Tagarchief: amandelmeel

Romeinse vijgenkoekjes – bevat gluten

Deze Romeinse vijgenkoekjes die ik vijgensnippen heb genoemd zijn geïnspireerd door een tekst van de Romein Petronius (27 na Chr. – 66 na Chr.): het diner van Trimalchio. Hierin wordt beschreven hoe een steenrijke vrijgelaten slaaf een geweldig overdreven feestmaal geeft waarin niets is zoals het op het eerste gezicht lijkt. Als lezer word je voortdurend op het verkeerde been gezet en weet je niet meer wie en wat er nu eigenlijk wordt bespot. De gerechten lijken eerst het één maar blijken opeens heel anders te zijn. De ingewanden van een enorm varken met een vrijheidsmuts  blijken opeens te bestaan uit bloedworsten  plus saucijsjes. Pauweneieren blijken deegkoeken te zijn met een vette vijgensnip erin. Vijgensnippen waren piepkleine vogeltjes, verwant aan de nachtegaal, en deze werden heel decadent in één hap opgegeten. Mijn vegetarische interpretatie van dit hapje is een heerlijk vogelkoekje gevuld met vijgen geworden. Bij de presentatie hiervan is het leuk om de volgende, tikje ordinaire, satirische klucht voor te lezen die je gasten in de juiste feeststemming brengt. Laat hen nog niet weten dat het koekje gevuld is zodat dit een verrassing is!

Feestmaal van Trimalchio, een korte klucht met twee jonge Romeinen: Gaius en Brutus

Gaius: Heb jij ook al eens aangelegen bij een feestmaal van Trimalchio, Brutus?

Brutus: Ja zeker Gaius. Ik mocht gisteren nog bij hem aanschuiven. Heerlijk toegetast en wat een verbazingwekkende hoeveelheden eten: vis met een pittige saus, vetgemeste kippen, gevulde eieren met hoedjes erop. Het was dineren als bij een vorst. Aan het eind kon ik geen hap meer op en geen stap meer verzetten! Mijn buik rommelt nu nog als de Vesuvius en ik laat onwelriekende Flegreïsche gassen gaan.

Gaius: Van die rijke stinkerd ga je nog flink stinken! Trimalchio kan behoorlijk uitpakken bij zijn feestmaaltijden. Die houdt hij een paar keer per week en dan nodigt hij alle burgers van Pozzuoli uit die maar willen. Het is altijd lachen aan zijn tafel met veel vertier op allerlei gebied, ook met plezant theater.

Brutus: Buikpijn krijg je van het lachen én van zijn eten. Gelukkig voor mij had hij ook puur volkorenbrood, dat heb ik liever dan witbrood zodat ik kracht genoeg heb als ik naar achteren ga, dan hoef ik niet te huilen. En jij hebt natuurlijk ook gedronken van zijn nieuwe wijn uit Falerno?

Gaius: Nou en of, de wijnslaven renden zich de benen onder het lijf uit bij de bediening en er vloeide ook een heleboel wijn ónder de tafel.

Brutus: Echt te gek vond ik de jachtscène met het everzwijn. Een everzwijn, gebakken in een korst, waaruit vogeltjes kwamen fladderen, dat was echt het hoogtepunt. Over vogeltjes gesproken, heb jij wel eens vijgensnippen geproefd bij Trimalchio? Heerlijk om deze kleine smakelijke vogeltjes in één hap op te eten! Ik heb er een paar meegepakt, samen met wat verse vijgen in een servet, voor mijn lieve slaafje.

Gaius: Dat is aardig van je Brutus, slaven zijn ook mensen, alleen met een heleboel pech. Jouw lieve slaafje zal ook van de vijgensnippen smikkelen.

© Inostrate, 2018

vijgensnippen kl fil

Romeinse vijgensnippen, gebak met vijgenvulling voor een feestmaal


Wat heb je nodig voor de verrassende Romeinse vijgensnippen?

