Tagarchief: amandelmeel

Appeltaart van glutenvrij korstdeeg

Helaas is de appeloogst dit jaar in Limburg erg tegengevallen. In de bloesemtijd vroor het namelijk stevig en dit was funest voor de beginnende vruchtjes. Er overleefden net voldoende appels die door mij als dank in deze glutenvrije appeltaart verdwenen. Het deeg is een heerlijk korstdeeg met vooral amandel- en havermeel als basis. Dit lichte zoete deeg moet snel gekneed en daarna goed gekoeld voordat je ermee aan de slag gaat. Deze taart geurt heerlijk vooral als je hiervoor roomboter gebruikt. Met plantaardige margarine is hij ook lekker dank zij de smaakmakers van sinaasappelsuiker en vanillesuiker. Met een scheutje limonadesiroop maakte ik de vulling ook wat spannender. Gebruik in dit recept glutenvrije meelsoorten met het glutenvrije logo.

appel-abrikozentaart-glu-kl

appeltaart met sappige stukjes abrikozen erop

Wat heb je nodig voor de glutenvrije appeltaart van korstdeeg?

105 gram havermeel
50 gram rijstemeel
80 gram amandelmeel
1/4 theelepel fiberhusk
1/4 theelepel zout
70 gram poedersuiker
1 theelepel sinaasappelsuiker
2 theelepels vanillesuiker
100 gram koude roomboter of plantaardige margarine
3/4 ei, geklopt
maismeel om te bestrooien
vulling:
4 friszure stevige appels
4 gedroogde en gewelde abrikozen
ongeveer 3 eetlepels water of sinaasappelsap
25 gram kristalsuiker
scheutje tropical limonadesiroop of een extra lepel suiker
kaneelstokje
1 theelepel aardappelmeel om te binden
1/4 ei om te bestrijken
garnering:
1 eetlepel amandelschaafsel of andere nootjes en greinsuiker

De bereiding:

Weeg alle meelsoorten en de fiberhusk af en meng dit met een garde in een mengkom. Voeg het zout en de poedersuiker en de smaaksuikers toe en meng dit er ook goed doorheen. Voeg dan de koude boter toe in blokjes en kneed dit er snel doorheen.
Voeg als laatste het ei toe, niet het hele ei maar 3/4 ervan. Kneed het snel tot een zacht deeg en laat het daarna opstijven gedurende 1-2 uur in de koelkast.
Ondertussen maak je de vulling van de appels. Schil de appels en maak er blokjes van. Snij de abrikozen in stukjes en doe dit in een steelpan met ongeveer 3 eetlepels water en het kaneelstokje. Voeg de kristalsuiker toe en laat dit kort koken onder af en toe roeren. De vulling wordt hierdoor wat zachter en smakelijker maar mag geen moes worden. Verwijder het kaneelstokje. Bind het vocht van de vulling met het aardappelmeel dat je eerst losroert met een klein beetje water. Laat dit alles kort doorkoken tot het dik is en laat het dan afkoelen.

Verwarm de oven 10 minuten voor op 160 graden Celsius.
Na het opstijven van het deeg rolde ik het deeg uit op bakpapier tot een ronde cirkel en legde dit in een springvorm met een doorsnede van 20 centimeter. Snij de rand recht af en smeer hem in met de rest van het ei. Leg de vulling op het deeg en verdeel het erover. Als laatste strooi je amandelschaafsel en wat greinsuiker erover als garnering.
Bak de appeltaart van korstdeeg bij 160 graden Celsius in 25 minuten gaar.
Deze taart smaakt heerlijk als hij vers is en nog iets warm.
Misschien vind je dit ook leuk voor Halloween straks:
een lekkere pompoentaart van zanddeeg.

