram amandelmeel
125 gram tarwebloem
50 gram gezeefde poedersuiker
100 gram koude plantaardige margarine of roomboter
1 eetlepel citroensuiker
mespunt zout
3 druppels amandelessence
1/2 geklopt ei
1 eetlepel tarwebloem voor strooien
pruimenvulling:
450 gram stevige niet te rijpe pruimen in kwarten
1/2 theelepel citroensap
1-2 eetlepels gezeefde poedersuiker
2 eetlepels amandelmeel voor op de bodem
garnering:
rest geklopt ei
2 eetlepels amandelschaafsel

De bereiding:

Zeef en meng de meelsoorten en de poedersuiker door elkaar met een garde.
Snij de koude boter in kleine blokjes en voeg die toe aan het meel, ei, zout en de citroensuiker en amandelessence. Meng dit snel tot een soepel samenhangend deeg, dan niet langer doorkneden. Laat het deeg ingepakt in huishoudfolie minimaal een paar uur koelen en rusten tot gebruik, een nacht mag ook! Neem het deeg 10 minuten voor het uitrollen uit de koeling om weer iets zachter te worden en om uit te rollen.
Was de pruimen, droog ze goed en verdeel ze in vieren.  Besprenkel ze met een beetje citroensap tegen verkleuring.
Rol het deeg uit met een deegrol op een licht met bloem bestrooid oppervlak tot een dikte van 3 mm. Draai het deeg steeds even om met een breed pannenkoekmes en gebruik hierbij ook steeds een beetje bloem om plakken te voorkomen.
Verwarm de oven nu op 160 graden Celsius voor.
Neem een springvorm van 22 cm. doorsnede, vet deze goed in met boter en plaats het deeg erin. Maak een rechte rand ter dikte van de pruimen, ongeveer 1,5 centimeter. Van de rest deeg maak je een lang rolletje en leg dit op de rand. Druk het erop en knijp erin met de duim en wijsvinger zodat er een golvend randje ontstaat.
Prik gaatjes in het deeg  met een vork en bestrooi de bodem daarna met een paar lepels amandelmeel om te voorkomen dat de bodem straks nat wordt..
Plaats de pruimenkwarten strak naast elkaar in de deegvorm met de schil naar beneden en bestrooi ze ruim met gezeefde poedersuiker. Bestrijk de deegrand met wat ei voor een mooie bruine kleur. Bestrooi de pruimenvulling met de eetlepels amandelschaafsel.
Bak de pruimentaart in ongeveer 30 minuten gaar, de laatste 10 minuten doe je er aluminiumfolie over om te voorkomen dat het amandeldeeg te bruin kleurt.
Laat de taart afkoelen op een rooster, de onderrand van de springvorm kun je er rustig onder laten zitten.

Vlak voor het opdienen bestuif je de taart nog eventueel met gezeefde poedersuiker.
Geniet ervan op dezelfde dag!

Broodbakken in het oude Rome

Tijdens een groepsreis naar Italië om de resten van oude Romeinse tuinen te bekijken in opgravingen en musea kwam ik ook veel restanten tegen van het beroep van broodbakkers in het oude Rome. Deze kans om hier een blogbericht van te maken heb ik nu aangegrepen, het combineert mijn voorliefdes voor bakken en archeologie. In Rome werd aan huis geen brood gebakken maar bakten bakkers in professionele bakkerijen. Er werden in Romeinse steden wel 10 soorten brood gebakken variërend van zacht wit brood voor de rijken, bruinbrood voor de armen en slaven tot verfijnd mostbrood als offergave voor de goden en er was zelfs zeer grof hondenbrood te koop. In de stad Pompeii, getroffen door een vulkaanuitbarsting in het jaar 79, waren destijds meer dan 30 bakkers aan het werk verspreid over de hele stad om voor alle inwoners brood te bakken. Bakkers waren soms tevens molenaars, ze maalden dan zelf het meel voor hun brood. Het harde werk werd zeer waarschijnlijk door slaven verricht: meel malen, kneden en het vuur onderhouden was immers zeer arbeidsintensief en slaven waren er in grote getale. In een van de bakkerijen in Pompeii is ook een kamer gevonden met decoraties op de muur waar waarschijnlijk mensen tegen betaling konden eten. De bakkers verkochten hun brood ter plekke of het werd bezorgd aan huis op bestelling.