Vulling:
100 gram gedroogde en gewelde vijgen
50 gram amandelmeel
50 gram honing
1/2 theelepel geraspte citroenschil
10 druppel citroensap
Snij de vijgen zeer fijn en maak ze met een keukenmachine verder fijn en maal ze samen met het amandelmeel, de honing, het citroensap en de rasp tot een smakelijke vulling. Laat dit minimaal een uurtje opstijven in de koeling. Maak er daarna kleine rolletjes of ovaaltjes van zodat ze passen in het vogeltje, neem voor elk stukje ongeveer 4 gram.
(Heb je straks vulling over dan is deze heerlijk in een appeltaart of als beleg op een cracker.)

Koekdeeg voor 15 – 17 stuks:

180 gram tarwebloem
20 gram volkorenmeel
100 gram fijne kristalsuiker
mespunt zout
125 gram koele roomboter in kleine stukjes
1 eetlepel koud water
vogelkoekvormpjes of een sjabloon van een vogeltje
1/2 ei om te bestrijken verdund met een paar druppels water

De slaafse bereiding:


Meng in een mengkom snel het meel en de bloem, zout en suiker met de roomboterstukjes en voeg op het laatst het water toe tot er een soepel samenhangend koekdeeg ontstaat. Niet te lang kneden anders wordt het te taai. Laat dit deeg  een uurtje in de koeling opstijven.

Bestuif het werkblad met wat bloem. Rol met de deegroller de helft van het deeg uit tot een lap van 2-3 mm dikte. Steek er met de uitsteekvorm 15 koekjes uit en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Leg op elk koekje een rolletje vijgenspijs en druk dit een beetje plat. Laat ruimte aan de randen.
Rol de andere helft van het deeg ook uit tot een lap van 2-3 mm dikte en steek er weer 15 vogeltjes uit. Leg de vogeltjes op de spijsvogeltjes en druk de bovenrandjes zo goed mogelijk aan met je vingertoppen zodat de vulling er straks niet uitbakt.
Verwarm de oven voor op 175 °C.
Druk met een vork veertjes uit op het vogellijfj en maak met een sateprikker een oogje in het kopje van het vogeltje.

Verdun het ei met een paar druppels water en bestrijk de vogeltjes ermee voor een mooie goudgele kleur.
Bak de vijgensnippen in het midden van de oven in ca. 17 min. goudbruin en gaar.

Veel plezier bij het feestmaal een lees de klucht erbij als een voorafje!
Leuk om hier eens naar te kijken voor meer achtergrond:
een grappige vertaling van Vincent Hunink’s boek (waarvan hier een fragment )
“Het diner van Trimalchio” dat ik gebruikte tijdens de cursus van Rubico.

Advertenties

Kersentaart – glutenvrij

Mijn dochter houdt erg van kersentaart en als gevolg daarvan hebben we samen een glutenvrije kersentaart gebakken toen ze bij ons thuis was. Het recept is geïnspireerd door een recept van een Italiaanse polentataart. Fijn om samen te maken en daarna gezellig een stukje van deze malse taart proeven, dat geeft veel voldoening. Het is weer kersentijd en je kunt er natuurlijk ook verse kersen in verwerken, ik gebruikte kersen uit een pot wat erg makkelijk is.  De basis is een heerlijk cakedeeg met weinig margarine maar met veel smaak, dit deeg is niet moeilijk te maken. Deze keer gebruikte ik hiervoor een zelfgemaakte luxere glutenvrije meelmengeling van fijn maismeel, rijstebloem en amandelmeel die heel goed past bij de frisse kersen. Als garnering is er een rode jam met kersen erdoor die als een rivier over de taart vloeit. Als laatste mooie afwerking van de kersentaart wat pijnboompitjes, je proeft de zomer erin!  Kies alle meelsoorten en de bakpoeder glutenvrij met het glutenvrije logo.

kersentaart glu kl

glutenvrije kersentaart

Wat heb je nodig voor de glutenvrije kersentaart?