Advertenties

Pruimentaart van amandelkorstdeeg – bevat gluten

Een pruimentaart met een delicaat korstdeeg van amandelmeel en tarwebloem, fijn en niet moeilijk om te maken als er volop pruimen zijn. Dit deeg voelt aan als marsepein en ruikt verrukkelijk en pruimen met amandelen is een geweldige combinatie. Maak het deeg de avond van tevoren en laat het rustig een nacht koelen, dat is makkelijk op de dag van bakken. Dan kun je daags erna het deeg beter uitrollen en direct vullen met de verse pruimen die je al hebt voorbereid. Eet de taart met vrienden liefst dezelfde dag op want de pruimen laten vocht los en het deeg wordt hierdoor zachter maar dat zal geen groot probleem zijn.

pruimentaart ap kl

heerlijke taart van verse pruimen en amandelkorstdeeg

Wat heb je nodig voor de pruimen-amandeltaart?

75 gram amandelmeel
125 gram tarwebloem
50 gram gezeefde poedersuiker
100 gram koude plantaardige margarine of roomboter
1 eetlepel citroensuiker
mespunt zout
3 druppels amandelessence
1/2 geklopt ei
1 eetlepel tarwebloem voor strooien
pruimenvulling:
450 gram stevige niet te rijpe pruimen in kwarten
1/2 theelepel citroensap
1-2 eetlepels gezeefde poedersuiker
2 eetlepels amandelmeel voor op de bodem
garnering:
rest geklopt ei
2 eetlepels amandelschaafsel

De bereiding:

Zeef en meng de meelsoorten en de poedersuiker door elkaar met een garde.
Snij de koude boter in kleine blokjes en voeg die toe aan het meel, ei, zout en de citroensuiker en amandelessence. Meng dit snel tot een soepel samenhangend deeg, dan niet langer doorkneden. Laat het deeg ingepakt in huishoudfolie minimaal een paar uur koelen en rusten tot gebruik, een nacht mag ook! Neem het deeg 10 minuten voor het uitrollen uit de koeling om weer iets zachter te worden en om uit te rollen.
Was de pruimen, droog ze goed en verdeel ze in vieren.  Besprenkel ze met een beetje citroensap tegen verkleuring.
Rol het deeg uit met een deegrol op een licht met bloem bestrooid oppervlak tot een dikte van 3 mm. Draai het deeg steeds even om met een breed pannenkoekmes en gebruik hierbij ook steeds een beetje bloem om plakken te voorkomen.
Verwarm de oven nu op 160 graden Celsius voor.
Neem een springvorm van 22 cm. doorsnede, vet deze goed in met boter en plaats het deeg erin. Maak een rechte rand ter dikte van de pruimen, ongeveer 1,5 centimeter. Van de rest deeg maak je een lang rolletje en leg dit op de rand. Druk het erop en knijp erin met de duim en wijsvinger zodat er een golvend randje ontstaat.
Prik gaatjes in het deeg  met een vork en bestrooi de bodem daarna met een paar lepels amandelmeel om te voorkomen dat de bodem straks nat wordt..
Plaats de pruimenkwarten strak naast elkaar in de deegvorm met de schil naar beneden en bestrooi ze ruim met gezeefde poedersuiker. Bestrijk de deegrand met wat ei voor een mooie bruine kleur. Bestrooi de pruimenvulling met de eetlepels amandelschaafsel.
Bak de pruimentaart in ongeveer 30 minuten gaar, de laatste 10 minuten doe je er aluminiumfolie over om te voorkomen dat het amandeldeeg te bruin kleurt.
Laat de taart afkoelen op een rooster, de onderrand van de springvorm kun je er rustig onder laten zitten.

Vlak voor het opdienen bestuif je de taart nog eventueel met gezeefde poedersuiker.
Geniet ervan op dezelfde dag!

Kersentaart met amandelmeel – bevat gluten

Naast appeltaart is kersentaart bij ons thuis favoriet. Deze sappige lichtzoete kersentaart is heerlijk door het amandelmeel dat erin zit samen met de frisse kersen. Hij is gemaakt van een cakedeeg met weinig boter en blijft mals en luchtig door de romige Griekse yoghurt. Qua smaak lijkt hij op een ricottataart die ik onlangs in Italië heb geproefd, licht en fris en ook gelijkend op amandelspijs. De kleurige combinatie van de rode kersen met de groene pistaches is apart maar je kunt ook garneren met stukjes amandelen als variatie. Voor een extra amandelgeur voegde ik een paar druppeltjes amandelessence toe als geheim ingrediënt waardoor de taart onweerstaanbaar wordt.

kersentaart-ap-kl

frisse kersencake met amandelmeel en Griekse yoghurt

Wat heb je nodig voor deze kleurige kersentaart?