De volgende afbeeldingen geven een idee hoe Romeinse bakkers te werk gingen.
De restanten van een indrukwekkende metershoge graftombe van een rijke bakker vonden we midden op een tramknooppunt in Rome bij de Porta Maggiore. Het is de tombe van de bakker Eurysacis en zijn vrouw Atistia met daarop in hoogrelief afgebeeld alle bakkershandelingen: graan afwegen, malen, kneden, vormen en bakken in de oven. De grote ronde openingen zouden deegkommen of broodvormen kunnen zijn volgens onderzoekers. Onderstaande foto’s zijn gemaakt aan de noordkant van de tombe.

grafopschrift bakker kl 2grafopschrift bakker kl 1

De Romeinse broodovens werden met hout gestookt en het vuur bevond zich onder de oven. De foto rechtsboven is gemaakt in Pompeii, de linkerfoto en de foto rechtsonder geven reconstructies weer die gemaakt zijn in het Belgische archeologiepark Malagne.

Hieronder zie je verschillende maalinstallaties die werden bediend door slaven of (muil)ezels. Deze maalmethode kostte veel energie en dieren konden langduriger ingezet worden dan mensen. Ze konden ook worden gebruikt als lastdier bij het bezorgen van broodbestellingen. Een bakkerij met een grote broodproductie had dus ook stallen voor deze dieren bij de werkplaats. Het aantal graanmolens dat gevonden werd in de bakkerijen is een indicatie voor de broodproductie: hoe meer graanmolens in de bakkerijen stonden, hoe groter de bakkerijen waren. Op de linkerfoto zie je een reconstructie waarbij het hout is gerestaureerd om de molen te laten draaien. In de bovenste holle steen werd het graan gestort en daarna werd met de houten grepen tegen het massieve onderblok gedraaid. Het meel werd zo gemalen en viel in een bak die eronder was geplaatst.

 

Deze verkoolde restanten van broden hieronder  werden gevonden in Pompeii en laten zien welke vorm de broden hadden. De Romeinse broden waren rond, vrij plat en in 8 parten verdeeld. Ook zie je een ring lopen aan de buitenkant.

Het graan wat voor het brood werd gebruikt  was gierst, rogge, gerst en tarwe, dat zie je hieronder in de tentoongestelde bakjes in het museum in de opgravingsplaats in Boscoreale bij een opgegraven kleine wijnboerderij. Het onderste donkere laagje in de bakjes zijn de verkoolde resten waaruit archeologen konden afleiden welk graan er gebruikt werd. De praktische Romeinen gebruikten vooral het lokale graan wat voorradig was om hun brood mee te bakken. In Malagne (B) werd bijvoorbeeld vooral spelt gebruikt.

graansoorten

 

En hieronder zie je het Romeinse brood voor alledag als je het zelf gaat bakken volgens mijn recept. Ik ben uitgegaan van de ingrediënten van het kookboek van Apicius en maakte mijn versie met zuurdesem en weinig gist. Deze versie is zeer smaakvol ondanks dat er weinig zout in zit (dit was destijds duur) en lukt altijd. In dit broodrecept  heb ik volgens de aanduidingen van Apicius een mengsel van tarwemeel en witte bloem gebruikt en als heerlijke broodkruiderij venkelzaden en komijn. Bij een groepsreis naar Malagne heb ik voor 40 personen dit brood gebakken voor bij de gezamenlijke lunch en iedereen heeft ervan genoten. Wil je het zelf eens gaan maken en proeven klik hier.

romeins brood voor alledag arch

 

@ 2017 Fotomateriaal heb ik zelf gemaakt in Rome, Pompeii Antiquarium di Boscoreale en in archeologiepark Malagne. De foto’s van de broodresten en graansoorten zijn gemaakt door Sigrid Boemaars.