100 gram plantaardige margarine
150 gram kristalsuiker
15 gram citroensuiker
3 eieren M
mespunt zout
50 gram fijne maispolenta
75 gram rijstemeel
100 gram amandelmeel
2 gram fiberhusk
1 theelepel /4 gram bakpoeder
1 dl/100 cc lactosevrije melk
4 druppels amandelessence (Oetker)
vulling;
100 gram rode jam of gelei (bessen bijv.)
snufje kaneelpoeder
250 gram goed uitgelekte kersen op siroop
garnering:
15 gram pijnboompitten

De bereiding:

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn, vooral de margarine en de eieren.
Vet een springvorm goed in met wat neutrale olie of met margarine en bekleed de bodem met bakpapier.
Laat de kersen heel goed uitlekken in een vergiet of zeef. Dep ze nog even na met keukenpapier. Maak de jam iets vloeibaarder met een theelepel warm water, het moet dik vloeibaar zijn voor een goede verdeling over de taart. Zet dit alles even apart met de pijnboompitjes.

Warm de oven voor op 175 graden Celsius met een vuurvast schaaltje water erbij voor de stoomvorming en tegen het uitdrogen van het deeg. Let op de hete stoom bij het openen van de oven.
Neem een grote mengkom en mix hierin de zachte margarine met de suiker en de citroensuiker. Voeg nu een voor een de eieren toe en mix deze erdoor.
Weeg nu de meelsoorten, het zout, de fiberhusk en het bakpoeder af en zeef alles samen in een aparte kom. Meng goed door elkaar met een garde.
Voeg nu in drie porties dit meelmengsel toe aan het margarinemengsel en voeg bij de derde portie de melk erbij en de amandelessence. Laat het een paar minuten opstijven. Het stevige cakebeslag moet nu net van de lepel afvallen in stukken.

Doe nu het beslag in de cakevorm en strijk het eerst glad. Trek daarna in de oppervlakte van het deeg met een lepelsteel grillige rivierbeddingen voor de vulling. Leg in deze riviersporen eerst de rode jam en hierna de goed uitgelekte en afgedepte kersen hier bovenop.
Bestrooi  daarna de taart met de pijnboompitten voor de afwerking.
(Als variatie op de kersen is abrikozenjam met stukjes abrikozen (geweld of uit blik) ook erg lekker.)

Plaats daarna de vorm in de oven en laat de kersentaart gaar en lichtbruin worden in 30 minuten.
Controleer met een satéprikker op gaarheid, als de prikker er droog uitkomt is de taart gaar.

Neem de kersentaart uit de oven en laat hem kort afkoelen alvorens je de springvorm losmaakt (even lossnijden met een mesje) en laat de taart verder uitdampen op een taartrooster. Ik laat de bodem er altijd onder zitten zodat je een taart goed kunt verplaatsen en snijden.

Drink er bijvoorbeeld  lekkere groene thee bij met munt, citroenverbena of citroenmelisse en een fijne zomer gewenst!

 

Ricottataart – bevat gluten

Een prachtige malse Italiaanse caketaart met ricotta heb ik gebakken voor mijn verjaardag. Tijdens een Romereis aten we in een Italiaans familierestaurant een ricottataart met appel als nagerecht. Het traditionele recept van deze torta di nonna was natuurlijk van de grootmoeder van de eigenaar. Het was verfijnd en heerlijk! Het aantrekkelijke aan ricottataart is dat deze heerlijk fris is en vrij weinig boter bevat. Ik maakte mijn eigen versie, met amandelmeel, vanuit verschillende recepten. Mijn visite vond het geslaagd dus durf ik hem wel te bloggen. De naam ricotta betekent tweemaal gekookt. Ricotta is een soort kaas die gemaakt wordt van het waterige wei-gedeelte van de melk, een bijprodukt van de kaasproductie die gemaakt wordt van wrongel, het vaste gedeelte van melk. Maar in wei blijken dus nog veel waardevolle voedingsstoffen te zitten. Ricotta bevat veel eiwit en heeft een luchtige, iets korrelige structuur en lijkt enigzins op kwark. Het bevat weinig vet en zout en daardoor  heel goed te gebruiken als basis voor een minder vette cake. De ricotta zorgt voor een goede emulsie (verdeling) van het deeg en vervangt een deel van de boter. Het beslag van deze taart is wat luxer door het gebruikte amandelmeel en zo ontstaat een smakelijke amandelcake die licht en fris smaakt. Een frisse limoen zorgt voor een zomerse citrustoon. Als vulling en voor extra malsheid zit er geraspte appel in en stukjes abrikoos. Buon appetito!

ricottatrt ap kl(1)

lichte zomerse ricottataart met amandelmeel, appel en abrikozen

Wat heb je nodig voor de ricottataart?