100 gram zachte roomboter
90 gram kristalsuiker
10 gram sinaasappelsuiker
2 druppels amandelessence (dr. Oetker)
50 gram amandelmeel
155 gram tarwebloem
snuf zout
8 gram bakpoeder
2 eieren
150 gram Griekse yoghurt 10%vet
vulling:
1 pot goed uitgelekte pitloze kersen (700 gram inhoud)
1 eetlepel tarwebloem
garnering:
25 gram pistaches
2 eetlepels greinsuiker

De voorbereiding:
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn,  vooral roomboter, de eieren en de yoghurt. Haal ze dus een uurtje van tevoren uit de koelkast.
Meng en zeef de bloem samen met het amandelmeel, het zout en het bakpoeder in een aparte kom. Druppel de de amandelessence op dit meelmengsel.
Lek de kersen heel goed uit in een vergiet en dep ze hierna goed droog en droog de vergietbodem met keukenpapier. Bestrooi ze hierna met een eetlepel tarwebloem om ze extra droog te maken. Zo blijven de kersen straks goed verdeeld over het deeg.
Vet een springvorm in van 20 centimeter doorsnede en bekleed de bodem met een cirkel van bakpapier
Hak de pistaches kleiner en vermeng ze met de greinsuiker in een kommetje. Zet even apart
De bereiding:
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius.
Roer de roomboter met de suiker en en sinaasappelsuiker romig en luchtig met de mixer. Voeg hier een voor een de eieren aan toe. Voeg aan het natte mengsel het meelmengsel toe in twee delen. Voeg daarna de yoghurt toe. Het deeg moet zo stevig zijn dat het net van de lepel afvalt.
Schep daarna de kersen door het deeg. Verdeel hierover de pistaches met de greinsuiker.
Bak de taart in 45 minuten gaar en bruin. Neem hem daarna voorzichtig uit de oven en plaats hem op een taartrooster. Laat de taart nog 5 minuten in de springvorm afkoelen en daarna kun je hem makkelijk losmaken.
Geniet van deze zomerse kersentaart met een kopje Engelse thee met citroenverbena, citroenmelisse of munt erin.

Misschien vind je dit ook leuk: rabarbertaart met amandelcake

rabarberamandelcake

rabarberamandelcake

of  met gistdeeg:   kersenkruimelvlaai

kersenkruimelvlaai-ap-kl

kersenkruimelvlaai met aparte kruimels

Paaskoekjes met glazuur – bevat gluten

Deze heerlijke paaskoekjes smaken lekker met Pasen maar je kunt ze natuurlijke het hele voorjaar blijven bakken. Het is een traktatie met mooie vormpjes en de subtiele smaken in de koekjes komen van het amandelmeel, de honing en de anijs.
Het roze glazuur met frambozenlikeur maakt de feestelijke koekjes af. Om de koekjes niet al te zoet te maken is de hoeveelheid glazuur matig, vaak wordt in recepten veel te veel hiervan gebruikt. Fijne paasdagen!

paaskoekjes

paaskoekjes met glazuur

Wat heb je nodig voor ongeveer 20 paaskoekjes?

100 gram zachte roomboter of plantaardige margarine
50 gram kristalsuiker
30 gram zachte honing
5 gram sinaasappelsuiker
1 theelepel gemalen anijszaad
50 gram gezeefd volkorentarwemeel
125 gram amandelmeel
1 theelepel bakpoeder
1/2 ei
roze glazuur:
40 gram poedersuiker
1 theelepel frambozen- of bessenlikeur of rode vruchtensiroop

De bereiding:

Mix de boter en de suikers en de honing kort tot een zachte massa in een mengkom.
Zeef eerst het volkorenmeel en laat de vezels voor deze luxe koekjes weg. (Je kunt deze weer in een brood verwerken). Meng  de meelsoorten, het bakpoeder en het anijszaad samen met een garde in een aparte kom en meng die snel door de boter-suikermassa.
Voeg als laatste het halve ei toe waardoor zich een koekdeeg vormt. Laat dit een uur afgedekt koelen zodat je straks de vormpjes beter kunt uitsteken.
Verwarm de oven voor op 175 graden Celsius. Zoek ondertussen leuke koekvormpjes zoals kuikentjes, lammetjes of bloemen.