Yoghurttaart met bessen – glutenvrij

Een frisse taart met een bodem van glutenvrije koekjes en daar bovenop een smaakvol yoghurt-gelatinemengsel met verse rode bessen. Dit past precies in de zomertijd en ook zonder slagroom is dit een heel feestelijke taart of nagerecht die je zonder oven kunt maken mits je de koekjes al hebt gemaakt. Ik vries vaker koekjes in kleine porties in nadat ik een grotere hoeveelheid heb gebakken, ze blijven dan heel goed vers en zo heb ik altijd wat in huis. Omdat ik niet goed melkproducten kan verdragen heb ik voor lactosevrije sojayoghurt (Alpro) gekozen maar je kunt ook andere yoghurt nemen als je dat wil. Sojayoghurt is van zichzelf erg saai en heeft geen smaak maar je kunt hem heel goed op smaak maken met wat fruit, vruchtensap en in dit geval citroensuiker. Deze plantaardige yoghurt is licht verteerbaar en geschikt voor een yoghurttaart die niet veel calorieën bevat zeker als je er zoetstof in gebruikt. Een gelatinepudding maken is niet moeilijk en ik heb de stappen precies uitgelegd in het recept. Je kunt er als variatie allerlei zomerfruit in verwerken zoals frambozen of aardbeien. Ik koos voor de zelfgemaakte chocoladekoekjes uit mijn blog als taartbodem vanwege het mooie kleurcontrast met de vulling en natuurlijk omdat het lekker is.

bessenyoghurttaart glu kl

glutenvrije yoghurttaart met aalbessen met een chocoladekoekjesbodem

Wat heb je nodig voor de glutenvrije yoghurttaart met rode bessen?

250 gram rode aalbessen
500 milliliter / 1/2 liter (soja)yoghurt naturel ongezoet óf neem de kokosvariant
6 blaadjes witte gelatine
15 gram citroensuiker óf als variatie een scheutje Karvan Cevitam tropicalsiroop
1 eetlepel citroensap
zoetstof naar smaak bijvoorbeeld steviapoeder of sucralose
200 gram glutenvrije chocoladekoekjes
garnering:
muntblaadjes of citroenmelisse en enkele takjes met bessen

De bereiding:

Was de rode bessen en haal de steeltjes eraf, bewaar enkele trosjes als garnering. Strooi de citroensuiker en de zoetstof erover en roer dit goed. Laat dit een tijdje intrekken.
Doe de glutenvrije koekjes in een stevige plastic zak, lucht eruit laten en knoop de zak dicht. Druk erop tot er kleine kruimels ontstaan. Ik heb een glazen pyrex schaal om deze taart in te maken maar je kunt hem ook maken in een springvorm. Bekleed dan wel de metalen vorm met huishoudfolie om de smaak van de pudding niet aan te tasten en hem makkelijk uit de vorm te krijgen. Leg de koekkruimels goed verdeeld over de bodem.
Doe de yoghurt in een ruime kom en zoet deze met zoetstof eventueel gecombineerd met limonadesiroop en maak het vrij zoet, de gelatinepudding is anders uiteindelijk wat smakeloos want gelatine vlakt smaken af.
Week de gelatine volgens voorschrift tot het zacht is in een kom met ruim koud water. Verwarm een eetlepel citroensap kort in een steelpan en doe hier van het vuur af de uitgeknepen gelatineblaadjes bij. Roer deze met een garde tot ze zijn opgelost. Laat dit kort even afkoelen en voeg er dan lepelsgewijs onder goed roeren 5 eetlepels yoghurtmengsel aan toe. De massa wordt dan weer wat dunner. Voeg het gelatinemengsel uit het pannetje nu toe aan de grote kom met gezoete yoghurt en roer daar weer voorzichtig de bessen doorheen. Giet de yoghurtmassa nu over de koekkruimels en strijk de bovenkant glad met een spatel.
Leg er takjes bessen op en frisse munt- of citroenmelisse als garnering. Laat dit minimaal 2 uur koelen in de koelkast.
Geniet ervan in de zomer!
Dit vind je misschien ook leuk: glutenvrije bessentaart van biscuitdeeg

bessenbiscuittaart klein glu (2)

glutenvrije bessenbiscuittaart

 