125 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
200 gram kristalsuiker
3 eieren M
geraspte limoenschil van 1-2 limoenen
80 gram amandelmeel
3 druppels amandelessence
150 gram tarwebloem
12 gram bakpoeder
mespunt zout
250 gram ricotta (Galbani)
1 geraspte appel (Elstar) met paar druppels limoensap
7 gedroogde en gewelde abrikozen
garnering:
25 gram amandelsnippers
vlak voor gebruik 1 eetlepel gezeefde poedersuiker

De voorbereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn met name de eieren, boter en ricotta. Vet een springvorm in van 24 centimeter doorsnede en bedek de bodem met een cirkel met bakpapier.
Rasp de limoenen nadat je eerst de schil goed hebt gewassen en gedroogd.
Meng het amandelmeel met de bloem en het bakpoeder en het zout goed met een garde in een aparte kom. Zet dit even apart en druppel er de amandelessence over.
Knip de gewelde abrikozen in kleine stukjes zo groot als een rozijn en zet dit ook even apart. Schil en rasp de appel en druppel er meteen wat limoensap over tegen verkleuring meng dit met de abrikoos.
Verwarm de oven voor op 175 graden.
De bereiding:
Mix de boter samen met de suiker en de geraspte limoen in een grote kom.
Voeg daarna een voor een de eieren toe.
Voeg hier de meelmassa aan toe in twee gedeeltes.
Als dit goed is gemengd tot een luchtige gladde massa kan er de ricotta door. Het beslag moet nu in stukken van de lepel vallen.
Daarna de geraspte appel en de stukjes abrikoos erdoor scheppen.
Giet dit mengsel in de springvorm en strijk de bovenkant glad. Strooi hier de amandelschilfers over.
Bak de ricottataart in ongeveer 40 minuten tot de bovenkant goudbruin is en de amandelschilfers lichtbruin.
Haal de taart voorzichtig uit de oven en haal hem na 5 minuten uit de vorm. Snij de zijkant los met een scherp mesje. Laat hem afkoelen op een taartrooster. De bodem kun je eronder laten zodat je hem makkelijker kunt verplaatsen. Bestrooi de taart vlak voor het serveren met wat poedersuiker met behulp van een (poedersuiker)zeefje.

Heerlijk bij een feestje in de zomer en als nagerecht!
Dit vind je misschien ook lekker: amandeltaart met kersen

kersentaart-ap-kl

frisse kersencake met amandelmeel en Griekse yoghurt

 

Amandelcake – glutenvrij

Deze geurige glutenvrije amandelcake is lekker om samen van te genieten  tijdens de komende paasdagen. Er zitten drie eieren verwerkt in deze cake zodat dit paassymbool er zeker in voorkomt. Gegarneerd met amandelen laat deze cake ook duidelijk zien wat het belangrijke bestanddeel ervan is. Het deeg is tevens een geschikte basis voor een feestelijke glutenvrije taart. De lichte meelmengeling voor dit gebak bestaat uit drie aparte glutenvrije meelsoorten: amandelmeel maakt het geurig, quinoameel zorgt voor romigheid en goede voedingsstoffen en het fijne rijstemeel maakt het geheel luchtig. Ik heb deze keer geen fiberhusk (wat zorgt voor een betere binding) in het deeg verwerkt en dit ging prima bij dit mengsel. Glutenvrije meelsoorten hebben ieder hun bijzondere eigenschappen en de juiste combinaties helpen een smakelijk gebak te maken.Wil je meer weten over de verschillende glutenvrije meelsoorten? Klik hier voor meer informatie in dit blog. Gebruik in het cakerecept meelsoorten met een glutenvrije aanduiding of logo. Fijne paasdagen!

amandelcake glutenvrij

feestelijke glutenvrije amandelcake

Wat heb je nodig voor de  glutenvrije amandelcake?