Rol het deeg uit met een deegrol op een met bloem bestrooid werkblad. De dikte van het deeg moet 1/2 centimeter zijn. Steek de paaskoekjes nu uit en leg ze op en bakplaat met bakpapier.

Bak de koekjes heel lichtbruin in maximaal 10 minuten. Hou dit goed in de gaten want de koekjes bevatten amandelmeel en honing en kunnen daardoor sneller verbranden.
Na het afkoelen van de koekjes kun je ze gaan versieren met glazuur. Meng hiervoor de poedersuiker met de likeur of de bessensap. Voor het aanbrengen van het glazuur kun je een cornetje vouwen of je gebruikt een glazuurpen. Kijk hier voor meer glazuurtips en ook voor andere kleuren glazuur.

Meer recepten van dasdanderekoek die leuk zijn met de paasdagen:
paascake of kleine amandelcakejes

 

Vanillekipferl – bevat gluten

Dit prachtige koekje met een heerlijke vanillesmaak, in de vorm van een half maantje, is een Oostenrijkse klassieker. Ik vond het recept in een leuk oud Oostenrijks bakboekje met grappige tekeningen dat ik kreeg van mijn vriendin Francis. In dit dunne boekje (zie foto onderaan) stonden recepten met in verhouding weinig boter en suiker en als basis bakpoeder. Haas bakpoeder, het merk en de uitgever van het boekje, bestaat nu niet meer. Dit boekje met een verzameling van 40 jaar ervaring en recepten van Oostenrijkse huisvrouwen weerspiegelt een mooi tijdsbeeld van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Deze vrouwen waren goed in bakken en vindingrijk met de sobere middelen die er toen waren. De beschrijvingen van de gebakrecepten waren summier, iedereen wist met weinig aanwijzingen al hoe het moest. De recepten varieerden van Kartoffelknödeln tot Sachertorte. Zelfrijzend bakmeel ( 500 gram tarwebloem met 16 gram bakpoeder erdoor vermengd) was er nog niet, men maakte eigen meelmengsels net als ik in dit blog.
Het iets aangepaste recept voor vanillekipferl met amandelmeel en tarwebloem deel ik nu met jullie voor dasanderekoek met een duidelijke uitleg.

vanillekipferl-kl-ap

prachtige vanillekipferl met een volle amandelsmaak

Wat heb je nodig voor 25 vanillekipferl?

140 gram tarwebloem
4 gram bakpoeder
50 gram amandelmeel
2 druppels amandelessence
30 gram kristalsuiker
10 gram vanillesuiker uit een zakje
mespunt zout
90 gram roomboter of plantaardige margarine in stukjes
1 eetlepel yoghurt of zure room
garneren na het bakken:
20 gram suiker
5 gram vanillesuiker uit een zakje

De bereiding:

Zeef de tarwebloem en het bakpoeder samen en meng dit goed met het amandelmeel.Voeg de druppels amandelessence toe voor een volle amandelsmaak. Daarna kan de suiker, de vanillesuiker en het zout er door gemengd worden. De boter in kleine stukjes erbij mengen plus 1 lepel zure room of yoghurt en met de hand snel kneden tot een soepel deeg.