 

 

Kersentaart met amandelmeel – bevat gluten

Naast appeltaart is kersentaart bij ons thuis favoriet. Deze sappige lichtzoete kersentaart is heerlijk door het amandelmeel dat erin zit samen met de frisse kersen. Hij is gemaakt van een cakedeeg met weinig boter en blijft mals en luchtig door de romige Griekse yoghurt. Qua smaak lijkt hij op een ricottataart die ik onlangs in Italië heb geproefd, licht en fris en ook gelijkend op amandelspijs. De kleurige combinatie van de rode kersen met de groene pistaches is apart maar je kunt ook garneren met stukjes amandelen als variatie. Voor een extra amandelgeur voegde ik een paar druppeltjes amandelessence toe als geheim ingrediënt waardoor de taart onweerstaanbaar wordt.

kersentaart-ap-kl

frisse kersencake met amandelmeel en Griekse yoghurt

Wat heb je nodig voor deze kleurige kersentaart?

100 gram zachte roomboter
90 gram kristalsuiker
10 gram sinaasappelsuiker
2 druppels amandelessence (dr. Oetker)
50 gram amandelmeel
155 gram tarwebloem
snuf zout
8 gram bakpoeder
2 eieren
150 gram Griekse yoghurt 10%vet
vulling:
1 pot goed uitgelekte pitloze kersen (700 gram inhoud)
1 eetlepel tarwebloem
garnering:
25 gram pistaches
2 eetlepels greinsuiker

De voorbereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn,  vooral roomboter, de eieren en de yoghurt. Haal ze dus een uurtje van tevoren uit de koelkast.
Meng en zeef de bloem samen met het amandelmeel, het zout en het bakpoeder in een aparte kom. Druppel de de amandelessence op dit meelmengsel.
Lek de kersen heel goed uit in een vergiet en dep ze hierna goed droog en droog de vergietbodem met keukenpapier. Bestrooi ze hierna met een eetlepel tarwebloem om ze extra droog te maken. Zo blijven de kersen straks goed verdeeld over het deeg.
Vet een springvorm in van 20 centimeter doorsnede en bekleed de bodem met een cirkel van bakpapier
Hak de pistaches kleiner en vermeng ze met de greinsuiker in een kommetje. Zet even apart
De bereiding:
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Roer de roomboter met de suiker en en sinaasappelsuiker romig en luchtig met de mixer. Voeg hier een voor een de eieren aan toe. Voeg aan het natte mengsel het meelmengsel toe in twee delen. Voeg daarna de yoghurt toe. Het deeg moet zo stevig zijn dat het net van de lepel afvalt.
Schep daarna de kersen door het deeg. Verdeel hierover de pistaches met de greinsuiker.
Bak de taart in 45 minuten gaar en bruin. Neem hem daarna voorzichtig uit de oven en plaats hem op een taartrooster. Laat de taart nog 5 minuten in de springvorm afkoelen en daarna kun je hem makkelijk losmaken.
Geniet van deze zomerse kersentaart met een kopje Engelse thee met citroenverbena, citroenmelisse of munt erin.