75 gram plantaardige margarine
125 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker
15 gram sinaasappelsuiker
1 gram zout
3 eieren
150 gram amandelmeel
100 gram rijstmeel
50 gram quinoameel (le Poole), eventueel te vervangen door havermeel
8 gram bakpoeder
4 druppels amandelaroma (oetker)
100 gram halfvolle lactosevrije melk of amandelmelk
23 hele amandelen om te garneren

De bereiding:

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn, vooral de margarine, de melk en de eieren. Haal ze een half uur van tevoren uit de koeling. Weeg de meelsoorten en de bakpoeder en het zout af en zeef en meng goed door elkaar met een garde.
Vet een cakevorm in met neutrale olie en bekleed met repen bakpapier zodat de cake straks makkelijk uit de vorm kan.
Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius.
Mix in een beslagkom de zachte margarine met de kristalsuiker en de smaaksuikers tot een romig geheel. Breek de eieren eerst in een apart kommetje om er zeker van te zijn dat ze goed zijn en er geen schaal meekomt. Voeg dan een voor een de eieren toe en mix deze door het botermengsel.
Voeg dan in 3 delen het meelmengsel toe. Bij de derde portie meel voeg je de melk bij zodat het een smeuiig beslag wordt.
Breng het beslag met een siliconen spatel over in de cakevorm en strijk het beslag bovenop glad. Leg er de amandelen voor de garnering bovenop in een bloemvorm of naar eigen inzicht.

Bak de amandelcake in totaal 45 minuten bij 160 graden Celsius gaar en bruin, de laatste 10 minuten met aluminiumfolie erover tegen het verbranden van de bovenkant. Zet dus eerst je kookwekker op 35 minuten en daarna nog 10 minuten.

Neem de cake uit de oven en laat nog 5 minuten in de vorm staan. Daarna kun je hem makkelijk uit de vorm pakken met het bakpapier. Laat hem uitdampen op een taartrooster en snijdt hem pas aan als hij volledig is afgekoeld. Deze amandelcake blijft dagenlang lekker en kan ook worden ingevroren.

Dit vind je misschien ook leuk: vogelnestjes glutenvrije voorjaarskoekjes of  glutenvrije appeltaart met kaneelsiroop

 

Kerstbrood met amandelspijs – bevat gluten

Een zelfgemaakte kerststol met amandelspijs is een kroon op je bakkerswerk. Mijn moeder bakte elk jaar haar eigen kerstbrood en maakte haar eigen spijs van amandelen of walnoten. Ze varieerde altijd met de vulling en het was steeds een spannend moment als het brood uit de oven kwam. Na al die jaren had ze een perfect brood en we genoten er altijd van. Ze maakte het zonder ei waardoor het brood niet droog werd. Haar recept heb ik iets aangepast aan mijn wensen, ik doe er nu een beetje fijn volkorenmeel in. Voor de vulling gebruik ik ook cranberry’s en maak er een kleurig geheel van met noten, sukade en rode en groene gekonfijte kersen. Vulling en spijs kun je daags te voren al klaarmaken, dat scheelt tijd en is lekkerder, de smaken trekken meer in. De bak-en rijstijden in het recept geven je een goede houvast voor je planning. We aten dit kerstbrood in 2016 samen met onze kinderen en Maaike Teunissen, vriendin van mijn zoon, maakte bijbehorende foto.

kerstbrood-2016-kl-2

kerstbrood met amandelspijs

Wat heb je nodig voor een kerstbrood met amandelspijs?