Verwarm de oven op 160 graden Celsius voor.

bakboekje-hasin-kl

Oostenrijks receptenboekje uit de jaren 50 vorige eeuw

Maak een worst van het deeg en verdeel deze in 25 stukjes. Maak eerst een balletje van het deeg, dan een klein worstje van elk balletje en maak de uiteinden spits voor de maanvorm.
Meng de suiker en vanillesuiker door elkaar in een diep bord. Buig de maantjes lichtjes en wentel ze geheel door deze suiker. Leg de maantjes op een bakplaat bekleed met bakpapier. Het is ook mogelijk om de suiker na het bakken op de nog warme koekjes te plakken maar het geurt ontzettend lekker als je het meebakt.
Laat de vanillekipferl 10 minuten bakken tot ze geel kleuren aan de bovenkant en bruin aan de onderzijde. Niet donkerder, kijk maar op de foto.
Op een taartrooster laten afkoelen en eet ze samen op met je vrienden en vriendinnen.

 

 

 

 

Kerstbroodjes – bevat gluten

Vrolijke sterrenbroodjes die flonkeren bij je kerstontbijt of lunch. Met weinig moeite heb je snel een mooi effect door het stevige brooddeeg uit te steken met een stervorm. Ze zijn gemaakt van een fijne meelmengeling vol smaak en de koekkruiden geven er een feestelijke dimensie aan. Het korstje is een tikje knapperig door het maismeel. In de drukke decembermaand kun je de broodjes goed een week van te voren maken, invriezen en oppiepen vlak voor gebruik gaat prima. Hele fijne feestdagen voor alle bloglezers!

een 3 sterren kerstbroodje

sterren kerstbroodjes

Wat heb je nodig voor 22 sterren kerstbroodjes?

425 gram tarwebloem
25 gram maismeel
25 gram roggemeel
25 gram amandelmeel
9 gram (bakkers)zout
10 gram instant gistkorrels
1 theelepel koekkruiden
10 gram kristalsuiker
10 gram sinaasappelsuiker
275 gram (lactosevrije) warme halfvolle melk
35 gram roomboter of plantaardige margarine
ei om te bestrijken, losgeklopt met 1 theelepel water

De bereiding:

Zeef en meng de meelsoorten in een mengkom zodat het mengsel luchtig wordt. Verwarm de boter en de melk samen tot lauwwarm.Voeg de gist, het zout, de koekkruiden, de suikers en de lauwwarme melk met de boter toe in een kuiltje in het meel en begin te kneden.
Kneed het deeg tot het soepel aanvoelt, minstens 5 minuten, 10 minuten als je het leuk vindt. Dit kan eerst in de kom en daarna op een werkblad. Je mag eraan trekken en duwen om het deeg elastisch en soepel te maken. Het deeg is vrij stevig en plakt niet. Maak er dan een ronde bal van en leg het deeg weer in de mengkom.
Neem een dunne schone grote plastic zak en vouw die om de kom.
Zet alles nu op een warme en tochtvrije plek en laat het deeg ongeveer 1 1/2 uur rijzen tot een luchtig deeg. Lang rijzen zorgt voor een soepel en smakelijk deeg.

Kneed het deeg daarna nog een keer goed door op een droog werkblad. Probeer geen meel of bloem meer toe te voegen, daar wordt het deeg droger door. Alleen als het deeg erg plakt aan je vingers kan dit. Rol het deeg uit met een deegrol tot ruim 1,5 centimeter dikte en steek dit uit met een sterkoekvormpje. Leg de deegsterren op een bakplaat die met bakpapier is bekleed en laat dit afgedekt ongeveer 40 minuten rijzen.

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.

Bestrijk de deegsterren met ei dat is losgeklopt met wat water. Bak de kerstbroodjes gaar in 15 minuten. Laat ze uitdampen op een taartrooster.
Lekker in de decembermaand met allerlei beleg. Je kunt natuurlijk variëren met vormpjes en ze ook in andere jaargetijden eten.

Dit vind je misschien ook leuk:

Appeltaart van amandelkorstdeeg – bevat gluten

Op een mooie herfstdag was er dit jaar bij ons thuis een reünie van studiegenoten van mijn man en bij zo’n gelegenheid probeer ik natuurlijk het beste van mijn bakkunsten op tafel te zetten. Ik maakte gebruik van appels uit eigen tuin en als resultaat ontstond deze appeltaart met een heerlijk verfijnd amandelkorstdeeg. Het deeg maakte ik ‘s avonds van te voren al klaar zodat de taart heel vers kon worden gegeten. De vulling wordt kort gegaard voor het bakken zodat de appelstukjes niet droog of hard zijn. De smaak van deze taart doet aan amandelspijs denken door het amandelmeel in het deeg. De garnering van de geroosterde pijnboompitten geven een pittig accent aan het uiterlijk en de smaak. Onze vrienden genoten van het resultaat en iedereen kan het nu thuis ook eens gaan uitproberen met dit recept als de behoefte aan een appeltaart opborrelt.

reunieappeltaart-kl

appeltaart met amandelkorstdeeg

Wat heb je nodig voor een appeltaart van amandelkorstdeeg?