Misschien vind je dit ook leuk: rabarbertaart met amandelcake

rabarberamandelcake

rabarberamandelcake

of  met gistdeeg:   kersenkruimelvlaai

kersenkruimelvlaai-ap-kl

kersenkruimelvlaai met aparte kruimels

Zomerbrood met zuurdesem en gist – glutenvrij

Dit zomerbrood ontstond toen ik glutenvrij zuurdesembrood wou gaan bakken midden in de zomer maar die dag zou het erg heet worden. Ik wou toch liever bakken in de nog koele ochtenduren en met gist erbij zou dit lukken. Hierdoor ontstond een superfijn licht en luchtig combinatiebrood met de heerlijke smaak van zuurdesem en met een aparte vorm, een glutenvrij vloerbrood. Het is namelijk gebakken in een springvorm en je kunt er op deze manier vlaaipunten van snijden. Even nabakken zonder de vorm geeft een lekkere korst hierbij. Het is een fijn brood voor alledag maar door zijn vorm leuk voor bij een picknick of als bijgerecht bij de warme maaltijd. Ideaal om je glutenvrij zuurdesem ervoor te gebruiken en het lukt altijd.
Gebruik meelsoorten die glutenvrij zijn in dit recept.

zuurdesem platbr gist glu kl (1)

glutenvrij zuurdesembrood met gist gebakken als een platbrood

Wat heb je nodig voor dit glutenvrije platbrood met zuurdesem en gist?

100 gram maismeel
100 gram rijstemeel
75 gram tapioca
7 gram instantgist
7 gram fiberhusk
7 gram bakkerszout
5 gram  lichte basterdsuiker
15 gram zonnebloempitten
5 gram olijfolie
150 gram haverzuurdesem
240 gram lauwwarm water
garnering:
5 gram zonnebloempitten

De bereiding:

Maak de avond van te voren 150 gram glutenvrij haverzuurdesem door 50 gram zuurdesemstarter te nemen in een schaaltje en daar 50 gram havermeel en 50 gram lauwwarm water aan toe te voegen. Dek dit af met een losse deksel en laat dit 10 tot 12 uur staan.
Op de ochtend dat je gaat bakken neem je een springvorm van 20 centimeter doorsnede, vet deze eerst in met olie en bekleed deze daarna goed met bakpapier tegen het aanbakken.

Zet alle ingrediënten klaar en plaats de mengkom op de weegschaal. Weeg alles af in de volgorde van het recept.
Roer de meelsoorten goed door elkaar met een garde. Voeg dan het zout, de gistkorrels, de fiberhusk toe plus de pitten en de suiker. Meng weer goed en voeg de olie en het zuurdesem al roerend toe. Daarna het lauwwarme water in twee delen toevoegen.
Roer dan alles nu heel goed door elkaar met een siliconen spatel tot het beslag  glad is zonder klontjes. Het beslag moet de dikte hebben van dikke yoghurt en van de mengkom loslaten. Kneden hoeft niet, er zitten geen gluten in die je moet oprekken.

Het broodbeslag kan nu in de springvorm. Vul deze voor maximaal 2/3. Het brood moet de ruimte hebben maar niet er overheen gaan rijzen. Maak de bovenkant glad met een natgemaakte pannenlikker, dit is belangrijk voor een mooie korst.
Garneer het vloerbrood met de zonnebloempitten.
Vouw er een ruime en schone plastic zak overheen en laat het rijzen op een warme plek in de zon. Thermometer erbij want het mag niet warmer worden dan 30 graden Celsius. De rijstijd is ongeveer 30 tot 45 minuten, het deeg zit dan aan de rand van de broodvorm.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 200 graden Celsius. Plaats hierbij een vuurvast schaaltje met water in de oven voor de stoom. Let op stoomvorming bij het openen van de oven.
Bak het glutenvrije zomerbrood bruin in  ongeveer 30 minuten tot het mooi goudbruin en geurend is. Zet de oven nog niet uit. Haal het brood voorzichtig uit de vorm en verwijder het papier en laat het nog 3 minuten nabakken op het rooster voor een betere korst en kleur. Gebruik hierbij ovenwanten of een dikke doek.
Laat het  zomerbrood daarna afkoelen op een taartrooster en snijd het pas na 2 uur aan.

Misschien vind je dit brood ook lekker: licht glutenvrij bruinbrood

licht bruinbrood glu kl(3)

licht glutenvrij bruinbrood