300 gram tarwebloem
50 gram gezeefd volkorenmeel
6 gram (bakkers)zout
2 eetlepels citroensuiker
8 gram gedroogde instantgist
30 gram roomboter
195 gram lauwwarme (lactosevrije) melk
vulling:
20 gram sukade
30 gram hazelnoten zonder schil
40 gram cranberry’s
30 gram gewelde abrikozen
25 gram rozijnen van een goede kwaliteit
20 gram rode en groene gekonfijte kersen (bigarreaux)
1-2 eetlepels tarwebloem
amandelspijs: 
75 gram amandelmeel
75 gram kristalsuiker
1 theelepel citroensuiker
2/3 geklopt ei
enkele druppels amandelessence (dr. Oetker)

De bereiding:
Daags tevoren:

De amandelspijs kun je daags tevoren maken. Je mengt het amandelmeel met de suiker en het ei en de amandelessence. Goed mengen en een dag laten rijpen in een afgesloten kom, dan wordt hij nog lekkerder. Je krijgt zo 200 gram amandelspijs.
De vulling kun je beter ook de dag van te voren al te maken, dit scheelt tijd en hij droogt beter uit.
Was de rozijnen en de cranberry’s en wel ze daarna kort, 2-3 minuten zodat ze stevig blijven. Droog ze daarna goed. Laat ze een nacht uitdrogen op een schaal aan de lucht. Snij de gekonfijte kersen en de gewelde abrikozen in kleine stukjes, gelijk aan de rozijnen. Meng dit met de noten en de sukade en de goed gedroogde rozijnen en cranberry’s en 1 tot 2 eetlepels tarwebloem. Met de bloem mengt het straks beter door het deeg.
De bakdag:
Kneden en 75 minuten rijzen:
Smelt de roomboter en voeg daaraan de melk toe. De temperatuur van dit mengsel moet lauwwarm zijn. Zeef de beide meelsoorten en laat de grove tarwezemelen weg. Maak het deeg van het meel, zout, gist, citroensuiker, melk en de gesmolten boter.
Kneed het tot het soepel is en laat het 75 minuten afgedekt in de kom met een grote plastic zak erom op een warme plaats rijzen.
Maak ondertussen van de amandelspijs een vaste rol van 21 centimeter lengte en 2 1/2 centimeter dikte. De rol is korter dan de deegplak zodat hij er straks niet uitpuilt.

Druk het deeg voor het kerstbrood plat en kneed het kort door.
Laat het deeg 20 minuten rusten voor je de vulling erdoor werkt, dit gaat dan veel beter.

Vullen, vormen en tweede grote rijstijd van 45 minuten:

Maak een plak van het deeg en leg de vulling er goed verdeeld op. Vouw de uiteinden naar binnen toe en knijp alles in het deeg. Kneed het daarna door tot de vulling goed verdeeld is. Als het deeg nog wat plakkerig wordt van de vulling kan er nog iets bloem aan worden toegevoegd, dat mengt beter.
Druk alle uitpuilende vruchten en noten in het deeg zodat er straks niets verbrandt.
Maak een ronde plak met een doorsnede van 24 centimeter door het deeg uit te duwen met je handen. Leg de rol amandelspijs in het midden en vouw de bovenkant over de onderkant. Maak het oppervlakte wat elkaar raakt een beetje nat met water zodat het deeg beter plakt. Druk het deeg op de bovenkant goed aan naast het amandelspijs met de zijkant van je hand, zo ontstaat dan een slofvorm.
Leg het deeg op een bakplaat met bakpapier en laat dit afgedekt met een grote plastic zak eromheen 45 minuten rijzen.

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
Bakken 30 minuten:
Bak het kerstbrood in 30 minuten gaar en bruin, na 20 minuten baktijd even aluminiumfolie over het brood leggen anders verbrandt het door de zoetigheid in het deeg.
Aan het einde van de baktijd het kerstbrood uit de oven halen en dun bestrijken met wat water en een bakkwast. Je krijgt zo een mooie glans.
Goed laten afkoelen. Je kunt dit kerstbrood ruim van te voren bakken en invriezen. Even oppiepen en eventueel bestrooien met poedersuiker voor een sneeuweffect bij de presentatie.
Hele fijne kerstdagen gewenst voor alle lezers en hun familie!
Dit vind je misschien ook leuk in december om te bakken: de links om ze te vinden staan onderaan.

boekweitkruidnootjes apart klein

boekweitkruidnootjes

sinterklaasvlaai

sinterklaasvlaai

gemberkoekjes-apart-klein

stoere gemberkoekmannen

kerststerrenbroodjes ap kl

stervormige kerstbroodjes

kerstcake 2014 apart klein

kerstcake

apart speculaas klein

speculaas met amandelen

amandelspeculaas
sinterklaasvlaai
boekweitkruidnootjes
gemberkoekmannen
kerstcake
kerstbroodjes

Appeltaart van glutenvrij korstdeeg

Helaas is de appeloogst dit jaar in Limburg erg tegengevallen. In de bloesemtijd vroor het namelijk stevig en dit was funest voor de beginnende vruchtjes. Er overleefden net voldoende appels die door mij als dank in deze glutenvrije appeltaart verdwenen. Het deeg is een heerlijk korstdeeg met vooral amandel- en havermeel als basis. Dit lichte zoete deeg moet snel gekneed en daarna goed gekoeld voordat je ermee aan de slag gaat. Deze taart geurt heerlijk vooral als je hiervoor roomboter gebruikt. Met plantaardige margarine is hij ook lekker dank zij de smaakmakers van sinaasappelsuiker en vanillesuiker. Met een scheutje limonadesiroop maakte ik de vulling ook wat spannender. Gebruik in dit recept glutenvrije meelsoorten met het glutenvrije logo.

appel-abrikozentaart-glu-kl

appeltaart met sappige stukjes abrikozen erop

Wat heb je nodig voor de glutenvrije appeltaart van korstdeeg?

105 gram havermeel
50 gram rijstemeel
80 gram amandelmeel
1/4 theelepel fiberhusk
1/4 theelepel zout
70 gram poedersuiker
1 theelepel sinaasappelsuiker
2 theelepels vanillesuiker
100 gram koude roomboter of plantaardige margarine
3/4 ei, geklopt
maismeel om te bestrooien
vulling:
4 friszure stevige appels
4 gedroogde en gewelde abrikozen
ongeveer 3 eetlepels water of sinaasappelsap
25 gram kristalsuiker
scheutje tropical limonadesiroop of een extra lepel suiker
kaneelstokje
1 theelepel aardappelmeel om te binden
1/4 ei om te bestrijken
garnering:
1 eetlepel amandelschaafsel of andere nootjes en greinsuiker

De bereiding:

Weeg alle meelsoorten en de fiberhusk af en meng dit met een garde in een mengkom. Voeg het zout en de poedersuiker en de smaaksuikers toe en meng dit er ook goed doorheen. Voeg dan de koude boter toe in blokjes en kneed dit er snel doorheen.
Voeg als laatste het ei toe, niet het hele ei maar 3/4 ervan. Kneed het snel tot een zacht deeg en laat het daarna opstijven gedurende 1-2 uur in de koelkast.
Ondertussen maak je de vulling van de appels. Schil de appels en maak er blokjes van. Snij de abrikozen in stukjes en doe dit in een steelpan met ongeveer 3 eetlepels water en het kaneelstokje. Voeg de kristalsuiker toe en laat dit kort koken onder af en toe roeren. De vulling wordt hierdoor wat zachter en smakelijker maar mag geen moes worden. Verwijder het kaneelstokje. Bind het vocht van de vulling met het aardappelmeel dat je eerst losroert met een klein beetje water. Laat dit alles kort doorkoken tot het dik is en laat het dan afkoelen.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 160 graden Celsius.
Na het opstijven van het deeg rolde ik het deeg uit op bakpapier tot een ronde cirkel en legde dit in een springvorm met een doorsnede van 20 centimeter. Snij de rand recht af en smeer hem in met de rest van het ei. Leg de vulling op het deeg en verdeel het erover. Als laatste strooi je amandelschaafsel en wat greinsuiker erover als garnering.
Bak de appeltaart van korstdeeg bij 160 graden Celsius in 25 minuten gaar.
Deze taart smaakt heerlijk als hij vers is en nog iets warm.
Misschien vind je dit ook leuk voor Halloween straks:
een lekkere pompoentaart van zanddeeg.

Pruimentaart van amandelkorstdeeg – bevat gluten

Een pruimentaart met een delicaat korstdeeg van amandelmeel en tarwebloem, fijn en niet moeilijk om te maken als er volop pruimen zijn. Dit deeg voelt aan als marsepein en ruikt verrukkelijk en pruimen met amandelen is een geweldige combinatie. Maak het deeg de avond van tevoren en laat het rustig een nacht koelen, dat is makkelijk op de dag van bakken. Dan kun je daags erna het deeg beter uitrollen en direct vullen met de verse pruimen die je al hebt voorbereid. Eet de taart met vrienden liefst dezelfde dag op want de pruimen laten vocht los en het deeg wordt hierdoor zachter maar dat zal geen groot probleem zijn.

pruimentaart ap kl

heerlijke taart van verse pruimen en amandelkorstdeeg

Wat heb je nodig voor de pruimen-amandeltaart?

75 gram amandelmeel
125 gram tarwebloem
50 gram gezeefde poedersuiker
100 gram koude plantaardige margarine of roomboter
1 eetlepel citroensuiker
mespunt zout
3 druppels amandelessence
1/2 geklopt ei
1 eetlepel tarwebloem voor strooien
pruimenvulling:
450 gram stevige niet te rijpe pruimen in kwarten
1/2 theelepel citroensap
1-2 eetlepels gezeefde poedersuiker
2 eetlepels amandelmeel voor op de bodem
garnering:
rest geklopt ei
2 eetlepels amandelschaafsel

De bereiding:

Zeef en meng de meelsoorten en de poedersuiker door elkaar met een garde.
Snij de koude boter in kleine blokjes en voeg die toe aan het meel, ei, zout en de citroensuiker en amandelessence. Meng dit snel tot een soepel samenhangend deeg, dan niet langer doorkneden. Laat het deeg ingepakt in huishoudfolie minimaal een paar uur koelen en rusten tot gebruik, een nacht mag ook! Neem het deeg 10 minuten voor het uitrollen uit de koeling om weer iets zachter te worden en om uit te rollen.
Was de pruimen, droog ze goed en verdeel ze in vieren.  Besprenkel ze met een beetje citroensap tegen verkleuring.
Rol het deeg uit met een deegrol op een licht met bloem bestrooid oppervlak tot een dikte van 3 mm. Draai het deeg steeds even om met een breed pannenkoekmes en gebruik hierbij ook steeds een beetje bloem om plakken te voorkomen.
Verwarm de oven nu op 160 graden Celsius voor.
Neem een springvorm van 22 cm. doorsnede, vet deze goed in met boter en plaats het deeg erin. Maak een rechte rand ter dikte van de pruimen, ongeveer 1,5 centimeter. Van de rest deeg maak je een lang rolletje en leg dit op de rand. Druk het erop en knijp erin met de duim en wijsvinger zodat er een golvend randje ontstaat.
Prik gaatjes in het deeg  met een vork en bestrooi de bodem daarna met een paar lepels amandelmeel om te voorkomen dat de bodem straks nat wordt..
Plaats de pruimenkwarten strak naast elkaar in de deegvorm met de schil naar beneden en bestrooi ze ruim met gezeefde poedersuiker. Bestrijk de deegrand met wat ei voor een mooie bruine kleur. Bestrooi de pruimenvulling met de eetlepels amandelschaafsel.
Bak de pruimentaart in ongeveer 30 minuten gaar, de laatste 10 minuten doe je er aluminiumfolie over om te voorkomen dat het amandeldeeg te bruin kleurt.
Laat de taart afkoelen op een rooster, de onderrand van de springvorm kun je er rustig onder laten zitten.

Vlak voor het opdienen bestuif je de taart nog eventueel met gezeefde poedersuiker.
Geniet ervan op dezelfde dag!