125 gram tarwebloem
75 gram amandelmeel
50 gram poedersuiker
mespunt zout
1 eetlepel sinaasappelsuiker
100 gram roomboter in stukjes
1/2 ei
(twee eetlepels amandelmeel voor op de deegbodem te strooien)
vulling:
500 gram schoongemaakte appels in stukjes bijvoorbeeld Elstar of Jonagold of Braeburn
8 gewelde gedroogde abrikozen
bodempje water
aardappelmeel
30 gram kristalsuiker
1 theelepel sinaasappelsuiker
garnering:
2 eetlepels pijnboompitten
1/2 losgeklopt ei om de deegrand te bestrijken

De bereiding:

Zowel de vulling als het deeg moeten eerst afkoelen. Neem voor de appeltaart een springvorm van 22 centimeter doorsnede en vet deze van te voren goed in. Bekleed de bodem met bakpapier zodat hij makkelijk te lossen is.

Meng voor het deeg de bloem, het amandelmeel de poedersuiker en de sinaasappelsuiker plus het zout door elkaar. Snij de roomboter in kleine blokjes en voeg dit toe aan dit mengsel. Verkruimel de boterstukjes met je vingers tot er kruimels zijn ontstaan. Voeg dan het halve ei toe en meng alles snel tot een soepel deeg. Laat dit ingepakt met huishoudfolie of in een goed sluitende kom minimaal een uurtje  opstijven. Het mag ook langer en kan zelfs een nacht staan zodat je ’s morgens snel aan de slag kunt gaan met bakken.
Schil voor de vulling de appels en snij ze in blokjes. Knip of snij de abrikozen tot gelijke grootte en doe alle fruit in een steelpan met een bodempje water. Voeg de suiker en de sinaasappelsuiker toe en laat alles onder af en toe roeren 2 minuten doorkoken. Bind dan het vocht met aardappelmeel dat is aangemaakt met wat water en laat even doorkoken. De dikte van de vulling moet die van een stevige compote zijn.
Laat de vulling afkoelen tot kamertemperatuur. Je kunt dit versnellen door de vulling uit te spreiden in een andere ondiepe kom en op een koele plek te zetten.

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius.
Rol het deeg op een werkblad met een deegrol uit. Bestrooi je werkblad  en het deeg heel lichtjes met tarwebloem. Rol het deeg in 3 stapjes uit, draai het tussendoor steeds om met een pannenkoekmes of dunne spatel, tot het de dikte heeft van 3 millimeter en een doorsnede van 25 tot 26 centimeter. Vouw het deeg dubbel en leg het in de springvorm en plooi het passend erin. Snij de deegrand af op de gewenste hoogte, ongeveer 3-4 centimeter.
Prik gaatjes in de deegbodem en bestrooi de bodem met twee lepels amandelmeel.
Spreid de vulling over de bodem uit.
Met een restje deeg maak je nog een hartvormige versiering en leg die op de vulling. Bestrijk het deeg met wat losgeklopt ei voor een mooie glans.
Strooi de pijnboompitten over de vulling.
Bak de taart in 30 minuten gaar. De laatste 10 minuten doe je aluminiumfolie over de taart zodat hij niet te donker wordt. Door het amandelmeel verbrandt het deeg wat sneller.
Haal de taart uit de oven en plaats de vorm op een taartrooster. Los de vorm pas na 5 minuten en snij de rand eerst voorzichtig los met een dun mesje.

Geniet ervan met vrienden!
Misschien vind je deze recepten voor de decembermaand ook leuk: